Hoorcollege 1 Lokalisten vs Holisten
Studiestof:
Hoofdstuk 1: The Brain Story & The Instruments of Neuroscience;
Hoofdstuk 2: blz. 39-59 (blz. 64 en verder komt aan de orde in
college 3)
Frenologie: hoe het allemaal begon.
- Bepaalde eigenschappen blijken goed ontwikkeld te zijn bij bepaalde
mensen; talenknobbel of wiskundeknobbel bijvoorbeeld.
Franz Joseph Gall: lokaliseren van deugden door te voelen aan de schedel.
Hoe beter, hoe groter. Ook wel: anatomische personologie.
idee van de frenologie: als je een hersengebied veel gebruikt wordt deze
groter en dit zorgt voor een hobbel in de schedel.
De eerste holist - dieronderzoek
Pierre Flourens (1794-1867).
Veroorzaakte laesies in brein van konijnen en duiven en begon als lokalist.
Observatie: zonder cortex geen perceptie en motoriek, zonder cerebellum
geen bewegingscoördinatie.
Maar vond geen specifieke “lokatie” voor geheugen of cognitie.
Aggregate field theory: gehele brein doet mee aan gedrag, percepties,
intenties, sensaties zijn in essentie één.
Omvang van de beschadiging (niet de plaats) bepaalt de mate van uitval.
Gaat om hoeveel schade er is ipv waar er schade is.
De eerste lokalisten – neurologen
Clinicoanatomische methode: uitvalsverschijnselen van patiënten met een
focale laesie in kaart brengen.
Broca beschreef een patiënt die alleen maar Tan kon zeggen. Na zijn dood
keek Broca naar zijn brein en vond een beschadiging in de frontaal kwab.
Hij concludeerde dit gebied is bestemd voor spraak.
John Hughlings Jackson was de eerste die een topologische indeling
veronderstelde op basis van zijn werk met epilepsie patiënten. Epilepsie
,zorgt voor stimulering van een “set map” van het lichaam – karakteristieke
spasmen gaan van ene deel naar andere deel vh lichaam. Hij ontdekte ook
de lateraliteit van functies (taal). En hij formuleerde een “hiërarchie
theorie” (1) hogere functies (geheugen) minder aangedaan door lesies dan
lagere functies (ademhaling).
Hiërarchie theorie: na laesies hogere functies (geheugen) minder
aangedaan dan lagere functies (hersenstam).
Hoe lager de beschadiging, hoe ernstiger het effect.
Lokalisten Fritsch & Hitzig - fysiologen
De eerste die iets zeiden over motorcortex lokalisatie.
Elektrische stimulatie van de cortex van honden. Ontdekte verschillende
bewegingsgebieden.
Relatie locatie en functie.
Sneden de schedel open en stimuleerden de cortex van de bij kennis
zijnde honden met een batterij.
Neuroanatomie – structurele organisatie
Cerebrale cortex (opfrissen zie boek Hfst 2.3-2.6!)
- Naam en locatie van
4 kwabben (+insula & limbisch)
gyri & sulci
Anatomische richtingen
- Dorsaal versus Ventraal
- Superior versus Inferior
- Anterior versus Posterior
- Lateraal versus Mediaal
- Ipsilateraal versus Contralateraal
Veel afko’s: bijv. IPL = inf. pariëtaal lob, DLPFC = dorsolaterale prefrontaal
cortex, V1 = primaire visuele cortex.
Insula ligt in de laterale fissure.
Neuroanatomie: Brodmann gebieden
,Indeling van 52 gebieden op basis van cel architectuur (cytoarchitectonics)
door middel van histologische kleuring.
Verschillende naamgeving voor een zelfde structuur:
- area 17 (brodmann),
- V1 (aap),
- striate cortex (microscopisch),
- calcarine cortex (vorm),
- primaire visuele cortex (functie)
Lokalisten
Hersengebiedjes zijn niet alleen structureel maar ook functioneel van
elkaar te scheiden.
Beschadiging van een specifiek gebied zorgt voor een specifiek functioneel
verlies. Dus gebied is gespecialiseerd voor een functie.
Hoewel de neuroanatomen de overstap maakten naar netwerken en
verbindingen ging de focus in de psychologie terug naar de lokalisatie
mede vanwege de fMRI techniek.
M1 = bewegen?
Lokalisten: Ja!
M1 vertoont activatie als je een beweging uitvoert (college 2:
beeldvormende technieken fMRI)
Stimulatie van M1 gebiedje zorgt voor een motor respons (college 2:
perturbatie techniek TMS)
Eenzijdige beschadiging o.a. M1 zorgt voor hemiplegie (college 4:
lateralisatie)
Training zorgt voor reorganisatie van M1 (college 3: plasticiteit)
Nee…..M1 staat in verbinding met veel andere corticale (en subcorticale)
gebieden. En bij het uitvoeren van een zeer simpele vinger flexie speelt
M1 wellicht een cruciale rol maar als we het hebben over
bewegingshandelingen of vaardigheden dan doet het hele brein mee.
Complexiteit en flexibiliteit in vaardigheden en handelingen
Holisten
Er zijn geen onafhankelijk functionerende gebiedjes. Geheel ontleent
uiteraard wel kenmerken aan de samenstellende delen, maar ook (en
wellicht meer) aan de samenhang of ordening van die delen en hun
interactiegedrag.
Hoe zijn de gebieden geordend en hoe interacteren ze met elkaar? ->
centrale vraag bij holisten.
, Neuroanatomisch structureel
Witte stof
1. Projectie banen
2. Commissuur banen: interhemisferisch
Homotopisch: zelfde plek in andere hemisfeer
Heterotopisch: andere plek in de andere hemisfeer
3. Associatie banen • Ipsilateraal: intracorticaal naar andere plek in
dezelfde hemisfeer.
En functioneel……
Projectie banen: corticaal-subcorticaal (thalamus), bijv. CST (corticospinal
tract) Commissuur banen:
- Corpus callosum
- Anterior commissure
- Posterior commissure
- Fornix
Associatie banen: U fibers connect adjacent gyri.
The uncinate fasciculus (UNC) connects the inferior frontal lobe gyri with
the anterior temporal lobe.
The cingulum (CING), a white band within the cingulate gyrus, connects
the frontal and parietal lobe and a part connects with the
parahippocampal gyrus.
The arcuate fasciculus (ARC) sweeps around the insula and connects the
superior and middle frontal convolutions (which contain the speech motor
area) with the temporal lobe (which contains the speech comprehension
area).
The superior longitudinal fasciculus (SLF) connects portions of the frontal
lobe with occipital and temporal areas. Bestaat uit 3 banen (inferior,
middle, superior)
The inferior longitudinal fasciculus (ILF), connects the temporal and
occipital lobes.
The occipitofrontal fasciculus (IFOF) inferior occipitofrontal, extends
backward from the frontal lobe, radiating into the temporal and occipital
lobes.