PRINS ET AL. HOOFDSTUK 1
GESCHIEDENIS VAN GEDRAGSTHERAPIE BIJ KINDEREN EN JEUGDIGEN
De moderne geschiedenis van de kindergedragstherapie begint in de jaren twintig van de 20e eeuw. Al in de eerste
behandelexperimenten zijn de huidige standaardprocedures terug te vinden. Toepassingen op grote schaal bleven
echter uit. In het onderwijs werd ook geprobeerd om gedragstherapeutische methoden te introduceren, maar ook
dat mislukte.
De echte doorbraak van de gedragstherapie vond pas in de jaren zestig plaats. Gedragstherapeuten richtten zich
toen vooral op de behandeling van kinderen met een ernstige gedrags- of ontwikkelingsstoornis in residentiële
centra. Deze toepassing was met een zeker succes. Behandeling was gebaseerd op de operante
conditioneringsprincipes van Skinner. De eerste programma’s waren vooral gericht op het terugdringen van gedrag
of het systematisch aanleren van taal.
Geleidelijk werd gedragstherapie ook op grotere schaal toegepast. De behandeling was niet alleen voor kinderen
met ernstige problemen of stoornissen.
DRIE GENERATIES GEDRAGSTHERAPIE
De ontwikkeling van de kindergedragstherapie in de afgelopen vijftig jaar kan beschreven worden aan de hand van
drie generaties (ook wel fasen genoemd):
E ERSTE GENERATIE GEDRAGSTHERAPIE : JAREN ’60 TOT ‘80
In deze periode was men vooral gericht op uiterlijk waarneembaar gedrag. Operante en klassieke
conditioneringsprincipes waren de basis voor interventies, en introspectie werd afgekeurd. Gedrag dat
waarneembaar was in combinatie met omgevingskenmerken stonden centraal in de analyse en behandeling van
probleemgedrag.
Bandura voegde een belangrijke dimensie toe aan de operante benadering: principe van modeling. Dit heeft hij
beschreven in de sociale leertheorie. Onder andere hierdoor werd er plaats gemaakt voor de opkomst van de
cognitieve stroming.
In theorievorming zette mensen zich af tegen de heersende stromingen.
T WEEDE GENERATIE GEDRAGSTHERAPIE : JAREN ’80 TOT ‘90
Cognities (gedachten of zelfspraak) zijn geen bijverschijnselen van gedrag, maar functionele onderdelen in de
gedragsketen. Vormen van cognitief leren worden betrokken in de gedragstherapie en worden onderwerp van
assessment en behandeling.
Door overeenstemming over dat deze vormen van leren uit mentale gedragsequenties bestaan en onderdeel zijn
van gedragstherapie werd cognitieve gedragstherapie geboren. Het opsporen van denkfouten, het veranderen van
denken en het aanleren van specifieke gedachten en gevoelens kwam centraal te staan. Er was toenemende
aandacht voor informatieverwerkingsprocessen.
D ERDE GENERATIE GEDRAGSTHERAPIE : EIND JAREN ’90 TOT NU
Er ontstaan nieuwe therapeutische stromen die intrede doen in de cognitieve gedragstherapie.
Acceptance and Commitment Cherapy (ACT), Mindfulness Based Cognitive Therapey (MBCT), Dialectische
Gedragstherapie (DG)
Deze nieuwe behandelvormen richten zich minder op het direct veranderen van gedachten en gevoelens, maar meer
op de functie ervan en de context waarin het zich afspeelt.
Deze stromingen ontwikkelde zich als een antwoord op de grenzen van CGT. Technieken en behandelmodules die
afgeleid zijn van deze benaderingen kunnen een goede aanvulling betekenen op CGT.
1
, Literatuur behandeling – Week 2
KENMERKEN
Definitie Alan Ross:
Kindergedragstherapie, evenals gedragstherapie in het algemeen, kan het best worden omschreven als een
empirische benadering voor psychologische problemen.
Gedrag omvat alle vaarneembare motorische en sociale gedragingen, maar ook uit gedachten Gedragstherapie
houdt zich ook bezig met cognitieve schema’s en gevoelens.
HET ONTWIKKELINGSPERSPECTIEF
In de kindergedragstherapie wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van het kind. Problematisch
functioneren wordt vanuit een ontwikkelingsperspectief bekeken. Kennis van ontwikkelingsfasen, van
leeftijdsgebonden normatieve gedragingen en van spel en verbeelding is van belang.
Adolescenten kunnen minder profiteren van CGT door de cognitieve veranderingen die zij meemaken.
SAMENWERKING MET OUDERS, LEERKRACHT EN DE CONTEXT .
Samenwerken met ouders is al vanaf het begin een centraal kenmerk van de kindergedragstherapie. Gezinsleden
kunnen een rol spelen in de behandeling.
Het is voor ouders belangrijk welke interactiepatronen kunnen bijdragen aan het in stand houden van het
probleemgedrag en de verbetering ervan. Samenwerking met de ouders is ook van belang om het kind of de jongere
te kunnen ondersteunen bij het uitvoeren van de adviezen.
Samenwerking met ouders gaan verder dan alleen het informeren en ondersteunen. Ook de cognities van ouders
zijn vaak onderdeel van de interventie. Verzorgers kunnen als participerende observatoren optreden.
Het uitgebreide cliëntsysteem waarmee men in kindergedragstherapie te maken heeft, maakt de behandeling
ingewikkelder, maar biedt ook mogelijkheden
PROBLEEMOPLOSSEND PROCES
Elk kind en jongere wordt geconfronteerd met steeds weer nieuwe problemen die om een adequete reactie en
oplossing vragen.
