• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 12 pages
Summary

Samenvatting Celbiologie: Biomembranen | KU Leuven | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 12 pages

Uitgebreide studiestof voor Celbiologie aan de KU Leuven, gericht op Hoofdstuk 1 over biomembranen. Het document behandelt de basisstructuur van cellen, de opbouw van fosfolipidendubbellagen, proteïnen in lipid rafts, en geavanceerde microscopietechnieken zoals AFM (Atomic Force Microscopy). Met heldere uitleg van amfipatische moleculen, cytosolische versus exoplasmatische zijdes, en de functionele organisatie van membranen, is dit materiaal essentieel voor het begrijpen van cellulaire structuur en biedt het een solide voorbereiding op tentamens.

Content preview

CELBIOLOGIE
HOOFDSTUK 1: BIOMEMBRANEN

1 INLEIDING


BASISSTRUCTUUR VAN CELLEN:
 Membraan: Elke cel (zowel prokaryoot als eukaryoot) heeft een
plasmamembraan als buitenste grens.

 Prokaryoten (bacteriën): * Hebben geen intracellulaire membranen

o Het DNA ligt los in de cel en vormt het nucleoïde (niet afgeschermd)

 Eukaryoten (mens, dier, plant): * Hebben wel intracellulaire (soms dubbele)
membraanstructuren

o Deze vormen de organellen (bijv. de celkern, mitochondria)


BELANGRIJKE TERMINOLOGIE (DE 'RUIMTES' IN DE CEL):
 Cytoplasma: Alles binnen het plasmamembraan (inclusief organellen). =
94000 µm² Plasmamembraan = 700 µm² -> behalve nucleus

 Cytosol: Het waterige gedeelte van het cytoplasma (exclusief organellen).
Intracellulaire membranen = 7000 µm²

 Lumen: De waterige vloeistof binnenin een organel.

 Periplasmische ruimte: De ruimte tussen de celwand en het buitenste
membraan (specifiek bij bacteriën).

2 STRUCTUUR VAN BIOMEMBRANEN

 Hoogte: Ongeveer 3 – 4 nm (visueel te vergelijken met een treinspoor).

 Opbouw: Een dubbele laag (bilayer) bestaande uit een binnen- en
buitenmembraan. -> opgebouwd uit fosfolipiden:

 Amfipatisch: zowel een waterlievend als een waterafstotend deel:

 Hydrofiele kop: Polair, naar buiten gericht (contact met
waterig milieu). door OH-groepen

 Hydrofobe staart: Apolair, naar binnen gericht
(afgezonderd van water). door geen OH-
groepen

 Gedrag in water: spontane structuren gevormd waarbij staarten
naar binnen

 Micel: Enkelwandig bolletje

 Liposoom: Dubbelwandig bolletje

 Fosfolipidendubbellaag

,  Functie: Dient als barrière die de cel afscheidt van het externe milieu & om in
een waterig milieu een hoge entropie te handhaven

 Variatie in vorm (naargelang de functie):

 Glad: Bijv. de rode bloedcel (erythrocyt).

 Uitstulpingen: Bijv. haarcellen in het slakkenhuis (voor detectie van
geluidsgolven).

 Isolatie (wikkeling): De Schwann-cel die zich rond een axon windt om
een myelineschede te vormen.


AFM (ATOMIC FORCE MICROSCOPY)
Een techniek om de 3D-structuur van een membraan in kaart te brengen door het
oppervlak fysiek te "betasten".

Werking:

 Scherpe naald: Een nano-naald beweegt over het membraanoppervlak.

 Laser & Sensor: Een laser reflecteert op de naald. Elke minieme beweging (door
een hobbel of kuil) verandert de reflectie.

 Detector: Vertaalt de laser-afwijkingen naar een gedetailleerd 3D-beeld.

Relevantie voor membranen:

 Maakt lipid rafts zichtbaar (deze liggen "hoger" op het membraan (gelere
vlakken) andere vlakken zijn donkerder en liggen dus dieper).

 Kan metingen verrichten in een waterig milieu, waardoor het membraan in zijn
natuurlijke, vloeibare staat blijft.


BELANGRIJKE DEFINITIES:
 Cytosolische zijde: De kant van het membraan die naar het cytosol (binnenkant
cel) wijst.

 Exoplasmatische zijde: De kant van het membraan die naar de extracellulaire
ruimte of het lumen wijst.

 Behoud van zijdigheid: De zijdes veranderen nooit:

o De exoplasmatische zijde blijft de exoplasmatische zijde, zelfs na
versmelting (exocytose) of splitsing (endocytose) met een ander
membraan (hetzelfde geldt voor de cytosolische zijde) onafh. v.
transportmechanismen

3 DE OPBOUW VAN BIOMEMBRANEN


3 SOORTEN LIPIDEN:
1. Fosfoglyceriden & plasmalogenen

2. Sfingolipiden

3. Sterolen (vertonen enkel het gedrag van lipiden)

Document information

Study
Uploaded on
September 23, 2026
Number of pages
12
Written in
2025/2026
Type
Summary
$12.64

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
9
Last sold
-




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions