Natascha J. Vermij – 308456769
Leidse Onderwijsinstellingen
30559 – Planmatig en doelgericht werken
Juni 2026
, 1
SAMENVATTING: ADVIES: BIJSTAND EN MINIMUMLOON MOETEN
OMHOOG, 6 MILJARD EXTRA PER JAAR NODIG
De commissie stelt dat het sociale minimum, het bedrag dat je nodig hebt voor basisbehoeften zoals
eten, kleding en wonen, structureel te laag is.
• Het financiële tekort: er is jaarlijks 6 miljard euro extra nodig om iedereen op het
noodzakelijke minimumniveau te krijgen.
• Alleenstaanden: komen maandelijks zo’n € 100-200 tekort.
• Gezinnen met kinderen: het gat is nog groter, variërend van € 200-500 per maand.
De commissie adviseert het kabinet om niet alleen de bijstand en het minimumloon te verhogen, maar
ook om toeslagen (huurtoeslag, kindgebonden budget) flink op te schroeven.
ANALYSE: WAAROM DIT ADVIES ZO ZWAAR WEEGT:
Dit rapport was een ‘bom’ onder het toenmalige beleid om drie belangrijke redenen:
1. Erkenning van armoede: voor het eerst werd door een officiële, door de overheid ingestelde
commissie zwart op wit gezet dat hard werken of zuinig leven voor de laagste inkomens niet
meer genoeg is. De tekorten zijn rekenkundig onvermijdelijk geworden door gestegen kosten
voor energie en boodschappen.
2. Systeemkritiek: het advies legt bloot dat het toeslagensysteem te complex is. Mensen vallen
tussen wal en schip, omdat ze niet weten waar ze recht op hebben, of omdat de bedragen
gebaseerd zijn op verouderde berekeningen van het CBS en Nibud.
3. De politieke prijs: de eis van 6 miljard euro legt een enorme druk op de rijksbegroting. Het
dwingt de politiek tot lastige keuzes: moet het geld gehaald worden bij bedrijven, bij
vermogenden, of moet de staatsschuld oplopen?
DE BELANGRIJKSTE CONCLUSIE
Het artikel laat zien dat bestaanszekerheid in Nederland niet langer gegarandeerd is voor de
onderkant van de samenleving. De commissie stelt dat een verhoging van het inkomen geen
‘extraatje’ is, maar een noodzakelijke voorwaarde om mensen weer te laten deelnemen aan de
maatschappij in plaats van alleen maar te laten overleven.
SAMENVATTING: UTRECHTS GEZONDHEIDSPROFIEL 2022
Dit document geeft een breed beeld van de gezondheid van Utrechters en de factoren die daar
invloed op hebben. Het rapport is niet alleen medisch ingestoken, maar kijkt naar gezondheid als iets
wat samenhangt met inkomen, opleiding, werk, wonen, leefomgeving, sociale steun, mentale
gezondheid en kansen om mee te doen. De kernboodschap is duidelijk: met de meeste Utrechters
gaat het redelijk goed, maar de gezondheidsverschillen zijn groot, hardnekkig en beginnen al jong.
KERN VAN HET RAPPORT
Meer dan 80% van de Utrechtse jeugd en volwassenen voelt zich gezond. Dat positieve beeld past bij
Utrecht als stad met relatief veel jonge inwoners en veel inwoners met een hbo- of wo-opleiding.
Tegelijkertijd voelt bijna 20% van de Utrechtse volwassenen zich ongezond. Dat gaat om ongeveer
46.000 mensen. Bij deze groep stapelen problemen zich vaak op: lichamelijke klachten, mentale
klachten, ongezonde leefstijl, financiële zorgen, onzeker werk of slechte woonomstandigheden komen
regelmatig samen. De boodschap is niet: ‘Utrecht is gezond.’ De boodschap is eerder: ‘Utrecht is
gemiddeld gezond, maar ongelijk gezond.’
De grootste gezondheidsachterstanden worden gezien bij Utrechters die moeite hebben met
rondkomen, kinderen die opgroeien in gezinnen met lage welvaart. Inwoners met basisonderwijs of
vmbo als hoogst afgeronde opleiding, eenpersoonshuishoudens, eenoudergezinnen, ouderen met
een niet-westerse migratieachtergrond en mensen in zeer kwetsbare situaties, bijvoorbeeld door
schulden, dakloosheid of verslavingsproblematiek. Deze groepen wonen verspreid door de stad,
maar zijn relatief vaker te vinden in Noordwest, Overvecht, Zuid en Zuidwest. Vooral Overvecht
springt eruit: de gezonde levensverwachting bij geboorte is daar volgens het rapport vijftien jaar korter
dan in Noordoost.
