1. Hoe baken je af?.....................................................................................................................3
2. Onderzoeksvraag formuleren.................................................................................................6
3. Stakeholders analyseren.........................................................................................................9
4. Onderzoeksplan en methode kiezen....................................................................................12
5. Bronnen en methoden combineren.....................................................................................15
6. Actieonderzoekcyclus uitvoeren..........................................................................................18
7. Gegevens analyseren en interpreteren................................................................................21
8. Evalueren en bijstellen.........................................................................................................25
9. Resultaten toepassen...........................................................................................................28
10. Resultaten vastleggen en delen.........................................................................................30
,Stappenplan – Praktijkvraagstuk afbakenen
1. Hoe baken je af?
Stap 1 – Signaleer het praktijkprobleem
→ Beschrijf wat in de praktijk niet goed gaat, ontbreekt, vastloopt of verbetering behoeft.
→ Formuleer het probleem vanuit de praktijk, niet uitsluitend vanuit een theoretisch perspectief.
Vraag: Wat is er concreet aan de hand?
Stap 2 – Beschrijf de huidige situatie
→ Maak duidelijk wat er nu gebeurt, waar het probleem zichtbaar wordt en onder welke
omstandigheden.
→ Gebruik concrete observaties, ervaringen, signalen of beschikbare informatie.
Let op: onderscheid feitelijke informatie van aannames en vermoedens.
Stap 3 – Bepaal voor wie het probleem relevant is
→ Breng betrokkenen en belanghebbenden in kaart.
→ Kijk naar wie het probleem ervaart, wie gevolgen ondervindt en wie invloed heeft op de situatie.
Vraag: Voor wie is verandering belangrijk?
Stap 4 – Analyseer de context
→ Onderzoek welke omstandigheden het vraagstuk beïnvloeden.
Denk aan:
organisatie en werkomgeving;
betrokken personen en groepen;
bestaande werkwijzen;
belangen en verwachtingen;
onderlinge relaties;
beschikbare middelen en beperkingen.
Doel: begrijpen dat het praktijkprobleem onderdeel is van een groter systeem.
Stap 5 – Breng mogelijke oorzaken en gevolgen in kaart
→ Onderzoek welke factoren mogelijk bijdragen aan het probleem.
→ Breng daarnaast de belangrijkste gevolgen in beeld.
Schema:
Mogelijke oorzaken → praktijkprobleem → gevolgen
→ Behandel oorzaken nog niet als bewezen verklaringen.
, Stap 6 – Bepaal wat veranderbaar is
→ Onderzoek welke aspecten binnen de invloedssfeer van de betrokkenen liggen.
→ Onderscheid tussen:
direct beïnvloedbaar;
indirect beïnvloedbaar;
nauwelijks of niet beïnvloedbaar.
Actieonderzoek richt zich vooral op datgene waarop betrokkenen daadwerkelijk kunnen
handelen en leren.
Stap 7 – Baken het vraagstuk af
Beperk het onderwerp naar:
Wie? doelgroep/betrokkenen
Wat? specifiek probleem of proces
Waar? organisatie, afdeling of context
Wanneer? relevante periode
Welke aspecten? factoren waarop het onderzoek zich richt
→ Een te breed probleem wordt opgesplitst in een concreet en onderzoekbaar praktijkvraagstuk.
Stap 8 – Controleer de relevantie
→ Is het vraagstuk daadwerkelijk belangrijk voor de praktijk?
→ Is er behoefte aan verandering, verbetering of nieuwe kennis?
→ Ervaren betrokkenen het probleem zelf als relevant?
Relevantie = betekenis voor de praktijk + behoefte aan verandering/leren.
Stap 9 – Controleer de haalbaarheid
→ Kan het vraagstuk binnen de beschikbare omstandigheden worden onderzocht?
Controleer:
beschikbare tijd;
beschikbare middelen;
toegang tot de praktijk;
medewerking van betrokkenen;
beschikbare gegevens;
eigen invloedssfeer.