Gezondheidspsychologie
College 1: inleiding gezondheidspsychologie
Gezondheidspsychologie als wetenschapsgebied
Introductie
Wat vinden mensen belangrijk in hun leven? (Studie Ann Bowling)
• Maandelijkse survey van >2000 random mensen in UK
• Maximaal 5 antwoorden, zowel goede als slechte dingen
• Bevindingen: allerbelangrijkste (n°1)
o Relaties met familie, vrienden
o Eigen gezondheid en die van de anderen waarmee close
o Geld, sociaal leven, religie, …
• Belangrijkste effecten van langdurige ziekte bij mensen in sample die chronisch ziek zijn: autonomie
(zelf ergens naartoe kunnen gaan, dingen doen, …), sociaal leven, mogelijkheid om te werken, …
Gezondheidspsychologie als wetenschapsgebied: focus op gedrag, gezondheid en psychologie
• Gezondheid
o Etymologie
▪ Gezond: Indo-Europeaanse ‘swan’ = geheel, actief, energiek
▪ Health: Engelse ‘whole, hale, holy’ = harmonie, balans, equilibrium
o Definitie WHO van 1948 (geldt nog steeds): toestand van complete fysiek, mentaal en
sociaal welzijn en niet enkel de afwezigheid van ziekte of beperking → zowel fysiek als
mentaal aspect
▪ Zelfs als je geen officiële ziekte hebt kan je toch ongezond zijn door bijvoorbeeld
mentale problemen of een slecht sociaal netwerk
(ook omgekeerd: je kan een ziekte hebben maar door een goed sociaal netwerk je
toch relatief gezond voelen)
• Gedrag: alles wat organisme doet inzake actie als reactie op stimulatie, respons van
individu/groep/soort op de omgeving
o Gedrag en observatie van gedrag is erg belangrijk in gezondheidspsychologie (rapportage
van symptomen)
• Psychologie
o Voornamelijk (recente opkomst van) experimentele psychofysiologie en
gedragsneurowetenschappen = toepassing van principes uit biologie om fysiologische,
genetische en ontwikkelingsmechanismen van gedrag te bestuderen
o Daarnaast ook psychologie zoals we die kennen
Definitie, focus en doelgroepen
• Primaire focus: problemen die zich voordoen als lichamelijke klachten (<-> emotionele, mentale
gezondheid)
1
, o Hier wordt ook naar gekeken, maar dit is niet primaire focus (→ klinische psychologie)
• Doelgroepen (heel variabel)
o Gezonde mensen (gezondheidsbevordering en ziektepreventie)
o Mensen met verhoogd risico op ziekte (genetische dragers, risicovol gedrag vertonen zoals
roken, …)
o Mensen met acute gezondheidsproblemen of complexe zorgbehoeften
o Mensen met chronische ziekte
• Definitie (‘alles wat de psychologie voor de gezondheid kan doen’)
o Geheel van educatieve, wetenschappelijke en professionele contributies van de psychologie
…
o Aan de promotie en het behoud van gezondheid, preventie en behandeling van ziekte, aan
de identificatie van etiologische factoren (oorzaak)
▪ Gaat over lifestyle-veranderingen (promotie en behoud)
▪ Symptomen, affect, cognitie en gedrag (preventie en behandeling)
− Bv.: bepaalde cognities die je kan hebben over je ziekte of over mogelijke
behandelingen
▪ Cohortstudies, experimenten, … (etiologische factoren)
− Experiment: onderzoeken of bepaalde factoren een invloed hebben op het
tot stand komen van bepaalde symptomen
o En analyse van het gezondheidssysteem om ze te verbeteren (bestaande behandelingen)
▪ Programma-evaluaties (hebben bepaalde programma’s effect op mensen hun
kwaliteit van leven?)
