Literatuur behandeling – overig
PRINS ET AL. – HOOFDSTUK 8
INLEIDING
Kindergedragstherapeuten maken vaak gebruik van spel, speelgoed en spannende verhalen. Door met het kind te
spelen kan de therapeut achter de fantasiewereld van het kind komen en te weten komen wat er binnen in het kind
speelt. Als het kind veel moeite heeft om over zichzelf te praten of een onbekende helemaal niet vertrouwt, kan het
observeren van het spel meer informatie geven dan een moeizaam verlopend gesprek. Zo ontstaat ook sneller een
goede therapeutische relatie. Bij kinderen die erg gesloten en beschadigd zijn kunnen gedragstherapeutische
interventies ook via spel en verbeelding plaatsvinden.
GEDRAGSTHERAPEUT IN DE SPELKAMER
Technieken binnen de gedragstherapie moeten afgestemd worden op het cognitieve en sociaal-emotionele niveau
van de kinderen. Bij de vormgeving van protocollaire behandelingen is het belangrijk dat er voor kinderen
aantrekkelijk materiaal ontwikkeld wordt. Foto’s, tekeningen en gekleurde overzichtsplaatjes moeten de saaie invul-
en registratieformulieren sieren. Een getraumatiseerd kind kan angstig zijn voor volwassenen en daarom niet
gemotiveerd zijn voor individuele therapie. Het spelen in een ontspannen sfeer in de spelkamer kan zorgen voor
contact met de therapeut. Enkele voorwaarden zijn dan:
- Duidelijke communicatie.
- Overzicht.
- Tijd en ruimte om te wennen aan de therapeut. Deze moet niet te persoonlijk betrokken zijn.
Het kind zelf speelgoed laten kiezen dat past bij zijn leeftijd en mogelijkheden en vrij mag spelen, is het minst
angstwekkend voor het kind. Zodra het kind de therapeut meer gaat vertrouwen, zal het zich meer openstellen voor
directe interventies van de therapeut.
GEBRUIK VAN SPEL OM INDIRECT EN DIRECT IN GESPREK TE KOMEN OVER GROTE ZORGEN
I NDIRECT WERKEN
Als kinderen angstig zijn en zich ontoegankelijk opstellen kan indirect werken helpen. Verbeeldend spel waarbij je
doet alsof zorgt ervoor dat het kind zich veilig kan verhullen. De therapeut kan proberen onder woorden te brengen
wat de spelfiguren meemaken en voelen, het kind kan zichzelf zo begrepen en gehoord voelen en samenspel gaan
verdragen. Er moet een dialoog tot stand zien te komen over de betekenis die de gevoelens en gedachten van de
spelfiguren hebben. Een dergelijke scène mag ook acuut veranderd worden als het kind vindt dat het spel lang
genoeg geduurd heeft. Later wordt er dan over deze vermijding gepraat.
Het bovenstaande kan ook ontstaan door beeldende creatieve technieken, zoals knutselen of muziek maken. Bij de
verhalentechniek van Gardner kunnen de therapeut en het kind samen een verhaal verzinnen dat begint met “er
was eens…”. Hiermee kan aangesloten worden op de metafoor of symbolische boodschap en een ‘tegenverhaal’
gemaakt worden met een gezondere wending en dus een nieuwe betekenis In de voorleesverhalen van Waters
komen praktische oplossingen voor die het kind kan toepassen, net als nieuwe, helpende gedachten. Prentenboeken
kunnen goed gebruikt worden in de gedragsspeltherapie.
D IRECT WERKEN MET THERAPEUTISCHE SPELLEN , ROLLENSPELLEN EN PROTOCOLLAIRE WERKBOEKEN
Wanneer het kind zich veilig voelt en in staat is om over het eigen gedrag te praten kan de directe werkwijze gebruikt
worden. Het spelmateriaal kan nu meer directief en sturend gebruikt worden. Er zijn een aantal therapeutische
spellen die het praten over gevoelen, ze herkennen en versterken bevorderen verder helpen ze bij het zoeken van
nieuwe, helpende gedachten en versterken ze het zelfbeeld. Alle kind vormen van voor volwassenen ontwikkelde
imaginaire voorstellings- en verbeeldingstechnieken zijn ook geschikt voor het directief werken.
1
, Literatuur behandeling – overig
THERAPIEBOEKJE
Een belangrijk onderdeel van de therapie is het therapieboekje. In de eerste sessie geeft de therapeut het kind een
mooi schrift of opschrijfboekje, waarin als eerste het doel van de therapie wordt opgeschreven. Per sessie worden
er vervolgens notities met pictogrammen gemaakt, zodat het verloop van de therapie goed gevolgd kan worden.
Wat het kind thuis heeft geleerd, wordt ook opgeschreven. Thema’s uit de therapie krijgen een plekje in het boek,
net als knutselwerken, het liefst met de betekenis hiervan. Het therapieboekje gaat niet mee naar huis, maar blijft
in de therapiekamer. Af en toe lezen therapeut en kind samen als evaluatie de therapiegeschiedenis. Dit zorgt vaak
voor veel herkenning en plezier over de vooruitgang. Het therapieboekje is ook een goede manier van
communiceren met kinderen die getraumatiseerd zijn of slecht gehecht en daardoor niet over hun emoties kunnen
praten.
STRUCTUUR
Bij speltherapie voor moeilijke en jonge cliënten is het bieden van overzicht en veiligheid heel belangrijk. Afspraken
moeten gepland worden op een vaste tijd in de week, zodat het kind een “eigen uur” heeft waarin het centraal staat
mede door de goed afgestemde houding van de therapeut met vast elementen in de sessie. Om te zorgen dat het
kind weet wat het kan verwachten moet in de eerste sessies besproken worden wat de grenzen en regels zijn in de
spelkamer, er vertrouwelijkheid, regelmatig contact met ouders en hun nadrukkelijke toestemming zijn. In een uur
moet vaak huiswerk besproken worden, oefeningen gedaan worden en moet er nog even tijd zijn voor vrij spel. De
klassieke spelkamer is het meest geschikt: een bank met kussens, lage stoeltjes en tafel, open r uimte, open en
afsluitbare lage kasten en themahoeken. Spelmateriaal moet op vaste plaatsen worden opgeborgen, zeker voor
prikkelgevoelige kinderen. Adolescenten kunnen ook wat hebben aan zo’n kamer, als het tenminste goed wordt
uitgelegd, zoals: we zullen vaak aan de werktafel zitten, maar als je een keer een spel wilt doen, kan dat ook.
UITGANGSPUNTEN , INDICATIESTELLING, BETEKENISANALYSE EN WOORDEN GEVEN AAN SPEL
Bij cognitieve gedragsspeltherapie en schematherapie is het uitgangspunt dat ouders hun klachten, zorgen en vragen
kunnen bespreken met de therapeut en hun doelen formuleren.
De indicatiestelling voor individuele kindertherapie wordt duidelijker door te starten met ouders en hun
mogelijkheden te onderzoeken om zelf bij hun kind veranderingen te bewerkstelligen
Zeker bij kleuters is mediatie- of schematherapie met ouders de belangrijkste pijlers. Bij jongere kinderen, vooral als
ze gesloten en beschadigd zijn, en in traumatische gezinsomstandigheden, moet vaak de indirecte werkwijze met
individuele cognitieve gedragsspeltherapie geïndiceerd worden.
Ook bij zes- tot twaalfjarigen is oudertherapie essentieel.
E XPLORATIEFASE
Bij een emotionele reactie als probleemgedrag, dan moet ouders duidelijk worden wat hun kind daarbij voelt en
denkt. Hierbij wordt vaak het G + G = G + G + G gebruikt.
BETEKENISANALYSE MAKEN OF CASUSCONCEPTUALISATIE
De samenhang van emotionele reacties van het kind met levensgebeurtenissen en opvattingen ontstaan in het
verleden kan voor ouders lastig te begrijpen zijn. De therapeut kan dan als voorbeeld hun eigen plotselinge
stemmingsomslagen door een schijnbaar onbetekenende aanleiding gebruiken. Het fenomeen automatisch
overvallen te worden door beelden en herinneringen, alsof je weer in die situatie zit, is wel herkenbaar. Hierna lukt
het vaak wel om samen met de therapeut een betekenisanalyse te maken. Soms is het voor ouders gewoon lastig
om de betekenissen te begrijpen, bijvoorbeeld als het kind zich voor hen afsluit, zij niet goed kunnen communiceren
met hun kind of als zij zelf de traumatische gebeurtenissen niet goed hebben verwerkt.
