• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 18 pages
Summary

Samenvatting Celbiologie | Membraanreceptoren | KU Leuven | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 18 pages

Studiemateriaal voor Celbiologie aan KU Leuven, gericht op Hoofdstuk 3 over membraanreceptoren en celcommunicatie. Het document behandelt de fundamenten van chemische communicatie (endocriene, autocrien en paracrien signalering), receptortypen (ionotoop en metabotoop), G-proteïne gekoppelde receptoren (GPCR's) en de G-cyclus met gedetailleerde uitleg van activatiemechanismen. Ideaal voor examenvoorbereiding en conceptbegrip - bevat uitgebreide schema's, formules (zoals de dissociatieconstante Kd) en praktische voorbeelden die moeilijke processen verhelderen.

Content preview

HOOFDSTUK 3: MEMBRAANRECEPTOREN

1 FUNDAMENTEN VAN DE CELCOMMUNICATIE


DRIE VORMEN VAN CHEMISCHE COMMUNICATIE
1. Endocrien: Hormonen (signaalstoffen) worden afgegeven door de kliercellen aan
de bloedbaan. Ze bereiken doelcellen op grote afstand.
-> signaal reist trager door het lichaam, wel
trager

2. Lokaal (Diffusie):

o Autocrien: De cel stimuleert zichzelf, de cel geeft signaalstof af die bindt
aan receptoren o/d eigen cel.

o Paracrien: De signaalstof diffundeert door de interstitiële vloeistof naar
naburige cellen (bijv. groeifactoren), afgeving aan directe omgeving via
vloeistof ts. cellen

3. Lokaal (Synaptisch)/membr. gebonden proteïnen (contact. -afh.): Zeer
gerichte communicatie via neurotransmitters in de synaptische spleet, cellen
maken fysiek cc, het signaalmol. zit vast a/h membr. vd ene cel en bindt direct a/d
receptor vd buurcel


TRANSPORT EN VRIJZETTING
Klieren gebruiken hormonen om het lichaam te “sturen”

 Vrijzetting: Hydrofiele stoffen (zoals adrenaline) via exocytose; lipofiele stoffen
(steroïden) via diffusie.

 Transport: Hydrofiele stoffen reizen vrij in het bloed; hydrofobe stoffen
(steroïden) zijn gebonden aan carrier-proteïnen.

2 RECEPTORTYPEN EN EFFECTEN


SNEL VS. TRAAG EFFECT
 Snel (Ionotroop/Metabotroop): Verandering in bestaande proteïnefunctie of
membraanpotentiaal (milliseconden tot minuten).

 Traag (verandert genexpressie): Het ligand-receptoroppervlak activeert een
cascade die leidt tot transcriptie (DNA -> mRNA) en translatie. Dit verandert het
gedrag van de cel fundamenteel (uren tot dagen).

 Steroïden: Uitzondering. Zij passeren het membraan, binden aan intracellulaire
receptoren en migreren naar de nucleus om direct als transcriptiefactor te
binden aan de enhancer van een gen. *omdat steroïden vetoplosbaar
zijn, glippen ze door celmembr. -> receptor
zit in cytoplasma/nucleus *hormoon-receptor
complex bindt aan spec. stukken DNA om transcriptie te
starten

,IONOTROOP VS. METABOTROOP
 Ionotroop: Ligandgestuurde ionenkanalen (bijv. Nicotinerge Ach-receptor).
Binding opent direct een kanaal.

o Formule: De dissociatieconstante Kd bepaalt de affiniteit. [RL] is de fractie
bezette receptoren. = cte ligand waarbij 50% vd receptoren bezet
zijn kunnen berekenen!
[RL] = aantal ligandgebonden receptoren
[RT] = totaal aantal receptoren.
[L] = aantal liganden nodig voor
het signaal Kd = dissociatieconstante.

o aantal receptoren per cel is bepalend voor de cellulaire reactie
cel kan gevoeligheid voor een hormoon aanpassen door
meer/minder receptoren op zijn membr. te zetten

 Metabotroop: Geen kanaal, maar een signaalcascade via second messengers
(cAMP, cGMP, IP3 , DAG, Ca2+). Deze zijn klein, waardoor ze snel opgebouwd en
afgebroken kunnen worden.

belang. second messengers: cAMP en cGMP activeren spec. kinases
Ca2+ reguleert spierspanning, secretie en enzymen


G-PROTEÏNE GEKOPPELDE RECEPTOREN (GPCR'S)
 G-proteïne = mol. schakelaars ON = gebonden aan GTP OFF =
gevonden aan GDP -> hulp-eiwitten: GEF: gooit GDP eruit als GTP moet
binden GAP: versnelt hydrolyse v. GTP
naar GDP
 Zodra ligand bindt, activeert receptor a/d binnenk. vd cel een G-proteïne, die
enzymen/ionenkanalen aanstuurt
 Hoofdrolspelers: hormoon, inactieve receptor en trimere G-proteïne

GPCR's vormen de grootste familie receptoren (7 transmembranaire domeinen). Ze
werken als een moleculaire schakelaar.

Ligand-receptor binding: binding is meestal spec. en hangt af van welbepaalde residu’s in
zowel receptor als ligand

HET ACTIVATIEMECHANISME VAN GPCRS (DE "G-CYCLUS")
1. Rusttoestand: G-proteïne (trimeer: alpha, bèta, gamma) is gebonden aan GDP
op de alpha-unit. afh. vd receptor kan het trimere G-proteïne in rust a/d
receptor gebonden zijn ofwel losgekoppeld zijn

2. Activatie: Ligand bindt aan receptor -> conformatieverandering.
receptoren zijn meestal vrij selectief voor bepaald
ligand *voorbeeld: adrenaline gebonden op adrenerge
receptor ligand = epinefrine

3. Exchange: De receptor werkt als GEF (Guanine nucleotide Exchange Factor) ->
GDP verlaat G- alpha en GTP bindt. -> receptor trekt G-proteïne aan =>

, alfa-subeenheid laat GDP los + bindt aan nieuw
GTP mol. E *voorbeeld: GPCR + agonist + trimeer
G-proteïne

4. Dissociatie v. GDP: G-alpha laat los van G-beta\gamma en de receptor door
binding met GTP. Beiden kunnen effectoren activeren.

5. Terminatie/binding van GTP: G-alpha hydrolyseert zelf GTP naar GDP
(intrinsieke GTPase-activiteit) -> het trimeer herenigt zich
zodra GDP de G-alfa-subeenheid verlaat, neemt
GTP zijn plek in

6. Gα intrageert met doelwit: de losse activiteit G-alfa-GTP zwemt langs het
membr. en bindt a/e effector (doelwiteiwit) => effector wordt aangezet =>
second messengers worden geproduceerd

7. dissociatie van doelwit en reassociatie G-alfa + G-beta/gamma: zodra GDP
gebonden. is, wordt G-alfa inactief => laat receptor los => zoekt G-beta/gamma
op om rusttoestand te herstellen

TRIMERE G-PROTEÏNEN
G-proteïne gekoppelde receptoren (GPCR’s) vormen een enorme familie van 7-
transmembraan receptoren. De diversiteit in menselijke signalisatie komt voort uit de
variatie in de subeenheden van het trimere G-proteïne:

 G-alpha: 16 verschillende genen.

 G-beta: 5 verschillende genen.

 G-gamma: 12 verschillende genen.

DOELWITTEN (EFFECTORS) V. SPECIFIEKE G-PROTEÏNE KLASSEN EN HUN
PATHWAYS
 Gαs (Stimulerend): Activeert Adenylaatcyclase (AC) -> cAMP stijgt ->
Activeert PKA.
 Gαi (Inhiberend): Remt AC -> cAMP daalt
 Gαq: Activeert Fosfolipase C (PLC) -> splitst PIP2 in IP3 (calciumvrijzetting) en
DAG (activatie PKC).
 Gαt (Transducine): Activeert cGMP-fosfodiesterase (PDE) -> cGMP daalt (in het
oog).

combi. v. verschill. subeenheden bepaalt welke signaal


DE CAMP PATHWAY (G-ALPHA_S EN G-ALPHA_I)

ADENYLAATCYCLASE (AC) EN CAMP
Adenylaatcyclase is het enzym dat ATP omzet in cAMP (cyclic AMP).

 G-alpha_s (Stimulerend): Activeert AC -> cAMP stijgt. (Hormonen: Adrenaline,
Glucagon, ACTH).

 G-alpha_i (Inhiberend): Remt AC -> cAMP daalt. (Hormonen: PGE1, Adenosine).

Document information

Study
Uploaded on
September 23, 2026
Number of pages
18
Written in
2025/2026
Type
Summary
$12.64

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
9
Last sold
-




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions