1.1 inleiding
in 1855 werd er een rapport opgesteld over de woonomstandigheden. Het gevolg was de woningwet
in 1901. Die stelde kwaliteitseisen aan de bouw en bood financiering aan gemeenten en
woningbouwcorporaties. Na de tweede wereldoorlog heerste er een woningnood, omdat
bouwmaterialen moeilijk verkrijgbaar waren. in 1950 kwam er een wederopbouwwet. Daarna kwam
er een woningwet 1962 en een wet op de ruimtelijke ordening 1962. Vervolgens kwam er een Nota
ruimtelijke ordening 1968.
1.1.1 omgevingswet
Met de nieuwe omgevingswet vereenvoudigen we de regels voor ruimtelijke ontwikkeling. De
crisis-en herstelwet maakt het mogelijk bouwprojecten makkelijker te starten. Dit treedt vanaf 1 juli
2022 in werking.
1.5 bouwbesluit
In het bouwbesluit 2012 zijn alle voorschriften op elkaar afgestemd en opgenomen in één algemene
maatregel van bestuur en één daarbij behorende ministeriele regeling, met als doel de vermindering
van de complexiteit van de bouwregelgeving, vergroting van de eenduidigheid, minder en
eenvoudiger regels en het creëren van meer samenhang. Voor alle nieuwbouw geldt dat de
vergunningsaanvragen vanaf 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen Bijna Energie Neutraal
Bouwen (BENG).
1.5.1 wettelijke grondslag
De juridische basis is artikel 2 van de woningwet. Tegelijk met het bouwbesluit is een wijziging van de
woningwet in werking getreden die zorgt ervoor dat het gebruiken en slopen van bouwterreinen en
open erven onder formele reikwijdte vallen.
1.5.2 doel, opbouw en indeling
Het doel van het bouwbesluit is het realiseren van veilige, gezonde, bruikbare, energiezuinige en
voor het milieu zo min mogelijk belastende gebouwen. het bevat technische voorschriften voor het
bouwen en in stand houden van alle bouwwerken. De eisen die worden gesteld, zijn afhankelijk
van de gebruiksfunctie van dat bouwwerk.
In het bouwbesluit zijn de voorschriften uit de gemeentelijke bouwverordening over het slopen van
bouwwerken en uitvoeren daarvan opgenomen. Het bouwbesluit is aangepast op andere
regelgeving. Ook zijn Europese ontwikkelingen erin verwerkt. Er zijn een aantal specifieke
wijzigingen:
➢ aanscherping Rc-waarde voor isolatie
➢ voorschriften buitenbergingen en -ruimten nieuwbouw
➢ voorschriften duurzaam bouwen
➢ voorschriften veilig gebouwonderhoud
➢ voorschriften bouwen in risicozones en plasbrandaandachtsgebieden.
1.5.3 voldoen aan het bouwbesluit
1.5.3 a NEN- normen en erkende kwaliteitsverklaringen
In NEN-normen staan reken- en bepalingsmethoden om aan een voorschrift uit het bouwbesluit
te kunnen doen. Het is ook mogelijk om een erkende kwaliteitsverklaring te hanteren. Hierin staat
of een bouwmateriaal of bouwdeel voldoet aan de eisen die het bouwbesluit eraan stelt.
,1.5.3 b gelijkwaardigheid
Het bouwbesluit kent het gelijkwaardigheidsbeginsel. Dit beginsel stelt dat bouwers vrij zijn in de
wijze waarop ze de geëiste kwaliteit realiseren. Dit betekent dat er mag worden afgeweken van
een prestatie-eis uit het bouwbesluit, mits wordt voldaan aan de doelstellingen van die eis.
1.5.3 c praktijkrichtlijnen (NPR’s) en technische afspraken (NTA’s)
Om te controleren of er voldaan wordt aan de eisen van het bouwbesluit kun je het NPR raadplegen.
De mogelijkheden zijn: computerprogramma, vereenvoudigde bepalingsmethode en reeks concrete
voorbeelden.
Daarnaast zijn er NTA. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op overeenstemming tussen enkele
belanghebbende partijen over de praktische uitwerking van de bepalingen in een norm. Ze kunnen
snel worden ontwikkeld en zijn beperkt geldig
1.5.4 verbouwen
Verbouwen is het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of vergroten van het bouwwerk.
De voorschriften gelden alleen op de delen die worden gewijzigd. Het uitgangspunt is dat bij een
verbouwing voldaan moet worden aan de nieuwbouwvoorschriften, tenzij anders is aangegeven.
1.5.4 a uniform verbouwniveau
In het bouwbesluit is een minimumniveau aangegeven waaraan moet worden voldaan. Een hoger
niveau mag altijd, om de kwaliteit te verhogen.
1.5.4 b verworven rechten
Het verworven recht houdt in dat de eisen voor bestaande bouwwerken zelden tot nooit wordt
gewijzigd. Nieuwe eisen zijn van toepassing op nieuwbouw. Het bouwbesluit heeft geen gevolgen
voor bestaande bouwwerken. Dit verworven recht geldt ook voor verbouwingen.
1.5.4 c verbouw zonder functieverandering
In renovatieprojecten waarbij de functie niet wijzigt speelt het huidige kwaliteitsniveau of het
rechtens verkregen niveau een grote rol dan wanneer de functie wel wijzigt. Het verbeteren van een
onderdeel mag niet leiden tot verslechtering van een ander onderdeel.
Voor enkele aspecten worden specifieke prestatie-eisen gegeven en is het rechtens verkregen niveau
niet van toepassing. Dit geldt voor: de thermische isolatie, installatiegeluid en rookmelders.
Geheel vernieuwen is het tot op de fundering slopen en het daarna op dezelfde fundering
herbouwen. Gedeeltelijk vernieuwen is als een gebouw tot op het casco wordt gestript en vervolgens
wordt herbouwd. Vergroten is het in omvang toenemen van het gebouw. Verandering is een
aanpassing van het bouwwerk waarbij de vorm niet wordt gewijzigd.
Bij de verbouwing van een herbestemming gelden de eisen voor bestaande bouw van de nieuwe
functie. Als men om anderen redenen wil veranderen, dan zijn hiervoor de eisen van verbouw van
toepassing.
1.5.5 sloopwerkzaamheden
Slopen is het geheel of gedeeltelijk afbreken van een bouwwerk. De voorschriften hebben betrekking
op: het melden van het voornemen tot slopen, de aanwezigheid van bescheiden en de melding van
aanvang en gereed zijn.
Een sloopmelding is verplicht als na een redelijke inschatting de hoeveelheid sloopafval groter is dan
10m3 of als asbest wordt verwijderd. Een sloopvergunning is niet nodig: voor het slopen van
seizoensgebonden werk, als er een besluit is genomen op grond van de woningwet, als er sprake is
, van bestuursdwang of dwangsom en als de uitoefening van een bedrijf asbesthoudende producten
geheel of gedeeltelijk worden verwijderd.
Een sloopvergunning is nodig voor het slopen van: bouwwerk in een beschermd stadsgezicht,
beschermd monument, bouwwerk waarvoor een provinciale of gemeentelijke verordening een
vergunningsplicht is opgenomen, bouwwerk waarvoor een bestemmingsplan een
vergunningsplicht is opgenomen.
Een bouw- of sloopveiligheidsplan is verplicht voor: grotere bouw- of sloopprojecten,
meldingsplichtige werkzaamheden en omgevingsvergunnende bouwactiviteiten.
De veiligheidsmaatregelen hebben betrekking op het vermelden van: de te nemen
veiligheidsmaatregelen, het onttrekken van grondwater en het beperken van geluidshinder.
De volgende onderdelen moeten in een bouw- of sloopveiligheidsplan worden vastgesteld:
verkeersveiligheid, vallende objecten, afsluiten en afscheiden van bouw- of sloopterrein, stallen en
opbergen en afsluiten van materialen en de bereikbaarheid en bruikbaarheid van bluswater en
andere openbare voorzieningen.
1.5.6 functieverandering
Het gebruiken van een gebouw voor een andere functie wordt gezien
als een oplossing voor leegstaand. Of er sprake is van tijdelijk of
permanent maakt niet uit. Een gebouw mag dat na de
functieverandering voldoet aan de voorschriften voor bestaande bouw
in gebruiksfunctie worden gewijzigd zonde dat het verbouwd wordt.
1.5.7 vrije indeelbaarheid
Vrijheid in indeling is belangrijk. Waar mogelijk laat het bouwbesluit
de indeling van de ruimte over aan de opdrachtgever. Vrije
indeelbaarheid zorgt voor flexibiliteit en eenvoudig inspelen op
veranderende omstandigheden.
1.5.7 a indeelbaarheid
In het bouwbesluit worden zoveel mogelijk kwaliteitseisen gesteld aan overkoepelende
functiegebieden. Functiegebieden, verblijfsgebieden en bedgebieden worden ingedeeld in
functieruimten. Voor de verschillende ruimte kunnen eisen zijn opgesteld om excessen te
voorkomen en een minimumkwaliteit te waarborgen. In het gebruiksgebied vinden de kenmerkende
activiteiten plaats van de gebruiksfunctie.
1.5.7 b onbenoemde ruimten
Onbenoemde ruimten zijn ruimten die niet volledig worden opgedeeld in verblijfs- en
functieruimten. Ook voor deze ruimten gelden kwaliteitseisen. Ook buiten het gebruiksgebied
kunnen onbenoemde ruimten zijn.
De krijtstreepmethode houdt in dat als er niet kan worden voldaan aan een voorschrift er een
fictieve scheidingsconstructie wordt aangebracht zonder dat deze daadwerkelijk aanwezig is.
1.5.7 c bedgebieden
Bij een bedgebied moet rekening worden gehouden met bedgebonden en niet-bedgebonden
personen. Dit kan weer ingedeeld worden in bedruimten voor bedgebonden en niet-bedgebonden
personen. Dit onderscheid is van belang voor de veiligheid.