U ASK ME
PSYCHIATRIE
KLINISCH EINDEXAMEN 2025-2026
1
,INHOUDSTAFEL
Extra ........................................................................................................................................................................ 3
1. Aanpassingsstoornis (stress, burnout…) ............................................................................................................. 7
2. Aandachtsstoornis- hyperactiviteitsstoornis (adhd), leerstoornissen ................................................................ 9
3. Autisme spectrum stoornis (ASS) ...................................................................................................................... 13
4. Delinquent gedrag ............................................................................................................................................. 15
5.1 Externaliserende stoornissen .......................................................................................................................... 18
5.2 Internaliserende stoornissen ........................................................................................................................... 22
6. Eetstoornissen: anorexia nervosa, Bulimia nervosa, eetbuistoornis................................................................. 25
7. Slaapstoornissen................................................................................................................................................ 29
8. Psychose-spectrum-stoornissen ........................................................................................................................ 34
9. Middelengerelateerde en verslavingsstoornissen ............................................................................................ 39
10. Stemmingsstoornissen en suïcidaliteit ............................................................................................................ 43
11. Angst- en dwangstoornissen ........................................................................................................................... 50
12. Somatische symptoomstoornis ....................................................................................................................... 55
13. Persoonlijkheidsstoornissen ............................................................................................................................ 57
Differentiaaldiagnostiek ........................................................................................................................................ 59
2
, EXTRA
INTAKE & PSYCHIATRISCHE ANAMNESE
1. Reden van komen (ICE)
2. Speciële anamnese + heteroanamnese
o Kwaliteit: aard, lokalisatie, chronologie, kwantiteit (ernst, functioneren), setting,
factoren, begeleidelnde klachten, eigen ideeën, functionele beperkingen
3. Antecedenten
o Psychiatrische VG
o Familiale VG
o Medicamenteuze VG
o Usus/abusus
4. Sociale anamnese
o Verschillende niveaus bevragen
§ 1e: leefsituatie, partner en kinderen, sociale steun, zelfzorg
§ 2e: huidig werk/opleiding
§ 3e: familierol, burgerrol, sociale rol
5. STATUS MENTALIS: TRIAS PSYCHICA
o Cognitieve functies: DENKEN, alle processen die betrokken zijn bij opname en verwerking
info
§ Bewustzijn, aandacht en oriëntatie
§ Geheugen (korte en lange termijn)
§ Executieve functies (hallucinaties)
§ Stoornissen in vorm vh denken: bradyfrenie, gedachtenarmoede, incoherentie,
neologismen, gedachtenstop, concretisme …
§ Stoornissen in inhoud vh denken: wanen, dwanggedachten, rumineren, twijfelzucht
Bij anamnese
§ Stoornissen in waarneming: Hallucinaties
deze 3
beoordelen o Affectieve functies: VOELEN kort en langdurige gevoelens,
samen met § Stemming en affect (stemming = langdurig, affect = huidig moment)
eerste indruk
• Indien depressiviteit à altijd periodes van manie en suïcidaliteit navragen!!
(verzorgd,
• Angsten, eufoor, dysfoor, paniek, anhedonie, seksueel, soc-emo … (labiel-
contact …)
vlak-inadequaat affect)
§ Somatische klachten (somatoforme klachten)
• SOLK, hypochondrie
o Conatieve functies: WILLEN
§ Psychomotoriek
• Algemeen, mimiek, gestiek, spraak (versneld/vertraagd?): tics, eetbui
• Motivatie en gedrag (MIDDELENGEBRUIK!!): compulsies, parafilieën …
3
, VERDER NOG NA TE VRAGEN + SPECIFIEKE VOORBEELDEN
- Protectieve factoren
- Dagindeling
- Angsten
o Ziekte angst? Paniekaanvallen? Wat zijn de stressoren (denk ook aan financieel,...)?
- Dissociatie
o “Blackouts?” “Vertellen mensen je soms dat je je helemaal anders kan gedragen?”
- Sexualiteit
o Niet bang zijn om te bevragen, kan belangrijke info met zich meebrengen omtrent
relatieproblematiek. Hoeft niet uitgebreid zijn, bv. gwn “bent u tevreden op seksueel vlak?”.
Uiteraard niet in een acute fase gepast hier achter te vragen.
- Psychose/wanen
o “Hoor je dingen?” “Zie je dingen?” “Heb je soms het gevoel dat je word achtervolgd?” “Heb je
soms het gevoel dat zaken op de radio/tv specifiek voor jou bedoeld zijn?”
(Betrekkingswaan).
o LET OP: nooit zeggen “dingen horen/zien die er niet zijn”: dit is verwarrend voor patiënt want
zij zien/horen die zaken wel echt dus hoe kunnen ze antwoorden op deze vraag
- Slaap
o Inslapen, doorslapen, is de slaap herstellend, uitgerust wakker worden
- Eten
o Heeft u een normaal eetpatroon? Eetlust?
- Cognitie
o “Kan u een boek lezen/tv programma volgen?” (Concentratie). “Als u dit boek leest, moet u
dan terugbladeren omdat u bent vergeten wat er gebeurd was?” (Geheugen)
- PTST
o “Heeft u flashbacks?” “Heeft u nachtmerries?”. Dit gaat dan over nachtmerries die betrekking
hebben tot de traumatische ervaring, geen random nachtmerries
- OCD
o “Heb je bepaalde gedachten die je continu hebt maar niet wil hebben?” (Obsessies)
o “Zijn er bepaalde handelingen die je herhaaldelijk doet om deze gedachten te verdrijven?”
(Compulsies)
- Impulscontrole
o “Koop je soms zeer dure dingen die je niet kan betalen/veel dingen ineens?” “Eet je soms
zoveel dat je er ziek van wordt?” “Gok je veel?” “Als je boos wordt, kan je dit dan controleren
of word je agressief?”
4