JURIDISCHE
ARGUMENTATIELEER
BA 1 SEM 2 AJ 2025-2026
LORE VERMEERSCH
UANTWERPEN-RECHTEN
Prof. Van Assche
,Inhoud
Deel I redeneren........................................................................ 3
Titel I Cognitieve achtergrond...................................................................3
H1 De mens als dier met sterke cognitieve capaciteiten.......................3
H2. Systeem 1 en Systeem 2.................................................................4
H3. Ons brein als verbandenleggende machine....................................5
Titel II Bouwstenen van redeneringen.......................................................8
H1 Basisbegrippen................................................................................9
H2 Soorten voorwaarden.....................................................................10
Titel III Soorten redeneringen..................................................................11
H1 Deductief redeneren.......................................................................11
H2 Inductief redeneren........................................................................13
H3 Abductief redeneren.......................................................................14
H4 Verhouding tussen deductief, inductief en abductief redeneren....15
Titel IV Structurele redeneerfouten.........................................................16
Deel II Argumenteren...............................................................22
Titel I Begripsomschrijving......................................................................22
Titel II Opbouw van argumentaties : het betoog.....................................28
Titel III Deugdelijke argumenten.............................................................36
Titel IV Argumentatieschema’s...............................................................42
Titel V Enkele argumenten die vaak onterecht overtuigen: drogredenen
................................................................................................................48
Deel III Juridisch argumenteren................................................53
Titel I Begripsomschrijving......................................................................53
Titel II Juridische betogen in het Belgisch recht......................................57
H1 Het betoog van de partijen.............................................................59
H2 Het betoog van de rechter.............................................................62
H3 Overtuigen en bewijzen: feiten in het recht...................................63
Titel III Twee visies op de bronnen van het recht....................................67
H1 Proloog...........................................................................................67
H2 De bronnen van recht als een piramide.........................................68
H3 Bronnen van het recht als netwerk................................................70
1
,Titel IV Juridische argumentatieschema’s...............................................75
H1 Juridische argumenten op basis van gezag....................................78
H2 Juridische argumenten op basis van regels....................................81
H3 Juridische argumenten op basis van systematische overwegingen
.............................................................................................................82
H4 Juridische argumenten op basis van doelstellingen.......................84
H5 Juridische argumenten op basis van waarden................................85
H6 Juridische argumenten op basis van gevolgen...............................86
H7 Juridische argumenten op basis van intentie.................................86
H8 Juridische argumenten op basis van testresultaten.......................87
2
, Deel I redeneren
Titel I Cognitieve achtergrond
H1 De mens als dier met sterke cognitieve capaciteiten
1. Oude reptielenbrein
Dit is de oudste laag.
Zorgt voor overleven.
Maakt je soms:
o koppig
o boos
o bang
o jaloers
Dit is je “oerreactie”.
2. Oude zoogdierenbrein
Dit gaat over:
o emoties
o motivatie
o herinneringen
o geur
o tijdsgevoel
Hier voel je dingen.
3. Mensenbrein (nieuwste laag)
Dit maakt ons speciaal.
Hiermee kunnen we:
o nadenken
o plannen
o creatief zijn
Maar let op:
Wij denken dat we altijd slim en rationeel zijn…
maar die oude lagen doen nog altijd mee.
3
ARGUMENTATIELEER
BA 1 SEM 2 AJ 2025-2026
LORE VERMEERSCH
UANTWERPEN-RECHTEN
Prof. Van Assche
,Inhoud
Deel I redeneren........................................................................ 3
Titel I Cognitieve achtergrond...................................................................3
H1 De mens als dier met sterke cognitieve capaciteiten.......................3
H2. Systeem 1 en Systeem 2.................................................................4
H3. Ons brein als verbandenleggende machine....................................5
Titel II Bouwstenen van redeneringen.......................................................8
H1 Basisbegrippen................................................................................9
H2 Soorten voorwaarden.....................................................................10
Titel III Soorten redeneringen..................................................................11
H1 Deductief redeneren.......................................................................11
H2 Inductief redeneren........................................................................13
H3 Abductief redeneren.......................................................................14
H4 Verhouding tussen deductief, inductief en abductief redeneren....15
Titel IV Structurele redeneerfouten.........................................................16
Deel II Argumenteren...............................................................22
Titel I Begripsomschrijving......................................................................22
Titel II Opbouw van argumentaties : het betoog.....................................28
Titel III Deugdelijke argumenten.............................................................36
Titel IV Argumentatieschema’s...............................................................42
Titel V Enkele argumenten die vaak onterecht overtuigen: drogredenen
................................................................................................................48
Deel III Juridisch argumenteren................................................53
Titel I Begripsomschrijving......................................................................53
Titel II Juridische betogen in het Belgisch recht......................................57
H1 Het betoog van de partijen.............................................................59
H2 Het betoog van de rechter.............................................................62
H3 Overtuigen en bewijzen: feiten in het recht...................................63
Titel III Twee visies op de bronnen van het recht....................................67
H1 Proloog...........................................................................................67
H2 De bronnen van recht als een piramide.........................................68
H3 Bronnen van het recht als netwerk................................................70
1
,Titel IV Juridische argumentatieschema’s...............................................75
H1 Juridische argumenten op basis van gezag....................................78
H2 Juridische argumenten op basis van regels....................................81
H3 Juridische argumenten op basis van systematische overwegingen
.............................................................................................................82
H4 Juridische argumenten op basis van doelstellingen.......................84
H5 Juridische argumenten op basis van waarden................................85
H6 Juridische argumenten op basis van gevolgen...............................86
H7 Juridische argumenten op basis van intentie.................................86
H8 Juridische argumenten op basis van testresultaten.......................87
2
, Deel I redeneren
Titel I Cognitieve achtergrond
H1 De mens als dier met sterke cognitieve capaciteiten
1. Oude reptielenbrein
Dit is de oudste laag.
Zorgt voor overleven.
Maakt je soms:
o koppig
o boos
o bang
o jaloers
Dit is je “oerreactie”.
2. Oude zoogdierenbrein
Dit gaat over:
o emoties
o motivatie
o herinneringen
o geur
o tijdsgevoel
Hier voel je dingen.
3. Mensenbrein (nieuwste laag)
Dit maakt ons speciaal.
Hiermee kunnen we:
o nadenken
o plannen
o creatief zijn
Maar let op:
Wij denken dat we altijd slim en rationeel zijn…
maar die oude lagen doen nog altijd mee.
3