Psychologie van de
adolescentie
26e druk
,Inhoud
Hoofdstuk 1 – Inleiding........................................................................................... 3
Hoofdstuk 2: Theorieën over de adolescentie......................................................18
Hoofdstuk 3: Lichamelijke ontwikkeling................................................................37
Hoofdstuk 4 – Hersenontwikkeling........................................................................57
Hoofdstuk 5 – Seksuele ontwikkeling....................................................................65
Hoofdstuk 6 – Cognitieve ontwikkeling in de adolescentie...................................86
Hoofdstuk 7 – Emotionele ontwikkeling in de adolescentie..................................96
Hoofdstuk 8 – Ontwikkeling van het zelf en de identiteit....................................106
Hoofdstuk 9 – Autonomie-ontwikkeling in de adolescentie.................................117
Hoofdstuk 10 – Morele ontwikkeling in de adolescentie.....................................128
Hoofdstuk 11 – De rol van het gezin...................................................................136
Hoofdstuk 12 – De rol van leeftijdgenoten..........................................................149
Hoofdstuk 13 – Internaliserende stoornissen......................................................163
Hoofdstuk 14 – Crimineel gedrag en externaliserende stoornissen....................179
Hoofdstuk 15 – Hulpverlening aan adolescenten................................................201
Begrippenlijst..................................................................................................... 216
Oefentoets 1 – Basiskennis hoofdstuk 1 t/m 15..................................................250
Antwoorden toets 1............................................................................................ 254
Oefentoets 2 – Begrippen en theorieën..............................................................255
Antwoorden toets 2............................................................................................ 257
Oefentoets 3 – Casustoets.................................................................................. 258
Antwoorden toets 3............................................................................................ 261
Oefentoets 4 – Moeilijkere toets.........................................................................262
Antwoorden toets 4............................................................................................ 266
Oefentoets 5 – Eindtoets alle 15 hoofdstukken..................................................267
Antwoorden eindtoets........................................................................................ 272
Ultra-korte samenvatting per hoofdstuk.............................................................275
De belangrijkste verschillen die je voor de toets moet kennen..........................282
Ezelsbruggetjes.................................................................................................. 284
Flashcards – belangrijkste begrippen.................................................................285
De 15 hoofdstukken in één zin........................................................................... 287
Wat je vooral moet kunnen uitleggen.................................................................288
,Hoofdstuk 1 – Inleiding
1.2 Adolescentie: een beschrijving
Wat is adolescentie?
Adolescentie is de periode tussen de kinderjaren en de volwassenheid waarin
jongeren opgroeien tot zelfstandige deelnemers aan de maatschappij.
In deze leerstof wordt uitgegaan van ongeveer 10 tot 23 jaar.
Tijdens de adolescentie vinden verschillende ontwikkelingen plaats:
Biologische ontwikkeling: hormonen, hersenen, groei, spierontwikkeling en
vetverdeling veranderen.
Lichamelijke ontwikkeling: het uiterlijk verandert, waardoor jongeren
moeten leren omgaan met hun nieuwe lichaam.
Psychische ontwikkeling: jongeren ontdekken wie ze zijn en wat bij hen
past.
Sociale ontwikkeling: de invloed van ouders, vrienden en leeftijdsgenoten
verandert.
De belangrijkste ontwikkelingstaak is het vormen van een eigen identiteit.
Identiteit
Identiteit betekent dat iemand zichzelf ervaart als een persoon met een eigen,
herkenbare en redelijk samenhangende levensstijl.
Jongeren onderzoeken hun identiteit door:
Verschillende situaties uit te proberen;
Nieuw gedrag te testen;
Verschillende rollen aan te nemen;
Eigen keuzes te maken;
Grenzen en beperkingen te leren kennen;
Reacties van anderen te verwerken.
Ouders, vrienden en leeftijdsgenoten hebben hierbij een belangrijke invloed.
Langer zelfstandig worden
De maatschappij is ingewikkelder geworden, vooral op het gebied van studie en
werk. Daardoor duurt het langer voordat jongeren volledig zelfstandig zijn.
Bijvoorbeeld:
Jongeren volgen langer onderwijs;
Ze blijven langer thuis wonen;
Ze beginnen later aan een vaste baan;
, Trouwen, samenwonen en een huis kopen gebeuren vaak later.
Onderzoekers verschillen van mening over de gevolgen hiervan:
Moffitt denkt dat de tegenstrijdigheid tussen lichamelijk volwassen worden
en nog niet volledig zelfstandig zijn kan bijdragen aan probleemgedrag.
Arnett vindt dat dit niet automatisch tot spanningen hoeft te leiden.
Jongvolwassenen kunnen het juist prettig vinden dat ze nog niet alle
volwassen verantwoordelijkheden hoeven te dragen.
Emerging adulthood
Emerging adulthood betekent ontluikende volwassenheid.
Dit is een ontwikkelingsfase die meestal ongeveer loopt van 18 tot 25 jaar, soms
tot ongeveer 29 jaar.
In deze fase komen traditionele kenmerken van volwassenheid vaak later:
Een vaste baan krijgen;
Zelfstandig wonen;
Trouwen;
Een huis kopen;
Een langdurige relatie aangaan.
Quarterlifecrisis
Een quarterlifecrisis is een periode waarin jongeren rond hun 25e levensjaar
moeite kunnen hebben met het vinden van een plek in de volwassen wereld.
Ze kunnen bijvoorbeeld twijfelen over:
Werk zoeken of verder studeren;
Samenwonen of alleen wonen;
Reizen of carrière maken;
Zekerheid of vrijheid kiezen.
Transitional care
De ontwikkeling van de hersenen loopt volgens de tekst door tot minstens het
23e levensjaar. Daarom wordt steeds vaker gesproken over transitional care.
Transitional care betekent dat de overgang van jeugd- naar volwassenenzorg
geleidelijk verloopt. De leeftijd van 18 jaar wordt daarbij niet als een harde grens
gezien.
Een voorbeeld is de overgang:
Kinder- en jeugdpsychiatrie → volwassenpsychiatrie