1
Notities cursus BTO
Hoofdstuk 1: Inleidende begrippen
1. Inleiding
2. Bouwproces en actoren
2.1 Bouwpartners
1) Bouwheer/ opdrachtgever
- Geeft opdracht om werken te starten
2) Landmeter
- Meet land op en bakent dat af met merktekens
3) Architect (sws verplicht)
- Maakt ontwerp: schetsontwerp – voorontwerp – definitief ontwerp
- Dient bouwaanvraag in
- Maakt de uitvoerings- plannen en -details op (meetstaat, lastenboek/bestek)
- Controleert de uitvoering (komt de bouw overeen met plannen en bestekken?)
4) Aannemer
Kan hoofdaannemer zijn + onderaannemers (hoofdaannemer coördineert alles)
Kunnen vers. aannemers zijn voor vers. deelwerken (architect coördineert)
- Voert de werken uit
5) Ingenieur stabiliteit
6) Ingenieur technieken (voor grotere projecten)
- Berekent installaties (ventilatie, verwarming…)
7) Veiligheidscoördinator
- Sluit risico’s door interacties van aannemers uit
- Stelt veiligheid- en gezondheidsplan op
- Controleert op werf of plan wordt nageleefd
- Maakt post-interventie dossier op (voor eventuele latere verbouwingen)
8) EPB-verslaggever (Energie, Prestatie, Binnenklimaat)
- Controleert of gebouw is ontworpen volgens regels qua energie en binnenklimaat
9) Projectontwikkelaar
- Coördineert iedereen (heeft de touwtjes in handen) (ook bv toekomstige bouwheer)
- Brengt alle partijen samen
2.2 Bouwproces
Sequentieel (vroeger) → geïntegreerd (nu): alle partijen zitten vanaf de start samen aan tafel ipv ieder
doet z’n werk apart
, 2
2.3 Documenten
- Verkavelingsplan = geven stedenbouwkundige voorschriften van kavel weer (bv hoe hoog,
diep, breed mag gebouwd worden, maximaal aantal bouwlagen?...)
- Inplantingsplan = plaats van gebouw op perceel (rekening houden met rooilijn (grens van
perceel), bouwlijn (met daartussen de bouwvrije zone/zone non-aedificante)
- Situatieplan/liggingsplan = globale ligging van bouwwerk tov. Referentiepunten bv
gemeentehuis/ kerk
- Omgevingsplan = bouwwerk tov. omliggende percelen
- Uitvoeringsplannen/gevels/snedes/uitvoeringsdetails: alle info voor aannemer om de werken
te kunnen uitvoeren (incl. materialen)
- As-built dossier = omschrijving van hoe alles in werkelijkheid is gebouwd + plannen,
vergunningen…
- Meetstaat = overzicht van berekening van hoeveelheid benodigd materiaal + prijs
- Lastenboek/bestek = gedetailleerde omschrijving van uit te voeren werken, materialen en
hoeveelheden (administratief en juridisch)
Prestatiebestek = resultaat verbintenis met prestatie-eisen voor eindresultaat => biedt
aannemer de mogelijkheid om zelf oplossingen en materialen te kiezen (aannemer
verantwoordelijk)
Traditioneel bestek = middelenverbintenis: de aannemer heeft weinig keuze want in het
bestek staat hoe alles precies moet uitgewerkt worden (architect verantwoordelijk)
- Verkavelingsvergunning = de vergunning doe je nodig hebt wanneer perceel w opgesplitst in
meerdere kavels
- Bodemattest: beschermt eigenaar tegen vervuilde grond (verplicht!)
2.4 Terminologie
- Bouwlijn
Bepaalt hoe ver van de rooilijn gebouwd mag worden
- Rooilijn
Scheiding met het openbaar vervoer
- Bouwvrije strook/Zone non-aedificante
Zone tussen rooilijn en bouwlijn
- Bouwdiepte
Staat vermeld in de bouwvoorschriften
Afstand vanaf bouwlijn, grootste afstaand horizontale vlak
- Bouwbreedte
Grootste afstand tussen zijgevel
- Maaiveld
- Bouwlaag
, 3
3. Energieprestatieleveringen
3.2 Eisen
=> Essentie = uitstoot van broeikasgassen + energieverbruik verminderen
Eisen variëren naar gelang bestemming van het gebouw & aard van de werken
(aard: renovatie/ nieuwbouw/ functiewijziging…)
(bestemming: woongebouw, kantoorgebouw, schoolgebouw, industriegebouw, andere
specifieke bestemming)
Oplossing: driestappenplan
1. Beperk de vraag (door bouwkundige en/of installatie maatregelen)
2. Vul hernieuwbare bronnen in
3. Vul eindige bronnen in
1) Eisen op vlak van (thermische) isolatiekwaliteit
- Beschermd volume = gedeelte van het gebouw dat omgeven is door isolatieschil
- Eisen voor K-peil/isolatiepeil (globale isolatiekwaliteit van gebouw). Bepaald door
compactheid (vorm van gebouw):
C = V/A
V = beschermd volume (m³)
A = verliesoppervlak (m²)
- Eisen voor maximale U-waarden/minimale R-waarden:
U = warmtedoorgangscoefficiënt (W/m²K) = warmteverlies ter plaatse → is dus een
indicator voor de isolatiekwaliteit
R = warmteweerstand (m²K/W)
λ = warmtegeleidingscoëfficient (W/mK) → materiaaleig. die onafh. is van de dikte
R = d/λ. => we willen lage λ, hoge R
φ = warmtestroom (W)
φ = U*A*ΔT => we willen lage U, lage φ
- Bouwknopen: ontstaan waar thermische isolatieschil van dikte verandert of wordt
onderbroken => hoger warmteverlies
Bouwknopen in 2D = lijnbouwknoop, 3D = puntbouwknoop.
2) Eisen op vlak van energieprestatie
- E-peil: hoe lager hoe energiezuiniger. Berekend adhv warmteverliezen; oriëntatie en
bezonning, technische installaties => goed kan slecht compenseren => evenwicht
tussen performante bouwkundige maatregelen en goede installaties
- Maximale netto-warmtebehoefte
- Minimaal aandeel hernieuwbare energie
3) Eisen op vlak van binnenklimaat
- Minimale ventilatiedebieten: binnenluchtkwaliteit verzekeren
- Oververhitting: goede oriëntatie van glas bv
We willen energieverliezen in ventilatie beperken → vers. ventilatiesystemen (zie dia)
, 4
A: je hebt weinig controle
B: enkel in operatiezalen om meer druk te krijgen
C: meest gebruikte systeem in woningen
D: het beste want je hebt warmterecuperatie!! Warme lucht w afgevoerd en geeft warmte door
aan koude lucht!
4. Basisbegrippen uit de constructieleer
4.1 Bouwmethoden
- Massiefbouw: wandenstructuur => de last w gelijkmatig verspreid => lijnlast
- Skeletbouw: kolommenstructuur => de last w gebundeld bij elke kolom => puntkast
Om structuur van gebouwen te begrijpen kijken we naar 4 dingen:
4.2 Lasten en krachten
Verdeelde belasting vs. puntlast
- Horizontale krachten: grondwaterdruk op verticale wand, wind, trillingen,
temperatuurschommelingen waardoor materie uitzet…
- Verticale krachten: zwaartekracht, gronddruk, eigengewicht,
temperatuurschommelingen
4.3 Sterkte, stijfheid en stabiliteit
Er zijn eisen op vlak van sterkte, stijfheid en stabiliteit van materialen
Een moment = en krachtkoppel dat wil/ kan zorgen voor een rotatie-effect
- Buigend moment (beschreven door momentenlijn) => veroorzaakt duw- en
trekkrachten
- Torsiemoment (door wringend krachtenkoppel)
Betonwapening:
Beton kan goed tegen druk maar nier tegen trekkrachten (zou scheuren/ breken). De voorgespannen
wapening worgt ervoor dat het ijzer wil samentrekken. Aangezien beton onderaan wil uitzetten zeg
maar door de trekkracht, compenseert dit elkaar. W vooral onderaan beton geplaats omdat daar de
trekkrachten zitten.
