Antinutriënten = natuurlijke stoffen in vooral plantaardig voedsel ( zoals peulvruchten, granen, zaden en bepaalde groenten ) die de opname van voedingsstoffen kunnen remmen
(bv. eiwitten, mineralen, enzymwerking) bij mens & dier. Ze hebben vaak een beschermende functie voor de plant.
👉 Ze zijn niet enkel “slecht”: in lage hoeveelheden kunnen ze ook voordelen hebben (zoals antioxidatieve effecten, cholesterolverlagende).
👉 Impact hangt af van hoeveelheid, bereiding en totaal dieet.
ANTINUTRIËNTEN
👉 In de EU zijn er geen vaste limieten, maar bij “nieuwe voedingsmiddelen” (Novel Foods) worden ze wel beoordeeld op veiligheid.
👉 Autoriteiten zoals de EFSA kunnen voorwaarden opleggen (bv. verhitting of maximale dosering).
👉 Belangrijke types: tannines, lectines, enzymremmers, glucosinolaten, fytinezuur, oxaalzuur en saponines.
categorie antinutriënten
naam tannines
verbinding polyfenolische
plantaardige voedingsmiddelen: in hoge concentraties aanwezig in thee, wijn, koffie, cacao,
bron
noten en verschillende fruitsoorten zoals druiven, granaatappel en onrijpe bananen.
- sterke bindingen met proteïnen, polysachariden en mineralen
--> astringentie (droge mondholte)
- bemoeilijkt de spijsvertering via 2 mechanismen
werking 1) tannines binden zich aan voedingsproteïnen --> minder toegankelijk worden voor afbraak door enzymen
2) tannines binden zich aan spijsverteringsenzymen --> remming van de enzymatische activiteit
1+2 -> totale efficiëntie van de nutriëntopname ↘
tannines vormen onoplosbare complexen met essentiële mineralen zoals ijzer, zink en calcium --> mineralen niet door de darmwand opgenomen.
tannines - Accute effecten :
* bij hoge dosis gastrointestinale klachten zoals misselijkheid, buikpijn, braken en diarree; verminderde maaglediging en volheidsgevoel, soms met verminderde eetlust.
* zeer hoge blootstelling aan tannines -->hoofdpijn, lage bloeddruk en algemene malaise
gezondheid
- Chronische effecten:
* verminderde eiwitvertering en lagere benutting van essentiële aminozuren
* verminderde opname zijn van mineralen --> bloedarmoede en verminderde botmineralisatie
- sterke anti-oxidatieve werking
- antimicrobiële & antivirale eigenschappen
gezondheid
- mogelijke antikankerwerking (remming van tumorcelproliferatie en inductie van apoptose)
- vaatverwijdende en ontstekingsremmende effecten
richtlijnen - beperkt door weken, fermenteren, kiemen en koken
regulering
, categorie antinutriënten
naam lectines
verbinding eiwitachtige verbindingen
bron peulvruchten (zoals bonen, linzen en pinda’s) en in volle granen
-specifiek en sterk te binden aan koolhydraatstructuren op celmembranen en glycoproteïnen
--> in de darmwand --> verhoogde intestinale permeabiliteit + beschadiging van de darmepitheelcellen --> verminderde
absorptie van voedingsstoffen
werking
- binding aan voedingscomponenten of spijsverteringsenzymen in het gastro-intestinaal kanaal --> vertering en opname verder belemmer
- immuuncellen activeren of stimuleren (evt. bijdragen aan ontstekingsreacties of allergische responsen)
- bepaalde lectines ( fytohemagglutinine in rode bonen) --> hemagglutinerende werking --> rode bloedcellen + andere cellen kunnen samenklonteren
- Accute effecten :
* (ernstige) gastro-intestinale klachten zoals misselijkheid, buikpijn, braken en diarree
lectines * beschadiging van het darmepitheel --> verhoogde intestinale permeabiliteit (leaky gut) en malabsorptie
* systemische effecten optreden: koorts, hoofdpijn, hypotensie en algemene malaise
* acute hemagglutinatie van rode bloedcellen in extreme gevallen leiden tot anemie en orgaanschade.
gezondheid
- Chronische effecten:
* als gevolg van een langdurige verstoring van de darmfunctie + verstoring van de opname van voedingsstoffen (ijzer, calcium,
zink, fosfor) en eiwitten --> verhoogd risico op deficiënties en groeivertraging
* aanhoudende immuunactivatie + verhoogde darmpermeabiliteit --> bijdragen aan de verergering van reeds bestaande chronische darmziekten, zoals bvb. inflammatoire
darmziekten.
- potentiële antitumorale werking door inductie van apoptose en remming van celdeling in tumorcellen
gezondheid - stimulatie van immuuncellen en versterking van afweer tegen pathogenen
- antimicrobiële en antivirale (binding aan bacteriële of virale oppervlaktereceptoren)
richtlijnen - grondige vochtige verhitting
regulering - koken, weken en fermentatie
, categorie antinutriënten
naam (Chymo)trypsine inhibitoren
verbinding proteïneachtige verbindingen
peulvruchten zoals sojabonen, bonen, linzen en erwten, en in lagere concentraties in granen en aardappelen
bron
NB: resistent tegen gedeeltelijke degradatie door pepsine en kunnen overleven in de zure omgeving van de maag
- kleine proteïnen die zich binden aan de actieve plaatsen van de spijsverteringsenzymen trypsine (op de
hydrofiele residuen) en chymotrypsine (p de hydrofobe (aromatische)residuen)
werking
- binding inhibeert de proteolytische activiteit van deze spijsverteringenzymen + vermindert afbraak van eiwitten in het duodenum en de beschikbaarheid van vrije aminozuren
voor absorptie
- Accute effecten :
(Chymo)trypsine * lichaam kan eiwitten niet correct afbreken --> spijsverteringsklachten (opgeblazen gevoel, winderigheid en diarree, veroorzaakt door onverteerde eiwitten in de darm)
inhibitoren gezondheid - Chronische effecten:
* risico op eiwittekort--> groeivertraging bij kinderen, spierafbraak, verminderde immuniteit en algemene vermoeidheid
* lagere beschikbaarheid van aminozuren --> indirecte tekorten aan mineralen.
-potentiële antitumorale werking door remming van proteasen
gezondheid - mogelijke ontstekingsremmende effecten
- regulatie van celgroei en mogelijke bescherming tegen schadelijke effecten van een eiwitoverschot
- warmtegevoelige eiwitten
richtlijnen - koken, stomen of roosteren van peulvruchten > 80% van de actieve inhibitoren inactiveren
regulering - weken, kiemen, fermentatie, infrarood- of radiofrequentieverhitting --> concentratie verder verminderen zonder overmatige denaturatie van voedingsproteïnen
categorie antinutriënten
naam Amylase-inhibitoren
verbinding eiwitachtige verbindingen
bron granen, peulvruchten (vooral bonen) en in kleinere hoeveelheden in aardappele
- sterke binding aan de actieve plaatsen van het spijsverteringsenzym α-amylase --> verhindering afbraak van zetmeel, meer bepaald de omzetting in maltose en andere
oligosachariden
werking
- relatief stabiel -->maagpassage overleven --> effect in de dunne darm uit te oefenen --> groter deel van de koolhydraten de dikke darm bereikt --> worden gefermenteerd door de
microbiota
- Accute effecten :
Amylase- * veroorzaakt door fermentatie van onverteerd zetmeel in de dikke darm: winderigheid, opgeblazen gevoel, buikpijn en diarree
- Chronische effecten:
inhibitoren gezondheid
* langdurige lagere opname van glucose (+ evt ↘ totale calorische beschikbaarheid --> groeivertraging, gewichtsverlies en
vermoeidheid)
- dysbiose (verandering van samenstelling van het darmmicrobioom)
- + opglucosemetabolisme door ↘ postprandiale bloedsuikerpieken --> +diabetes type 2 en insulineresistentie
gezondheid - gewichtsverlies of -beheersing
- productie van korteketenvetzuren --> + op darmgezondheid
- hittegevoelig
richtlijnen
- koken, weken, fermentatie en roosteren
regulering
NB: Vooral bij bonen is het koken essentieel om toxische niveaus van zowel lectines als amylase-inhibitoren te inactiveren.
