1.1 NOT ALL THE MONEY IS THE SAME
Ondernemingen hebben vaak de neiging om hun financieringsbehoefte enkel uit te drukken in een
bedrag terwijl het juist belangrijk is uw financieringen te onderscheiden volgens vorm, termijn en
modaliteiten.
Elke financieringsvorm heeft namelijk voor- en nadelen en is dus belangrijk om daar een optimale
combinatie te vinden.
Onderscheid tussen type financiering -> bedrag is maar één van de vele elementen
5 SOORTEN FINANCIERING
,BEGRIPPEN
Money
In de wereld van financiering wordt er vaak onderscheid gemaakt op basis van de "begeleiding" die
je bij het geld krijgt:
• Dumb money: Geld zonder begeleiding of expertise (zoals de bank).
• Smart money: Geld dat gepaard gaat met advies, netwerk en begeleiding (zoals Business
Angels).
• Pocket money: Kleingeld van familie/vrienden zonder toegevoegde waarde voor de
bedrijfsvoering.
Friends, Family & Fools
Investeringen gebaseerd op vertrouwen in plaats van een goede risico-inschatting. Het wordt vaak
gezien als "Pocket Money" omdat deze investeerders meestal geen zakelijke expertise
meebrengen.
Subsidies
Bedoeld om ondernemerschap te stimuleren. Dit zijn vaak giften of leningen tegen een zeer lage
rente, maar je moet wel aan strikte voorwaarden voldoen.
Banken
Voor de meeste bedrijven de cruciale basis.
▪ Pluspunt: Het is de goedkoopste vorm van financiering.
▪ Minpunt: De bank is risico-avers en vraagt daarom veel waarborgen (onderpand).
De Professionaliteitsslag
▪ Business Angels: Particulieren; investeren eigen geld in ruil voor aandelen + coaching.
▪ Venture Capital (VC): Fondsen; mikken op jonge tech-bedrijven met enorme
winstpotentie.
▪ Private Equity (PE): Fondsen; mikken op grote, volwassen bedrijven voor optimalisatie.
,RELATIE TUSSEN FINANCIERINGSBRON & LEVEL VAN INVESTEREN
De kernboodschap is dat de bron van geld verandert naarmate een bedrijf volwassener wordt. Dit
wordt bepaald door de verschuiving van hoog risico naar laag risico.
1. De Startfase (High Risk)
In de beginfase (Idea Development) is het risico maximaal.
▪ Financiering: Vooral via Family en Seed Capital.
▪ De Bank: Is hier nagenoeg afwezig (weergegeven door de stippellijn). Omdat er enkel een
"idee" is en nog geen garanties of omzet, vinden banken dit risico te groot.
2. De Creatiefase (Business Creation)
Zodra het idee concreter wordt, komen de "Smart Money" investeerders in beeld.
▪ Financiering: Business Angels en vroege durfkapitalisten (Early Stage Finance).
▪ Deze partijen durven het risico aan in ruil voor een potentieel hoog rendement (equity).
3. De Ontwikkelings- en Groeifase (Low Risk)
Wanneer het bedrijf overgaat tot industriële productie en stabiele omzet draait, daalt het risico.
▪ Financiering: Hier worden Bank Finance en Development Agencies de dominante spelers.
▪ Eindstation: Bij extreme groei kan men "Going Public" gaan via een IPO (beursgang).
, 1.2 ENTREPRENEURIAL LANDSCAPE
BEDRIJFTYPOLOGIE ADHV DIEREN
MUIZEN (KMO'S)
Wie ze zijn: Dit zijn kleine, lokale bedrijven (zoals de bakker om de hoek). Maar liefst 90% van alle
ondernemingen valt in deze categorie.
• Groeipotentieel: Ze hebben een beperkt groeipotentieel en streven meestal niet naar
wereldwijde dominantie.
• Financiering: Ze zijn sterk afhankelijk van Pocket Money (vrienden/familie) en
Bankkredieten. Omdat ze vaak te klein zijn voor grote investeerders, gebruiken ze ook
alternatieven zoals Crowdfunding en lokale Subsidies.
• Link: Zij vormen de stabiele basis van de economie, maar hebben weinig toegang tot
"Smart Money".
OLIFANTEN
Wie ze zijn: Grote, logge multinationals (bijv. Audi, BMW, BNP Paribas). Ze zijn financieel zeer
krachtig maar minder flexibel.
• Financiële status: Ze barsten vaak van het geld. In plaats van geld te zoeken, gaan ze vaak
"zelf voor bank spelen" door hun overschotten te herinvesteren in andere opportuniteiten.
• Financiering: Ze maken gebruik van de beurs (Publieke Equity) en Peer-to-peer lending.
• Link: Waar Muizen geld nodig hebben, hebben Olifanten vaak een overschot aan geld dat
ze strategisch inzetten.
ZOMBIES
Wie ze zijn: Bedrijven die al meer dan 10 jaar bestaan, maar enkel nog overleven. Ze kunnen hun
financiële lasten (zoals interesten) eigenlijk niet meer zelf dragen. In België is dit ongeveer 10% van
de bedrijven (goed voor 14% van de werknemers).
• Financiering: Ze teren op bestaande bankkredieten (die ze vaak met moeite behouden
dankzij oude waarborgen) en overheidssubsidies die hen kunstmatig in leven houden.
• Link: Zij "eten" kapitaal op dat eigenlijk beter naar gezonde Muizen of Gazelles zou vloeien.