Druk- en trekkrachten altijd grootst in het midden
4.4 Stabiliteitsstructuur van een gebouw
Massiefbouw Skeletbouw
Dragende wanden (verticaal) Dragende kolommen (verticaal)
Last gelijkmatig verdeeld Lasten niet gelijk verdeeld
Van lijnlast → fundering Van puntlast → fundering
Notities cursus BTO
Hoofdstuk 1: Inleidende begrippen
1. Inleiding
2. Bouwproces en actoren
2.1 Bouwpartners
1) Bouwheer/ opdrachtgever
- Geeft opdracht om werken te starten
2) Landmeter
- Meet land op en bakent dat af met merktekens
3) Architect (sws verplicht)
- Maakt ontwerp: schetsontwerp – voorontwerp – definitief ontwerp
- Dient bouwaanvraag in
- Maakt de uitvoerings- plannen en -details op (meetstaat, lastenboek/bestek)
- Controleert de uitvoering (komt de bouw overeen met plannen en bestekken?)
4) Aannemer
Kan hoofdaannemer zijn + onderaannemers (hoofdaannemer coördineert alles)
Kunnen vers. aannemers zijn voor vers. deelwerken (architect coördineert)
- Voert de werken uit
5) Ingenieur stabiliteit
6) Ingenieur technieken (voor grotere projecten)
- Berekent installaties (ventilatie, verwarming…)
7) Veiligheidscoördinator
- Sluit risico’s door interacties van aannemers uit
- Stelt veiligheid- en gezondheidsplan op
- Controleert op werf of plan wordt nageleefd
- Maakt post-interventie dossier op (voor eventuele latere verbouwingen)
8) EPB-verslaggever (Energie, Prestatie, Binnenklimaat)
- Controleert of gebouw is ontworpen volgens regels qua energie en binnenklimaat
9) Projectontwikkelaar
- Coördineert iedereen (heeft de touwtjes in handen) (ook bv toekomstige bouwheer)
- Brengt alle partijen samen
2.2 Bouwproces
Sequentieel (vroeger) → geïntegreerd (nu): alle partijen zitten vanaf de start samen aan tafel ipv ieder
doet z’n werk apart
, 2
2.3 Documenten
- Verkavelingsplan = geven stedenbouwkundige voorschriften van kavel weer (bv hoe hoog,
diep, breed mag gebouwd worden, maximaal aantal bouwlagen?...)
- Inplantingsplan = plaats van gebouw op perceel (rekening houden met rooilijn (grens van
perceel), bouwlijn (met daartussen de bouwvrije zone/zone non-aedificante)
- Situatieplan/liggingsplan = globale ligging van bouwwerk tov. Referentiepunten bv
gemeentehuis/ kerk
- Omgevingsplan = bouwwerk tov. omliggende percelen
- Uitvoeringsplannen/gevels/snedes/uitvoeringsdetails: alle info voor aannemer om de werken
te kunnen uitvoeren (incl. materialen)
- As-built dossier = omschrijving van hoe alles in werkelijkheid is gebouwd + plannen,
vergunningen…
- Meetstaat = overzicht van berekening van hoeveelheid benodigd materiaal + prijs
- Lastenboek/bestek = gedetailleerde omschrijving van uit te voeren werken, materialen en
hoeveelheden (administratief en juridisch)
Prestatiebestek = resultaat verbintenis met prestatie-eisen voor eindresultaat => biedt
aannemer de mogelijkheid om zelf oplossingen en materialen te kiezen (aannemer
verantwoordelijk)
Traditioneel bestek = middelenverbintenis: de aannemer heeft weinig keuze want in het
bestek staat hoe alles precies moet uitgewerkt worden (architect verantwoordelijk)
- Verkavelingsvergunning = de vergunning doe je nodig hebt wanneer perceel w opgesplitst in
meerdere kavels
- Bodemattest: beschermt eigenaar tegen vervuilde grond (verplicht!)
