• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 37 pages
Summary

Celbiologie Samenvatting |VOLLEDIGE SV: 5 Hoofdstukken | 1BA BMW KU Leuven | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 37 pages

Volledige samenvatting van alle slides en nota's voor Celbiologie aan KU Leuven onder leiding van Prof. T. Voets. Het document behandelt vijf kernhoofdstukken: Biomembranen, Membraantransport, Membraanreceptoren, Proteïne Targeting en Vesiculair Transport, en Cytoskelet met Cellulaire Beweging. combinatie van slides & nota's. Geslaagd in 1e zit!

Content preview

CELBIOLOGIE – BIOMEDISCHE WETENSCHAPPEN KU
LEUVEN: PROF. T. VOETS

Volledige samenvatting van de slides met nota’s. (5 hoofdstukken)


H1 Biomembranen

H2 membraantransport

H3 membraanreceptoren

H4 proteïne targetting en vesiculair transport

H5 cytoskelet en cellulaire beweging

,Celbiologie
H1 | Biomembranen

Algemeen
Structuur van biomembranen = dubbele fosfolipiden laag met verschillende eiwitten
→ in eukaryote cellen: grotere compartimentalisering ontstaan door biomembranen
→ grootte: diameter 10 µm met 700 µm² oppervlakte plasmamembraan rond de cel

Onderverdeling dierlijke cel:
→ verschillende organellen (lysosomen, endoplasmatische reticulum…)
→ Cytoplasma: alles binnen de plasmamembraan, behalve nucleus
→ Cytosol: het waterige gedeelte van het cytoplasma buiten de organellen
→ Lumen: waterige gedeelte binnen organellen

Technieken om biomembranen waar te nemen

− AFM = atomic force technology
o Principe van een platenspeler
− Elektronenmicroscoop
o Afgevuurde elektron botst met zware deeltjes wordt het afgebogen & komt niet op de detector
o Cellen worden aangekleurd met bv. osmiumoxide (zwaar zout)

Fosfolipide dubbellagen
Bestaan uit amfipatische moleculen = 2 kanten met verschillende eigenschappen
→ hydrofiele kopjes en hydrofobe staartjes
→ staartjes houden niet van water & laten dus geen zouten door (nemen bij elektronenmicroscoop geen zout
op)
→ dikte membraan = 3-4 nm

Hoe verkrijgen we een membraan?
→ micellen – enkellaag met de hoofdjes naar buiten – maar in natuur zijn de staartjes te dik
→ vorming van dubbellagen – liposomen

! kan verschillende diktes hebben & verschillende vormen aannemen
→ bij RB: glad oppervlakte // cilia: gekartelde oppervlakte // myelineschede heeft verschillende lagen
(multilaag)

2 zijdes bij biomembranen en organellen:
- exoplasmatische zijde = naar de buitenkant / naar het lumen bij organellen
- cytosolische zijde = naar het cytosol
→ ook bij het versmelten/afsplitsen van deze menbranen worden de zijdes behouden!

Chemie van de biomembranen: lipiden
I. Fosfoglyceriden & plasmalogenen

II. Sfingolipiden

III. Sterolen

Fosfoglyceriden

- belangrijkste in de meeste eukaryote cellen
- opbouw rond glycerol (= 3-voudig alcohol)
- OH groepen reageren met een zuur → ester
➔ Triacylglycerol (vetzuur ; heel hydrofoob, geen polaire groepen)

,! bij fosfoglyceriden is 1 OH een reactie aangegaan met een fosfaat → fosfatidyl = amfipatisch

Plasmalogenen

- opgebouwd rond glycerol
- ester verbinding is een etherbinding geworden
→ 1 ester, 1 ether & 1 andere gekoppelde stof aan de fosfaatfgroep

Sfingolipiden

- opgebouwd rond sfingosine
- reactie van amine met een organisch zuur tot een amide → ceramide
- aan OH groep kan fosfaat binden of iets anders = variabel hydrofiel gedeelte
- typisch: suikers kunnen binden → Glycosphingolipide (kunnen variëren – spelen rol bij bloedgroepen)

Cholesterol

- bestaat uit hydrofoob deel met ringen en een hydrofiele OH groep
- in verschillende biomembranen & een belangrijke bouwsteen
- precursormolecule = basis van andere moleculen zoals steroïden (cortisone, estradiol…) en galzuur
→ precursor van vitamine D: onder invloed van UV omzetting – essentieel voor calciumopname; botopbouw