, 2
GEZONDHEID HANGT STERK SAMEN MET BESTAANSZEKERHEID
Een belangrijk inzicht uit het rapport is dat gezondheid niet los te zien is van bestaanszekerheid.
Geld, werk en wonen zijn geen randzaken; ze vormen de bodem onder gezondheid. Mensen die
moeite hebben met rondkomen, hebben vaker een slechtere ervaren gezondheid, meer chronische
aandoeningen en minder toegang tot benodigde zorg. Ook kinderen die opgroeien in armoede of lage
gezinswelvaart hebben minder gunstige kansen op gezond leven, bijvoorbeeld doordat ze minder
vaak lid zijn van een sportvereniging.
Het rapport laat ook zien dat werk belangrijk is voor gezondheid. Werk biedt inkomen, structuur,
sociale contacten en zingeving. Gelijktijdig geldt dat mensen zonder betaald werk of met onzeker
werk vaker mentale klachten ervaren. Wonen speelt ook een grote rol. De woningmarkt in Utrecht
staat onder druk, sociale huur kent lange wachttijden en betaalbare woningen zijn moeilijk te vinden.
Slechte of onzekere huisvesting veroorzaakt stress en kan lichamelijke klachten versterken,
bijvoorbeeld door slechte ventilatie, schimmel of geluidsoverlast. Bestaanszekerheid is daarmee geen
sociaaleconomisch onderwerp naast gezondheid, maar een directe gezondheidsfactor.
MENTALE GEZONDHEID VRAAGT DRINGEND AANDACHT
Het rapport is scherp over mentale gezondheid. Vooral kinderen, jongeren en jongvolwassenen staan
onder druk. Tussen 2019 en 2021 is de mentale gezondheid bij een deel van de kinderen en jongeren
verslechterd. Ongeveer 46% van de jongeren voelt zich vaak gestrest en 25% van de
jongvolwassenen heeft matige tot ernstige psychische klachten. De stress hangt vaak samen met
school, studie, prestatiedruk, alles wat jongeren moeten en wat anderen van hen vinden. Dat is geen
klein ongemak, maar een structureel signaal dat de druk op jeugdigen hoog is.
Meisjes, jeugd in eenoudergezinnen, jeugd in gezinnen met verminderde welvaart, jongeren met
homo- of biseksuele gevoelens en kinderen. Uit Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern blijven volgens
het rapport extra achter in mentale gezondheid. Dat laatste is interessant, omdat
gezondheidsachterstand vaak vooral met klassieke kwetsbare wijken wordt geassocieerd. Het rapport
laat zien dat mentale gezondheid complexer verdeeld is over de stad.
LEEFSTIJL: MIDDELENGEBRUIK, SLAPEN, ROKEN EN OVERGEWICHT
Naast mentale gezondheid benoemt het rapport meerdere leefstijlthema’s die aandacht vragen.
Drugsgebruik lijkt onder jongvolwassenen meer genormaliseerd te raken. Eén op de drie
jongvolwassenen vindt drugsgebruik thuis normaal en 18% heeft in de voorafgaande vier weken
harddrugs gebruikt. Ook alcoholgebruik onder jongeren in de vierde klas is gestegen: van 25% in
2019 naar 30% in 2021. Roken daalt wel onder de Utrechtse volwassenen, maar 18% rookt nog
steeds, en dit percentage ligt hoger onder inwoners met basisonderwijs of vmbo als hoogst afgeronde
opleiding. Slaapproblemen zijn eveneens fors aanwezig: steeds meer kinderen slapen slecht of
voelen zich moe, en 43% van de volwassenen heeft slaapproblemen.
Overgewicht laat duidelijke verschillen zien naar opleidingsniveau, onderwijstype en
migratieachtergrond. Dat betekent dat leefstijl niet simpelweg begrepen kan worden als individuele
keuze. Het rapport laat juist zien dat leefstijl samenhangt met omstandigheden, inkomen, opleiding,
stress, woonomgeving en toegang tot gezonde mogelijkheden. Met andere woorden: mensen kunnen
pas gezond kiezen als gezonde keuzes ook haalbaar, betaalbaar en sociaal vanzelfsprekend zijn.
VEERKRACHT: BELANGRIJK, MAAR NIET ALLEEN INDIVIDUELE
VERANTWOORDELIJKHEID
Een sterk onderdeel van het rapport is de verkenning van veerkracht. De coronaperiode heeft
duidelijk gemaakt dat mensen zich veel moeten aanpassen: sociaal contact viel weg, dagelijkse
structuur veranderde, zorg was minder toegankelijk en onzekerheid nam toe. Het rapport beschrijft
veerkracht niet als iets wat iemand simpelweg wel of niet heeft. Veerkracht ontstaat in wisselwerking
tussen persoonlijke hulpbronnen en hulpbronnen in de omgeving.