2.4 Terminologie
- Bouwlijn
Bepaalt hoe ver van de rooilijn gebouwd mag worden
- Rooilijn
Scheiding met het openbaar vervoer
- Bouwvrije strook/Zone non-aedificante
Zone tussen rooilijn en bouwlijn
- Bouwdiepte
Staat vermeld in de bouwvoorschriften
Afstand vanaf bouwlijn, grootste afstaand horizontale vlak
- Bouwbreedte
Grootste afstand tussen zijgevel
- Maaiveld
- Bouwlaag
, 3
3. Energieprestatieleveringen
3.2 Eisen
=> Essentie = uitstoot van broeikasgassen + energieverbruik verminderen
Eisen variëren naar gelang bestemming van het gebouw & aard van de werken
(aard: renovatie/ nieuwbouw/ functiewijziging…)
(bestemming: woongebouw, kantoorgebouw, schoolgebouw, industriegebouw, andere
specifieke bestemming)
Oplossing: driestappenplan
1. Beperk de vraag (door bouwkundige en/of installatie maatregelen)
2. Vul hernieuwbare bronnen in
3. Vul eindige bronnen in
1) Eisen op vlak van (thermische) isolatiekwaliteit
- Beschermd volume = gedeelte van het gebouw dat omgeven is door isolatieschil
- Eisen voor K-peil/isolatiepeil (globale isolatiekwaliteit van gebouw). Bepaald door
compactheid (vorm van gebouw):
C = V/A
V = beschermd volume (m³)
A = verliesoppervlak (m²)
- Eisen voor maximale U-waarden/minimale R-waarden:
U = warmtedoorgangscoefficiënt (W/m²K) = warmteverlies ter plaatse → is dus een
indicator voor de isolatiekwaliteit
R = warmteweerstand (m²K/W)
λ = warmtegeleidingscoëfficient (W/mK) → materiaaleig. die onafh. is van de dikte
R = d/λ. => we willen lage λ, hoge R
φ = warmtestroom (W)
φ = U*A*ΔT => we willen lage U, lage φ
- Bouwknopen: ontstaan waar thermische isolatieschil van dikte verandert of wordt
onderbroken => hoger warmteverlies
Bouwknopen in 2D = lijnbouwknoop, 3D = puntbouwknoop.
2) Eisen op vlak van energieprestatie
- E-peil: hoe lager hoe energiezuiniger. Berekend adhv warmteverliezen; oriëntatie en
bezonning, technische installaties => goed kan slecht compenseren => evenwicht
tussen performante bouwkundige maatregelen en goede installaties
- Maximale netto-warmtebehoefte
- Minimaal aandeel hernieuwbare energie
3) Eisen op vlak van binnenklimaat
- Minimale ventilatiedebieten: binnenluchtkwaliteit verzekeren
- Oververhitting: goede oriëntatie van glas bv
We willen energieverliezen in ventilatie beperken → vers. ventilatiesystemen (zie dia)
, 4
A: je hebt weinig controle
B: enkel in operatiezalen om meer druk te krijgen
C: meest gebruikte systeem in woningen
D: het beste want je hebt warmterecuperatie!! Warme lucht w afgevoerd en geeft warmte door
aan koude lucht!
4. Basisbegrippen uit de constructieleer
4.1 Bouwmethoden
- Massiefbouw: wandenstructuur => de last w gelijkmatig verspreid => lijnlast
- Skeletbouw: kolommenstructuur => de last w gebundeld bij elke kolom => puntkast
Om structuur van gebouwen te begrijpen kijken we naar 4 dingen:
4.2 Lasten en krachten
Verdeelde belasting vs. puntlast
- Horizontale krachten: grondwaterdruk op verticale wand, wind, trillingen,
temperatuurschommelingen waardoor materie uitzet…
- Verticale krachten: zwaartekracht, gronddruk, eigengewicht,
temperatuurschommelingen
4.3 Sterkte, stijfheid en stabiliteit
Er zijn eisen op vlak van sterkte, stijfheid en stabiliteit van materialen
Een moment = en krachtkoppel dat wil/ kan zorgen voor een rotatie-effect
- Buigend moment (beschreven door momentenlijn) => veroorzaakt duw- en
trekkrachten
- Torsiemoment (door wringend krachtenkoppel)
Betonwapening:
Beton kan goed tegen druk maar nier tegen trekkrachten (zou scheuren/ breken). De voorgespannen
wapening worgt ervoor dat het ijzer wil samentrekken. Aangezien beton onderaan wil uitzetten zeg
maar door de trekkracht, compenseert dit elkaar. W vooral onderaan beton geplaats omdat daar de
trekkrachten zitten.
Druk- en trekkrachten altijd grootst in het midden
4.4 Stabiliteitsstructuur van een gebouw
Massiefbouw Skeletbouw
Dragende wanden (verticaal) Dragende kolommen (verticaal)
Last gelijkmatig verdeeld Lasten niet gelijk verdeeld
Van lijnlast → fundering Van puntlast → fundering