2
PRINS ET AL. – HOOFDSTUK 8
INLEIDING
Kindergedragstherapeuten maken vaak gebruik van spel, speelgoed en spannende verhalen. Door met het kind te
spelen kan de therapeut achter de fantasiewereld van het kind komen en te weten komen wat er binnen in het kind
speelt. Als het kind veel moeite heeft om over zichzelf te praten of een onbekende helemaal niet vertrouwt, kan het
observeren van het spel meer informatie geven dan een moeizaam verlopend gesprek. Zo ontstaat ook sneller een
goede therapeutische relatie. Bij kinderen die erg gesloten en beschadigd zijn kunnen gedragstherapeutische
interventies ook via spel en verbeelding plaatsvinden.
GEDRAGSTHERAPEUT IN DE SPELKAMER
Technieken binnen de gedragstherapie moeten afgestemd worden op het cognitieve en sociaal-emotionele niveau
van de kinderen. Bij de vormgeving van protocollaire behandelingen is het belangrijk dat er voor kinderen
aantrekkelijk materiaal ontwikkeld wordt. Foto’s, tekeningen en gekleurde overzichtsplaatjes moeten de saaie invul-
en registratieformulieren sieren. Een getraumatiseerd kind kan angstig zijn voor volwassenen en daarom niet
gemotiveerd zijn voor individuele therapie. Het spelen in een ontspannen sfeer in de spelkamer kan zorgen voor
contact met de therapeut. Enkele voorwaarden zijn dan:
- Duidelijke communicatie.
- Overzicht.
- Tijd en ruimte om te wennen aan de therapeut. Deze moet niet te persoonlijk betrokken zijn.
Het kind zelf speelgoed laten kiezen dat past bij zijn leeftijd en mogelijkheden en vrij mag spelen, is het minst
angstwekkend voor het kind. Zodra het kind de therapeut meer gaat vertrouwen, zal het zich meer openstellen voor
directe interventies van de therapeut.
GEBRUIK VAN SPEL OM INDIRECT EN DIRECT IN GESPREK TE KOMEN OVER GROTE ZORGEN
I NDIRECT WERKEN
Als kinderen angstig zijn en zich ontoegankelijk opstellen kan indirect werken helpen. Verbeeldend spel waarbij je
doet alsof zorgt ervoor dat het kind zich veilig kan verhullen. De therapeut kan proberen onder woorden te brengen
wat de spelfiguren meemaken en voelen, het kind kan zichzelf zo begrepen en gehoord voelen en samenspel gaan
verdragen. Er moet een dialoog tot stand zien te komen over de betekenis die de gevoelens en gedachten van de
spelfiguren hebben. Een dergelijke scène mag ook acuut veranderd worden als het kind vindt dat het spel lang
genoeg geduurd heeft. Later wordt er dan over deze vermijding gepraat.
Het bovenstaande kan ook ontstaan door beeldende creatieve technieken, zoals knutselen of muziek maken. Bij de
verhalentechniek van Gardner kunnen de therapeut en het kind samen een verhaal verzinnen dat begint met “er
was eens…”. Hiermee kan aangesloten worden op de metafoor of symbolische boodschap en een ‘tegenverhaal’
gemaakt worden met een gezondere wending en dus een nieuwe betekenis In de voorleesverhalen van Waters
komen praktische oplossingen voor die het kind kan toepassen, net als nieuwe, helpende gedachten. Prentenboeken
kunnen goed gebruikt worden in de gedragsspeltherapie.
D IRECT WERKEN MET THERAPEUTISCHE SPELLEN , ROLLENSPELLEN EN PROTOCOLLAIRE WERKBOEKEN
Wanneer het kind zich veilig voelt en in staat is om over het eigen gedrag te praten kan de directe werkwijze gebruikt
worden. Het spelmateriaal kan nu meer directief en sturend gebruikt worden. Er zijn een aantal therapeutische
spellen die het praten over gevoelen, ze herkennen en versterken bevorderen verder helpen ze bij het zoeken van
nieuwe, helpende gedachten en versterken ze het zelfbeeld. Alle kind vormen van voor volwassenen ontwikkelde
imaginaire voorstellings- en verbeeldingstechnieken zijn ook geschikt voor het directief werken.
