Verschillen tussen reversibele en irreversibele inhibitoren kennen en
kunnen herkennen
irreversibele inhibitor
dissocieert zeer traag van het enzyme en is vaak covalent gebonden,
zijn een minderheid
Die zitten vast op enzym op covalente of hele sterke niet-covalente manier
• Een irreversibele inhibitor dissocieert heel langzaam van het enzym
omdat het meestal op een covalente wijze aan het actief centrum
bindt.
• De inhibitor verhindert de substraatbinding of verandert de structuur
van het actief centrum.
• Het gevormde inactieve (EI) complex vermindert de hoeveelheid
beschikbaar actief enzym tot (E) = (E0) - (I0)
• Afhankelijk van de ondermaat of overmaat (I0) zal de reactie nog
gedeeltelijk of helemaal niet meer doorgaan.
soorten covalente irreversibele inhibitoren:
- Reactieve inhibitoren: reageren met specifieke cruciale aminozuren
in het AC en vormen een covalente binding met deze groepen.
- Zelfmoord inhibitoren: lijken goed op het substraat en ondergaan de
eerste stappen van katalyse waarna ze covalent vast zitten aan het
actief centrum.
Niet-covalente irreversibele inhibitoren:
- Transitiestaat analogen: imiteren de transitiestaat die heel sterk
niet-covalent bindt aan het actief centrum.
reversibele inhibitor
vormt een onstabiel complex met het enzym en dissocieert dus snel van
het enzym.
Er ontstaat een evenwicht dat verantwoordelijk is voor een constante
graad van inhibitie en die afhankelijk is van de concentraties aan [E], [S]
en [I].
De reversibele inhibitoren worden opgedeeld in:
-Competitieve inhibitoren (meerderheid) (B)
-Niet-competitieve inhibitoren (D)
-Uncompetitive inhibitoren (C)
Er kan ook sprake zijn van ‘mixed inhibition’
Verschillen tussen verschillende soorten reversibele inhibitoren
(competitieve, niet-competitieve en uncompetitive inhibitoren) kennen en
kunnen herkennen
COMPETITIEF
Grootste groep
Ontstaat wanneer een enzym meerdere substraten gebruikt
Kan substraat, product of geen een van beide zijn
, • bindt op de plaats van het substraat, lijkt dus vaak op het substraat.
• Elk ligand kan het andere verplaatsen als zijn concentratie
voldoende hoog is
• Bijgevolg is de vorming van (ES) afhankelijk van de concentratie (S)
en de concentratie (I)
NIET-COMPETITIEF
•de inhibitor bindt op een plaats die verschilt van de
substraatbindingsplaats maar die de substraatbindingsplaats wel
verandert waardoor de productvorming niet kan doorgaan.
• kan dus zowel op E als op het ES complex binden.
UNCOMPETITIVE
de inhibitor bindt op een plaats verschillend van het substraat, maar
alleen op het enzym-substraat complex.
Het bindt niet op het vrije enzym en dus is er geen (EI) complex.
Het gevormde ternaire complex (ESI) is inactief.
Effecten van reversibele en irreversibele inhibitoren op enzymkinetiek
begrijpen en kunnen toepassen/interpreteren
REVERSIBEL
competitieve inhibitor
effect op de Km
Totale enzymconcentratie
Effect van competitieve inhibitor op Michaelis-Menten: de schijnbare Km’
Km’=Km(1+[I)]K3)