Persoonlijke hulpbronnen zijn bijvoorbeeld vaardigheden, optimisme, relativeringsvermogen, digitale
vaardigheden, geld of eerdere levenservaringen. Hulpbronnen in de omgeving zijn bijvoorbeeld
familie, vrienden, buurtcentra, school, werk, zorgverleners en toegankelijke ondersteuning. Het
rapport benadrukt dat deze hulpbronnen beschikbaar, toegankelijk, flexibel en soms proactief moeten
, 3
zijn. Dat is een belangrijk punt: mensen in stress of kwetsbaarheid zoeken hulp niet altijd vanzelf. Dan
is wachten tot iemand zelf aanklopt vaak precies het verkeerde beleid, al klinkt het administratief
overzichtelijk.
ANALYSE: WAT ZEGT DIT RAPPORT EIGENLIJK ONDER OPPERVLAKTE
De diepere boodschap van het Utrechts gezondheidsprofiel is dat gezondheidsverschillen niet worden
opgelost met alleen voorlichting, leefstijlprogramma’s of individuele motivatie. Die kunnen nuttig zijn,
maar ze zijn onvoldoende als mensen tegelijk kampen met schulden, stress, onzeker werk, een
slechte woning of beperkte toegang tot zorg. Het rapport ondersteunt daarmee een structurele
benadering van gezondheid: gezondheid ontstaat in leefomstandigheden.
Voor sociaal werk is dit rapport zeer relevant. Het laat zien dat problemen vaak niet netjes binnen één
domein blijven. Een gezin met financiële stress kan ook mentale klachten, opvoedstress, slechtere
schoolprestaties van kinderen, minder sportdeelname en slechtere gezondheid ervaren. Een
jongvolwassene met prestatiedruk kan tegelijk worstelen met woningnood, eenzaamheid,
middelengebruik en onzekerheid over werk. De werkelijkheid is dus integraal; alleen het systeem doet
soms alsof problemen in aparte loketten passen.
CONCLUSIE
De centrale conclusie is dat Utrecht inzet nodig heeft op ongelijk investeren voor gelijke kansen. Dit
betekent dat sommige groepen, wijken en levensfasen meer aandacht en middelen nodig hebben dan
andere. Vooral vroege preventie is belangrijk, omdat gezondheidsachterstanden al bij kinderen
zichtbaar zijn. Het rapport pleit daarom impliciet voor een brede domeinoverstijgende aanpak waarin
volksgezondheid, sociaal werk, onderwijs, wonen, werk, armoedebeleid, jeugdbeleid en wijkgericht
werken met elkaar verbonden worden.
Het Utrechts gezondheidsprofiel laat zien dat Utrecht veel gezonde inwoners heeft, maar ook stevige
en groeiende gezondheidsverschillen. De grootste opgave ligt niet alleen in zorg, maar in
bestaanszekerheid, mentale gezondheid, preventie, leefomgeving en sociale steun. Wie gezondheid
wil verbeteren, moet dus niet alleen kijken naar het lichaam van de inwoner, maar ook naar diens
portemonnee, woning, werk, wijk, stressniveau en netwerk. Dat is minder simpel dan een
campagneposter, maar wel eerlijker.
HOOFDSTUK 1: DE BASIS VAN SOCIOLOGIE
Sociologie:
De wetenschap van de maatschappij – gedragswetenschap.
• Drie grondleggers van de sociologie:
o Émile Durkheim (Frankrijk) ® solidariteit
§ Oudere dorpsgemeenschappen verloren aan belang door de grote trek naar
de steden.
§ Stelde zich de vraag hoe er in die omstandigheden in de stad nog
gemeenschapsgevoelens en solidariteit kunnen zijn.
• Voor sociaal werkers is deze vraag uitermate relevant; ze werken in
buurten waar verschillende gemeenschappen met uiteenlopende
achtergronden samenleven en moeten manieren vinden om daar
eenheid in te brengen.
o Max Weber (Duitsland) ® het verband tussen maatschappelijke
omstandigheden en mentaliteit
§ Raakte geïnspireerd door de veranderingen in het productieproces zelf; de
groeiende efficiëntie werd als teken gezien dat rationeel handelen in de
maatschappij toenam.
§ Uitoefening van macht werd rationeler; zowel in politiek als organisaties
evolueerde macht gebaseerd op traditie. Wie uit een goed gezin komt, krijgt
macht, aantrekkingskracht en charisma. Wie de juiste indruk maakt, heeft het
voor het zeggen, naar leiderschap dat zich baseert op kennis en expertise.
§ Modernisering was voor hem synoniem met rationaliteit.