- Open vragen = sectoroverschreidend, zal verschillende
socialezekerheidsstelsels samennemen
- Casussen = waarbij je moet interpreteren en regelingen moet uitleggen
- MC-vragen = niet enkel 1 juiste aanduiden, ook stellingen etc.
- GEEN cesuur, WEL 2 stellingen waarbij je allebei juist moet hebben om 1
punt te hebben??? Tf
1 Inleiding
1.1 Werkloosheid
Hoogte uitkeringen afhankelijk van 3 parameters:
Werkloosheidsduur (en beroepsverleden) hoelang je gewerkt hebt voor
je werkloos bent en hoelang je al werkloos bent
Loon (laatstverdiende loon)
Gezinstoestand (onderscheid tussen 3 categorieën)
o Gezinslast
o Alleenwonenden
o Samenwonen zonder gezinslast
Werkloosheidsbesluit: ‘het onder hetzelfde dak samenleven van twee of meer
personen die hun huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk
gemeenschappelijk regelen’
3 componenten
Onder hetzelfde dak leven
Economisch-financieel voordeel
Sociaal criterium
1.2 Sociale zekerheid: wat/hoe?
1.2.1 Wat?
SOCIALE ZEKERHEID
= Geheel van sociale voorzieningen dat tot doel heeft aan alle burgers op elk
ogenblik van hun bestaan minstens een inkomen te waarborgen dat
menswaardig bestaan garandeert
Klassieke sectoren + sociale bijstand = ruime invulling
Verdrag in 1952:
Sociale risico’s: zwangerschap, ziekte, ongevallen, …
Armoede als globaal risico ontbreekt in het verdrag
Is in 1952 opgesteld dus aantal hedendaagse risico’s zijn hierin niet
geplaatst
Dood van kostwinner was vroeger een risico omdat er meestal maar 1
iemand loon bracht, is nu minder een probleem omdat er meestal 2
partners werken
1.2.2 Hoe?
Loonaanvullende vergoedingen
Gezondheidszorg
Beroepsactiviteit of afgeleide rechten
Vrijwel ganse bevolking
1
,Socialezekerheidsrecht 2026
Niet alleen o.b.v. beroepsactiviteit, ook afgeleid recht (bijv. je ouders
werken)
Gezinsbijlagen
Kinderen kosten veel geld dus inkomen gaat grotendeels naar kinderlast,
daarom vanuit sociale zekerheid is er een aanvulling van loon om kinderen
op te vangen
VROEGER: wie niet genoeg gewerkt had kreeg geen kinderbijslag, wel
gewaarborgde kinderbijslag (enkel aansprakelijk als je aantoonde dat je
niet rondkwam)
NU: recht van het kind dus kind kreeg bijslag en niet ouders
Is overgedragen naar deelstaten (eigen bevoegdheden)
Loonsvervangende uitkeringen
Arbeidsongeschiktheid
o Ziekte en ongeval privéleven (ziekte-uitkering)
o Arbeidsongeval en beroepsziekte (arbeidsongeval uitkering = niet
zelfstandigen)
Werkloosheid
Ouderdom en overlijden (rust- of overlevingspensioen)
Drie (grote) beroepsgroepen
Werknemers
Zelfstandigen
Ambtenaren (! ≠ overheidspersoneel)
o Naast ambtenaren kan overheid ook andere beroepsgroepen
tewerkstellen
o Kan ook via arbeidsovereenkomst mensen te werk stellen
(contractanten)
Grote verschillen in financiering en prestaties
Sociale bijstand = vangnet → onderzoek bestaansmiddelen
Bestaanszekerheid = je hebt middelen nodig om te kunnen leven
Meeste mensen hebben inkomen om deze middelen te verwerven
Sociale bijstand is een vangnet wanneer de middelen niet haalbaar zijn
vanuit arbeid, en sociale zekerheid ook niet kan
1.2.3 Sociale zekerheid versus sociale bijstand
Sociale zekerheid = sociale verzekering
Verzekering van risico’s op basis van bijdragebetaling vooraf
(=verzekeringstechniek)
Loongerelateerde uitkeringen (% van het loon)
o Uitkering is percentage van loon dus bij hoog loon hogere bijdrage,
maar uitkering ook hoog
Ongeacht of verzekerde behoeftig is of niet
o Je hebt je verzekerd voor risico, als risico zich voordoet moet
uitkering zich volgen
2
,Socialezekerheidsrecht 2026
o Als je lang genoeg gewerkt hebt en je wordt werkloos kan je
uitkering krijgen (ook al heb je bijvoorbeeld erfenis gekregen)
o Of je het nu nodig hebt of niet je hebt er recht op !!
Klassieke sectoren van sociale zekerheid = sociale verzekering, nl.
Werkloosheid, ziekteverzekering, pensioenen, (gezinsbijslagen),
arbeidsongevallen en beroepsziekten
Doel = financiële gevolgen arbeid gerelateerde risico’s opvangen en
daarbij zoveel mogelijk verworven levensstandaard waarborgen
o Vandaar koppeling aan lonen om levensstandaard te waarborgen
waar men kan
Sociale bijstand
Geen voorafgaande bijdragebetaling: financiering met belastinggeld
o Geen bijdrage op loon want mensen hebben vaak geen loon
o Verzekeren van bestaansminimum (minimum om te kunnen
(over)leven)
o Wat een alleenstaande nodig heeft om te overleven is voor iedereen
hetzelfde
Forfaitaire uitkeringen = vaste bedragen
Voorafgaandelijk onderzoek naar staat van behoefte
(bestaansmiddelentoets!)
o Geven we niet aan iedereen zomaar
o We gaan na of betrokkene effectief leefloon nodig heeft
o Bijv. Heb je eigen woning?
Minimumvoorzieningen/residuaire stelsels = sociale bijstand, nl. Leefloon,
inkomensgarantie voor ouderen, tegemoetkomingen aan gehandicapten
Doel = waarborgen minimaal levensnoodzakelijk inkomen aan iedereen
rekening houdend met aanwezige bestaansmiddelen
1.2.4 Algemene kenmerken
Functie: verzekeren van sociale risico’s door vervangingsinkomen en aanvullend
inkomen
Verzekeringsprincipe
o Betalen van bijdragen voor dekking sociale risico’s en dekking in
zekere zin in verhouding tot omvang bijdragen
o Maar premies betaalbaar houden voor risicogroepen en voldoende
hoge schadeloosstelling
o Ook voldoende uitkering kunnen geven
o Jongeren hebben groter risico dus moeten meer betalen (als je hoog
risico vertegenwoordigt moet je meer betalen)
Solidariteitsprincipe
o Horizontale solidariteit (tss hoge en lage risicogroep)
Dezelfde bijdrage of je nu hoog of laag risico bent
3
, Socialezekerheidsrecht 2026
Als je vaak ziek bent betaal je evenveel als dat je weinig ziek
bent
o Verticale solidariteit (tss hoge en lage inkomensgroep)
Als je veel betaalt krijg je ook veel terug
Solidariteit zit in maximum- en minimumgrenzen maximum
bedrag is nu €3422,38
o Intergenerationele solidariteit door repartitietechniek ipv
kapitalisatietechniek
Kapitalisatietechniek = bezig zijn met zelf geld aan de kant te
zetten
Repartitietechniek = mensen die nu werken betalen voor de
mensen die op pensioen zijn is ook een manier van
solidariteit
Maximum- en minimumgrenzen, forfaitaire bedragen, gezinsmodulering
Verplichte verzekering
1.3 Historiek Belgische sociale zekerheid
Niet kennen qua data
Oudste vorm is familie MAAR dat is lastige kwestie
Als je geen kinderen hebt kan je er niet afhankelijk van zijn (probleem van
onvruchtbaarheid)
Uitsluiting van familie je moet je conformeren naar familiale moraal
Men trekt naar steden dus de familiale structuur van ervoor wordt
doorbroken
Sociale bijstand
Armenzorg ging over politiemaatregelen op landlopers en bedelaars
Er was wel voedselverdeling en hospitalen maar vooral in handen van de
KERK
Burgerlijke godshuizen en burelen van weldadigheid, initiatief steden en
gemeenten
o Onderkomen voor zieken, bejaarden, weeskinderen
o Burelen van weldadigheid stonden in voor verschaffen van steun
aan armen die niet in godshuizen terecht konden
Commissies voor Openbare Onderstand (wet 10 maart 1925)
o Nemen de taak van godshuizen en burelen over
OCMW’s (OCMW-Wet 8 juli 1976)
o Nemen taak van commissies over
Overheid zal na scheiding van kerk sommige taken overnemen
Sociale verzekering
Gildenbussen
o Belangenorganisaties van mensen van hetzelfde beroep
o Wie deel uitmaakte kon aanspraak maken voor steun vanuit zo’n
schilde
o Vanaf Franse Revolutie schrapt men de gildenbussen
4