H1
Sociale psychologie: wetenschappelijke studie van de manieren waarop
de gedachten, gevoelens en gedragingen van mensen beïnvloed worden
door de echte of ingebeelde aanwezigheid van andere mensen
Er wordt dus gekeken naar sociaal cognitieve processen en sociale
relaties tussen mensen
Algemene theoretische perspectieven in sociaal psychologische theorieën:
- Behaviorism (kosten en opbrengsten)
- Cognitieve perspectief (sociale cognitie)
- Neuroscience/biochemie (neuro- en biochemische basis)
- Evolutionaire psychologie (aanpassen/overleven)
- Persoonlijkheid en individuele verschillen
- Groepsprocessen/het collectief
Theorieën kunnen ook meerdere perspectieven bevatten
Sociale psychologie als een wetenschap
- Empirisch verkregen bewijs/data
- Transparantie, betrouwbare en valide methoden
- Ethische regels voor onderzoek (lastig om toestemming van ethische
commissie te krijgen)
Onderzoeksmethoden:
- Meestal experimenten
o Laboratoriumexperimenten
o Veldexperimenten
o Quasi-experimenten: oorzaak gevolg relatie > hoge externe
validiteit. Een experiment dat verschillende omstandigheden
realiseert op basis van bestaande verschillen tussen
deelnemers zonder willekeurige toewijzing
- Survey studies (vragenlijsten en dan kijken naar relaties tussen
variabelen)
- Kwalitatief onderzoek
- Veldstudies (systematisch observaties)
,Gewaardeerd voelen door de maatschappij vooral door SES (0.64)
Korte geschiedenis
- Voorloper: Völkerpsychologie > collectieve mind
- Studie van de group mind later
- Nog later: Asch en Sherif onderzochten individueel gedrag in de
context van intergroepsrelaties
Europese sociale psychologie?
- De start sociale psychologie: Europa
- Tijdens en na WOII: VS
o Na WWII-wederopbouw Europese Sociale psychologi
- 1960: Europese social psychologie onafhankelijk
o Focus op intergroepsrelaties en groepen
o 1966: EA(E)SP
- Nu: meer globaal, diverser
Wat is cultuur
- Patronen in sociaal gedrag
- Gewoonten en tradities
- Sociale normen en regels
- Manier waarop onze samenleving is georganiseerd
- Definitie boek: groep van individuelen die ideeën delen, beliefs,
technologie, gewoontes of beoefeningen dmv anderen te leren
Waar komt cultuur vandaan?
- Van ecologische context als klimaat en landschap naar instellingen
(landbouw, jacht en mijnbouw) naar maatschappelijke praktijken
(familiestructuren en intergroepsrelaties) naar socialisatieprocessen
(opvoeding, scholing, socialisatie op werk) naar uiteindelijk
psychologische uitkomsten (waarden overtuigingen en gedrag)
Wat is (cross) culturele psychologie?
, - Sociale psychologe: social gedrag van de mensen
o Japan = op bepaald niveau hetzelfde als Europa
- Cross-culturele psychologie: verschillen tussen culturen
o Japan is niet hetzelfde als Europa
- Culturele psychologie: invloed van cultuur op sociaal
psychologische processen
o Invloed van de Japanse cultuur op het zelfbeeld
Cross cultureel: terugkomen op de bespreking van cultuur en
interculturele aspecten: bij de behandeling van de verschillende
collegeonderwerpen en in het laatste inhoudelijke hoorcollege
College 2
H2 en H3
Sociale cognitie: cognitieve processen en structuren die invloed hebben
op en beïnvloed worden door ons sociale gedrag. Het is hoe we sociale
informatie verwerken
Je hebt er niet per se andere mensen voor nodig!
Social cognitie: korte geschiedenis
- Vanaf 1955/60: einde behaviorisme, de ‘cognitieve revolutie’
o Eerst attributie, attitudes, dissonantie
o Na 1970: sociale cognitie als apart veld (denk aan Kahneman,
Bargh, Tversky en Fiske)
Veelgebruikte metafoor: computer
- Best accuraat
o Encodering (coderen, ‘vertalen’ van stimulus)
o Opslaan in de hersenen
o Ophalen uit geheugen
- Slechte metafoor
o Mensen hebben emoties
o Mensen willen dingen
o Mensen hebben beperktere cognitieve capaciteit
Jaren 80: cognitieve vrek (of gierigheid) (Nisbett & Ross, 1980)
, - De mens is en cognitieve miser (cognitieve vrek)
o Gaat zuinig en lui om met cognitieve vermogens
o Gebruikt denkvermogen alleen als het echt nodig is
o Gebruikt cognitieve shortcuts (kort nadenken. Hoe iets in
elkaar zit)
Snel maar vaak onbetrouwbaar
Jaren 90: gemotiveerde tacticus
- Mensen hebben diverse cognitieve strategieën beschikbaar
o Afhankelijk o.b.v. persoonlijke doelen, motieven en behoeftes
- Verschuiving: mensen zien als gemotiveerde individuen die niet
slechts passief cognitieve porcessen ervaren
o We maken keuzes over wat we denken en doen
o Soms bewust en soms onbewust beïnvloed door doelen en
emoties
Dus we reageren op de omgeving, maar hebben ook ‘agency’
(wilskracht)
Mensen maken actievere keuzes
Indrukken vormen van mensen
- We doen waarneming van uiterlijke kenmerken (=
peroonspercepties)
o = eerste indruk
o Gebeurd zeer snel en is (vaak) onbewust
o Whalen et. Al (1998) presenteerden angstige en blije gezichten
(zeer kort (33 msec.) terwijl mensen in een fMRI-scan liggen. Je
ziet waar de activatie is. Uit dit onderzoek kwam dat de
amygdala al zeer snel geactiveerd werd ookal zagen ze
mensen heel snel. Emotieverwerking gebeurt heel snel
o Configureel model: op basis van ‘centrale kenmerken’
Holistische benadering (we kijken niet naar details maar
geheel beeld) van indrukvorming
Sociale waarnemers construeren actief diepere
betekenissen uit brokjes informatie die ze over
anderen krijgen
Indruk van persoon (of object) als geheel: Gestalt
Bepaalde kenmerken zijn centraler > warm of koud. Het
veranderen van centrale kenmerken verandert indruk
veel meer dan veranderen van perifere kenmerken
o We gebruiken impliciete theorieën over persoonlijkheid