International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF)
WAT? Framework voor hoe naar ziekte en gezondheid te kijken
DOEL? Universele en gestandaardiseerde taal om ziekte en gezondheid (en gerelateerde toestanden) te
classificeren en te beschrijven
Interacties tussen gezondheidstoestand en…
• Lichaamsstructuur- en functie (biologie)
• Activiteit (wat kan men wel nog/niet meer)
• Participatie (mate waarin nog mogelijk om te participeren aan (sociaal) leven)
• Voorbeeld: been ligt in het gips
o Body structure: been is gebroken, activiteit: been kan niet meer bewegen, participatie: niet
meer naar fuiven, zelf naar les wandelen
2
, • Omgevingsfactoren
o Bv.: vrienden kunnen je ophalen met auto om naar fuif te gaan
• Persoonlijke factoren (bv.: cognities, ziekterepresentatie: manier waarop je naar ziekte kijkt als
persoon en ziekte interpreteert)
→ gezondheid wordt niet enkel gereguleerd door lichamelijke processen, deze maken slechts deel uit van
een groter geheel waarin vele andere factoren ook een rol spelen
Gedragsgeneeskunde: gerelateerd domein
Gerelateerd aan gezondheidspsychologie, maar meer vanuit medisch oogpunt
• Interdisciplinair, ontwikkeling en integratie van gedrags- en biomedische wetenschappelijke kennis
en technieken relevant voor gezondheid en ziekte
• Toepassing op preventie, diagnose, behandeling en revalidatie
Lichaam en geest: een korte geschiedenis
HET BIOMEDISCH MODEL
= traditioneel model om ziekte en gezondheid te verklaren
Descartes: het lichaam-geestprobleem
• Had in 17e eeuw invloed op dit model
• Opvatting: pijn = reflex van het brein, veroorzaakt door lichamelijk letsel, zoals een ‘alarmbel’
o “alsof je aan een bel trekt en dit plots maakt dat je pijn voelt”
• Basis van veel behandelingen: letsel weghalen, zodat pijn stopt
Het biomedisch model:
• Verschillende processen kunnen een biologische verandering in stand brengen wat leidt tot gedrag
(zoals het gevoel van pijn)
Kritiek
1. Lichaam-geest dualisme: monocausaal → lichaam heeft invloed op pijn, de geest zogezegd niet
(enige verklaring voor bepaald gedrag/symptomen ligt in het biologisch veld)
2. Reductionistisch: gedrag kan uitsluitend verklaard worden door verstoorde chemiehuishouding in
lichaam
3. Ziekte-georiënteerd: negeert de invloeden op/van gedrag
4. Ontoereikend: kan veel (vooral langdurige) lichamelijke klachten niet verklaren (zie studie
hieronder)
Onderzoek ter illustratie dat veel zaken niet medisch verklaard kunnen worden (Körber et al.)
• Symptomenvragenlijst om symptomen te rapporteren (pijn, kortademigheid, …)
• Interview met eigen huisarts → moest de symptomen adhv achtergrondinformatie etc. raten als
medisch verklaarbaar (medische oorzaak) of medisch onverklaarbaar
3
, o 75% van de symptomen kon niet medisch verklaard worden
o Dus: biomedisch model heeft weinig verklaarkracht, enkel het biomedische model is
ontoereikend om symptomen te verklaren
PSYCHOSOMATISCHE GENEESKUNDE
Indien geen biologische oorzaak gevonden, stelt deze theorie dat het gaat om een psychisch probleem dat
klachten veroorzaakt (oorzaak ligt volledig in de geest) – psychoanalytische trekjes
Conversiestoornis (DSM-V): persoon heeft klachten, maar geen biologische oorzaak gevonden
• Voorbeeld: ‘blind’ zijn: zeggen en ervaren dat je niets kunt zien, maar als je parcours moet
doorlopen raak je bijna geen obstakels (visueel systeem in hersenen is dus niet aangetast)
• ‘zit in het hoofd’
In de 20e eeuw dominant beeld, samen met de psychoanalyse
• Bv.: psychosomatiek van de maagzweer: idee dat maagzweer veroorzaakt wordt door infantiele
afhankelijkheid van de moeder, gevolgd door angst/schuld, overcompensatie, … en als gevolg
daarvan maagzweer
• Heel moeilijk of zelf ontoetsbaar
Concept van somatisatie: neiging om somatische distress te ervaren (symptomen die niet verklaard kunnen
worden door biologisch probleem) en deze te attribueren aan een fysieke ziekte, en er medische hulp voor
te zoeken
• Voorbeeld: lang idee dominant geweest dat chronische pijn een variant van depressie is (depressie
gesomatiseerd)
Kritiek: review van 120 artikelen over somatisatie
• Geen wetenschappelijke steun voor concept van somatisatie in pijnstudies
• Vaak te onduidelijk of klachten al dan niet verklaard konden worden door biomedische bevindingen
• Niet duidelijk of klachten door patiënten zelf werden toegeschreven aan ziekte, of dat ze gewoon
zeiden ‘stress te hebben’
• Slechts in 1 studie onderzocht of patiënten hulp zochten voor hun klachten
College 2: modellen in de gezondheidspsychologie
Huidige theoretische modellen in de gezondheidspsychologie
DIATHESE-STRESS MODEL
Illustratief onderzoek (Sheldon Cohen)
4
College 1: inleiding gezondheidspsychologie
Gezondheidspsychologie als wetenschapsgebied
Introductie
Wat vinden mensen belangrijk in hun leven? (Studie Ann Bowling)
• Maandelijkse survey van >2000 random mensen in UK
• Maximaal 5 antwoorden, zowel goede als slechte dingen
• Bevindingen: allerbelangrijkste (n°1)
o Relaties met familie, vrienden
o Eigen gezondheid en die van de anderen waarmee close
o Geld, sociaal leven, religie, …
• Belangrijkste effecten van langdurige ziekte bij mensen in sample die chronisch ziek zijn: autonomie
(zelf ergens naartoe kunnen gaan, dingen doen, …), sociaal leven, mogelijkheid om te werken, …
Gezondheidspsychologie als wetenschapsgebied: focus op gedrag, gezondheid en psychologie
• Gezondheid
o Etymologie
▪ Gezond: Indo-Europeaanse ‘swan’ = geheel, actief, energiek
▪ Health: Engelse ‘whole, hale, holy’ = harmonie, balans, equilibrium
o Definitie WHO van 1948 (geldt nog steeds): toestand van complete fysiek, mentaal en
sociaal welzijn en niet enkel de afwezigheid van ziekte of beperking → zowel fysiek als
mentaal aspect
▪ Zelfs als je geen officiële ziekte hebt kan je toch ongezond zijn door bijvoorbeeld
mentale problemen of een slecht sociaal netwerk
(ook omgekeerd: je kan een ziekte hebben maar door een goed sociaal netwerk je
toch relatief gezond voelen)
• Gedrag: alles wat organisme doet inzake actie als reactie op stimulatie, respons van
individu/groep/soort op de omgeving
o Gedrag en observatie van gedrag is erg belangrijk in gezondheidspsychologie (rapportage
van symptomen)
• Psychologie
o Voornamelijk (recente opkomst van) experimentele psychofysiologie en
gedragsneurowetenschappen = toepassing van principes uit biologie om fysiologische,
genetische en ontwikkelingsmechanismen van gedrag te bestuderen
o Daarnaast ook psychologie zoals we die kennen
Definitie, focus en doelgroepen
• Primaire focus: problemen die zich voordoen als lichamelijke klachten (<-> emotionele, mentale
gezondheid)
1
, o Hier wordt ook naar gekeken, maar dit is niet primaire focus (→ klinische psychologie)
• Doelgroepen (heel variabel)
o Gezonde mensen (gezondheidsbevordering en ziektepreventie)
o Mensen met verhoogd risico op ziekte (genetische dragers, risicovol gedrag vertonen zoals
roken, …)
o Mensen met acute gezondheidsproblemen of complexe zorgbehoeften
o Mensen met chronische ziekte
• Definitie (‘alles wat de psychologie voor de gezondheid kan doen’)
o Geheel van educatieve, wetenschappelijke en professionele contributies van de psychologie
…
o Aan de promotie en het behoud van gezondheid, preventie en behandeling van ziekte, aan
de identificatie van etiologische factoren (oorzaak)
▪ Gaat over lifestyle-veranderingen (promotie en behoud)
▪ Symptomen, affect, cognitie en gedrag (preventie en behandeling)
− Bv.: bepaalde cognities die je kan hebben over je ziekte of over mogelijke
behandelingen
▪ Cohortstudies, experimenten, … (etiologische factoren)
− Experiment: onderzoeken of bepaalde factoren een invloed hebben op het
tot stand komen van bepaalde symptomen
o En analyse van het gezondheidssysteem om ze te verbeteren (bestaande behandelingen)
▪ Programma-evaluaties (hebben bepaalde programma’s effect op mensen hun
kwaliteit van leven?)
International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF)
WAT? Framework voor hoe naar ziekte en gezondheid te kijken
DOEL? Universele en gestandaardiseerde taal om ziekte en gezondheid (en gerelateerde toestanden) te
classificeren en te beschrijven
Interacties tussen gezondheidstoestand en…
• Lichaamsstructuur- en functie (biologie)
• Activiteit (wat kan men wel nog/niet meer)
• Participatie (mate waarin nog mogelijk om te participeren aan (sociaal) leven)
• Voorbeeld: been ligt in het gips
o Body structure: been is gebroken, activiteit: been kan niet meer bewegen, participatie: niet
meer naar fuiven, zelf naar les wandelen
2
, • Omgevingsfactoren
o Bv.: vrienden kunnen je ophalen met auto om naar fuif te gaan
• Persoonlijke factoren (bv.: cognities, ziekterepresentatie: manier waarop je naar ziekte kijkt als
persoon en ziekte interpreteert)
→ gezondheid wordt niet enkel gereguleerd door lichamelijke processen, deze maken slechts deel uit van
een groter geheel waarin vele andere factoren ook een rol spelen
Gedragsgeneeskunde: gerelateerd domein
Gerelateerd aan gezondheidspsychologie, maar meer vanuit medisch oogpunt
• Interdisciplinair, ontwikkeling en integratie van gedrags- en biomedische wetenschappelijke kennis
en technieken relevant voor gezondheid en ziekte
• Toepassing op preventie, diagnose, behandeling en revalidatie
Lichaam en geest: een korte geschiedenis
HET BIOMEDISCH MODEL
= traditioneel model om ziekte en gezondheid te verklaren
Descartes: het lichaam-geestprobleem
• Had in 17e eeuw invloed op dit model
• Opvatting: pijn = reflex van het brein, veroorzaakt door lichamelijk letsel, zoals een ‘alarmbel’
o “alsof je aan een bel trekt en dit plots maakt dat je pijn voelt”
• Basis van veel behandelingen: letsel weghalen, zodat pijn stopt
Het biomedisch model:
• Verschillende processen kunnen een biologische verandering in stand brengen wat leidt tot gedrag
(zoals het gevoel van pijn)
Kritiek
1. Lichaam-geest dualisme: monocausaal → lichaam heeft invloed op pijn, de geest zogezegd niet
(enige verklaring voor bepaald gedrag/symptomen ligt in het biologisch veld)
2. Reductionistisch: gedrag kan uitsluitend verklaard worden door verstoorde chemiehuishouding in
lichaam
3. Ziekte-georiënteerd: negeert de invloeden op/van gedrag
4. Ontoereikend: kan veel (vooral langdurige) lichamelijke klachten niet verklaren (zie studie
hieronder)
Onderzoek ter illustratie dat veel zaken niet medisch verklaard kunnen worden (Körber et al.)
• Symptomenvragenlijst om symptomen te rapporteren (pijn, kortademigheid, …)
• Interview met eigen huisarts → moest de symptomen adhv achtergrondinformatie etc. raten als
medisch verklaarbaar (medische oorzaak) of medisch onverklaarbaar
3
, o 75% van de symptomen kon niet medisch verklaard worden
o Dus: biomedisch model heeft weinig verklaarkracht, enkel het biomedische model is
ontoereikend om symptomen te verklaren
PSYCHOSOMATISCHE GENEESKUNDE
Indien geen biologische oorzaak gevonden, stelt deze theorie dat het gaat om een psychisch probleem dat
klachten veroorzaakt (oorzaak ligt volledig in de geest) – psychoanalytische trekjes
Conversiestoornis (DSM-V): persoon heeft klachten, maar geen biologische oorzaak gevonden
• Voorbeeld: ‘blind’ zijn: zeggen en ervaren dat je niets kunt zien, maar als je parcours moet
doorlopen raak je bijna geen obstakels (visueel systeem in hersenen is dus niet aangetast)
• ‘zit in het hoofd’
In de 20e eeuw dominant beeld, samen met de psychoanalyse
• Bv.: psychosomatiek van de maagzweer: idee dat maagzweer veroorzaakt wordt door infantiele
afhankelijkheid van de moeder, gevolgd door angst/schuld, overcompensatie, … en als gevolg
daarvan maagzweer
• Heel moeilijk of zelf ontoetsbaar
Concept van somatisatie: neiging om somatische distress te ervaren (symptomen die niet verklaard kunnen
worden door biologisch probleem) en deze te attribueren aan een fysieke ziekte, en er medische hulp voor
te zoeken
• Voorbeeld: lang idee dominant geweest dat chronische pijn een variant van depressie is (depressie
gesomatiseerd)
Kritiek: review van 120 artikelen over somatisatie
• Geen wetenschappelijke steun voor concept van somatisatie in pijnstudies
• Vaak te onduidelijk of klachten al dan niet verklaard konden worden door biomedische bevindingen
• Niet duidelijk of klachten door patiënten zelf werden toegeschreven aan ziekte, of dat ze gewoon
zeiden ‘stress te hebben’
• Slechts in 1 studie onderzocht of patiënten hulp zochten voor hun klachten
College 2: modellen in de gezondheidspsychologie
Huidige theoretische modellen in de gezondheidspsychologie
DIATHESE-STRESS MODEL
Illustratief onderzoek (Sheldon Cohen)
4