-
metabolisme stofwisseling is de productie en
opslag van energie en bestaat uit een geheel van anabole en katabole reacties : 1) anabool =
opbouwend ,
kost energie .
2) Katabool : afbrekend ,
levert energie .
basisconcepten
-energieproductie uit voedsel :
1
lipiden '
glycerol + vetzuren
polysachariden <monosachariden acetyl .
COA (-kleine hoeveelheidATP) <CO2 + H2O + ATP (veel)
eiwitten aminozuren
c
√ ,
"by hogere activite it
-
ATP is belangryk voor veel processen in decel ,
bu beweging transport biosynthese .
in de Sel zit weinig ATP
,
maar de omzettingssnelheid is heel hoog .
< adenosine trifosfaat Pi pi Pi
-
ATP productie : 1) autotroof (planten) : zonlicht (ATP 2) Chemotroof (dieren) : oxidatie voedselmoleculen 'ATP. adenosine
~
cAMP -1 ADD ~> ATR
,
-
de trifosfaatgroep van ATP bevat 2 Postoanhyride bindingen : tussen 2 Fosforylgroepen ,
deze zyn hoog-energetisch en by hydrolyse komt er ook veel energie vry .
·
uitwisseling ATP :
1
.
normaal : ATP , 'ADP + Pi (fosfaat) >
omzetting naar ADP by br beweging actief transport biosynthese omzetting ,
tot ATP by br fotosynthese oxidatie voedsel .
sommige reacties worden gedreven door andere moleculen ,
.
2 Soms : ATPs'AMP + PPi (pyrofosfaat) of ATP + AMP , '2ADP (myokinese).
bV GTP CTP UTP
.
-om een ongunstige reactie)60) te kunnen laten verlopen wordt deze vaak gekoppeld aan ATP hydrolyse ( 60-30 5 K] mol) :
, ,
As "B
l
+ 16
,
7 k]/mo
'
BAADD CTHT) 8KIImo
JATATP
THZO , A DI _ B .
ATP+H20 s'ADP + Pi- 30 5 ,
k] mol > evenwicht naar rechts
c ATP creatine fosfact caeroob anaeroob
-
bron ATP by inspanning : eerst hoog-energetische fosforyltransfers ,
daarna metabole pathways .
-
dus : voedselmoleculen warmte + ATP + 302 + H2O .
elektronendragers
> via elektronendragers
oxidatie voedselmoleculen elektronen cos Clever tATP negatief
door
O a Ha
,
>
naar elektronentransportketen
1. NADT (nicotine adenine dinucleotidel
-
NAD" is een Co-enzym (niet-eiwit hulpstof) ,
komt vry incellen voor en reageert met meerdere enzymen . NADT < NADH + HT = reductie
-NAD"kan by de oxidatie van voedselmoleculen 2 Ht en 20 opnemen : reductie tot NADH +HT NADH + Ht > NAD
*
= oxidatie
애
oxidatie voedselmolecuul : [ " + 2 H
+
R R
R
'
R
ㅐ
> reactieve site
ㅐ 시 개
o
'
C C
reductie NADT : i NH2 + 2H
+
+ 25 NH2 + Ht
N
술 = WADt = NADH
, in Reen H. atoom
2 .
FAD (flavine-adenine -
dinucleotide
-
FAD is een prosthetische groep (niet-eiwit hulpstof) en komt alleen covalent gebonden aan een enzym voor .
-
FAD (geoxideerd) kan worden omgezet in FADHz mbv 2Ht en 2e
시 ㅐ
oxidatie voedselmolecuul : R C C R / R C C- R + 2HT
H ㅐ 서 ㅐ
, reactieve site
ㅇ
Y D
FA
ㅐ o
H3C
"
=
W ,
, ss .
NH i m
+
FADH2
FADsc ↓
redustie + 2H + 22 , wi이 =
^ N G <
호
H3
「
〜
; o
> reastieve site
¿ H
3. NADPT(gefostorylserd NADT
-
NADPT/NADPH komen Vaak voor by reductie van moleculen (bu vetzuur-/cholesterolsynthese) ,
het transporteert dus H en e terug naar het voedselmolecuul
시
1 시
σ
oxidatie NADPH :
C
… N H2
+ HT + 20 : gebeure 2x ,
dus 24 en 4e
N H2 N
N
R = NADPH ↓ N ADD
=
+
1 in R een Pos2-groep ipv H-atoom
R
R
R R
reductie voedselmolecuul : + 2HT + SHTSvry) + 40 > + Ho
4
. Coenzym A SCOASH GOAL
Coenzym A is eendrager van acylgroepen belangryk voor br vetzuuroxidatie en synthese van membraanlipiden . SOA ester : R-C-S-20A Jasyl- COA)
-
.
,
-
LOA wordt verbonden aan de asylgroep via zyn eigen zwavelgroep : asylering , vorming hoog- energetische binding .
∆
, -
veelvoorkomende vorm COA-ester =
azetyl - COA (restgroep = <H3) : H3C-C-S-COA
-
hydrolyse van COA-esters heeft eenzeer negatieve 6" vb : acetyl-CoA + H2O acetaat + COASH J-31 41] , moll .
,
-
alle elektronendragers bestaan uit terugkerende componenten : 1) adenine ,
2) ribose ,
3) difosfaat.
-
veel geastiveerde elektronendragers zijn Coenzymen ,
die derivaten van vitaminen zyn .
biologisch membranen
-primaire functie biologisch membraan : behouden van essentiële verschillen tussen selinhoud en omgeving .
-kenmerken biologisch membraan :
1
. Selectieve barrière : pompen , sarriers , porien gates .
2
. receptoren voor interacties met omgeving ,
bu met hormonen licht geluid .
3
. matrix voor enzymen ,
die bu betrokken zyn by B-oxidatie of oxidatieve fosforylering .
4
. Een membraan vormt een
grensvial tussen compartimenten .
niet covalent verbonden
↳
> glycolipiden glycoproteinen proteoglyzanen
5. Voornaamste bestandsdelen) verhoudingen kunnen verschillen) : lipiden en eiwitten beide kunnen eut gekoppeld zyn aan suikers . vorming suikerlaag buitenkant membraan .
,
'
" " "
6
. membraan
'" " " "
lipiden zyn klein en antipatisch : hydrofobe staart en hydrofiele ko p spontane vorming bilaag in H2O .
7. membranen kiygen een specifieke functie door specifieke eiwitten .
viroel
.
8 o'
rsnipiaenioag
membranen zyn asymmetrisch ; de 2 kanten verschillen .
〜
'
vetten bUTAG
9
.
,
membranen zyn vloeibaar .
#
.
弍
7
10 . membranen zyn elektrisch gepolariseerd , plasmamembraan is binnen negatief geladen .
Opslag triasyiglycerol (TAG) : neutrale lipiden kunnen zich ophopen tussen de bilaag en worden opgeslagen in een vetdruppel na afsnoering door eiwitten .
-
-
signaalfunstie membraanlipiden : fosforylering >internsignaal .
belangryk vb : PIP2 ,
afbreekbaar door PLC .
-
membraaneiwitten : 1) verantwoordelyk voor membraanprocessen ,
2) extrinsiek (binding aan binnen -
of buitenkant membraan) of intrinsiek (transmembraan).
-
celdisruptie >
-
selfsealing membraan .
-afsnoering membraandomein : dmv tight junctions .