, categorie antinutriënten
naam Glucosinolaten
zwavelhoudende secundaire metabolieten
verbinding
NB: vaste basisstructuur, waaraan variabele zijketens bevestigd zijn + geur- en smaakbepalend (licht bittere, scherpe smaak).
bron kruisbloemige groenten zoals kool, broccoli, spruitjes, bloemkool, mosterd en rapen
- Glucosinolaten zijn op zichzelf inactief, maar worden actief wanneer ze in contact komen met het enzym myrosinase (bv. bij kauwen of snijden).
- Dan ontstaan afbraakproducten zoals isothiocyanaten, nitrilen en thiocyanaten.
* Isothiocyanaten: kunnen ontgifting ondersteunen, maar in hoge dosis schadelijk zijn.
werking
* Nitrilen: minder actief, maar bij hoge inname belastend voor lever en nieren.
*Thiocyanaten: remmen jodiumopname → mogelijk effect op de schildklier.
* Ook na verhitting kan de darmflora nog voor afbraak zorgen.
- Accute effecten :
* irritatie van het maag-darmkanaal : opgeblazen gevoel, winderigheid en diarree.
Glucosinolaten - Chronische effecten:
gezondheid * verstoring hormoonhuishouding:
° thiocyanaten --> jodiumopname in de schildklier remmen --> hypothyreoïdie en struma
° isothiocyanaten --> cytotoxiciteit en DNA-schade
° nitrilen --> uitscheidingsorganen belasten --> lever- en nierbeschadiging
- kankerverwekkende stoffen neutraliseren door activeren detoxificatie-enzymen door isothiocyanaten
- lager risico op borst-, prostaat-, darm- en longkanker
gezondheid - glucosinolaat-afbraakproducten ↘
- kans op kruisbloemige groenten ↘ atherosclerose en hypertensie
- bepaalde afbraakproducten beïnvloeden + de darmmicrobiota --> verbeterde darmbarrièrefunctie
- Koken en blancheren
richtlijnen
- Stomen wordt niet geadviseerd
regulering
- gevarieerd eten
(bv. eiwitten, mineralen, enzymwerking) bij mens & dier. Ze hebben vaak een beschermende functie voor de plant.
👉 Ze zijn niet enkel “slecht”: in lage hoeveelheden kunnen ze ook voordelen hebben (zoals antioxidatieve effecten, cholesterolverlagende).
👉 Impact hangt af van hoeveelheid, bereiding en totaal dieet.
ANTINUTRIËNTEN
👉 In de EU zijn er geen vaste limieten, maar bij “nieuwe voedingsmiddelen” (Novel Foods) worden ze wel beoordeeld op veiligheid.
👉 Autoriteiten zoals de EFSA kunnen voorwaarden opleggen (bv. verhitting of maximale dosering).
👉 Belangrijke types: tannines, lectines, enzymremmers, glucosinolaten, fytinezuur, oxaalzuur en saponines.
categorie antinutriënten
naam tannines
verbinding polyfenolische
plantaardige voedingsmiddelen: in hoge concentraties aanwezig in thee, wijn, koffie, cacao,
bron
noten en verschillende fruitsoorten zoals druiven, granaatappel en onrijpe bananen.
- sterke bindingen met proteïnen, polysachariden en mineralen
--> astringentie (droge mondholte)
- bemoeilijkt de spijsvertering via 2 mechanismen
werking 1) tannines binden zich aan voedingsproteïnen --> minder toegankelijk worden voor afbraak door enzymen
2) tannines binden zich aan spijsverteringsenzymen --> remming van de enzymatische activiteit
1+2 -> totale efficiëntie van de nutriëntopname ↘
tannines vormen onoplosbare complexen met essentiële mineralen zoals ijzer, zink en calcium --> mineralen niet door de darmwand opgenomen.
tannines - Accute effecten :
* bij hoge dosis gastrointestinale klachten zoals misselijkheid, buikpijn, braken en diarree; verminderde maaglediging en volheidsgevoel, soms met verminderde eetlust.
* zeer hoge blootstelling aan tannines -->hoofdpijn, lage bloeddruk en algemene malaise
gezondheid
- Chronische effecten:
* verminderde eiwitvertering en lagere benutting van essentiële aminozuren
* verminderde opname zijn van mineralen --> bloedarmoede en verminderde botmineralisatie
- sterke anti-oxidatieve werking
- antimicrobiële & antivirale eigenschappen
gezondheid
- mogelijke antikankerwerking (remming van tumorcelproliferatie en inductie van apoptose)
- vaatverwijdende en ontstekingsremmende effecten
richtlijnen - beperkt door weken, fermenteren, kiemen en koken
regulering
, categorie antinutriënten
naam lectines
verbinding eiwitachtige verbindingen
bron peulvruchten (zoals bonen, linzen en pinda’s) en in volle granen
-specifiek en sterk te binden aan koolhydraatstructuren op celmembranen en glycoproteïnen
--> in de darmwand --> verhoogde intestinale permeabiliteit + beschadiging van de darmepitheelcellen --> verminderde
absorptie van voedingsstoffen
werking
- binding aan voedingscomponenten of spijsverteringsenzymen in het gastro-intestinaal kanaal --> vertering en opname verder belemmer
- immuuncellen activeren of stimuleren (evt. bijdragen aan ontstekingsreacties of allergische responsen)
- bepaalde lectines ( fytohemagglutinine in rode bonen) --> hemagglutinerende werking --> rode bloedcellen + andere cellen kunnen samenklonteren
- Accute effecten :
* (ernstige) gastro-intestinale klachten zoals misselijkheid, buikpijn, braken en diarree
lectines * beschadiging van het darmepitheel --> verhoogde intestinale permeabiliteit (leaky gut) en malabsorptie
* systemische effecten optreden: koorts, hoofdpijn, hypotensie en algemene malaise
* acute hemagglutinatie van rode bloedcellen in extreme gevallen leiden tot anemie en orgaanschade.
gezondheid
- Chronische effecten:
* als gevolg van een langdurige verstoring van de darmfunctie + verstoring van de opname van voedingsstoffen (ijzer, calcium,
zink, fosfor) en eiwitten --> verhoogd risico op deficiënties en groeivertraging
* aanhoudende immuunactivatie + verhoogde darmpermeabiliteit --> bijdragen aan de verergering van reeds bestaande chronische darmziekten, zoals bvb. inflammatoire
darmziekten.
- potentiële antitumorale werking door inductie van apoptose en remming van celdeling in tumorcellen
gezondheid - stimulatie van immuuncellen en versterking van afweer tegen pathogenen
- antimicrobiële en antivirale (binding aan bacteriële of virale oppervlaktereceptoren)
richtlijnen - grondige vochtige verhitting
regulering - koken, weken en fermentatie
, categorie antinutriënten
naam (Chymo)trypsine inhibitoren
verbinding proteïneachtige verbindingen
peulvruchten zoals sojabonen, bonen, linzen en erwten, en in lagere concentraties in granen en aardappelen
bron
NB: resistent tegen gedeeltelijke degradatie door pepsine en kunnen overleven in de zure omgeving van de maag
- kleine proteïnen die zich binden aan de actieve plaatsen van de spijsverteringsenzymen trypsine (op de
hydrofiele residuen) en chymotrypsine (p de hydrofobe (aromatische)residuen)
werking
- binding inhibeert de proteolytische activiteit van deze spijsverteringenzymen + vermindert afbraak van eiwitten in het duodenum en de beschikbaarheid van vrije aminozuren
voor absorptie
- Accute effecten :
(Chymo)trypsine * lichaam kan eiwitten niet correct afbreken --> spijsverteringsklachten (opgeblazen gevoel, winderigheid en diarree, veroorzaakt door onverteerde eiwitten in de darm)
inhibitoren gezondheid - Chronische effecten:
* risico op eiwittekort--> groeivertraging bij kinderen, spierafbraak, verminderde immuniteit en algemene vermoeidheid
* lagere beschikbaarheid van aminozuren --> indirecte tekorten aan mineralen.
