• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 45 pages
Summary

samenvatting inspanningsfysiologie - deel van prof. Troosters - 2de Bach kinesitherapie en revalidatiewetenschappen

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 45 pages

samenvatting inspanningsfysiologie met illustraties gebaseerd op de hoorcolleges, notities en slides. Deel van prof. Thierry Troosters. gedoceerd in 2de semester, 2de bachelor kinesitherapie en revalidatiewetenschappen in '25-'26. geslaagd in 1ste zit.

Content preview

INSPANNINGSFYSIOLOGIE
Thierry Troosters

HOOFDSTUK 1 – INLEIDING

TYPES VAN INSPANNING EN TESTEN VAN INSPANNINGSCAPACITEIT

- Whole body exercise
o Constant work (steady state, bv. wandelen aan vast tempo)
▪ Labotest (+metingen tijdens inspannning in het labo)
▪ Field testen (+metingen tijdens ‘klinische’ fieldtests)
o Incremental (belasting neemt toe, bv. biebtest)
▪ Labotests
▪ Field testen
o All out exercise (bv. in 30s zoveel mogelijk spanning geven)
- Gelocaliseerde inspanning spierfunctie

WHOLE BODY EXERCISE

 Inspanning geleverd door het gehele lichaam, grote spiergroepen in actie en met significante
cardiovasculaire en ventilatoire impact.

Prognose op basis van piek VO2 max -> goede indicator voor levensverwachtingen

➔ Voor inspanning te kunnen leveren heb je energie nodig → zuurstof en substraat
nodig (zonder O2: lactaatvorming)(geproduceerde CO2 moet terug uit worden
geademd)
➔ O2 consumptie als een indirecte maat voor inspanningscapaciteit
o 21% O2 inademen, 16-18% O2 uitademen
o In rust: 250-300ml O2 per minuut
o Als uw hartdebiet aan zijn max. komt of de spieren niet nog meer kunnen
samentrekken stopt het mechanisme
o Centrale (O2 aanleveren, hartdebiet en ventilatie) en perifere component
(O2 gebruiken, spieren)
▪ Bij gezonde mensen ligt probleem bij hart/cardiorespiratoire
centra en niet persee de spieren

CONSTANTE BELASTING

➔ O2 consumptie neemt toe
➔ Meer O2 nodig bij mensen die meer wegen
➔ Rustmetabolsime = 3,5 ml/min/kg
➔ Hoe beter uw conditie, hoe sneller je adapteerd aan nieuwe inspanning
➔ Steady state fase: O2-verbruik is precies de noodzakelijke O2 om de energie te voorzien
➔ Mono-exponentiële toename in de VO2 om te voorzien in de energiebehoefte; een deel van de
energie wordt geleverd door ‘anaerobe’ processen (‘zuurstofschuld)
o Zuurstofschuld betaal je terug wanneer inspanning wegvalt, tijdens recuperatie

, ➔ hoe meer belasting, hoe meer O2-consumptie nodig
➔ Over VO2 max gaan gaat even, maar op anaerobe inspanning waardoor we verzuren en de
inspanning niet lang kunnen volhouden
➔ VO2max = maximale zuurstofconsumptie

INCREMENTAL EXERCISE TEST

➔ VO2peak
o Maximale zuurstofconsumptie die bereikt wordt wanneer de belasting langzaam wordt
opgedreven tot het maximum
o Kort bij VO2max, maar niet exact hetzelfde
➔ Elke minuut wordt er extra O2-verbruik uitgelokt tot de VO2peak
➔ O2-verbruik
o Rust => 1 MET
o Lichte inspanning => 1,5-3 MET
o Matige inspanning => 3-6 MET
o Intense inspanning => >6 MET
o Max. op onze leeftijd rond 12 MET

KLINISCHE TESTS

➔ Tests met constante belasting
o Labo-tests (fiets of loopband)
▪ Uitkomstmaat in revalidatie-onderzoek
▪ O2-opname kinetiek als maat voor fitness (of recuperatie polsfrequentie)
o Field test
▪ 6 minuten wandeltest
▪ Stair climbing test
➔ Tests met toenemende belasting tot max.
o Labo-tests (fiets of loopband)
▪ Bepaling van piek responses
▪ Bepaling van ‘submaximale parameters’
o Field test
▪ Incremental shuttle walking (running test)
➔ All out test (wingate test): anaerobe capaciteit
o 30s, zo snel mogelijk fietsen
o Aan belasting van 7,5% lichaamsgewicht
o Omwentelingen worden geregistreerd per 5s

,LOCAL MUSCLE WORK

 Inspanning geleverd door specifieke spiergroep(-en) meestal zonder significante cardiovasculaire
en ventilatoire impact

SPIERKRACHT

➔ Capillairen zijn afgesneden vanaf 60% van max. kracht
➔ Maximaal vrijwillige contractie
o Isometrisch
o Isokinetisch
o Dynamisch
o Eccentrisch
➔ Niet vrijwillige contractie
o Electrisch geïnduceerd
o Magnetisch geïnduceerd
➔ Diermodellen
o Electrisch geïnduceerd

UITHOUDING

➔ Spiervermoeidheid
o Contractiele ‘vermoeidheid’
▪ Verlies aan kracht voor eenzelfde prikkel
▪ Meer prikkels nodig voor eenzelfde kracht
➔ Testen vermoeidheid
o In vitro
o Op basis van EMG
▪ Groter EMG signaal voor zelfde output -> vermoeidheid
o Krachtverlies bij gelijke stimulus
▪ Centraal
▪ Perifeer
➔ Bergaf wandelen is vermoeiender voor de spieren (vraagt wel minder lucht)

, HOOFDSTUK 2: ZUURSTOFCONSUMPTIE TIJDENS INAPNNING: VENTILATIE

CENTRALE MECHANISMEN DIE ZUURSTOFAFLEVERING REGELEN

→ capaciteit om inspanningen te leveren hangt vooral af van ventilatie en het
hele lichaam (dus niet alleen de spieren)

→ max hartfrequentie = 220-leeftijd (ongeveer)

→ een gezonde long limiteert normaal de inspanning niet (bij asthma en andere
longaandoeningen wel)


LONGFUNCTIE EN LONGMECHANICA


INLEIDING

→ er stroomt automatisch lucht naar binnen in onze longen door drukverschil bij inademen en bij
uitademen keert drukverschil om en lucht gaat automatisch naar buiten.

→ ademen = drukverschillen, luchtverplaatsing

→inademen →diafragma naar beneden → lucht stroomt binnen <->uitademen

→lucht legt weg af via neus, mond, trachea, … → het splitst telkens op (in 2)
→ elke splitsing is een generatie luchtwegen

→eerste 16 generaties heb je nog niet echt gasuitwisseling, dode ruimte = geleidende
luchtwegen

→stroomsnelheid wordt lager naar mate de generaties

→ bij de 16de generatie is er nog amper stroomsnelheid → werkt dan vooral op diffusie

→ vanaf generatie 17-23: transitie en respiratoirezone



→thoraxwand is een dynamisch, meebewegend systeem: bewegende delen en bewegingsvrijheden

→ pleurabladen (parietaal en visceraal, met pleuravocht) zorgen ervoor dat longen mooi in
thoraxwand kunnen opgespannen blijven

→ Verloop ribben bovenaan meer horizontaal, onderaan van boven naar onder. Hieruit volgt dat
bij beweging meer volume gecreeerd wordt bij inademing

→ bovenste ribben hebben een
andere as dan onderste ribben

→bovenste ribben bewegen
vooral naar voor en naar boven

→ onderste ribben gaan vooral naar buiten
bewegen

Document information

Study
Uploaded on
September 24, 2026
Number of pages
45
Written in
2025/2026
Type
Summary
$13.74

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
6
Last sold
1 week ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions