,Inhoud
Deel 1: De ontwikkeling van een kind....................................................................4
Hoofdstuk 1: Een inleiding in de ontwikkeling van het kind................................4
Hoofdstuk 2: Theoretische perspectieven en onderzoek.....................................6
Hoofdstuk 3: Het begin van het leven...............................................................16
Hoofdstuk 4: De geboorte en het pasgeboren kind...........................................23
Deel 2: De babytijd............................................................................................... 28
Hoofdstuk 5: De fysieke ontwikkelingen in de babytijd.....................................28
Hoofdstuk 6: De cognitieve ontwikkeling in de babytijd....................................35
Hoofdstuk 7: De sociaal-emotionele ontwikkeling en de
persoonlijkheidsontwikkeling in de babytijd......................................................43
Deel 3: De peuter- en kleutertijd..........................................................................49
Hoofdstuk 8: De fysieke ontwikkelingen in de peuter- en kleutertijd.................49
Hoofdstuk 9: De cognitieve ontwikkelingen in de peuter- en kleutertijd...........57
Hoofdstuk 10: De sociaal-emotionele ontwikkeling en de
persoonlijkheidsontwikkeling in de peuter- en kleutertijd..................................67
Deel 4: De schooltijd............................................................................................ 79
Hoofdstuk 11: De fysieke ontwikkelingen in de schooltijd.................................79
Hoofdstuk 12: De cognitieve ontwikkelingen in de schooltijd............................87
Hoofdstuk 13: De sociaal-emotionele ontwikkeling en de
persoonlijkheidsontwikkeling in de schooltijd....................................................99
Begrippenlijst..................................................................................................... 115
Oefenexamen 1 – Ontwikkelingspsychologie......................................................142
Antwoorden oefenexamen 1............................................................................... 147
Oefenexamen 2 – Ontwikkelingspsychologie......................................................151
Antwoorden oefenexamen 2............................................................................... 159
Oefenexamen 3 – Ontwikkelingspsychologie......................................................162
Antwoorden oefenexamen 3............................................................................... 171
Oefenexamen 4 – Ontwikkelingspsychologie......................................................174
Antwoorden oefentoets 4................................................................................... 179
Antwoorden oefentoets 5................................................................................... 189
ULTRA-KORTE SAMENVATTING – HOOFDSTUK 1 T/M 13......................................192
HULPMIDDEL 1 – DE 13 HOOFDSTUKKEN IN ÉÉN RIJTJE......................................200
HULPMIDDEL 2 – DE BELANGRIJKSTE THEORETICI..............................................201
HULPMIDDEL 3 – DE BELANGRIJKSTE BEGRIPPEN DIE JE NIET DOOR ELKAAR MAG
HALEN................................................................................................................. 201
HULPMIDDEL 4 – DE ONTWIKKELING PER LEEFTIJDSFASE...................................203
,HULPMIDDEL 5 – PIAGET IN 20 SECONDEN.........................................................204
HULPMIDDEL 6 – VYGOTSKY IN 10 SECONDEN...................................................204
HULPMIDDEL 7 – ERIKSON.................................................................................. 205
HULPMIDDEL 8 – MORELE ONTWIKKELING..........................................................205
HULPMIDDEL 9 – OPVOEDINGSSTIJLEN...............................................................206
HULPMIDDEL 10 – GENDERBEGRIPPEN...............................................................206
HULPMIDDEL 11 – TAAL...................................................................................... 207
HULPMIDDEL 12 – SPELVORMEN.........................................................................207
HULPMIDDEL 13 – PROBLEEMGEDRAG...............................................................208
HULPMIDDEL 14 – SNELLE CASUSMETHODE.......................................................208
HULPMIDDEL 15 – FLASHCARDS.........................................................................210
HULPMIDDEL 16 – 20 BEGRIPPEN DIE IK ZEKER ZOU LEREN..............................211
ULTRA-ULTRA-KORTE LAATSTE HERHALING.........................................................212
, Deel 1: De ontwikkeling van een kind
Hoofdstuk 1: Een inleiding in de ontwikkeling van het
kind
1.1 Een oriëntatie op de ontwikkelingspsychologie
Ontwikkelingspsychologie is de wetenschappelijke studie naar groei,
verandering en stabiliteit van mensen gedurende de hele levensloop, van
conceptie tot ouderdom. De nadruk ligt vooral op de ontwikkeling tot
volwassenheid.
Ontwikkelingspsychologen onderzoeken:
Welke veranderingen plaatsvinden;
Wanneer deze veranderingen plaatsvinden;
Welke gedragingen juist stabiel blijven.
Vier gebieden van ontwikkeling
1. Fysieke ontwikkeling
Gaat over lichamelijke ontwikkeling en de invloed van de hersenen, het
zenuwstelsel, spieren, zintuigen, voeding en slaap.
Voorbeelden zijn groei, motorische ontwikkeling en seksuele rijping.
2. Cognitieve ontwikkeling
Gaat over de ontwikkeling van denken, leren, geheugen, probleemoplossing
en intelligentie.
3. Sociaal-emotionele ontwikkeling
Gaat over sociale relaties, interacties met anderen en het omgaan met
emoties.
4. Persoonlijkheidsontwikkeling
Gaat over de ontwikkeling van duurzame gedragingen en eigenschappen die
mensen van elkaar onderscheiden.
Leeftijd en individuele verschillen
Wanneer ontwikkelingspsychologen spreken over leeftijdsgroepen, gaat het om
gemiddelden. Kinderen bereiken ontwikkelingsmijlpalen niet allemaal op
hetzelfde moment. Verschillen tussen kinderen zijn normaal. Ze worden vooral
opvallend wanneer een kind sterk afwijkt van het gemiddelde.
Cohort = een groep mensen die rond dezelfde tijd en op dezelfde plek geboren
is.
Normatieve en niet-normatieve gebeurtenissen
Normatieve gebeurtenissen zijn gebeurtenissen die de meeste mensen
binnen een bepaalde groep meemaken.