-potentiële antitumorale werking door remming van proteasen
gezondheid - mogelijke ontstekingsremmende effecten
- regulatie van celgroei en mogelijke bescherming tegen schadelijke effecten van een eiwitoverschot
- warmtegevoelige eiwitten
richtlijnen - koken, stomen of roosteren van peulvruchten > 80% van de actieve inhibitoren inactiveren
regulering - weken, kiemen, fermentatie, infrarood- of radiofrequentieverhitting --> concentratie verder verminderen zonder overmatige denaturatie van voedingsproteïnen
categorie antinutriënten
naam Amylase-inhibitoren
verbinding eiwitachtige verbindingen
bron granen, peulvruchten (vooral bonen) en in kleinere hoeveelheden in aardappele
- sterke binding aan de actieve plaatsen van het spijsverteringsenzym α-amylase --> verhindering afbraak van zetmeel, meer bepaald de omzetting in maltose en andere
oligosachariden
werking
- relatief stabiel -->maagpassage overleven --> effect in de dunne darm uit te oefenen --> groter deel van de koolhydraten de dikke darm bereikt --> worden gefermenteerd door de
microbiota
- Accute effecten :
Amylase- * veroorzaakt door fermentatie van onverteerd zetmeel in de dikke darm: winderigheid, opgeblazen gevoel, buikpijn en diarree
- Chronische effecten:
inhibitoren gezondheid
* langdurige lagere opname van glucose (+ evt ↘ totale calorische beschikbaarheid --> groeivertraging, gewichtsverlies en
vermoeidheid)
- dysbiose (verandering van samenstelling van het darmmicrobioom)
- + opglucosemetabolisme door ↘ postprandiale bloedsuikerpieken --> +diabetes type 2 en insulineresistentie
gezondheid - gewichtsverlies of -beheersing
- productie van korteketenvetzuren --> + op darmgezondheid
- hittegevoelig
richtlijnen
- koken, weken, fermentatie en roosteren
regulering
NB: Vooral bij bonen is het koken essentieel om toxische niveaus van zowel lectines als amylase-inhibitoren te inactiveren.
, categorie antinutriënten
naam Glucosinolaten
zwavelhoudende secundaire metabolieten
verbinding
NB: vaste basisstructuur, waaraan variabele zijketens bevestigd zijn + geur- en smaakbepalend (licht bittere, scherpe smaak).
bron kruisbloemige groenten zoals kool, broccoli, spruitjes, bloemkool, mosterd en rapen
- Glucosinolaten zijn op zichzelf inactief, maar worden actief wanneer ze in contact komen met het enzym myrosinase (bv. bij kauwen of snijden).
- Dan ontstaan afbraakproducten zoals isothiocyanaten, nitrilen en thiocyanaten.
* Isothiocyanaten: kunnen ontgifting ondersteunen, maar in hoge dosis schadelijk zijn.
werking
* Nitrilen: minder actief, maar bij hoge inname belastend voor lever en nieren.
*Thiocyanaten: remmen jodiumopname → mogelijk effect op de schildklier.
* Ook na verhitting kan de darmflora nog voor afbraak zorgen.
- Accute effecten :
* irritatie van het maag-darmkanaal : opgeblazen gevoel, winderigheid en diarree.
Glucosinolaten - Chronische effecten:
gezondheid * verstoring hormoonhuishouding:
° thiocyanaten --> jodiumopname in de schildklier remmen --> hypothyreoïdie en struma
° isothiocyanaten --> cytotoxiciteit en DNA-schade
° nitrilen --> uitscheidingsorganen belasten --> lever- en nierbeschadiging
- kankerverwekkende stoffen neutraliseren door activeren detoxificatie-enzymen door isothiocyanaten
- lager risico op borst-, prostaat-, darm- en longkanker
gezondheid - glucosinolaat-afbraakproducten ↘
- kans op kruisbloemige groenten ↘ atherosclerose en hypertensie
- bepaalde afbraakproducten beïnvloeden + de darmmicrobiota --> verbeterde darmbarrièrefunctie
- Koken en blancheren
richtlijnen
- Stomen wordt niet geadviseerd
regulering
- gevarieerd eten