Hoofdstuk 1: Wat is psychologie?
• Een definitie van psychologie
Wat doet een psycholoog?
Een psycholoog probeert menselijk gedrag te begrijpen door dit op een systematische manier te
observeren en de beïnvloeding van gebeurtenissen te bestuderen. Daarna stelt hij verschillende
theorieën op over onzichtbare processen en motieven.
Wat is psychologie?
Psychologie is een wetenschap waarbij het gedrag bestudeerd wordt en waarbij die
gedragsevidentie gebruikt wordt om de interne processen te begrijpen die aan dat gedrag ten
grondslag liggen.
Alfa vs. Bèta
Alfawetenschappen: psychologie, recht .. = niet observeerbaar
Bètawetenschappen: wiskunde, fysica… = observeerbaar
MAAR 1 de eis op observatie verdween (VB zwarte gaten)
2 psychologie wordt meer direct observeerbaar (VB hersenscans)
men kan steeds nauwkeuriger registreren wat er gebeurt door techniek + men weet
beter naar wat te kijken en op wat te letten
DUS de oude tegenstelling verdwijnt.
Bad news vs. Good news
Bad news: psychologie wordt gezien als een minder moeilijk vak.
Deze negatieve visie wordt veroorzaakt door:
1 populariteit van pseudowetenschap
2 stereotypering in films en boeken
3 gerechtsdeskundigen
Good news: psychologie is overal aanwezig
psychologisering van de samenleving: kleuters, tv, kranten, jobs…
MAAR psychologie als wetenschappelijke opleiding draagt veel meer verantwoordelijkheden!
• Ontwikkelingen die de psychologie mogelijk gemaakt hebben
• Rede, intuïtie en geloof
1.2.1.1 Filosofie in het Oude Griekenland
*Vragen over het universum en de plaats van de mens hierin.
*Mensen zijn de enige wezens met rede – kunnen de realiteit begrijpen.
Plato (428-347 vC)
-ware, onzichtbare wereld van onveranderlijke, ideale vormen
o.a. menselijke ziel: *woont tijdelijk in het lichaam en keert dan naar de kosmos terug
*heeft kennis van de ideale wereld. Mens moet gebruik maken van rede om
tot die kennis te komen
-> kennis komt voort uit de menselijke geest
-> Wiskunde is de meest geavanceerde wijsheid want getallen zijn onveranderlijk en berekeningen
zijn niet altijd zichtbaar
, -zichtbare, veranderlijke wereld = onvolmaakte afspiegeling van de ware wereld
o.a. observatie: *minder belangrijk want enkel toegang tot de zichtbare veranderende wereld
*mensen nemen dingen waar die er niet zijn: dromen, visioenen….
Aristoteles (384-322 vC)
-meer belang aan observatie,maar toch is ware kennis hier niet op gebaseerd
-> axioma’s (onwrikbare standpunten) nodig, die warden door de menselijke ziel als zelfevident
herkend = demonstratie
-> de menselijke ziel kan op basis van die demonstraties de kennis zelf afleiden
- wiskunde is de ideale wetenschap, vooral meetkunde: alle kennis over ruimtes kan afgeleid worden
uit een klein aantal axioma’s
1.2.1.2 De Kerk
= belangrijkste hoeder van kennis na de val van het Romeinse Rijk.
*vertaalden Plato en Aristoteles naar hun eigen leer:
-onveranderlijke wereld (Plato) waaruit de ziel kwam -> hemel
-demonstraties (Aristoteles) -> goddelijke ingevingen
* God stond garant voor de waarheid dus die geschriften waren geloofwaardig
*overtuiging dat men op zoek moest gaan naar oude geschriften -> uitgebreidere kennis
• De wetenschappelijke revolutie
• Een nieuwe manier van denken
*Algemene gedachte: kennis gebaseerd op intuïtief aanvoelen, denken en goddelijke ingevingen
e
*Europa, 16 eeuw: kennis gebaseerd op systematische observatie en actief ingrijpen in de wereld
= wetenschappelijke revolutie
1. Verminderde macht van de rooms-katholieke kerk (geconfronteerd met reformatie)
2. Herwaardering van de handel en handenarbeid (voordien enkel geleerden en schrijvers)
3. Uitvinding boekdrukkunst (info vlugger verspreiden, niet meer overschrijven)
4. Ontdekkingsreizen (confrontatie met islamitische en Chinese beschaving)
5. Oprichting universiteiten
6. Periode van welvaart
• De copernicaanse revolutie
*kalender bleek niet meer te kloppen
-Juliaanse kalender (Caesar): 365 dagen en om de vier jaar een schrikkeljaar
echt kalenderjaar duurt 365,24 dagen, dus elk jaar 11 minuten onderschat
DUS om de 134 jaar een dag gemist
-1582: Gregoriaanse kalender
*discussie van een axioma: demonstratie dat de aarde stilstond in het centrum van het universum
* Nicolaus Copernicus (1473-1543), Pools-Duitse geleerde
-1514: verspreidde handgeschreven tekst ‘aarde draait rond de zon’
(pas na zijn dood gepubliceerd omdat hij de Kerk niet wou beledigen)
-zijn inzichten bleven hypothetisch….
