WEEK 1: HARTFYSIOLOGIE EN CONGENITALE HARTAFWIJKINGEN
PC: Hartzeer: nvt midterm
Hartfalen
1. Rechterharthelft = CVD (centraal veneuze druk) verhoogd + perifeer
oedeem
- Bij ernstige vorm: ascites (vochtophoping in buikholte) + hepatomegalie
2. Linkerharthelft = crepitaties (knetterend geluid) over beide longen aan de
onderzijde door longoedeem
- Aanwezigheid van 2 markers: NT – pro BNP (hartfalen) + Troponine T
(ischemie)
Classificatie hartfalen (NYHA)
1. Geen klachten van overmatige vermoeidheid, palpitaties of dyspneu
2. Klachten bij normale inspanning, geen klachten in rust
3. Klachten bij geringe inspanning, geen/weinig klachten in rust
4. In rust zijn er klachten, geen lichamelijke inspanning zonder klachten,
patiënt kan niet platliggen
- Prognose klasse 4: levensverwachting 5 jr
Behandelplan
1. Niet-medicamenteus
- Natriumbeperking
- Vochtbeperking (max 1500 ml per dag)
- Niet roken
- Alcoholbeperking
- Gewichtsreductie en bewegen
- Jaarlijkse griepvaccinatie
2. Medicamenteus
- Diuretica: plaspillen
- Ace-remmer of ARB: vasodilatatie: bloeddruk en belasting van het hart
neemt af
- Bètablokkers: verlagen bloeddruk en hartslag door het inhiberen van de
werking van stresshormonen
- Aldosteronantagonisten
- Digoxine: vergroot contractiekracht van het hart en verlaagt de hartslag
,Longlijden
- Inspirium moet 3x zo lang als expirium zijn, expirium is luider bij LO
- Lab: CRP, leukocytendifferentiatie, sputumkweek
Behandelplan Medicamenteus
- Kortwerkende luchtwegverwijders: SABA
- Langwerkende luchtwegverwijders: LAMA
- Inhalatiecorticosteroïden
,WC: Elektrische eigenschappen van het hart
1 circulatie = lage bloeddruk
Contractie en relaxatie bepalen cardiac output
- Vaak probleem bij relaxatie
- Sinusknoop (boven rechter atrium) heeft pacemaker cellen: bepalen of
hartspiercellen samentrekken of niet
- Sinusknoop ontlaadt spontaan
- Verlies van coördinatie (contractie/relaxatie): geeft hartritmestoornissen
AV-knoop = geeft signaal van atria naar de ventrikels
- Werkt langzaam als enige: voor de opvulling van de atria voor de
ventrikels
Hart heeft automatisie (trekt zelfstandig samen in afwezigheid van neuronale of
hormonale stimulatie)
- Gangmaker = pacemaker cellen
Pacemaker cellen = willen de drempelwaarde overschrijven zodat de
actiepotentiaal wordt bereikt -> hartslag
Actiepotentiaal ventrikelcel
1. Fase 4 = rustfase (-90 mV)
2. Fase 0 = snelle depolarisatie door influx van Na+ ionen
3. Fase 1 = snelle repolarisatie, kalium uitstroom
4. Fase 2 = plateaufase, geen netto instroom, calcium instroom = kalium
uitstroom, evenwicht
5. Fase 3 = repolarisatie, kalium uitstroom > calcium instroom
, Regulatie van hartfrequentie
Parasympatisch: nervus vagus: Acetylcholine op muscarinereceptoren:
vertragende invloed
Sympathisch: noradrenaline/adrenaline op beta cellen: versterkende invloed
- Grijpen beide vooral aan op de sinusknoop
Donorhart: werkt parasympathisch systeem niet meer op: hartfrequentie boven
60: hogere hartslag ook tijdens rust
- Bij schrikken met donorhart wordt de sympatische invloed vertraagd,
want alleen nog adrenaline vanuit de bijnier ipv zenuwstelsel (doordat
zenuwstelsel is doorgesneden)
Natrium kanalen zijn anders in atrium dan in ventrikel
Hart laten stoppen = geen natrium of kalium
Commotio cordis = impact van een object op het hart tijdens de repolarisatie
van het ventrikel -> chaotische depolarisatie -> ventrikel fibrilleren
Hartinfarct kan leiden tot een verandering van de elektrische hartas
Excitatie-contractie koppeling = activatie-contractie koppeling
1. Calcium in het sarcoplasmatisch reticulum in myocyten komt vrij bij een
verhoogde concentratie aan Ca2+ in het cytosol (bij actiepotentiaal)
2. Deze Ca2+ zorgt ervoor dat myosine en actine aan elkaar binden