H1: waarover gaat internationale economie?
Internationale economie bestudeert economische interacties tussen
landen en de problemen die zich hierbij kunnen voordoen
Internationale economie gaat over hoe landen met elkaar omgaan:
- Handel in goederen en diensten (international trade)
- Handel in geldstromen en investeringen ( international finance)
De studie van internationale economie is nog nooit zo belangrijk geweest
als vandaag de dag -> Landen zijn bij het begin van de 21 ste eeuw meer
met elkaar verbonden via handel in goederen en diensten, via
kapitaalstromen en investeringen.
Waarom is de internationale handel zo sterk gestegen?
- Daling van handelsbarrières, zoals tarieven en quota’s, maar ook
een vermindering van transportkosten in het algemeen (daling
luchtvaarttarieven, tankertransport, inschakelen van informatica).
- Oprichting van vrijhandelszones (EU, NAFTA, CETA (Canada en EU,
…).
Voordelen van internationale handel:
1. Wanneer koper en verkoper een vrijwillige transactie ondernemen,
ontvangen ze beiden iets wat ze willen en zijn ze er beter aan toe.
a. Noorse consumenten importeren citroenen die ze zelf moeilijk
hadden kunnen produceren.
b. De producenten van de citroenen krijgen een inkomen dat ze
kunnen gebruiken om andere dingen mee te kopen.
2. Zelfs indien landen het meest (of minst) efficiënt zijn in de productie
van alle goederen winnen ze bij vrijhandel
a. Landen zijn er beter aan toe handel te drijven dan niet
i. Ook al moet je lage lonen betalen
ii. Bepaalde groeperingen in het land genieten er niet van
b. Wie gaat pc en aardappelen produceren tussen België en
Kenia?
i. België pc want heeft de knowhow, productiecapaciteit en
hoogopgeleid personeel
c. Zelfs wanneer de producenten in het minder efficiënte land
enkel kunnen concurreren door het betalen van lagere lonen.
d. Het efficiënte land legt zich toe op de productie van datgene
waar het relatief het beste in is en importeert de rest.
1
, e. De gedachte dat handel schadelijk is wanneer er grote
ongelijkheden zijn tussen de landen wat betreft de
productiviteit en de lonen, is dus fout.
3. Handel zal voordelig zijn voor een land wanneer het goederen
exporteert (importeert) die gebruik maken van overvloedig
aanwezige (schaarse productiefactoren).
4. Als landen zich specialiseren kunnen ze efficiënter zijn door
productie op grotere schaal (auto’s produceren in bepaalde landen
=> schaalvoordelen).
5. Landen kunnen ook winnen door huidige productiefactoren,
goederen, etc. te verhandelen tegen toekomstige productiefactoren,
goederen, etc. (Congo vraagt geld aan België en EU, allebei niet
genoeg geld. China heeft geld geleend en wil grondstoffen in ruil)
Nadelen (auto-industrie in Detroit is weg)
1. Handel is voordelig voor individuele landen maar kan nadelig zijn
voor bepaalde groepen economische agenten binnen landen (de
verdeling van de voordelen kan verschillen)
a. Internationale handel kan een negatief effect hebben voor de
bezitters van productiefactoren die intensief gebruikt worden
in importconcurrerende sectoren (industrieën die concurreren
met geïmporteerde goederen). Als mensen in de verkeerde
industrie werken, wordt er daarna massaal producten
geimporteerd uit het buitenland zoals textiel => vangnetten
voor die mensen (herscholing op kosten van de staat)
b. Internationale handel kan bijgevolg leiden tot uiteenlopende
inkomenseffecten binnen landen
c. Eerder dan tussen landen zouden conflicten betreffende de
handel moeten voorkomen tussen de groepen binnen een
bepaald land
Inter (handel tussen 2 verschillende industrie, arme en rijke landen,
verschillende producten) voedsel en kleding
Intra (handel tussen goederen van dezelfde industrie, soortgelijke
producten, rijke of arme landen) Ferrari en Volvo, aardappelen en bonen.
Het handelspatroon:
- Verschillen in klimaat en productiefactoren (vruchtbaarheid land,
aantal ingenieurs, inter-industriële handel)
o Bv. Brazilië exporteert koffie en Australië exporteert ijzererts.
o Niet altijd: bv. Waarom exporteert Japan auto’s (beginnen
toespitsen na WOII en de VSA vliegtuigen?
2
, - Verschillen in arbeidsproductiviteit (inter-industriële handel).10
mensen in China en 10 mensen in België produceren hetzelfde
o België zal meer produceren omdat ze betere machines
hebben.
- Verschillen in beschikbaarheid en aanwending van productiefactoren
(inter-industriële handel)
- Schaalvoordelen (voordelen van op grote schaal te produceren zoals
auto-industrie) (intra-industriële landen)
Is er een overheidsbeleid nodig?
(= Hoeveel handel mag, zodat ze geen schade kan veroorzaken?)
• Overheden zijn al lange tijd bezorgd om de invloed van
internationale handel op de welvaart van de binnenlandse
industrieën.
• Zij hebben geregeld geprobeerd handel tegen te gaan (vb.
mercantilisme, protectionisme). … Denk aan de uitspraken
van Trump => eigen volk eerst!
• Sinds WOII hebben de geïndustrialiseerde landen de
hindernissen voor internationale handel
Proberen weg te werken door allerlei ‘overeenkomsten’.
• In de jaren 1990 zijn er twee belangrijke
handelsovereenkomsten gesloten, nl. twee ‘free trade
agreements’:
o De NAFTA IN 1994
o De WTO (world trade organization) tijdens de
Uruguay ronde in 1994
• Gelijktijdig heeft de anti-globalistenbeweging echter sterk
aan invloed gewonnen (°1999 in Seattle).
Beleidsmakers kunnen de handel beinvloeden op verschillende manieren:
• Tarief (douanerecht) een taks op import of export
• Quota: een hoeveelheidsbeperking op import of export
(tonijnquota laat toe een beperkte hoeveelheid tonijn te
vissen) anders binnen paar jaar geen tonijn meer)
• Exportsubsidie: een betaling aan de producten die
exporteren (meer productie leidt tot meer
3
, werkgelegenheid zoals landbouw. Groot deel van de goederen wordt in
België verkocht, de rest wordt geëxporteerd). => als oorlog uitbreekt is er
een minimum aan landbouw om voedsel te produceren
Wat zijn de kosten en baten van dergelijk beleid?
• Indien de overheid de handel beperkt, voor welk beleid
kiest ze het beste?
• Indien de overheid de handel beperkt, in welke mate doet
ze dat dan het beste?
• Indien de overheid de handel beperkt, wat zijn de kosten
van mogelijke tegenmaatregelen van handelspartners?
Handelsbeleid wordt vaak gekozen om tegemoet te komen aan speciale
belangengroepen, in plaats van het maximaliseren van de nationale
welvaart.
Regeringen hebben de neiging om tarieven in te voeren en vervolgens te
onderhandelen in ruil voor een vermindering van de
handelsbelemmeringen van andere landen
H2: een overzicht van de wereldhandel
Wie handelt met wie?
Het graviteitsmodel= wat bepaalt de intensiteit van de
handelsbetrekkingen tussen 2 landen of regio’s
In 2015:
China= heel grote economie
Canada & Mexico zijn relatief kleine
economie maar behoren toch tot
handelspartners van de VS
In 2019: staat Mexico eerste
Waarom handelt de VS het meest
met deze grote Europese landen en niet met andere Europese landen?
- Handel tussen de VS en landen die allemaal ongeveer even ver
liggen -> afstand speelt hier dus geen rol
- De grootte van de economie speelt een rol= veel productie
4