• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 5 out of 150 pages
Summary

Samenvatting Geschiedenis van het Publiekrecht | Universiteit Antwerpen | 2025/26 (ook bruikbaar voor 2026/27)

Document preview thumbnail
Preview 5 out of 150 pages

Volledige samenvatting van Geschiedenis van het Publiekrecht aan de Universiteit Antwerpen (academiejaar , maar ook bruikbaar voor het huidige academiejaar). De samenvatting bevat de volledige leerstof en is gebaseerd op de PowerPoints van de professor, aangevuld met mijn eigen lesnotities. Alle belangrijke leerstof is overzichtelijk verwerkt in één document. Inhoud: - Volledige samenvatting van de leerstof - PowerPoints van de professor verwerkt - Aanvullende lesnotities geïntegreerd - Duidelijke en overzichtelijke structuur - Inhoudstafel vooraan, zodat je gemakkelijk door de leerstof kunt navigeren

Content preview

Geschiedenis van het Publiekrecht

Inhoudstafel
Geschiedenis van het Publiekrecht........................................................................1
Les 1 — Inleiding: Het Moderne Staatsbegrip.....................................................2
Inleiding........................................................................................................... 3
1.1. De idee van ‘de staat’..............................................................................3
Tussentijdse conclusie 1..................................................................................6
Les 2 — Soevereiniteit en Types van Staten.......................................................6
2.1. De notie ‘soevereiniteit’........................................................................... 6
2.2. De democratisering van de staat.............................................................7
2.3. Macht en soevereiniteit in de constitutionele staat................................15
2.4. Types staten........................................................................................... 17
Les 3 — Verhoudingen tussen staten sinds 1453 en de opkomst van de
natiestaat......................................................................................................... 21
Inleiding......................................................................................................... 21
1.1. Internationale betrekkingen van Karel V tot...........................................22
1.2. De geboorte van het internationaal recht (Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd)
...................................................................................................................... 29
1.3. De achttiende eeuw................................................................................ 33
1.4. De negentiende eeuw............................................................................. 36
1.5. De twintigste eeuw.................................................................................41
Les 4 — De constitutionele ontwikkeling van Frankrijk (1789–heden)..............49
Inleiding — Waarom Frankrijk?......................................................................49
4.1. De Franse Revolutie................................................................................50
4.2. De constitutionele monarchie (1791).....................................................52
4.3. De Convention en de Grondwet van het jaar I (1793)............................57
4.4. Het Comité de Salut Public en de democratische dictatuur (1793-1794)
...................................................................................................................... 60
4.5. Het Directoire en de Grondwet van het jaar III (1795)............................62
4.6. Het Consulaat (1799)............................................................................. 65
4.7. Het Eerste Franse Keizerrijk (1804-1814/15)..........................................67
4.8. De Restauratie (1814–1815)...................................................................68
4.9. De Julimonarchie (1830).........................................................................71
4.10. De Tweede Republiek (1848–1851).......................................................73

, 4.11. Het Tweede Keizerrijk (1852–1870)......................................................75
4.12. De Derde Republiek (1871–1940).........................................................76
4.13. De Vierde Republiek (1946–1958)........................................................77
4.14. De Vijfde Republiek (1958–heden)........................................................78
Les 5 — Het Verenigd Koninkrijk.......................................................................79
5.1. Terminologie en structuur.......................................................................79
5.2. Grondwettelijke documenten en instellingen..........................................83
5.3. Het ‘Verenigd Koninkrijk’........................................................................93
Les 6 — De Verenigde Staten...........................................................................96
6.1. Kolonisatie, verovering en expansie van Noord-Amerika........................96
6.2. De institutionele uitbouw onder het Brits regime...................................99
6.3. De onafhankelijkheid en confederatie..................................................102
6.4. Institutionele structuren — checks & balances.....................................105
Les 7 — Rusland............................................................................................. 109
7.1. De Tsaristische periode (tot 1917)........................................................109
7.2. De Februari- en Oktoberrevoluties (1917)............................................112
7.3. De Sovjetunie en de Sovjetgrondwetten (1917-1989)..........................114
7.4. De Russische Federatie (1993 - heden)................................................118
Les 8 — Duitsland........................................................................................... 122
8.1. Het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie (967–1806)............................122
8.2. De Duitse Bond (1815–1866)................................................................124
8.3. De Duitse eenmaking (1864–1871)......................................................126
8.4. Het Tweede Duitse Keizerrijk (1871–1919)...........................................127
8.5. De Weimarrepubliek (1919–1933)........................................................128
8.6. Het Derde Rijk (1933–1945).................................................................130
8.7. De DDR en de Bondsrepubliek (1949–1990).........................................133
8.8. De Berliner Republik (1990–heden)......................................................137
Les 9 — China................................................................................................. 138
9.1. Inleiding................................................................................................ 138
9.1. China vóór de 19de eeuw.....................................................................138
9.2. China in de 19de eeuw...........................................................................144
9.3. China tussen revolutie en burgeroorlog (1911–1949)...........................145
9.4. De Chinese Volksrepubliek (1949 – heden)...........................................147