1
, Literatuur behandeling – overig
THERAPIEBOEKJE
Een belangrijk onderdeel van de therapie is het therapieboekje. In de eerste sessie geeft de therapeut het kind een
mooi schrift of opschrijfboekje, waarin als eerste het doel van de therapie wordt opgeschreven. Per sessie worden
er vervolgens notities met pictogrammen gemaakt, zodat het verloop van de therapie goed gevolgd kan worden.
Wat het kind thuis heeft geleerd, wordt ook opgeschreven. Thema’s uit de therapie krijgen een plekje in het boek,
net als knutselwerken, het liefst met de betekenis hiervan. Het therapieboekje gaat niet mee naar huis, maar blijft
in de therapiekamer. Af en toe lezen therapeut en kind samen als evaluatie de therapiegeschiedenis. Dit zorgt vaak
voor veel herkenning en plezier over de vooruitgang. Het therapieboekje is ook een goede manier van
communiceren met kinderen die getraumatiseerd zijn of slecht gehecht en daardoor niet over hun emoties kunnen
praten.
STRUCTUUR
Bij speltherapie voor moeilijke en jonge cliënten is het bieden van overzicht en veiligheid heel belangrijk. Afspraken
moeten gepland worden op een vaste tijd in de week, zodat het kind een “eigen uur” heeft waarin het centraal staat
mede door de goed afgestemde houding van de therapeut met vast elementen in de sessie. Om te zorgen dat het
kind weet wat het kan verwachten moet in de eerste sessies besproken worden wat de grenzen en regels zijn in de
spelkamer, er vertrouwelijkheid, regelmatig contact met ouders en hun nadrukkelijke toestemming zijn. In een uur
moet vaak huiswerk besproken worden, oefeningen gedaan worden en moet er nog even tijd zijn voor vrij spel. De
klassieke spelkamer is het meest geschikt: een bank met kussens, lage stoeltjes en tafel, open r uimte, open en
afsluitbare lage kasten en themahoeken. Spelmateriaal moet op vaste plaatsen worden opgeborgen, zeker voor
prikkelgevoelige kinderen. Adolescenten kunnen ook wat hebben aan zo’n kamer, als het tenminste goed wordt
uitgelegd, zoals: we zullen vaak aan de werktafel zitten, maar als je een keer een spel wilt doen, kan dat ook.
UITGANGSPUNTEN , INDICATIESTELLING, BETEKENISANALYSE EN WOORDEN GEVEN AAN SPEL
Bij cognitieve gedragsspeltherapie en schematherapie is het uitgangspunt dat ouders hun klachten, zorgen en vragen
kunnen bespreken met de therapeut en hun doelen formuleren.
De indicatiestelling voor individuele kindertherapie wordt duidelijker door te starten met ouders en hun
mogelijkheden te onderzoeken om zelf bij hun kind veranderingen te bewerkstelligen
Zeker bij kleuters is mediatie- of schematherapie met ouders de belangrijkste pijlers. Bij jongere kinderen, vooral als
ze gesloten en beschadigd zijn, en in traumatische gezinsomstandigheden, moet vaak de indirecte werkwijze met
individuele cognitieve gedragsspeltherapie geïndiceerd worden.
Ook bij zes- tot twaalfjarigen is oudertherapie essentieel.
E XPLORATIEFASE
Bij een emotionele reactie als probleemgedrag, dan moet ouders duidelijk worden wat hun kind daarbij voelt en
denkt. Hierbij wordt vaak het G + G = G + G + G gebruikt.
BETEKENISANALYSE MAKEN OF CASUSCONCEPTUALISATIE
De samenhang van emotionele reacties van het kind met levensgebeurtenissen en opvattingen ontstaan in het
verleden kan voor ouders lastig te begrijpen zijn. De therapeut kan dan als voorbeeld hun eigen plotselinge
stemmingsomslagen door een schijnbaar onbetekenende aanleiding gebruiken. Het fenomeen automatisch
overvallen te worden door beelden en herinneringen, alsof je weer in die situatie zit, is wel herkenbaar. Hierna lukt
het vaak wel om samen met de therapeut een betekenisanalyse te maken. Soms is het voor ouders gewoon lastig
om de betekenissen te begrijpen, bijvoorbeeld als het kind zich voor hen afsluit, zij niet goed kunnen communiceren
met hun kind of als zij zelf de traumatische gebeurtenissen niet goed hebben verwerkt.
2