KST
2 originele bronnen lezen (al gegeven), leesverslag, samenvatten, verplicht en
niet op punten
1 Inleiding
1.1 Theorie en model
Theorie: algemene verklaring van een welomschreven verzameling feiten of
gebeurtenissen, zo mogelijk bevestigd door consistente dataverzameling of
experimenten
Kijken naar iets, waarnemen, perspectieven
Toetsing van theorieën (bijv. statistisch kwantitatief onderzoek)
Nieuwe theorieën blijven komen, heel dynamische wetenschap
Model: Visuele, verbale of wiskundige representatie van een wetenschappelijk
idee of theorie
Wordt gevisualiseerd
Schema gemaakt, duidelijker dan enkel een theorie
DIA 8-9 voorbeelden sociale modellen
Theorie en paradigma
Een sociologisch paradigma, in de eenvoudigste betekenis, is een basisvoorbeeld
dat sociale fenomenen helpt te begrijpen en verklaren.
Paradigma = basisvoorbeeld dat gekoppeld kan worden aan heel veel
andere praktijken
Sociale werkelijkheid verklaren aan de hand van 1 basisvoorbeeld waarbij
je oneindig andere metaforen/sociale fenomenen kan verklaren
Bril die je opzet en als je die opzet zie je sociale fenomenen op een
bepaalde manier in een perspectief
Bijv. als je aimer kan vervoegen in het Frans kan je ook andere woorden met -er
vervoegen
Bekende sociologische paradigma’s zijn:
Ruil
o Idee van ruil is basismetafoor waaruit verschillende sociale
fenomenen geanalyseerd kunnen worden
o Ruiltheoreticus komt binnen, ziet dat iets geruild wordt: prof geeft
ons kennis en wij geven aandacht
Conflict
o Generatieconflict tussen proffen
o Klassenconflict of genderconflict
o Conflict tussen koppel
Samenwerking
1
,KST
o Samenwerking in les als wij aandacht geven
o Prof die dan les geeft
o Samenwerken in een organisatie (ICT, hygiënisch, …)
Betekenis
o Alles dat prof brengt heeft een bepaalde betekenis
o Je ziet aan gezichten of mensen les leuk vinden of niet, dat heeft
betekenis
o Is constant gaande in de maatschappij
‘paradigma’ betekent letterlijk: ‘voorbeeld’, ook in didactische zin; vb.
vervoeging van werkwoorden
Bijv. pukkelpop vergelijken met 4 verschillende paradigma’s
Paradigma volgens T. Kuhn
Kritiek op ‘kennis als groeiende boom’
Vraag van Kuhn: hoe groeit wetenschap?
o Begint klein en groeit is de theorie van een boom en daar is hij
niet mee eens
o Je hebt een regime, je kan plots een heel ander regime hebben
o Is zoals de politiek: scientific revolutions
Fase 1: Normale wetenschap als oplossen van puzzels
o Oplossen van problemen en deze samenbrengen
Fase 2: Anomalieën en wetenschappelijke ontdekkingen
o Fouten en dingen die eigenlijk helemaal niet kloppen
o Puzzelstukjes passen niet (anomalieën puzzelstukjes)
Fase 3: Crisis van het paradigma
o Tussen 2 paradigma’s in
o In grijze zone tussen oude en nieuwe regime
Fase 4: Nieuwe fase van ‘normale wetenschap’
o Opnieuw uitvinden van wetenschap
Maar wat dan met sociologie?