Les 1 — Inleiding: Het Moderne Staatsbegrip

,Inleiding
Om conflict en chaos in de samenleving te vermijden, bestuurt de samenleving
zich via regels. Deze regels bevatten normen die het recht vormen, waaruit de
normatieve functie van het recht dusdanig voortvloeit.
 ‘regelen’  ‘regel’  veronderstelt norm = recht
Hoewel samenlevingen en dus bestuursvormen verschillen in ruimte en tijd,
bestaan er gemeenschappelijke elementen in het bestuur van staten:
 legitimiteit (om de mensen te besturen): bestuurders  bestuurden
o Er is een rechtvaardiging nodig voor de reden waarom iemand
wel / niet mag besturen
o verschilt van staat tot staat en in ontwikkeling  geen uniform
model = relatief in tijd en ruimte
 representatief regime, waarbij bevolking zich kan laten
vertegenwoordigen:
o Er is een constante drang naar representatie: van een elite,
God, de hele collectiviteit, ...
o meest gangbaar bestuurlijk model van meeste staten
o maar geen ‘vaste waarde’ / vanzelfsprekend gegeven = relatief in
tijd en ruimte
Ondanks de aanwezigheid van een bestuur is er toch een essentiële
problematiek die men bespreekt in het publiekrecht: hoe kunnen we onszelf
besturen zodat we vrij blijven?
Deze vraag is de basis van het spanningsveld in onze samenleving, waarin
tegenstrijdige krachten, belangen, opvattingen, of doelen naast elkaar bestaan,
wat kan leiden tot wrijving, onenigheid, of een complexe dynamiek.
Andere vragen die uit deze problematiek voortvloeien zijn:
 Hoe worden minderheden niet verdrukt door de meerderheid?
 Hoe vermijden we polarisatie in de samenleving?
o Een meerderheid kan namelijk een minderheid worden en andersom
 versnippering van meningen, stemmen, … is dan mogelijk, wat
leidt tot polarisatie of twee grote partijen.
 Hoe kunnen rechten worden gewaarborgd?
o rechten van burgers waarborgen vs. overheid
o rechten van minderheid waarborgen vs. democratische
meerderheid
 Hoe kunnen we institutioneel denken?
Dit is de intellectuele achtergrond van de ontwikkeling van de liberale
staat.



1.1. De idee van ‘de staat’
Om te begrijpen wat nodig is om een staat te creëren, moet men eerst
begrijpen waarom een staat überhaupt nodig is.

,De idee van ‘de staat’ ontstond met het besef dat iets / iemand nodig is om
het samenleven te waarborgen en chaos en geweld te verhinderen. Deze
daartoe bevoegde persoon / instelling bezit dus het (staats)gezag:
 Een persoon / instelling met de macht om bevelen op te leggen
 Een persoon / instelling die wetten maakt die op iedereen van toepassing
zijn
 Een persoon / instelling die het geweldmonopolie bezit
We hebben dus iets / iemand nodig voor de handhaving van vrede en rust in de
samenleving en voor conflictbeslechting.
De conceptie van ‘de staat’ ging gepaard met allerlei theorieën die
probeerden te verklaren wie / wat als staat werd beschouwd en waarom.
Het antwoord hierop was afhankelijk van welk standpunt men inneemt:
 Middeleeuwen
 Vroegmoderne / Nieuwe geschiedenis
 Moderne / Hedendaagse geschiedenis