Bewegelijkheid van lipiden in een biomembraan
− Axiale rotatie = draaiing om de as
− Laterale diffusie = beweging binnen het vlak
o Aangetoond met FRAP = deeltjes gaan diffunderen naar andere gebiedjes
− Flip-flop = een fosfolipide gaat met het hoofd door het membraan (energetisch moeilijk; kost E)
o Nood aan enzymen flippase – gebruikt ATP
o Metingen van flip-flop met quencher… (dia 33)
o Komt niet veel voor – hierdoor zijn biomembranen asymmetrisch
− Beweging van vetzuurstaarten = de staartjes kunnen bewegen en flapperen
o Temperatuur
▪ Bij verwarmen gaat de geordende structuur → vloeibaar – ordening vetzuren wordt verstoord
▪ Vloeibaar en dunner membraan
▪ Waarde T is afhankelijk van de onderlinge kracht van de staartjes (hoe groter, hoe hoger T)
• Hydrofoob effect = bij samenkomen is er een hogere entropie – meer vrijheid
deeltjes
• Van der Waalskrachten = groot indien dicht bij elkaar
o Aard en lengte van devetzuurketens
o Cholesteol

Veel voorkomende vetzuren
→ Verzadigde vetzuren = zonder dubbele bindingen – rechte moleculen
→ Onverzadigde vetzuren = met dubbele bindingen – knikje

In biomembranen: meestal cis vetzuren (grote groepen zitten aan dezelfde kant)

- Linolzuur = onverzadigd cis = essentieel; inname via voeding = omega 6 vetzuur
→ omega staat voor waar de onverzadigdheden zitten in het molecule

- Palmzuur = verzadigd → makkelijk vormen van biomembranen
- Oleaatzuur = onverzadigd → moeilijker vormen van membraan door knikje
→ slechte stapeling en dus minder VDW-krachten → meer beweging; vloeibaar

+ korte vetzuren ondergaan minder VDW-kracht: over algemeen vloeibaar

, Effecten van de lipidensamenstelling
Cholesterol kan de gaatjes opvullen tussen staartjes → meer VDW-krachten → steviger membraan
→ minder vloeibaar; dikker membraan
→ sfingolipiden zijn de dikste = lipid rafts = belangrijke functie in signaaltransductie
→ elk membraan heeft zones met verschillende vloeibaarheid en diktes

Kromming van de membraan
→ aan de binnenkant moet er een sterkere kromming zijn
→ PE: hoofdjes zij smaller dan de vetzuurstaarten = kegelvormig = sterke kromming
→ aan de buitenkant is de kromming minder
→ PC: hoofdjes en vetzuurstaarten zijn ongeveer even breed = recht

Functies van de plasmamembraan
→ Barrière
o Doorlaatbaar voor bepaalde stoffen
▪ Gassen, ethanol en water diffunderen in bepaalde mate door het membraan
▪ Suikers, geladen ionen en grote polaire moleculen kunnen er niet door
▪ Doorlaatbaarheid kan geregeld worden met bepaalde proteïnen (= transport door biomembranen)
o Osmotische druk
▪ Oorzaak verplaatsing van water in en uit de cel
▪ Hierdoor zijn sommige membranen meer doorlaatbaar voor water & niet voor zouten
▪ Bij menselijke cellen is er geen celwand waardoor de cel kan krimpen/zwellen
→ Elektrische condensator
o Opslagplaat voor ladingen
o Polaire hoofdjes in een zoutoplossing → geleidend
o Capaciteit van biomembranen berekenen met gekende oppervlakte DIA 66
→ Reservoir voor signaalmoleculen
o Splitsing van fosfoglyceriden door verschillende fosfolipasen
o Specifieke enzymen (PLA1, PLA2, PLC & PLD) knippen op specifieke plaatsen
o PLC = zeer belangrijk
▪ Splitsing signaalmoleculen ter vorming van 2 nieuwe signaalmoleculen
▪ PIP2 wordt gesplitst in IP3 en DAG (zie dia 69)
→ 2D-vloeistof
o Membranen zitten vol met eiwitten (20-80%)
o Integrale membraaneiwitten: helemaal door het membraan
▪ Peptideketen 1/+ doorheen membraan
▪ Intramembranair, cytosolisch en exoplasmatisch deel
▪ Probleem! Hydrofobe kern en een hydrofiele AZ-keten; zijketens zijn niet compatibel met
membraan
• Alfa-helix = minstens 6 windingen waarbij hydrofobe zijketens naar buiten staan (20-25 AZ)
→ identificatie van transmembranaire helices door analyse AZ sequentie
→ single pass – multi-pass
• Bèta-barrel = vorming tonnentje door beta-sheets; AZ liggen steeds een tegenovergestelde
kant
→ buitenste AZ zijn hydrofoob
→ vorming porines = kanalen in buitenste membraan van bacteriën
o Perifere membraaneiwitten: hangen aan het membraan via ander eiwit
▪ Niet-covalente binding aan fosfolipiden of membraanproteïnen
• H-bruggen, hydrofobe interacties, vdW, elektrostatische krachten
▪ Exoplasmatisch of cytosolisch
▪ Geen eeuwige vasthechting – kunnen breken/vormen
▪ Bepaalde motieven in eiwitten willen reageren met motieven in membraanlipiden

Document information

Study
Uploaded on
September 27, 2026
Number of pages
37
Written in
2024/2025
Type
Summary
$12.64

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
2
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions