College 1
§H1
Gedrag is observeerbaar
Gedachten niet observeerbaar direct het zijn subjectieve ervaringen
Hersenen liggen ten grondslag van alle handelingen, gedachten en emoties etc.
Bij veel overlijdensgevallen speelt het disfunctioneren van de hersenen een rol
Fysiologisch
- Verband tussen de fysiologische processen in de hersenen en ons gedrag
- Mannetjesvogels die gaan fluiten door testosteronniveau in tijd van het jaar
Ontogentisch
- Hoe gedrag of een hersenstructuur zich ontwikkelt in en individu, waarbij de rol
van genen, voeding en ervaringen wordt meegenomen
- Bijv de genetische achtergrond, voeding, levensomstandigheden
- Aangeleerd gedrag en aangeboren gedrag
Evolutionair gedrag
- Gedrag of een hersenstructuur relateren aan de evolutionaire geschiedenis van
een soort (hoe de ontwikkeling heeft plaatsgevonden
- Bijv 2 verschillende vogelsoorten en kijken naar de overeenkomsten. Komen ze
overeen? > vaak zelfde voorouder
o Dit is wel lastig om er uitspraken over te doen
Functioneel niveau
- Waarom gedrag of een hersenstructuur zich op een bepaalde manier ontwikkeld
heeft
- Bijv de aanleg die te maken heeft met schutkleuren > gerelateerd aan
overlevingsniveau
,Zenuwcellen en prikkeloverdracht in een cel
Onze hersenen en ruggenmerk vormen het zenuwstelsel
- Hierin hebben we neuronen en gliacellen
1 hersengebied is nooit ergens verantwoordelijk voor
Veel hersengebieden moeten samenwerken om bepaald gedrag te realiseren
- Er is geen ‘goede’ definitie van de hersengebieden
Zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg)
- Gliacellen en neuronen
- Neuronen vooral belangrijk voor communicatie
- 86 miljard (billion) neuronen
o In cerebellum 69 miljard
o In je spinal cord 1 miljard
o Cerebral cortex 16 miljard
- Gliacellen zijn kleiner dan neuronen. Mensen dachten eerst dat dit onvolgroeide
neuronen waren, maar dit zijn er niet
- Ongeveer net zoveel gliacellen als neuronen
Celstructuur
- Celmembraan > 2 lage vetcellen (semi-permeabel)
- Celkern > zit DNA in
- Mitochondria > energiecentrales van de cel. Je krijgt deze van je moeder
waardoor je meer DNA van je moeder dan je vader hebt
- Ribosomen > eiwitten worden hierin gemaakt
- Endoplasmisch reticulum > zorgt ervoor dat de eiwitten in de cel
getransplanteerd worden
Neuronen: structuur
- Om het cellichaam heb je dendrieten. Via de dendrieten en het cellichaam krijg je
informatie binnen
- Via de axon uiteinde geeft het neuron aan de andere neuron informatie
, - Hoe groter de oppervlakte van de dendrieten hoe meer informatie. Op de
dendrieten zitten spynes wat zorgt voor meer informatie
- Hoe meer dendrieten hoe meer informatie je door kan geven
- Sensorische neuron krijgt dus minder informatie binnen want heeft veel minder
dendrieten maar wel meer specifieke informatie
- Structuur geeft al een beetje de functie van het neuron weg
- Sensorische neuronen: krijgen informatie van de zintuigen. Zijn vaak voor
specifieke informatie (licht en geluid etc.) en stuurt het door naar het
zenuwstelsel. Lange dendrieten
- Motorneuronen: sturen informatie van het zenuwstelsel naar je periferie (spieren
etc.). Deze hebben juist een lange axon
- Interneuronen: zorgen voor communicatie tussen hersengebieden en hebben
dus ook geen grote axonen nodig door de kleine afstand
Anatomische termen
- Afferent: naar toe
- Efferent: van af [exit]
Om de axonen zitten een myelineschede: vettige substantie om de axonen. Zorgt voor
bescherming en voedselvoorziening en reageren ook op neurale activiteit
- Belangrijk voor de snelheid van het doorgeven van de informatie
Gliacellen
- Veel soorten gliacellen
o Oligodendrocyten: kan myelineschedes maken op wel 15 verschillende
neuronen. Zitten tussen neuronen
o Schwann cellen: zorgt voor myelineschede om het neuron
o Astrocyte: zorgen ervoor dat de neurotransmitters uit de synaptische
spleet worden gehaald en opnieuw gebruikt kunnen worden. Spelen
vooral een rol bijv bij bijvoorbeeld chronische pijn gaat de werking hiervan.
Door de collecties met neuronen kunnen ze sturen hoe een cel reageer
door meer of minder neurotransmitters weg te halen
o Bloed hersenbarrière is belangrijk. Bloedvaten zijn afgeschermd.
Beschermd de hersenen tegen bacteriën en virussen sommige stoffen
worden wel afgegeven. Zo belangrijk want in ons lichaam heb je het
immuunsysteem en als de cel beschadigd is zorgt het immuunsysteem
ervoor dat de cel verwijderd wordt, maar in de hersencellen worden cellen
, niet verwijdert en delen niet. Dus als de slechte cellen verwijderd worden
is er geen vervanging
o Microglia. Cellen die er wel inkomen worden inactief gemaakt, vernietigd
zodat ze hersencellen niet kunnen infecteren. Waterpokken kunnen lang
in je lichaam blijven want ze cellen worden inactief gemaakt maar kunnen
actief worden bij verminderde weerstand
- Neurotransmitters ook een rol voor de bloed hersenbarrière
Hersenen hebben wel zuurstof en glucose nodig. Dit gebeurt door passieftransport ne
actief transport
- Passief transport: vet oplosbare stoffen (vitamines a en d). Proteïne kanalen
voor water. Gaat zonder problemen
- Actief transport: is energie voor nodig om de stoffen in de hersenen te kunnen
krijgen. Parkinson is dopamine te kort. Je kan deze stof wel toedienen maar door
de bloedhersnebarriere komen deze stoffen niet van je bloed in de hersenen.
Energievoorziening in de hersenen
- Glucose
- Zuurstof
Hersenen kunnen geen energie opslaan dus moet komen via het actief transport.
Hersenen is 2% van je lichaamsgewicht maar gebruiken ongeveer 20% van je
energieverbruik. De toevoer naar je hersenen
Hersenen 1 van de best beschermende organen van je lichaam.
Hersenen zijn altijd actief verbruiken altijd zuurstof, vooral aan de basale processen,
niet alleen zuurstof en glucose.
Als je hard nadenkt komt er maar 5% van de energie bij dan dat je hersenen normaal al
verbruiken aan energie. Er is altijd activiteit in de hersenen.
Prikkeloverdracht: elektrochemisch proces
- Elektrisch proces (graduele potentiaal (dendrieten en cellichamen))> elektrisch
proces (actiepotentiaal (axon)) > Chemisch proces (synaps)