College 1
Algemene introductie.
College 2 Kinderen met problemen/achterstand
De student heeft kennis van en inzicht in:
de problematiek van kinderen met Developmental Coordination Disorder
het Constraints Model, en hoe dat toegepast wordt in wetenschappelijk onderzoek
methoden die gebruikt worden bij het ontwikkelen van een meetinstrument
Onderzoek kinderen met bewegingsproblemen
Diagnostiek: wat zijn de problemen va kinderen?
- Motoriek (meten + ontwikkelen meetinstrumenten) -> 2 onderzoeken
- Nevenproblematiek: niet alleen motorisch probleem, maar ook andere problemen
(cognitief, aandacht, angst).
Interventie: ontwikkelen en evalueren van programma’s.
Theoretisch model: Constraints Model (theorie van de knelpunten)
Individual Constraints:
o Structural: leeftijd, motorisch niveau, geslacht -> gerelateerd aan de structuur
van het lichaam.
o Functional: concentratie, faalangst, aandacht -> gerelateerd aan iemand
gedrag.
Task constraints: type taak (bal vangen, schrijven)
Environmental constraints: stimuleren door ouders, leefomgeving, cultuur,
zwaartekracht.
,Onderzoek 1: wetenschappelijk artikel
Opbouw:
- Samenvatting
- Inleiding/introductie
- Methode
- Resultaten
- Discussie
Koppelen resultaten aan theorie/ eerdere bevindingen
Beperkingen van onderzoek
Implicaties voor praktijk
Wat is DCD?
Criterium A.
- Het verwerven en uitvoeren van gecoördineerde motorische vaardigheden verloopt
substantieel onder het niveau dat verwacht mag worden gezien de kalenderleeftijd.
- Onhandigheid
- Trage en onnauwkeurige uitvoering
- Afname motorische test: Movement-ABC
- Kinderen met DCD moeten voldoende gelegenheid hebben gehad om te oefenen.
Criterium B.
- De deficiënties in motorische vaardigheden van criterium A interfereren significant en
persisterend met de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) passend bij de
kalenderleeftijd (zoals zelfverzorging en voorziening in levensonderhoud), en hebben
invloed op de schoolprestaties, voorbereidende beroepsactiviteiten,
beroepsactiviteiten, vrijetijdsbesteding en spel.
- Problemen in het algemeen dagelijks leven
- Ouders en leerkracht moeten problemen ervaren
Criterium C.
- De symptomen beginnen in de vroege ontwikkelingsperiode
Criterium D.
- De deficiënties in de motorische vaardigheden kunnen niet worden verklaard door
een verstandelijke beperking (verstandelijke-ontwikkelingsstoornis) of visusstoornis,
en kunnen niet worden toegeschreven aan een neurologische aandoening die invloed
heeft op beweging (zoals cerebrale parese, spierdystrofie, een degeneratieve
stoornis).
- Arts sluit neurologische aandoening uit
- IQ > 70
Onderzoeksvragen
- Wat zijn de prestaties van kinderen met DCD op ADL vergeleken met kinderen
zonder DCD?
Methode
, Deelnemers:
25 kinderen met DCD (21 ♂; 4♀; 5-8j)
Score op Movement ABC < 16e percentiel
Problemen met motoriek in dagelijks leven (ouders, leerkracht)
Geen neurologische aandoening volgens revalidatie arts
25 controle kinderen (geen DCD)
DCDDaily-Q is de vragenlijst (interventie) die is gebruikt:
23 vragen over:
Zelfverzorging (10 vragen)
Fijne motoriek (7 vragen)
Grove motoriek (6 vragen)
Ouders vullen per item in:
Hoe doet hun kind deze taak?
Hoe lang heeft hun kind erover gedaan om deze taak te leren?
Hoe voert hun kind deze taak uit?
Klinische implicaties
- Behandeling is nodig om kinderen met DCD te helpen beter te bewegen
- Behandeling is niet meer en meer oefenen
- Behandeling = kinderen met DCD leren bewegen
Leren fouten detecteren
Leren oplossingen te bedenken voor foute taakuitvoering
Resultaten: relaties
1. DCD groep: trager in leren van ADL -> slechtere prestaties
2. DCD: minder participatie in ADL = niet gelijk aan slechtere prestaties
3. Controle groep: minder participatie in ADL -> slechtere prestaties
Discussie
Performance: kinderen met DCD presteren slechter in alle ADL activiteiten die in de
DCDDaily zijn opgenomen.
Participatie: kinderen met DCD presteren minder vaak in activiteiten die:
- Het spel van andere kinderen kunnen verstoren
- Ouders over kunnen nemen