Definities
● soc eco: conflict tussen mensen die moeten werken om te kunnen leven (en dus zelf geen
kapitaal hebben) tegenover zij die het kapitaal wél hebben.
● instellingen: manier waarop de macht wordt uitgeoefend
● levensb: conflict tussen kerk en degene die de macht van de kerk willen verminderen
● belgie in wereld: Erkenning van België in de wereld
! internationale context heel belangrijk !
● commun: conflict tussen mensen die frans spreken en zij die de franse elite willen inperken
(Vlamingen vs Walen)
HOOFDSTUK 1 (1830-1848)
soc-eco:
● Koningskwestie
● Overgangsperiode 1830 -1845 (niet alles verandert direct) —> landbouweco, adel en kerk,
macht kerk en gdl, macht vorst
● Industriëlen fan van Willem I
● Landbouw —> industrie
● Toch oppositie tegen hem door:
1. Middenklasse (willen terug zoals franse revolutie nationale soevereinteit) en 2. Adel en
clerus (willen meer macht voor kerk)
● Revolutie door diegene die niks te zeggen hebben (lage burgerij)
● Conservatieven: Brabantse omwenteling 1787 (Oostenrijk)
● Monsterverbond 1827
● Na Belgische revolutie —> voorlopig bewind
● Oktober 1830: onafhankelijkheid België (Leopold)
● Landbouw naar Industrie: Landbouw enorm belangrijk —> aardappelcrisis, crisis
huisnijverheid, hoge pachtprijzen 1845-1847
● Nood aan meer kapitaal industrie: naamloze vennootschappen , banken, overheid
vergemakkelijkt export
● Revolutiegolf in 1848 —> in fra wordt monarchie afgeschaft: hun koning vlucht, onze Leopold
wil ook weg maar mag niet
● Preventieve hervormingen: actieve kiescijns, zegelrecht verdwijnt, verboden om als
magistraat ook in parlement te zitten & kieswijkenwet verdwijnt
instellingen:
● Franse revolutie 1789 : komaf met ancien regime (confederalisme) —> ze willen een
eenheidsstaat
● Franse regime 1795: België wordt deel van Frankrijk (eenheidsstaat, departementen,
afschaffing privileges, nieuw juridisch systeem, haven Antwerpen vrij )
● Grondwet = een compromis tussen wat de liberalen willen en wat de katholieken
willen => grondwet gemaakt tussen nov 1830 en feb 1831 → pas een koning in
juli 1831
● Nationale soevereiniteit
● We hebben nog geen koning wanneer de grondwet werd geschreven
● Macht van koning is beperkt ! (Koning: gebonden aan grondwet, scheider der machten,
ministeriële verantwoordelijkheid, contraseign)
● Nationaal Congres (adel en intellectuelen) —> niet democratisch (enkel rijken —> schrik voor
inspraak gewone mens), Leopold I koning ( ied happy )
● Schijndemocratie (enkel rijken) —> coalitieverbod, kiescijns, dagbladzegel PLURINOMINAAL
MEERDERHEIDSSYSTEEM
, ● Monsterverbond en gedoe Scheiding kerk en staat
● Leopold I: heel veel macht !
● 1847 winnen twee liberalen (Rogier en frere orban )
Levensbeschouwelijk
● Koningskwestie
● Veel gedoe met machtshebbers (koningen enz) in landen VS de paus (vooral Frankrijk —> in
franse rev veel goederen van kerk verkocht enz)
● Concordaat Napoleon en Kerk 1801 : overheid betaalt wetten van priesters & gebouwen vd
kerk onderhouden door gemeente
● 1813 : Napoleon verliest slag bij Leipzig, wij worden bevrijd van Fra
● Na Congres van Wenen krijgt Willem I ons erbij (het zuiden) als bufferstaat : VK der
Nederlanden ontstaat olv Willem I (1815) : bufferstaat!
● Grondwet 1815 : macht gaat uit van de vorst! (Geen ministeriële verantwoordelijkheid & vorst
mag overal tussenkomen) —> staten-generaal: 50/50 Noord/Zuid, bicamaraal, tienjarige
begroting
● wet NoThomb 1842 → ‘elke gemeente in belgië moet een lagere school hebben’
● Kieswijkenwet 1842
● plurinominaal meerderheidsysteem
● Veel mensen tegen kerk : sociaal conservatieven en linker vleugel
● 1834: ontstaan ULB
● Verkiezingen van 1847: liberalen halend de meerderheid!
België in de wereld
● 1830 onafhankelijkheid → nog niet erkend
● 1831 Tiendaagse veldtocht Nederland op België —> België wint dankzij hulp Frankrijk
(verdrag der 24 artikelen)
● 1833: Conventie van Zonhoven (overeenkomst be en nl over tijdelijke grensscheidingen)
● 1839: Conferentie van Londen : België onafhankelijk verklaard (ook door nl), verliest stuk
Limburg & Luxemburg, be eeuwig neutraal, internationale garantie
● Fransen en Britten zeggen nu: we hebben die belgen wel genoeg geholpen , waarom helpen
we die eigenlijk?
● België leent van Rotschild familie
● 1839: papieren van de scheiding zijn getekend : wij verliezen een stukje
grondgebied, wij zijn ‘braaf’ geweest (niet te moeilijk gedaan)
→toch denkt niet ied hetzelfde over de toekomst van de belgische staat
→ orangisme en reünionisme
● Macht Leopold !
communautair
● Frans = bestuurstaal sinds ancien régime (elitair)
● 1795 Franse annexatie → alles in het Frans (verfransing)
● Willem I: Nederlands verplicht 1823 (Vlaanderen), elite weigert
● 1830 Revolutie: bestuur volledig verfranst
● Grondwet 1831: “taalvrijheid” = in praktijk Franstalig
● Elite & burgerij spreken Frans → Nederlands = volkstaal
● Taalminnaars (Willems, Conscience, Van Rijswijck) → erkenning NL
● Petitie 1840 (tweetaligheid) → weinig effect
● Begin Vlaamse Beweging: vreedzaam, cultureel, intellectueel
= verfransing ↔ Vlaamse ontvoogding (taal als symbool)
HOOFDSTUK 2 (1848-1884)
soc - eco
, ● Industriële bloei ( industrie groeit door mechanisering, export, ondernemers enz) —> enkel
hogere klasse profiteert
● Maatschappelijke gevolgen (vooral voordelen voor de rijken)
● 1850-1884: Samenleving: elites, middenklasse, plattelandsvlucht, industrieel proletariaat
(werkers —> super slechte omstandigheden bv levensverw 45 jaar, vrouw kinderen arbeid,
….)
● Liberaal beleid (individualisme, eigendomsrecht, vraag en aanbod) geen succes? = eigen
schuld!
—> in praktijk: staat helpt (privé, maar beschermt arbeiders niet (geen interventie in lonen en
prijzen)
- werkboekje
- coalitieverbod
- bewijsregels
- rijkswacht/leger
● Ongelijkheid in dagelijkse leven (rijk vs arm) , werkgever = frans & arbeider = dialect,
arbeiders alcoholisme VS elite theater enz
● Verzet arbeiders (stakingen, eerste vakbonden, tegen kerk)
● Internationale arbeidersideeën leiden in België tot vakbonden en twee stromingen (marxisme
en proudhonisme), met inspiratie van de Parijse Commune (arbeidersrevolutie), die in 1871
wordt neergeslagen.
● Sociaal progressisme: middenklasse KLASSENINTEGRATIE
= GROTE kloof tussen rijk en arm → sociale onrust en kiem van het socialisme
Instellingen
● Sociaal progressieve middenklasse boos: systeem dat 2% vd mens kan stemmen = oneerlijk
● Sociaal Progressisme ( België bang voor spanning met fra en dui —> extra geld naar
defensie)
—> verzet: Antwerpse meetingpartij 1860
—> geen nationale doorbraak => reden = kiessysteem
● 1866; afschaffing coalitieverbod
● 1871: verlaging cijns
● 1883: capaciteit stemrecht gemeenteraadsverkiezingen (stemrecht gekoppeld aan opleiding)
Levensbeschouwelijk
● Vrijdenkers VS ultramontanen
● Liberale vrijdenkersbeweging (vrijdenkersgroepen: advocaten, leraren, ambtenaren, …)
● Industrieel kapitalisme —> lekenstaat (staat los van kerk)
● Kerk = tegenstander
● Doctrine kerk —> voorbeelden van tegenstand en invloed: begraafplaatsen, onderwijs,
kloosterwet
● Radicalisering —> alles wordt actiever en radicaler
● Van successen vrijdenkers: kerkhoven, studiebeurzen, verbreking relaties Vaticaan
● Impact katholieke partij: Congressen van Mechelen , Regeringen-d’Anethan/de Theux-Malou
● Ultramontanisme (1870): bisschoppen + adellijk grootgrondbezit + middengroepen (willen de
macht voor hun)
● 1867: Bond der Belgische Katholieke Werkmanskringen
Rond 1878 dreigt paus Leo XIII sommige kringen op te heffen
—> Maar schoolstrijd (strijd over katholiek vs neutraal onderwijs) redt het ultramontanisme
● Verkiezingen 1878 : katholieken verliezen van liberalen
● SCHOOLOORLOG 1879-1884
● Wet-Van Humbeeck (1879) !!!!!!!!!!!!!!!!!
—> doel: Het onderwijs op het platteland moderniseren en onder staatscontrole brengen
—> De Wet-Van Humbeeck (1879) verplichtte gemeenten om officiële, neutrale scholen op te
richten, legde gediplomeerde leerkrachten op en beperkte godsdienstonderwijs tot buiten de
lesuren op vraag van de ouders.