College 1. Grondslagen van Financial Accoun5ng
Categorie-indeling naar bedrijfsomvang (art. 395a t/m 397) (blz. 17).
- Ac@va: boekwaarden op basis van verkrijgingsprijzen (bij een dochtermaatschappij
wordt er uit gegaan van de geconsolideerde gegevens). Wat hier niet onder valt:
o WeHelijk herwaarderingsreserve
o Latente belas@ngverplich@ng inzake herwaardering
o Onderlinge vorderingen
o Let op dat de deelneming niet dubbel voorkomt
- NeHo-omzet: onderlinge omzet bij geconsolideerde jaarrekening niet meenemen.
- Aantal werknemers.
De categorie-indeling wordt gebaseerd op de twee meest recente boekjaren.
Waarvoor is de categorie-indeling van belang:
- Accountantscontrole (art. 393 lid 1).
o Micro- (art. 395a lid 6) en kleine rechtspersonen (art. 396 lid 7) vrijgesteld.
- Inrich@ng van de jaarrekening.
o Verkorte jaarrekening voor microrechtspersonen (art. 395a), voor de kleine
rechtspersonen (art. 396 lid 3) en middelgrote rechtspersonen (art. 397).
- Publica@eplicht (art. 394).
o Beperking (balans) voor microrechtspersonen (art. 395a lid 8).
- Consolida@eplicht (art. 406).
o Micro- en kleine rechtspersonen vrijgesteld (art. 407 lid 2).
- Plicht om een bestuursverslag op te stellen (art. 391).
o Micro- (art. 395a lid 6) en kleine rechtspersonen (art. 396 lid 7) vrijgesteld.
Voor verzekeringsmaatschappijen, kredie@nstellingen en beleggingsinstellingen is de
categorie-indeling niet van belang (art. 398 lid 7).
Wanneer IFRS wordt toegepast, gelden de vrijstellingen van de categorie-indeling niet (art.
362 lid 9).
De con@nuïteitsveronderstelling vindt plaats op het moment van het opstellen van de
jaarrekening (blz. 65).
, College 2. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling en immateriële vaste ac5va
Informa@e over gebeurtenissen na balansdatum opnemen in het jaarrapport (blz. 54):
- Verwerken in de balans en/of winst-en-verliesrekening (art. 362 lid 6).
à Gebeurtenis gee] nadere informa@e over situa@e op balansdatum.
- Vermelden in de toelich@ng (art. 380a).
à Geen informa@e over situa@e op balansdatum, wel belangrijke financiële gevolgen.
- Opnemen in het bestuursverslag (art. 392 lid 2) + (art. 391 lid 1 + 2).
à Toekomstverwach@ngen worden beïnvloed.
Substan@alisme: de waardeveranderingen van het eigen vermogen worden pas beschouwd
als winst nadat er rekening is gehouden met infla@e.
- Doelstelling: prijsveranderingen buiten het resultaat houden.
Stelselwijziging: een of meer grondslagen van het stelsel voor de lopende jaarrekening zijn
anders dan die bij het opstellen van de voorafgaande jaarrekening zijn gebruikt. Dit mag
alleen worden doorgevoerd wanneer er sprake is van een gegronde reden:
- Wijziging in wet- en regelgeving.
- Het aansluiten bij interna@onale opvadngen.
- De gebruiken in de bedrijfstak.
Retrospec@eve verwerking: de stelselwijziging wordt toegepast in het verleden.
- Cumula@ef effect: het effect per begin boekjaar door de vergelijkende cijfers van het
voorafgaande jaar anders weer te geven, verwerking overige reserves (art. 363 lid 5).
- Jaareffect: het effect in het boekjaar dat wordt verwerkt in de resultatenrekening.
Opnemen in de toelich@ng met betrekking tot een stelselwijziging (blz. 83):
- Uiteenzedng van de aard van de stelselwijziging.
- Vermelding van de reden van de stelselwijziging.
- Aanpassen van vergelijkende cijfers voorafgaande jaar.
Schadngswijziging: herziening van een eerder gemaakte schadng (blz. 84).
- Prospec@eve verwerking: gericht op de toekomst.
- Toelich@ng: aard en kwalita@eve effect van de schadngswijziging (blz. 86).
Waardering tegen actuele waarde:
- Immateriële vaste ac@va: voorwaarde van een liquide markt en eerste waardering
tegen kostprijs (art. 6 BAW).
- Materiële vaste ac@va: waardering tegen laagste van actuele kostprijs en de
bedrijfswaarde (art. 7 BAW).
o Tenzij de opbrengstwaarde lager is dan de actuele kostprijs en hoger is dan de
bedrijfswaarde, wordt het tegen de opbrengstwaarde gewaardeerd.
- Voorraden mogen niet worden gewaardeerd tegen de actuele waarde (art. 8 BAW).
Immateriële vaste ac@va: ac@va die niet stoffelijk van aard zijn (art. 365 lid 1):
- Kosten die verband houden met de oprich@ng en uitgi]e van aandelen.
- Kosten van verwerving van concessies, vergunningen en rechten intellectueel.
- Kosten van goodwill die van derden is verkregen.
- Vooruitbetalingen op immateriële vaste ac@va.
Categorie-indeling naar bedrijfsomvang (art. 395a t/m 397) (blz. 17).
- Ac@va: boekwaarden op basis van verkrijgingsprijzen (bij een dochtermaatschappij
wordt er uit gegaan van de geconsolideerde gegevens). Wat hier niet onder valt:
o WeHelijk herwaarderingsreserve
o Latente belas@ngverplich@ng inzake herwaardering
o Onderlinge vorderingen
o Let op dat de deelneming niet dubbel voorkomt
- NeHo-omzet: onderlinge omzet bij geconsolideerde jaarrekening niet meenemen.
- Aantal werknemers.
De categorie-indeling wordt gebaseerd op de twee meest recente boekjaren.
Waarvoor is de categorie-indeling van belang:
- Accountantscontrole (art. 393 lid 1).
o Micro- (art. 395a lid 6) en kleine rechtspersonen (art. 396 lid 7) vrijgesteld.
- Inrich@ng van de jaarrekening.
o Verkorte jaarrekening voor microrechtspersonen (art. 395a), voor de kleine
rechtspersonen (art. 396 lid 3) en middelgrote rechtspersonen (art. 397).
- Publica@eplicht (art. 394).
o Beperking (balans) voor microrechtspersonen (art. 395a lid 8).
- Consolida@eplicht (art. 406).
o Micro- en kleine rechtspersonen vrijgesteld (art. 407 lid 2).
- Plicht om een bestuursverslag op te stellen (art. 391).
o Micro- (art. 395a lid 6) en kleine rechtspersonen (art. 396 lid 7) vrijgesteld.
Voor verzekeringsmaatschappijen, kredie@nstellingen en beleggingsinstellingen is de
categorie-indeling niet van belang (art. 398 lid 7).
Wanneer IFRS wordt toegepast, gelden de vrijstellingen van de categorie-indeling niet (art.
362 lid 9).
De con@nuïteitsveronderstelling vindt plaats op het moment van het opstellen van de
jaarrekening (blz. 65).
, College 2. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling en immateriële vaste ac5va
Informa@e over gebeurtenissen na balansdatum opnemen in het jaarrapport (blz. 54):
- Verwerken in de balans en/of winst-en-verliesrekening (art. 362 lid 6).
à Gebeurtenis gee] nadere informa@e over situa@e op balansdatum.
- Vermelden in de toelich@ng (art. 380a).
à Geen informa@e over situa@e op balansdatum, wel belangrijke financiële gevolgen.
- Opnemen in het bestuursverslag (art. 392 lid 2) + (art. 391 lid 1 + 2).
à Toekomstverwach@ngen worden beïnvloed.
Substan@alisme: de waardeveranderingen van het eigen vermogen worden pas beschouwd
als winst nadat er rekening is gehouden met infla@e.
- Doelstelling: prijsveranderingen buiten het resultaat houden.
Stelselwijziging: een of meer grondslagen van het stelsel voor de lopende jaarrekening zijn
anders dan die bij het opstellen van de voorafgaande jaarrekening zijn gebruikt. Dit mag
alleen worden doorgevoerd wanneer er sprake is van een gegronde reden:
- Wijziging in wet- en regelgeving.
- Het aansluiten bij interna@onale opvadngen.
- De gebruiken in de bedrijfstak.
Retrospec@eve verwerking: de stelselwijziging wordt toegepast in het verleden.
- Cumula@ef effect: het effect per begin boekjaar door de vergelijkende cijfers van het
voorafgaande jaar anders weer te geven, verwerking overige reserves (art. 363 lid 5).
- Jaareffect: het effect in het boekjaar dat wordt verwerkt in de resultatenrekening.
Opnemen in de toelich@ng met betrekking tot een stelselwijziging (blz. 83):
- Uiteenzedng van de aard van de stelselwijziging.
- Vermelding van de reden van de stelselwijziging.
- Aanpassen van vergelijkende cijfers voorafgaande jaar.
Schadngswijziging: herziening van een eerder gemaakte schadng (blz. 84).
- Prospec@eve verwerking: gericht op de toekomst.
- Toelich@ng: aard en kwalita@eve effect van de schadngswijziging (blz. 86).
Waardering tegen actuele waarde:
- Immateriële vaste ac@va: voorwaarde van een liquide markt en eerste waardering
tegen kostprijs (art. 6 BAW).
- Materiële vaste ac@va: waardering tegen laagste van actuele kostprijs en de
bedrijfswaarde (art. 7 BAW).
o Tenzij de opbrengstwaarde lager is dan de actuele kostprijs en hoger is dan de
bedrijfswaarde, wordt het tegen de opbrengstwaarde gewaardeerd.
- Voorraden mogen niet worden gewaardeerd tegen de actuele waarde (art. 8 BAW).
Immateriële vaste ac@va: ac@va die niet stoffelijk van aard zijn (art. 365 lid 1):
- Kosten die verband houden met de oprich@ng en uitgi]e van aandelen.
- Kosten van verwerving van concessies, vergunningen en rechten intellectueel.
- Kosten van goodwill die van derden is verkregen.
- Vooruitbetalingen op immateriële vaste ac@va.