Sociologie is een multi-paradigmatische wetenschap
o Nooit een normale fase
Theorie, stroming en traditie
Bronnen worden omgevormd tot stromingen omdat alle bronnen samenkomen
denkstroming van een bepaalde socioloog
Sociologische traditie werd gevoed door:
Erfenis van positivisme
o Positivisme = sociaalwetenschappelijk onderzoek op basis van
natuurwetenschappen
o Feiten die heel vast zijn, mensen vergelijken met atomen
Sociale problemen
2
,KST
o Sociologie bestaat naar aanleiding van sociale problemen
o Opkomst van fabrieken, verwerking van fossiele brandstoffen en
kapitalisme sociale problemen
o We willen problemen vergelijken en verklaren ook oplossen
o Onderzoek doen om beleidsinterventies te regelen (aanbevelingen)
o Crisiswetenschap = sociologie
Wens om ‘eigen tijd’ te begrijpen
o Doel van sociale wetenschappen is om eigen tijd te vatten
o In wat voor tijd leven we?
o Diagnose van wat soort maatschappij om context te krijgen en te
kunnen bestuderen
o ‘liquid society’ vloeibare maatschappij, altijd in beweging
Ontwikkeling van de sociologische theorie
Al deze sociologen hadden te maken met woelige maatschappijen die veel
meemaakten en veel sociale problemen hadden
hierdoor sociale paradigma’s opgesteld
Klassieke fase: eigenzinnige auteurs (1845-1920)
o Comte, Marx, Durkheim, Weber, Mead
Moderne fase: paradigmata (1920-1980)
o Functionalisme/ conflictparadigma/ ruilparadigma / symbolisch
interactionisme…
o Parsons, Merton, Dahrendorf, Homans, Blumer, Goffman …
o Basiswerken/fundamenten krijgen vorm en worden in praktijk
geplaatst
o Stromingen naast elkaar
Eclecticisme en nieuwe syntheses (1980- nu)
o Elias, Berger, Giddens, Habermas, Bourdieu, Luhmann, Bauman,
Collins, Castells, Latour (ANT)
o Uit elkaar gehaald want er is nu ontelbaar veel aan paradigma’s en
sociologen
Hoofdparadigma’s
2 basisvragen
Is sociaal gedrag vrij of gedetermineerd?
Gaat sociaal gedrag uit van individu of collectieve actor?
3
, KST
2 Saint-Simon en Comte
Giambattista Vico en de Nuovo Scienza
De sociale werkelijkheid is gemaakt door de mens, en zal dus de mens beter
bestaan dan eender welk natuurfenomeen.
We kunnen bepalen hoe snel een steen valt, maar niet waarom een steen
valt
Hij was heel positief over de humane wetenschappen in de maatschappij
Comte en de erfenis van positivisme (Comtes megalomanie)
In de filosofie loopt een lijn van het positivisme van Verlichters zoals Condorcet
en Saint-Simon via Comte tot de neopositivisten en ‘logisch positivisten’
Utopische socialisten die de vraag stelden: ‘hoe moeten we de
maatschappij inrichten als de industrialisering dominant is?’
We hebben sociaalwetenschappelijke kennis nodig voor de maatschappij
Condorcet: Mens is oneindig verbeterbaar door kennis en maatschappij
o Was toen een nieuw idee: niet moraal denken maar wel wetenschap
In de sociologie is het positivisme doorgedrongen onder invloed van Comte en
Durkheim (‘sociologie als wetenschap van sociale feiten’)
Comte: secretaris van Saint-Simon, religie blijft in denken verwikkeld van
Comte
Durkheim: gelijkaardig, geboren in religieuze context en zal ook op jonge
leeftijd religie afwijzen MAAR idee van belang van religie blijft hangen
Neopositivisten: feiten omzetten in taal, niet enkel in kennis
o Die feiten uitdrukt zegt hoe het staat
De sociologie is een wetenschap waar je alle kennisvelden kan
overschouwen en organiseren
Positivisme als ‘religie van de mensheid’
positivisme als een religie zien
Positivistische tempel: is een religie
“l’amour, l’ordre et le progres
o L’amour = context van naastenliefde, elkaar helpen in wetenschap
o L’ordre = stabiliteit, orde in maatschappij, harmonieuze
samenleving nodig
o Progres = vooruitgang, met sociaal-wetenschappelijke kennis geven
we de maatschappij een richting
DIA 7-10: positivistische tempels bestaan echt
“Catholicism minus christianity” = basisidee van religie tot zich nemen, alle
inhoud weggooien en de basisstructuren behouden
4
2 originele bronnen lezen (al gegeven), leesverslag, samenvatten, verplicht en
niet op punten
1 Inleiding
1.1 Theorie en model
Theorie: algemene verklaring van een welomschreven verzameling feiten of
gebeurtenissen, zo mogelijk bevestigd door consistente dataverzameling of
experimenten
Kijken naar iets, waarnemen, perspectieven
Toetsing van theorieën (bijv. statistisch kwantitatief onderzoek)
Nieuwe theorieën blijven komen, heel dynamische wetenschap
Model: Visuele, verbale of wiskundige representatie van een wetenschappelijk
idee of theorie
Wordt gevisualiseerd
Schema gemaakt, duidelijker dan enkel een theorie
DIA 8-9 voorbeelden sociale modellen
Theorie en paradigma
Een sociologisch paradigma, in de eenvoudigste betekenis, is een basisvoorbeeld
dat sociale fenomenen helpt te begrijpen en verklaren.