1.1.1. Middeleeuwen
Volgens de mediëvisten is de moderne staat de opvolger van de
middeleeuwse standenvertegenwoordiging en van het leenrecht.
 De middeleeuwse samenleving was opgebouwd uit drie standen die
elk op eigen manier bijdroegen aan de maatschappij en de maatschappij
organiseerden:
o Zij die bidden (de clerus)
o Zij die strijden (ridders)
o Zij die werken (de 3de stand)
 Vertegenwoordigers van die groepen vormen ‘de natie’
 Er bestonden verschillen qua graad van autonomie tussen bepaalde
gebieden / steden  relatief in ruimte
 Vorst regeert bij de gratie Gods (door de gunst / genade van God), volgens
een sociaal contract met de drie standen, wat de uitdrukking is van ‘Gods
gewilde orde’
o De vorst ontleent dus zijn gezag aan God en aan een sociaal
contract.
o Zijn macht is dus zowel menselijk (door de wederkerige
verhouding tussen vorst en samenleving) als onderdeel van
een goddelijke orde.
 Wanneer de vorst onrechtvaardig regeert, wetten en privileges schendt,
en het algemeen belang niet meer dient (= tyrannie), dan verbreekt hij
het contract  burgers krijgen recht op weerstand
De mediëvisten zagen de moderne staat dus als een contractuele opvatting.
Deze opvatting is gestoeld op het leenrecht.
 Dit is afgeleid uit de idee van relatie leenheer  leenman, wat de
middeleeuwse samenleving vanaf de 10de tot 18de eeuw structureerde door

, o De terbeschikkingstelling van een leen (grond, kasteel, huis) door
een vorst aan een vazal in ruil voor trouw en diensten.
o Ma.w.: de leenman (vazal) leent iets van de leenheer (vorst) en
staat hem bij met raad en daad.
 Deze relatie is oorspronkelijk privaatrechtelijk die (persoonlijk),
economisch en militair is ingegeven, en die publiekrechtelijk wordt
gegeven omdat ze machtsrelaties stuurt:
o door de publiekrechtelijke functie kan er een versnippering
ontstaan van territorium (achterleen)


1.1.2. Vroegmoderne / Nieuwe geschiedenis
Liberale staten zijn opvolgers van de vroegmoderne staat.
Tijdens de vroegmoderne / nieuwe geschiedenis ontstond er een notie van de
soevereiniteit van de wetgever.
 In de middeleeuwen bestond de centrale staat uit een vorstelijke
machtsconsolidatie.
 In de 16de tot 17de eeuw ontstonden er religieuze spanningen
(godsdienstoorlogen) over de relatie tussen religie en het
publiekrecht  scheiding Kerk en staat
o de macht lag niet meer exclusief bij de vorst maar ook bij
vertegenwoordigers van het volk  discussie in de sociaalcontract
theorieën
 Tijdens de 17de eeuw was er een verdere ontwikkeling naar de idee
van een “état souverain”, een staat die geen andere macht boven
zich heeft  ‘republiek’ = res publica – ‘de politieke / publieke zaak’ =
de staat = de ‘natie’ (kreeg pas een juridische betekenis vanaf de
Franse Revolutie)


1.1.3. Moderne / Hedendaagse geschiedenis
In de moderne / hedendaagse geschiedenis werd de staat begrepen als
een democratische staat. Deze bestaat uit (on)rechtstreeks verkozen
bestuurders.
Ook word de staat begrepen als een liberale staat waarin een scheiding van
de drie staatsmachten van toepassing is: de wetgevende macht, de
uitvoerende macht, en de rechterlijke macht. In een liberale staat:
 Is de overheid gebonden aan het recht, waarbij de overheid normen
maakt en ook gebonden is door diezelfde normen (ze staat er dus
niet boven)
 Bestaan er waarborgen voor de grondrechten van de burgers
o via (grond)wetsbepalingen (bv. eeuwigheidsclausule); en
o via instellingen
 constitutioneel (bv. machtenscheiding)
 buiten-constitutioneel (bv. de pers als ‘waakhond’ voor de
democratie)
 infra-constitutioneel

Table of contents

  1. 01 Geschiedenis van het Publiekrecht 1
    1. Les 1 — Inleiding: Het Moderne Staatsbegrip 2
    2. Les 2 — Soevereiniteit en Types van Staten 6
    3. Les 3 — Verhoudingen tussen staten sinds 1453 en de opkomst van de natiestaat 21
    4. Les 4 — De constitutionele ontwikkeling van Frankrijk (1789–heden) 49
    5. Les 5 — Het Verenigd Koninkrijk 79
    6. Les 6 — De Verenigde Staten 96
    7. Les 7 — Rusland 109
    8. Les 8 — Duitsland 122
    9. Les 9 — China 138

Document information

Study
Uploaded on
September 27, 2026
Number of pages
150
Written in
2025/2026
Type
Summary
$9.74

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
10
Last sold
1 week ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions