à vertrekt vanuit jezelf
= de manier waarop je eigen sociale positie en identiteit bepalen hoe jij naar de
wereld kijkt en de wereld naar jou
Intersectionaliteit = een concept dat beschrijft hoe verschillende sociale identiteitskenmerken
(kruispuntdenken) (zoals gender, etniciteit, klasse, seksuele oriëntatie, religie, handicap, etc.)
gelijktijdig en in samenhang invloed hebben op hoe mensen privileges ervaren of
juist worden onderdrukt.
à kimberlé crenshaw
Sociologische lens = is een soort van werktuig waardoor je naar de samenleving moet kijken
= Bedoeld om de allerlei regelmatigheden en de achterliggende werkelijkheid
achter onze eerste waarnemingen te ‘lezen’.
- Het is niet louter imaginair; de socioloog heeft ook praktische
werkinstrumenten, zoals surveys, observaties… (vgl. de MRI-scanner van
de radioloog)
Deze beelden moeten wel nog geïnterpreteerd worden: de socioloog beschikt over
kennis en ervaring om dat te doen. Hij bezit de nodige sociologische verbeelding.
Componenten van - Kennis geschiedenis – hoe is samenleving tot stand gekomen?
sociologische - Kennis biografie – wie zijn de mensen in de samenleving?
verbeelding (MILLS) - Kennis sociale structuur – hoe werkt de samenleving via instituties?
Selectieve = selectief waarnemen vanuit onze eigen positie in de wereld met behulp van
waarneming common sense en routineus handelen
Kenmerken die de selectiviteit van onze waarneming verklaart:
- Fysieke en sociale beperkingen
- Belangen
- Kennis en informatie
- Voorkeur en afkeer
Referentiekader/ = Selectieve waarneming begint niet altijd weer opnieuw. Vanuit onze eerdere
sociale bril ervaringen bouwen we een raamwerk op dat onze latere waarnemingen zal
beïnvloeden.
Kenmerken:
- Eén geheel: al onze waarnemingen gebeuren vanuit hetzelfde
referentiekader.
- Stabiel, maar niet onveranderlijk.
- Zoveel referentiekaders als er individuen zijn.
- Gedeelde referentiekaders wanneer grote groepen individuen in ongeveer
dezelfde sociale omstandigheden opgroeien of werken.
à Er is een verscheidenheid aan referentiekaders waardoor we ook verschillend
reageren op en anders verslag uitbrengen over dezelfde gebeurtenissen
à Zo ontstaat een verschil tussen de zakelijke werkelijkheid en de beleefde
werkelijkheid
Thomas theorema = als mensen situaties als werkelijk definiëren, dan worden die ook werkelijk in hun
gevolgen, omdat mensen zich gaan gedragen naar hun perceptie van de realiteit
- Self-fulfilling prophecy = verwacht dat er iets gebeurt en dat gebeurt
ook
à pygmalion effect (+ +) --- golem effect (- -)
- Self-destroying prophecy = verwacht iets en dat gebeurt totaal niet
,Stereotypen = min of meer gefixeerde en vereenvoudigde voorstellingen over (de
leden van) andere groepen die in een bepaalde groep gangbaar zijn, zonder dat ze
op feiten zijn gebaseerd)
- Positief (hulpmiddel in de sociale omgang)
- Neutraal (onschuldige simplificatie)
- Negatief (ontmenselijking)
Cultureel, Bourdieu gebruikt het woord kapitaal niet alleen voor geld.
economisch en - Economisch kapitaal = geld, bezit, inkomen.
- Cultureel kapitaal = kennis, opleiding, taalvaardigheid, manieren, culturele smaak
symbolisch kapitaal - Sociaal kapitaal = contacten en netwerken.