Paradigma = basisvoorbeeld dat gekoppeld kan worden aan heel veel
andere praktijken
Sociale werkelijkheid verklaren aan de hand van 1 basisvoorbeeld waarbij
je oneindig andere metaforen/sociale fenomenen kan verklaren
Bril die je opzet en als je die opzet zie je sociale fenomenen op een
bepaalde manier in een perspectief
Bijv. als je aimer kan vervoegen in het Frans kan je ook andere woorden met -er
vervoegen
Bekende sociologische paradigma’s zijn:
Ruil
o Idee van ruil is basismetafoor waaruit verschillende sociale
fenomenen geanalyseerd kunnen worden
o Ruiltheoreticus komt binnen, ziet dat iets geruild wordt: prof geeft
ons kennis en wij geven aandacht
Conflict
o Generatieconflict tussen proffen
o Klassenconflict of genderconflict
o Conflict tussen koppel
Samenwerking
1
,KST
o Samenwerking in les als wij aandacht geven
o Prof die dan les geeft
o Samenwerken in een organisatie (ICT, hygiënisch, …)
Betekenis
o Alles dat prof brengt heeft een bepaalde betekenis
o Je ziet aan gezichten of mensen les leuk vinden of niet, dat heeft
betekenis
o Is constant gaande in de maatschappij
‘paradigma’ betekent letterlijk: ‘voorbeeld’, ook in didactische zin; vb.
vervoeging van werkwoorden
Bijv. pukkelpop vergelijken met 4 verschillende paradigma’s
Paradigma volgens T. Kuhn
Kritiek op ‘kennis als groeiende boom’
Vraag van Kuhn: hoe groeit wetenschap?
o Begint klein en groeit is de theorie van een boom en daar is hij
niet mee eens
o Je hebt een regime, je kan plots een heel ander regime hebben
o Is zoals de politiek: scientific revolutions
Fase 1: Normale wetenschap als oplossen van puzzels
o Oplossen van problemen en deze samenbrengen
Fase 2: Anomalieën en wetenschappelijke ontdekkingen
o Fouten en dingen die eigenlijk helemaal niet kloppen
o Puzzelstukjes passen niet (anomalieën puzzelstukjes)
Fase 3: Crisis van het paradigma
o Tussen 2 paradigma’s in
o In grijze zone tussen oude en nieuwe regime
Fase 4: Nieuwe fase van ‘normale wetenschap’
o Opnieuw uitvinden van wetenschap
Maar wat dan met sociologie?
