Flow marketing (Karel de Grote Hogeschool)
Scan to open on Studocu
Studocu is not sponsored or endorsed by any college or university
Downloaded by Felix Daenen ()
, Elise Laeven MAR107A
Flow Marketing
Marketing = de ruil van waarde tussen consument/klant en merk. B2B= klant, B2C= consument.
Waarde= geld, product of dienst (Netflix), of service (Ryanair).
Flow = is de mentale staat waarin men met volle concentratie een taak uitvoert,
dat er bijna geen aandacht is voor ruimte en tijd. -> volledige focus op het bereiken van
eindresultaat. = betekent dat men zeer doelgericht te werk gaat, onmiddellijke acties zien en
er tevreden over zijn.
Flow marketing = = is een nieuwe manier van marketing die erop gericht is om consumer flow te
bereiken door antwoord te geven op zes vragen:.
1. Content: “Wat leg ik in mijn winkel?”
2. Conversatie: “Hoe antwoord ik op vragen en reacties?”
3. Conversie: “Hoe kan ik interesse van consumenten omzetten in aankoop en
tevreden gebruik?”
4. Brand Activation: “Hoe kan ik mensen naar mijn winkel krijgen?”
5. Omnichannel: “Waar dien ik etalages te hebben?”
6. Customer Experience: “Hoe zorg ik voor tevreden gebruikers?”
Consumer flow = De mentale staat waarin een consument zich bevindt als die een frictie
loze ervaring (seamless experience) heeft zowel bij het aankoopproces als bij het
gebruikersproces.
Makkelijker:
Betekent dat de consument vlot, op elke plaats en elk moment een product of
dienst kan kopen of gebruiken, zonder drempels of hindernissen.
- BV je gaat ijsje kopen voor 7eur -> je schrikt van de prijs – dat is frictie dus
je moet dat vermijden. Hoe makkelijk je de consument flow bereikt -> dan
is de klant tevreden.
- Flow betekent alleen goede ervaringen: De consument ervaart het proces
als naadloos, aangenaam en zonder zorgen.
Voorbeeld: je bestelt online iets in 2 klikken en het is de volgende dag
geleverd.
En frictie zijn slechte ervaringen. Frictie zijn hinderissen die voortkomen tijdens de aankoop
en gebruiksproces.
- Alles wat het proces moeilijker of minder aangenaam maakt (bv: prijs-
schok, lange wachttijden, ingewikkeld bestelproces, slechte service…).
Voorbeeld: je wil dat ijsje kopen en schrikt van de prijs → dat verstoort je flow
Customer flow beschrijft de manier waarop de consument aankoopt, customer
flow stelt zich vier vragen om te komen tot een slimme aankoop. Aan elke
vraag kan een duidelijke stap verbonden worden. Deze stappen vormen de
stadia van de customer flow. Met deze flow kan men het
consumentengedrag bepalen.
1. Oriëntatie: Welke merken, producten, diensten voldoen allemaal aan mijn
vraag/behoefte, zijn betaalbaar en kan ik gemakkelijk en snel aankopen?
2. Beslissen: Wat is de beste keuze gegeven mijn beschikbare budget en tijd?
3. Kopen: Hoe kan ik het gemakkelijkst het product in bezit krijgen in ruil voor geld?
4. Gebruiken: Wat is de beste manier om het product te gebruiken?
Touchpoint= is elke aanraking van een consument met een merk.
2
, Elise Laeven MAR107A
Flow in 2delen:
- customer flow: is het aankoopproces - er zijn 4 fasen ( oriënteren,
beslissen, kopen en gebruiken)
- consumer flow: is het einddoel van marketing, bv je wilt een pc – kijkt bij apple – en krijgt
een pc. Dit proces moet frictieloos gebeuren. Dus het merk heeft gedaan wat die moet
doen.
De essentie van Flow Marketing is dat marketing niet bestaat uit op zichzelf
bestaande strategieën, analyses en activiteiten maar dat alles verbonden is.
I Consument: onzekerheid, vertrouwen en behoeften
II customer flow: proces van aankopen = sales funnel (oriënteren – beslissen – kopen-
gebruiken)
III Aanbod: waardeaanbod: productie, prijs en gemak
: merk
IV Flow marketing disciplines: taken van bedrijven (content – conversie – conversatie)
V Flow marketing strategieen: brand activation – omnichannel – customer experience
Intro:
1) Maatschappij is duurzaamheid
3 ECG- doelstellingen: (ecologisch, sociaal en beleidsmatige duurzaamheid)
- Ecologisch duurzaamheid: Dit zijn bedrijven die een positieve impact hebben op klimaat
en milieu.
o Dit zijn bedrijven die werk maken van kortere ketens en zoveel mogelijk lokaal
producten produceren.
o Hierbij moet je greenwashing vermijden= dat is wanneer je labels gebruikt die
niet zijn goedgekeurd bv bij macdonalds. Dus dat je alsof doet dat je ecologisch
bent maar eigenlijk niet. Als je niet ecologische bent moet je mond houden ipv
3
, Elise Laeven MAR107A
valse info te geven.
- Sociaal duurzaamheid: hier heb je de hoofdthema’s: gelijkheid ( bv ijsbol moet voor
iedereen gelijk zijn) en inclusiviteit ( dat het product niet alleen beschikbaar is voor S
maten) en diversiteit (Bv verschillende modellen op je pagina hebben.)
o Hierbij gaat men persoonlijke groei van elke WN, consument en leverancier
nastreven.
o Hierbij moet je discriminatie/ uitsluiting –> vermijden.
- Beleidsmatige duurzaamheid: is wie je bent als bedrijf
o Gaat over goed bestuur, hoe bedrijven beslissingen maken en uitvoert en wie
waarvoor verantwoordelijk is. Winst hergebruiken in duurzame oplossing.
o Vermijden: oneerlijke lonen voor wn’s, grensoverschrijdend gedrag wordt
vastgelegd -> niet duurzaam, onverantwoorde prijsstelling.
2) Marketeer
Kate Raworth geeft met haar donutmodel een duidelijke kijk op ecologische en sociale
duurzaamheid. Ze stelt dat bedrijven en organisaties maar binnen een bepaalde bandbreedte
gezond kunnen groeien:
• Te veel groei → dan overschrijden ze het ecologisch plafond en veroorzaken schade
aan klimaat en milieu.
• Te weinig groei of faillissement → dan wordt het sociale fundament bedreigd:
mensen verliezen toegang tot basisbehoeften zoals voedsel, water, werk, inkomen en
huisvesting.
De beste plek is dus de groene zone in de donut: de veilige en rechtvaardige ruimte voor
de mensheid. Hier kunnen bedrijven welvaart creëren, werk en inkomen bieden, en tegelijk
zorg dragen voor mens en planeet. Het model laat zien dat grenzeloze groei niet duurzaam
is.
Dus te veel groei schaadt milieu en planeet, te weinig groei schaadt mensen en
samenleving. Het doel is dus balans in de groene zone.
Bijvoorbeeld:
Te veel groei:
• Fabriek die te veel CO₂ uitstoot → schade aan klimaat
• Intensieve landbouw → bodemuitputting en verlies biodiversiteit
Te weinig groei:
• Bedrijf failliet → banen en inkomen weg
• Te weinig investeringen in scholen en ziekenhuizen → mensen missen
basisvoorzieningen.
4