, *Galileo Galilei (1564-1642), Italiaanse geleerde
-1632: publiceerde boek over copernicaanse model + nieuwe observaties als verdediging
nieuwe observaties door uitvinding telescoop
*Isaac Newton(1643-1727), Engelse geleerde
-beweging planeten rond de zon beschrijven a.d.h.v. wiskundige formules
= wetten van Newton: algemeen beginpunt van de fysica
-> copernicaanse revolutie: het inzicht dat de aarde niet het centrum vormt van het heelal.
• Nieuwe kennis komt voort uit observatie en experimenten, niet uit het bestuderen van
oude meesters
*meer kennis uit nieuwe observaties dan van oude geleerden
kennis was niet verloren gegaan, maar gewoon nog niet ontdekt
*experimenten: actief op fenomenen ingrijpen
machines bouwen, onderzoek over allerlei substanties (chemie) en levende wezens (biologie)
e e
*18 -19 eeuw: ingrijpende maatschappelijke veranderingen
-Industriële Revolutie
-uittocht van het platteland naar de stad
-grotere welvaart van de hele bevolking (+verplicht onderwijs)
• De groeiende macht van de wetenschappen en het ontstaan van twee culturen
• Wetenschap en macht
*ontwikkelingen groter in landen die zich weggetrokken hadden van de rooms-katholieke kerk
- Duitsland, Groot-Brittannië, Nederland
-grote invloed op katholieke landen, omdat de ontw. voordelen bieden -> stijging wetensch. prestige
VB voor handel en oorlogsvoering
*landen die de kerk trouw bleven
- Italië, Frankrijk, Spanje
• De twee culturen
*Snow(1959): twee aparate culturen die weinig contact met elkaar hebben
1. De klassieke, humanistische cultuur
-geesteswetenschappen
-bestuderen en uitbereiden van de bestaande cultuur en kunst
2. De nieuwe, natuurwetenschappelijke cultuur
-natuurwetenschappen
-volledige samenleving herinrichten o.b.v. wetenschappelijke inzichten
-> hedendaagse aanwezigheid:
-verschil in alfa- en bètawetenschappen
• De toepassing van de wetenschappelijke methode op het menselijke functioneren
• Een definitie van psychologie
Wat doet een psycholoog?
Een psycholoog probeert menselijk gedrag te begrijpen door dit op een systematische manier te
observeren en de beïnvloeding van gebeurtenissen te bestuderen. Daarna stelt hij verschillende
theorieën op over onzichtbare processen en motieven.
Wat is psychologie?
Psychologie is een wetenschap waarbij het gedrag bestudeerd wordt en waarbij die
gedragsevidentie gebruikt wordt om de interne processen te begrijpen die aan dat gedrag ten
grondslag liggen.
Alfa vs. Bèta
Alfawetenschappen: psychologie, recht .. = niet observeerbaar
Bètawetenschappen: wiskunde, fysica… = observeerbaar
MAAR 1 de eis op observatie verdween (VB zwarte gaten)
2 psychologie wordt meer direct observeerbaar (VB hersenscans)
men kan steeds nauwkeuriger registreren wat er gebeurt door techniek + men weet
beter naar wat te kijken en op wat te letten
DUS de oude tegenstelling verdwijnt.
Bad news vs. Good news
Bad news: psychologie wordt gezien als een minder moeilijk vak.
Deze negatieve visie wordt veroorzaakt door:
1 populariteit van pseudowetenschap
2 stereotypering in films en boeken
3 gerechtsdeskundigen
Good news: psychologie is overal aanwezig
psychologisering van de samenleving: kleuters, tv, kranten, jobs…
MAAR psychologie als wetenschappelijke opleiding draagt veel meer verantwoordelijkheden!
• Ontwikkelingen die de psychologie mogelijk gemaakt hebben
• Rede, intuïtie en geloof
1.2.1.1 Filosofie in het Oude Griekenland
*Vragen over het universum en de plaats van de mens hierin.
*Mensen zijn de enige wezens met rede – kunnen de realiteit begrijpen.
Plato (428-347 vC)
-ware, onzichtbare wereld van onveranderlijke, ideale vormen
o.a. menselijke ziel: *woont tijdelijk in het lichaam en keert dan naar de kosmos terug
*heeft kennis van de ideale wereld. Mens moet gebruik maken van rede om
tot die kennis te komen
-> kennis komt voort uit de menselijke geest
-> Wiskunde is de meest geavanceerde wijsheid want getallen zijn onveranderlijk en berekeningen
zijn niet altijd zichtbaar
, -zichtbare, veranderlijke wereld = onvolmaakte afspiegeling van de ware wereld
o.a. observatie: *minder belangrijk want enkel toegang tot de zichtbare veranderende wereld
*mensen nemen dingen waar die er niet zijn: dromen, visioenen….
Aristoteles (384-322 vC)
-meer belang aan observatie,maar toch is ware kennis hier niet op gebaseerd
-> axioma’s (onwrikbare standpunten) nodig, die warden door de menselijke ziel als zelfevident
herkend = demonstratie
-> de menselijke ziel kan op basis van die demonstraties de kennis zelf afleiden
- wiskunde is de ideale wetenschap, vooral meetkunde: alle kennis over ruimtes kan afgeleid worden
uit een klein aantal axioma’s
1.2.1.2 De Kerk
= belangrijkste hoeder van kennis na de val van het Romeinse Rijk.
*vertaalden Plato en Aristoteles naar hun eigen leer:
-onveranderlijke wereld (Plato) waaruit de ziel kwam -> hemel
-demonstraties (Aristoteles) -> goddelijke ingevingen
* God stond garant voor de waarheid dus die geschriften waren geloofwaardig
*overtuiging dat men op zoek moest gaan naar oude geschriften -> uitgebreidere kennis
• De wetenschappelijke revolutie
• Een nieuwe manier van denken
*Algemene gedachte: kennis gebaseerd op intuïtief aanvoelen, denken en goddelijke ingevingen
e
*Europa, 16 eeuw: kennis gebaseerd op systematische observatie en actief ingrijpen in de wereld
= wetenschappelijke revolutie
1. Verminderde macht van de rooms-katholieke kerk (geconfronteerd met reformatie)
2. Herwaardering van de handel en handenarbeid (voordien enkel geleerden en schrijvers)
3. Uitvinding boekdrukkunst (info vlugger verspreiden, niet meer overschrijven)
4. Ontdekkingsreizen (confrontatie met islamitische en Chinese beschaving)
5. Oprichting universiteiten
6. Periode van welvaart
• De copernicaanse revolutie
*kalender bleek niet meer te kloppen
-Juliaanse kalender (Caesar): 365 dagen en om de vier jaar een schrikkeljaar
echt kalenderjaar duurt 365,24 dagen, dus elk jaar 11 minuten onderschat
DUS om de 134 jaar een dag gemist
-1582: Gregoriaanse kalender
*discussie van een axioma: demonstratie dat de aarde stilstond in het centrum van het universum
* Nicolaus Copernicus (1473-1543), Pools-Duitse geleerde
-1514: verspreidde handgeschreven tekst ‘aarde draait rond de zon’
(pas na zijn dood gepubliceerd omdat hij de Kerk niet wou beledigen)
-zijn inzichten bleven hypothetisch….
, *Galileo Galilei (1564-1642), Italiaanse geleerde
-1632: publiceerde boek over copernicaanse model + nieuwe observaties als verdediging
nieuwe observaties door uitvinding telescoop
*Isaac Newton(1643-1727), Engelse geleerde
-beweging planeten rond de zon beschrijven a.d.h.v. wiskundige formules
= wetten van Newton: algemeen beginpunt van de fysica
-> copernicaanse revolutie: het inzicht dat de aarde niet het centrum vormt van het heelal.
• Nieuwe kennis komt voort uit observatie en experimenten, niet uit het bestuderen van
oude meesters
*meer kennis uit nieuwe observaties dan van oude geleerden
kennis was niet verloren gegaan, maar gewoon nog niet ontdekt
*experimenten: actief op fenomenen ingrijpen
machines bouwen, onderzoek over allerlei substanties (chemie) en levende wezens (biologie)
e e
*18 -19 eeuw: ingrijpende maatschappelijke veranderingen
-Industriële Revolutie
-uittocht van het platteland naar de stad
-grotere welvaart van de hele bevolking (+verplicht onderwijs)
• De groeiende macht van de wetenschappen en het ontstaan van twee culturen
• Wetenschap en macht
*ontwikkelingen groter in landen die zich weggetrokken hadden van de rooms-katholieke kerk
- Duitsland, Groot-Brittannië, Nederland
-grote invloed op katholieke landen, omdat de ontw. voordelen bieden -> stijging wetensch. prestige
VB voor handel en oorlogsvoering
*landen die de kerk trouw bleven
- Italië, Frankrijk, Spanje
• De twee culturen
*Snow(1959): twee aparate culturen die weinig contact met elkaar hebben
1. De klassieke, humanistische cultuur
-geesteswetenschappen
-bestuderen en uitbereiden van de bestaande cultuur en kunst
2. De nieuwe, natuurwetenschappelijke cultuur
-natuurwetenschappen
-volledige samenleving herinrichten o.b.v. wetenschappelijke inzichten
-> hedendaagse aanwezigheid:
-verschil in alfa- en bètawetenschappen
• De toepassing van de wetenschappelijke methode op het menselijke functioneren