Sociologie is een multi-paradigmatische wetenschap
o Nooit een normale fase
Theorie, stroming en traditie
Bronnen worden omgevormd tot stromingen omdat alle bronnen samenkomen
denkstroming van een bepaalde socioloog
Sociologische traditie werd gevoed door:
Erfenis van positivisme
o Positivisme = sociaalwetenschappelijk onderzoek op basis van
natuurwetenschappen
o Feiten die heel vast zijn, mensen vergelijken met atomen
Sociale problemen
2
,KST
o Sociologie bestaat naar aanleiding van sociale problemen
o Opkomst van fabrieken, verwerking van fossiele brandstoffen en
kapitalisme sociale problemen
o We willen problemen vergelijken en verklaren ook oplossen
o Onderzoek doen om beleidsinterventies te regelen (aanbevelingen)
o Crisiswetenschap = sociologie
Wens om ‘eigen tijd’ te begrijpen
o Doel van sociale wetenschappen is om eigen tijd te vatten
o In wat voor tijd leven we?
o Diagnose van wat soort maatschappij om context te krijgen en te
kunnen bestuderen
o ‘liquid society’ vloeibare maatschappij, altijd in beweging
Ontwikkeling van de sociologische theorie
Al deze sociologen hadden te maken met woelige maatschappijen die veel
meemaakten en veel sociale problemen hadden
hierdoor sociale paradigma’s opgesteld
Klassieke fase: eigenzinnige auteurs (1845-1920)
o Comte, Marx, Durkheim, Weber, Mead
Moderne fase: paradigmata (1920-1980)
o Functionalisme/ conflictparadigma/ ruilparadigma / symbolisch
interactionisme…
o Parsons, Merton, Dahrendorf, Homans, Blumer, Goffman …
o Basiswerken/fundamenten krijgen vorm en worden in praktijk
geplaatst
o Stromingen naast elkaar
Eclecticisme en nieuwe syntheses (1980- nu)
o Elias, Berger, Giddens, Habermas, Bourdieu, Luhmann, Bauman,
Collins, Castells, Latour (ANT)
o Uit elkaar gehaald want er is nu ontelbaar veel aan paradigma’s en
sociologen
Hoofdparadigma’s
2 basisvragen
Is sociaal gedrag vrij of gedetermineerd?
Gaat sociaal gedrag uit van individu of collectieve actor?
3
, KST
2 Saint-Simon en Comte
Giambattista Vico en de Nuovo Scienza
De sociale werkelijkheid is gemaakt door de mens, en zal dus de mens beter
bestaan dan eender welk natuurfenomeen.
We kunnen bepalen hoe snel een steen valt, maar niet waarom een steen
valt
Hij was heel positief over de humane wetenschappen in de maatschappij
Comte en de erfenis van positivisme (Comtes megalomanie)
In de filosofie loopt een lijn van het positivisme van Verlichters zoals Condorcet
en Saint-Simon via Comte tot de neopositivisten en ‘logisch positivisten’
Utopische socialisten die de vraag stelden: ‘hoe moeten we de
maatschappij inrichten als de industrialisering dominant is?’
We hebben sociaalwetenschappelijke kennis nodig voor de maatschappij
Condorcet: Mens is oneindig verbeterbaar door kennis en maatschappij
o Was toen een nieuw idee: niet moraal denken maar wel wetenschap
In de sociologie is het positivisme doorgedrongen onder invloed van Comte en
Durkheim (‘sociologie als wetenschap van sociale feiten’)
Comte: secretaris van Saint-Simon, religie blijft in denken verwikkeld van
Comte
Durkheim: gelijkaardig, geboren in religieuze context en zal ook op jonge
leeftijd religie afwijzen MAAR idee van belang van religie blijft hangen
Neopositivisten: feiten omzetten in taal, niet enkel in kennis
o Die feiten uitdrukt zegt hoe het staat
De sociologie is een wetenschap waar je alle kennisvelden kan
overschouwen en organiseren
Positivisme als ‘religie van de mensheid’
positivisme als een religie zien
Positivistische tempel: is een religie
“l’amour, l’ordre et le progres
o L’amour = context van naastenliefde, elkaar helpen in wetenschap
o L’ordre = stabiliteit, orde in maatschappij, harmonieuze
samenleving nodig
o Progres = vooruitgang, met sociaal-wetenschappelijke kennis geven
we de maatschappij een richting
DIA 7-10: positivistische tempels bestaan echt
“Catholicism minus christianity” = basisidee van religie tot zich nemen, alle
inhoud weggooien en de basisstructuren behouden
4