Samenvatting L0 + L1 - inleiding van het recht
LO - Inleiding van het recht
Formele vs. materiële uitspraken (rechterlijk)
• Formele analyse: Richt zich op de structuur van de uitspraak (opbouw,
wijdverbreidheid, systematiek).
• Vragen die je stelt bij een formele analyse:
◦ Wie of welke instantie is bevoegd?
◦ Waar vind je bijv. de feiten, wetsbepalingen, het dictum, enz.?
• Materiële (inhoudelijke) analyse: Richt zich op de inhoudelijke kant.
• Vragen die je stelt bij een materiële analyse:
◦ Welke vragen zijn relevant ter beantwoording van de rechtsvraag?
◦ Hoe spoor je de rechtsvraag op? Hoe vat je die kort samen?
Belang van formele analyse van rechterlijke uitspraken
• Belangrijk voor partij, advocaat en de rechtbank. Na het pleiten ligt
er een uitspraak (bijv. een vonnis).
• Wat bekijk je als eerste?
◦ Het dictum: Het oordeel van de rechter. Wie 'wint', wat wordt
toegewezen of afgewezen.
• Doel van de formele analyse: Formele analyse van rechterlijke
uitspraken helpt je gericht en snel een uitspraak te doorgronden. De volgende stap
is de materiële analyse.
Rechtsgebieden
• Civielrecht / Privaatrecht
• Strafrecht
• Bestuursrecht
Procedure: verschillende fasen
In een civiele of strafrechtelijke procedure zijn er verschillende fasen:
• Eerste aanleg: Bij de rechtbank.
• Tweede aanleg (hoger beroep): Bij het gerechtshof.
• Cassatie: Bij de Hoge Raad (beoordeelt alleen het recht, geen feiten).
Kerngegevens volgens de wekelijkse checklist
• Instantie
• Vindplaats
• Partijen
• Datum
• Wetsartikelen
• Vordering
• Uitspraak (dictum)
L1 - Rechtsbronnen
Rechtsnormen kunnen niet gelijk worden gesteld aan feitelijk gedrag of morele
normen.
• Rechtsnorm: De algemene regels/normen waaraan het recht en de
rechtspleging moeten voldoen.
• Rechtsnormen bevinden zich tussen: Feitelijk gedrag en morele normen.
Waaruit komen rechtsnormen voort?
De feiten, procedures of gebeurtenissen waaruit rechtsnormen voortkomen, worden
rechtsbronnengenoemd.
• Feiten
, • Procedures
• Gebeurtenissen
H1.2 - Wetgeving
Kenmerken van een wet
1 Algemeenheid: Heeft verschillende aspecten → vraag naar het 'wie',
'wanneer' en 'waar' van een wet.
2 Bevoegdheid: NL heeft een aantal overheidsinstanties met wetgevende
bevoegdheden.
◦ De belangrijkste formele wetgever: Staten-Generaal en regering
gezamenlijk.
◦ Op niveau van rijksoverheid: Regering (Koning + ministers) en de
ministers.
◦ Op decentraal niveau: De provincie en de gemeente.
Het proces van wetgeving (A.4 - Wetgeving)
• §1: Een voorstel van minister of Staatssecretaris (regeringsvoorstel),
of van een Tweede Kamerlid (initiatiefvoorstel).
◦ Let op: De leden van de Eerste Kamer hebben geen recht van initiatief.
• §2: Als de Raad van State advies heeft uitgebracht over de
uitvoerbaarheid en rechtmatigheid van het voorstel, wordt het in de Tweede Kamer
behandeld.
• §3: De Tweede Kamer stemt over het wetsvoorstel en kan er een
wetswijziging (amendement) in aanbrengen.
• §4: Als de Tweede Kamer het wetsvoorstel aanneemt, gaat het naar de
Eerste Kamer.
• §5: De Eerste Kamer kan geen wetswijziging doen, maar in de praktijk
kan deze wel wijzigingen afdwingen d.m.v. de novelle (een reparatie van een
wetsvoorstel).
• §6: De Eerste Kamer stelt de plenaire behandeling uit of schorst deze,
totdat de Tweede Kamer de novelle aanvaardt.
• §7: Als zowel de Eerste als Tweede Kamer het voorstel hebben aanvaard,
ondertekenen de verantwoordelijke minister en de Koning de wet.
• §8: Er volgt een publicatie in het Staatsblad.
AMvB = Algemene Maatregel van Bestuur
• Een wet waarin de details en praktijkregels van een grotere hoofdwet
worden uitgewerkt door de regering.
• De Staten-Generaal zijn niet direct betrokken bij AMvB's en
ministeriële regelingen, tenzij er in de formele wet een speciale afspraak staat.
Hierin staat dan dat de Kamers expliciet goedkeuring moeten verlenen.
• Maar dit betekent niet dat de ministers absolute macht hebben, want:
1 Er moet altijd een wet onder liggen (legaliteitsbeginsel). Er moet
altijd een legitieme 'hoofdwet' zijn goedgekeurd door het parlement, waarin staat
dat de minister dit mag regelen.
2 De ministers worden gecontroleerd. De ministers worden streng
gecontroleerd door het parlement. Als een AMvB het parlement niet zint, moet de
minister verantwoording afleggen.
• Nederland is niet de enige die wetten voor ons maakt: de Europese Unie
doet dat ook.
Europese wetgeving (1.2 - Wetgeving)
De EU heeft rechtsmacht gekregen om wetgeving te produceren die rechtstreekse
werking heeft binnen de Nederlandse rechtsorde. Deze wetten heten: verordeningen,
richtlijnen en besluiten.
• Verordeningen:
LO - Inleiding van het recht
Formele vs. materiële uitspraken (rechterlijk)
• Formele analyse: Richt zich op de structuur van de uitspraak (opbouw,
wijdverbreidheid, systematiek).
• Vragen die je stelt bij een formele analyse:
◦ Wie of welke instantie is bevoegd?
◦ Waar vind je bijv. de feiten, wetsbepalingen, het dictum, enz.?
• Materiële (inhoudelijke) analyse: Richt zich op de inhoudelijke kant.
• Vragen die je stelt bij een materiële analyse:
◦ Welke vragen zijn relevant ter beantwoording van de rechtsvraag?
◦ Hoe spoor je de rechtsvraag op? Hoe vat je die kort samen?
Belang van formele analyse van rechterlijke uitspraken
• Belangrijk voor partij, advocaat en de rechtbank. Na het pleiten ligt
er een uitspraak (bijv. een vonnis).
• Wat bekijk je als eerste?
◦ Het dictum: Het oordeel van de rechter. Wie 'wint', wat wordt
toegewezen of afgewezen.
• Doel van de formele analyse: Formele analyse van rechterlijke
uitspraken helpt je gericht en snel een uitspraak te doorgronden. De volgende stap
is de materiële analyse.
Rechtsgebieden
• Civielrecht / Privaatrecht
• Strafrecht
• Bestuursrecht
Procedure: verschillende fasen
In een civiele of strafrechtelijke procedure zijn er verschillende fasen:
• Eerste aanleg: Bij de rechtbank.
• Tweede aanleg (hoger beroep): Bij het gerechtshof.
• Cassatie: Bij de Hoge Raad (beoordeelt alleen het recht, geen feiten).
Kerngegevens volgens de wekelijkse checklist
• Instantie
• Vindplaats
• Partijen
• Datum
• Wetsartikelen
• Vordering
• Uitspraak (dictum)
L1 - Rechtsbronnen
Rechtsnormen kunnen niet gelijk worden gesteld aan feitelijk gedrag of morele
normen.
• Rechtsnorm: De algemene regels/normen waaraan het recht en de
rechtspleging moeten voldoen.
• Rechtsnormen bevinden zich tussen: Feitelijk gedrag en morele normen.
Waaruit komen rechtsnormen voort?
De feiten, procedures of gebeurtenissen waaruit rechtsnormen voortkomen, worden
rechtsbronnengenoemd.
• Feiten
, • Procedures
• Gebeurtenissen
H1.2 - Wetgeving
Kenmerken van een wet
1 Algemeenheid: Heeft verschillende aspecten → vraag naar het 'wie',
'wanneer' en 'waar' van een wet.
2 Bevoegdheid: NL heeft een aantal overheidsinstanties met wetgevende
bevoegdheden.
◦ De belangrijkste formele wetgever: Staten-Generaal en regering
gezamenlijk.
◦ Op niveau van rijksoverheid: Regering (Koning + ministers) en de
ministers.
◦ Op decentraal niveau: De provincie en de gemeente.
Het proces van wetgeving (A.4 - Wetgeving)
• §1: Een voorstel van minister of Staatssecretaris (regeringsvoorstel),
of van een Tweede Kamerlid (initiatiefvoorstel).
◦ Let op: De leden van de Eerste Kamer hebben geen recht van initiatief.
• §2: Als de Raad van State advies heeft uitgebracht over de
uitvoerbaarheid en rechtmatigheid van het voorstel, wordt het in de Tweede Kamer
behandeld.
• §3: De Tweede Kamer stemt over het wetsvoorstel en kan er een
wetswijziging (amendement) in aanbrengen.
• §4: Als de Tweede Kamer het wetsvoorstel aanneemt, gaat het naar de
Eerste Kamer.
• §5: De Eerste Kamer kan geen wetswijziging doen, maar in de praktijk
kan deze wel wijzigingen afdwingen d.m.v. de novelle (een reparatie van een
wetsvoorstel).
• §6: De Eerste Kamer stelt de plenaire behandeling uit of schorst deze,
totdat de Tweede Kamer de novelle aanvaardt.
• §7: Als zowel de Eerste als Tweede Kamer het voorstel hebben aanvaard,
ondertekenen de verantwoordelijke minister en de Koning de wet.
• §8: Er volgt een publicatie in het Staatsblad.
AMvB = Algemene Maatregel van Bestuur
• Een wet waarin de details en praktijkregels van een grotere hoofdwet
worden uitgewerkt door de regering.
• De Staten-Generaal zijn niet direct betrokken bij AMvB's en
ministeriële regelingen, tenzij er in de formele wet een speciale afspraak staat.
Hierin staat dan dat de Kamers expliciet goedkeuring moeten verlenen.
• Maar dit betekent niet dat de ministers absolute macht hebben, want:
1 Er moet altijd een wet onder liggen (legaliteitsbeginsel). Er moet
altijd een legitieme 'hoofdwet' zijn goedgekeurd door het parlement, waarin staat
dat de minister dit mag regelen.
2 De ministers worden gecontroleerd. De ministers worden streng
gecontroleerd door het parlement. Als een AMvB het parlement niet zint, moet de
minister verantwoording afleggen.
• Nederland is niet de enige die wetten voor ons maakt: de Europese Unie
doet dat ook.
Europese wetgeving (1.2 - Wetgeving)
De EU heeft rechtsmacht gekregen om wetgeving te produceren die rechtstreekse
werking heeft binnen de Nederlandse rechtsorde. Deze wetten heten: verordeningen,
richtlijnen en besluiten.
• Verordeningen: