KLINISCHE NEUROPSYCHOLOGIE: WPO’S
!!! Duidelijk hoofd- en subfuncties gestructureerd benoemen (zoals in de les)
1. HOOFDFUNCTIE: AANDACHT
Testen:
(1) Bourdon-Wiersma test (BWT): volgehouden aandacht
(2) D-2 Aandachts- en Concentratietest (D-2): verdeelde aandacht
(3) Stroop Kleur-woord Test (SKWT): selectieve en alternerende aandacht
1.1 Subfunctie: volgehouden aandacht
1.1.1 Bourdon-Wiersma test (BWT)
Waarvoor dient de test? = aandachtstest die o.a. volgehouden aandacht, vigilantie (het vermogen om de
(meetpretentie) gerichte aandacht vol te houden) en de mentale snelheid onderzoekt
Subtest? /
Duur: 10 minuten
Kenmerken Methode: Op een formulier met 25 lijnen van groepjes stippen, moet de patiënt de
groepjes van 4 stippen aanduiden. Dit moet hij zo snel én accuraat mogelijk doen.
Vergeten groepjes worden nadien door de NP met rood omcirkeld.
Hoe ziet de test er uit?
, Afkortingen scoring:
Kwantitatief:
• GRT = Gemiddelde RegelTijd (werktempo)
INTERPRETATIE
• GA = Gemiddelde Afwijking (= SD, maat voor regelmaat)
Kwalitatief:
• W = Weglatingen (vergeten aan te duiden) (omissies, rood omcirkeld)
!!! LET OP het patroon van de weglatingen: veel weglatingen aan één
kant (bv. links) kunnen wijzen op visuoruimtelijk neglect)
• F = Fouten (aangeduid, maar geen 4 stippen) (comissies)
+ vs. –
• + = normaal
• – = afwijkend
Formulier begrijpen:
• Kolom 1: ‘regel’ = over welke regel gaat het?
• Kolom 2: ‘tijd’ = cumulatieve tijd van rij 1 tot nu
• Kolom 3: ‘tijd/r’ = tijd van deze regel
• Kolom 4: afwijking van het gemiddelde
• Kolom 5: ‘obs’ = observaties
Test begrijpen: rood omcirkeld = om aan te duiden dat dit een weglating (W) is.
INTERPRETATIE: is volgehouden aandacht afwijkend of niet?
→ als 1 van de 4 (GRT/ GA/ W/ F) afwijkend is, is er een probleem!
2
,VOORBEELD (rapportage – dit moet je op het examen kunnen!! Ook uitleggen wat GRT, GA, … is):
Casus Mia Casus Jos Casus Annie
Problemen met het volhouden van Problemen met het volhouden van Problemen met het volhouden van
de aandacht (BWT): de aandacht (BWT): de aandacht (BWT):
→ Op het kwantitatief vlak: → Op het kwantitatief vlak: → Op het kwantitatief vlak:
• GRT = 14,12 (14) • GRT = 29,88 (30) • GRT = 17,04 (17)
• GA = 2,04 • GA = 4,2 • GA = 1
⇒ voldoende snel (GRT = …), maar ⇒ sterk vertraagd (GRT= …), en ⇒ sterk vertraagd (GRT= …), maar
onregelmatig (GA = …) werktempo zeer onregelmatig (GA) werktempo regelmatig (GA = …) werktempo
Problemen met het volhouden van Problemen met het volhouden van GEEN probleem met het
de aandacht (BWT): de aandacht (BWT): volhouden van de aandacht (BWT):
→ Op het kwalitatieve vlak: → Op het kwalitatieve vlak: → Op het kwalitatieve vlak:
• W = 39 • W = 10 • W=3
• F=0 • F=0 • F=0
⇒ niet-accurate prestatie (= te veel ⇒ accurate prestatie ⇒ accurate prestatie
weglating) ⇒ W (aantal weglatingen) = 10 (+)/ ⇒ W (aantal weglatingen) = 3 (+)/
⇒ W (aantal weglatingen) = 39 (–)/ F (aantal fouten) = 0 (+) F (aantal fouten) = 0 (+)
F (aantal fouten) = 0 (+)
1.2 Subfunctie: verdeelde aandacht
1.2.1 D-2 Aandachts- en Concentratietest (D-2)
Waarvoor dient de test? = aandachtstest die visuele selectieve aandacht, snelheid van informatieverwerking
(meetpretentie) en het concentratievermogen meet.
Subtest? /
Duur: 8 minuten
Methode: De patiënt krijgt een kaart met 14 regels en moet zo snel en nauwkeurig
Kenmerken mogelijk per regel de d’s met 2 accenten (2 verticale streepjes: 2 boven/ 2 onder/ 1
boven en 1 onder) wegstrepen
→ tijdsbeperking: de patiënt krijgt 20 seconden per regel
Hoe ziet de test er uit?
3
, INTERPRETATIE
Afkortingen scoring:
Kwantitatief:
• Tn = totaal aantal verwerkte items/ tekens
• Tn-F = totaal aantal verwerkte tekens – aantal fouten
• VT = variatie in werktempo (= hoogste aantal items – laagste aantal items)
Kwalitatief:
• F = aantal Fouten (F1 + F2)
o F1 = fouten van type 1 (d’s die niet werden doorstreept)
o F2 = fouten van type 2 (afleiders dat de persoon heeft doorstreept) (bv. 3
accenten)
+ vs. –
• + = normaal
• – = afwijkend
Formulier begrijpen:
• GZ = aantal items die verwerkt zijn
• PC = percentiel
INTERPRETATIE: is verdeelde aandacht afwijkend of niet?
4