à die vormen kunnen symbolisch kapitaal opleveren = eer, prestige, aanzien en status
Bv. Iemand spreekt verschillende talen → heeft meer cultureel kapitaal → kan daardoor
een betere baan krijgen → krijgt meer aanzien → heeft meer symbolisch kapitaal. (die is
ongelijk verdeeld)
Bourdieu = à sociale groepen niet aan strijden om geld en bezit MAAR OOK status, aanzien en
classificatiestrijd respect
Distinctie = jezelf onderscheiden van anderen
Altruïstische zelfdoding = opo^ering voor de groep, compensatie na de dood
Fatalistische zelfdoding = het lot domineert het leven van individuen, eigen inspanning haalt
niets uit
Egoistische zelfdoding = het individuele bestaan niet kunnen binden aan de groep leidt tot het
een besef van zinloosheid van het bestaan en depressie
Anomische zelfdoding = sociale desorganisatie die leidt tot het verdwijnen van structuren en
dus ook van waarden en normen
Sociologie “Sociologie is de wetenschap die sociaal handelen van mensen bestudeert,
(De Jager en Mok, evenals de daaruit voortgekomen patronen en structuren, in hun ontstaan,
1978) voortbestaan en veranderen”
Aanpassing van deze definitie:
- Meer nadruk op maatschappelijke patronen en structuren
- Meer nadruk op de interactie tussen het sociaal handelen van mensen
enerzijds en de maatschappelijke patronen en structuren anderzijds
Hoofdstuk 2
Wicked probleem = moeilijk om volledig te definiëren, onduidelijk wanneer een probleem opgelost
is, elke kan gezien worden als een symptoom van een andere wicked probleem
Design thinking = 5 voorwaarden overwegen om een wicked problem aan te pakken: mensgericht,
meervoudig, focus op samenwerking, testen met prototypes, je leert van de
fouten en past de fouten aan
, Centrifugale krachten Middelpuntvliedend = sociale uitsluiting à naar buiten
Centripetale krachten Middelpuntzoekend = sociale cohesie à naar binnenkant
De mens is een De mens is als soort van nature onvolmaakt of gebrekkig in vergelijking met
mängelwessen andere dieren. De fysieke en mentale tekortkomingen van de mens maken
(Gehlen) het onmogelijk om te overleven zonder de hulp van cultuur en
samenleving. De mens is dus aangewezen op anderen.
Socialisatie = aanleren van sociale vaardigheden en spelregels om deel te nemen aan
het sociaal verkeer begint al vanaf de geboorte
Malraux ) menselijke = ongewild in de wereld geworpen maar mens kan en moet wereld
conditie veranderen
Sartre Être-en-soi:
- de staat van de dingen die bestaan; de objectieve wereld; de dingen
zoals ze zijn onafhankelijk van menselijke waarneming of
bewustzijn. De mens beschikt zelf ook over een aantal fysieke,
sociale, historische, psychologische en existentiële ‘bepaaldheden’
die zijn wat ze zijn.
Être-pour-soi:
- het bewustzijn en de zelfreflectie van de mens; alsook de
mogelijkheid om keuzes te maken. Mensen zijn niet beperkt tot hun
bepaaldheden, maar zijn tevens in staat om zichzelf te begrijpen, te
veranderen en betekenis te geven aan hun leven.
Vervreemding - Sartre zegt dat we onze vrijheid moeten benutten. Maar we moeten
er ook behoedzaam mee omgaan.
- Vervreemding treedt op wanneer menselijke scheppingen een eigen
leven leiden en zich uiteindelijk tegen de mens keren.
- Marx: de arbeider vervreemdt van zijn product als gevolg van de
kapitalistische productiewijze (p. 36-37)
- Andere toepassing: vervreemding als politicus, maar ook de
kunstenaar die enkel nog voor zijn inkomen werkt, de docent die de
regels volgt maar niet meer dieperliggend zijn leerlingen wil
inspireren…
- Kern = verlies van autonomie, zingeving en verbinding
= de relatie van het individu tot het product van zijn arbeid, het
arbeidsproces, of de samenleving als geheel. → Het individu voelt zich
losgekoppeld van wat hij produceert of van de betekenis van zijn werk. Dit
is een existentieel probleem.
Nature = genetisch materiaal
Nurture = maatschappelijke omgeving waarin iemand opgroeit en de invloed die
deze omgeving heeft op de ontwikkeling van iemand capaciteiten en
persoonlijkheid
Solidariteit = het nodige moreel, emotioneel bindmiddel voor sociale cohesie à geeft
een groep een identiteit
Sociale cohesie = de feitelijke relaties en banden die deze samenhang in de praktijk
vormgeven (het bouwwerk) à relaties en banden tussen de leden van de
samenleving