\
1
,Protozoa
= Ééncellige parasieten die kunnen voortbewegen, voeden en aan osmoregulatie doen
Protozoa: differentiatie
Protophyta Plantaardig autotroof → Zowel ééncelligen als meercelligen
E + CO2 + H2O → suikers & O2
Protista
Dierlijk heterotroof → ééncelligen
Protozoa Sukers/vetten/eiwitten + O2 → ATP + CO2
Voortbeweging
→ Cilien, flagellen, pseudopodiën en glijmechanisme
Voortplanting
Ongeslachtelijke voortplanting Geslachtelijke voortplanting
+: Zeer snel en geen andere parasiet nodig -: Duurt langer en is complexer
-: Identieke populatie → eenmaal er immuniteit is van de +: genetische variatie → Hogere
gastheer, is dit tegen heel de populatie resistentie
• Tweedeling • Syngamie
• Merogonie • Conjugatie
2
,1) Tweedeling = celdeling volgens de lengteas
2) Merogonie = opdeling van de moedercel in dochtercellen
- Endodyogenie = uit de moedercel ontstaan 2
dochterstellen door inwendige knopvorming
- Endopolygenie = uit de medercel onstaan meerdere
dochtercel door inwendige knopvorming
- Schizogonie = eerst kernvermeerdering in de dochtercel
waarna de moedercel uit elkaar valt met het aantal
dochtercellen overeenkomstig met het kernaantal
→ Moedercel = schizont
→ Dochtercel = merozoïeten
3) Syngamie = bevruchting = versmelten van 2 cellen (gameten) met vorming zygote
- Mannelijke gameet = microgameet
- Vrouwelijke gameet = macrogameet (gevormd uit
microgametocyten/microgamonten & macrogametocyten/macrogamonten)
→ Gametogonie/gamogonie= proces van gametenvorming
→Sporogonie volgt vaak syngamie en vormt sporozoïeten
4) Conjugatie = paren van 2 organismen waarbij gedeeltelijk hun kernmateriaal
uitgewisseld wordt (ciliaten)
3
, Pathogenese & Levenscyclus species
Sarcomastigophora
Mastigophora = flagellaten vs Sarcodina = amoeben
Flagellen en/of pseudopodia
Aseksuele voortplanting: tweedeling
Kinetoplastida
→ aanwezigheid kinetoplast: speciaal type mitochondrie en bevat DNA. Zit dicht bij basaal
lichaam (implanting flagel)
→ Kunnen in levenscyclus verschillende vormen
aannemen. In volgorde op de foto:
1) Amastigote vorm = afgerond lichaam, geen flagel
2) Promastigote vorm = flagel ingeplant aan vooreinde
3) Epimastigote vorm = flagel ingeplant halverwege cel, maar nog voor de kern
4) Trypomastigote vorm = flagel ingeplant achteraan cel
4
1
,Protozoa
= Ééncellige parasieten die kunnen voortbewegen, voeden en aan osmoregulatie doen
Protozoa: differentiatie
Protophyta Plantaardig autotroof → Zowel ééncelligen als meercelligen
E + CO2 + H2O → suikers & O2
Protista
Dierlijk heterotroof → ééncelligen
Protozoa Sukers/vetten/eiwitten + O2 → ATP + CO2
Voortbeweging
→ Cilien, flagellen, pseudopodiën en glijmechanisme
Voortplanting
Ongeslachtelijke voortplanting Geslachtelijke voortplanting
+: Zeer snel en geen andere parasiet nodig -: Duurt langer en is complexer
-: Identieke populatie → eenmaal er immuniteit is van de +: genetische variatie → Hogere
gastheer, is dit tegen heel de populatie resistentie
• Tweedeling • Syngamie
• Merogonie • Conjugatie
2
,1) Tweedeling = celdeling volgens de lengteas
2) Merogonie = opdeling van de moedercel in dochtercellen
- Endodyogenie = uit de moedercel ontstaan 2
dochterstellen door inwendige knopvorming
- Endopolygenie = uit de medercel onstaan meerdere
dochtercel door inwendige knopvorming
- Schizogonie = eerst kernvermeerdering in de dochtercel
waarna de moedercel uit elkaar valt met het aantal
dochtercellen overeenkomstig met het kernaantal
→ Moedercel = schizont
→ Dochtercel = merozoïeten
3) Syngamie = bevruchting = versmelten van 2 cellen (gameten) met vorming zygote
- Mannelijke gameet = microgameet
- Vrouwelijke gameet = macrogameet (gevormd uit
microgametocyten/microgamonten & macrogametocyten/macrogamonten)
→ Gametogonie/gamogonie= proces van gametenvorming
→Sporogonie volgt vaak syngamie en vormt sporozoïeten
4) Conjugatie = paren van 2 organismen waarbij gedeeltelijk hun kernmateriaal
uitgewisseld wordt (ciliaten)
3
, Pathogenese & Levenscyclus species
Sarcomastigophora
Mastigophora = flagellaten vs Sarcodina = amoeben
Flagellen en/of pseudopodia
Aseksuele voortplanting: tweedeling
Kinetoplastida
→ aanwezigheid kinetoplast: speciaal type mitochondrie en bevat DNA. Zit dicht bij basaal
lichaam (implanting flagel)
→ Kunnen in levenscyclus verschillende vormen
aannemen. In volgorde op de foto:
1) Amastigote vorm = afgerond lichaam, geen flagel
2) Promastigote vorm = flagel ingeplant aan vooreinde
3) Epimastigote vorm = flagel ingeplant halverwege cel, maar nog voor de kern
4) Trypomastigote vorm = flagel ingeplant achteraan cel
4