NIET PRATEN , MAAR DOEN
Kinderen leren vooral door te doen, meer dan door te praten. Om de therpie zo antrekkelijk mogelijk te houden,
dragen de therapiesessies een speelser karakter. Dit vraagt flexibiliteit in de werkwijze en houdin vna de therapeut.
THERAPEUT ALS COACH
De therapeut is een persoon die iemands vaardigheden versterkt en zijn ontwikkeling stuurt op basis van ervaring.
De therapeut zegt niet hoe het moet, maar leert het kind om zelf na te denken en oplossingen te zoeken, hij heeft
dus een rol van ‘collaborator’.
INDICATIE: GEDRAGSTHERAPIE OF NIET ?
Onderzoek naar moderatoren van behandeleffecten is nog maar in beperkte mate beschikbaar, maar is wel
belangrijk.
Momenteel wordt de voorkeur gegeven aan werkzaam gebleken behandelmethoden. Dit zijn meestal (cognitief-)
gedragstherapeutische methoden en technieken. Belangrijk om te bepalen of gedragstherapie toepasbaar is, is om
na te gaan of het probleem tot stand is gekomen of in stand wordt gehouden door een leerproces. Ook kan
gedragstherapie helpen als problemen verdwijnen door iets nieuws aan te leren.
Kindergedragstherapie heeft deels als doel om de gedragsmogelijkheden van ouders en kinderen uit te breiden. Ook
kan emotionele problematiek, zoals extreme angst of woede, verminderd of opgeheven worden. Een groot deel van
2
, Literatuur behandeling – Week 2
de klachten bestaat uit dergelijke emotionele problematiek, dus veel kinderen zouden geholpen kunnen worden
met kindergedragstherapie.
Gedragstherapie zorgt er ook voor dat vrij complexe problematiek uiteindelijk kan veranderen in hanteerbare
deelproblemen. Het is zinvol te beginnen met eenvoudige en directe interventies, omdat die soms al voldoende
effect kunnen hebben.
OVERWEGINGEN BIJ HET GEDRAGSTHERAPEUTISCH PROCES
Het gedragstherapeutisch kan opgevat worden als een verzamling van min of meer samenhangende
keuzemomenten waarop therapeut en cliënt bepalen hoe zij verder gaan met de behandeling.
OP WIE RICHTEN ?
Bij het therapieproces wordt er niet alleen naar het individu gekeken, maar ook naar anderen in de omgeving. Op
basis van de problematiek wordt er gekozen voor behandeling van het kind, ouder of andere opvoeder of het gezin.
UITWAAIERINGSSCHEMA
De intake en behandeling van adolescenten is vergelijkbaar met die van volwassenen. Wel moet er rekening
gehouden worden met het gezin als belangrijkste sociale omgeving.
De intake en behandeling van kinderen zijn er groter verschillen ten opzichte van volwassenen. Het kind meldt
zichzelf niet aan en maakt ook niet de keuzes. Daarnaast kan er via verschillende invalshoeken gewerkt worden.
Doordat stappen voortdurend geevalueerd worden, zijn er vaak terugkoppelingen naar andere stappen.
F ASE 1: KENNISMAKING
De eerste fase bestaat uit aanmelding, uitnodiging, eerste gesprek, keuze voor gedragstherapie en uitleg van de
werkwijze. Bij de kennismaking moet er allereerst gekeken worden naar wie er moet worden uitgenodigd voor het
gesprek en hoe het kind betrokken kan worden bij de behandeling. Er moet besloten worden of de ouders van de
cliënt bij de behandeling betrokken kunnen en moeten worden. Dit verschilt:
Aandachtspunten fase 1
Per probleem: ouders met een angstig kind moeten leren
- Sluit aan bij het taalgebruik van de cliënt
om hun kind los te laten en ouders met een kind met - Geef op een begrijpelijke manier uitleg over
gedragsproblemen moeten leren hun kind beter te wat gedragstherapie inhoudt, wat er gaat
monitoren. gebeuren en waarom bepaalde zaken
besprokene of onderzocht worden.
- Benadruk het belang om concreet over
Per leeftijdsfase: soms is het beter dat ouders bij de sessies
gedrag te praten
van hun kind aanwezig zijn, terwijl zij er soms juist bij - Vermijd vakjargon
afwezig moeten zijn. - Vermijd een te schoolse benadering
- Weer je bewust van je rol
Betrokkenheid: Als ouders het probleemgedrag in stand - Benadruk het belang van huiswerk
- Typeer gedragstherapie als een leerproces
houden, kunnen zij als medecliënten gezien worden. met als uiteindelijke doel dat de ouders en/of
Ouders kunnen echter ook medewerkers van de therapeut kind beter gaan functioneren en leren om
zijn als zij bepaalde delen van de behandeling uitvoeren. zelfstandig hun problemen op te lossen.
F ASE 2: PROBLEEMINVENTARISATIE
V ERKENNING VAN DE GEDRAGSPROBLEMEN , ONTWIKKELING EN CONTEXT
De therapeut onderzoek wat als probleem ervaren wordt en aan welke gedragingen dit te merken is. Ook wil de
therapeut weten hoe de problemen ontstaan (zijn) en wat de context van de problemen is. Op deze manier kan
hij/zij causale verbanden en het verloop van klachten achterhalen.
Het is belangrijk om na te gaan in hoeverre het gedrag niet fase-problematiek is. Aandachtspunten fase 2
- Taalvaardigheid
Als dit het geval is, dan kan psycho-educatie voldoende zijn. - Rolverwachting
- Fase specifieke problematiek
Bij complexe problemen zijn er meer gesprekken met ouder en kind nodig.
Daarnaast kunnen ook de huisarts en leerkracht geraadpleegd kunnen worden.
3