Cross-culturele psychologie
College 1: inleiding, cultuur en psyche
Wat is cultuur?
Welke cultuur is voor jou belangrijk? → we zitten hier met heel homogene groep in het college, maar bijna
alle culturen van de wereld zijn (oppervlakkiger door vb. op vakantie geweest, en diepgaander door vb.
afkomst) vertegenwoordigd
• Verschillende thema’s verbinden ons met een bepaalde cultuur (vb. familie, wens om er te wonen,
nationaliteit, herinneringen, affectieve band, …)
Cultuurcontact is even oud als de mens → wereldwijde migratiestromen
• Cultuur is uniek voor de mens
• We hebben reeds veel ervaring met cultuurcontact
• sinds het begin van de mensheid zijn er reeds migratiestromen (cf. nomaden die rondtrokken)
De mens als culturele soort: culturele diversiteit is eigen aan de mens (startpunt)
De mens als een cultural species: het is eigen aan de mens om verbonden te zijn aan een cultuur
• Observatie: mensen hebben uitzonderlijk aanpassingsvermogen aan zeer heterogene
omstandigheden … aanpassing aan… (placticiteit)
o Natuurlijke en mensgemaakte omgeving (vb. Noordpool, regenwouden vs steden)
o Sociale organisatie en levensonderhoud (vb. kleine gemeenschappen vs steden, economie-
en staatsvormen, fulltime werkweek, …)
o Menselijke kennis en kunde (vb. kennis over sneeuw en andere levensomstandigheden;
vaak omgevingsspecifiek - kennis over computers, …)
→ grote diversiteit aan menselijke levenswijzen (dankzij plasticiteit)
• Verklaringen hiervoor?
o Hardware: neuroplasticiteit van menselijk brein (brein vormt zich voortdurend en past zich
aan tot op latere leeftijd)
o Software: cultuuroverdracht als uniek evolutionair voordeel
▪ Mensen zijn een lerende soort (cultuuroverdracht is dus niet enkel genetische
overdracht maar gebeurt ook via socialisatie) → levenslang leren en aanpassen
Definitie van cultuur: “Cultuur is een door een gemeenschap gedeeld systeem van waarden, normen,
ideeën, attitudes, gedragingen, communicatiemiddelen en de producten ervan die van generatie op
generatie worden overgeleverd”
• Typisch: vaak zijn we niet bewust van onze eigen cultuur, het voelt heel vanzelfsprekend
o Illustratie: makkelijker om typische Amerikaanse kenmerken op te noemen in plaats van
typische Vlaamse kenmerken
o Bv.: accent: moeilijk om eigen accent te horen
o Pas van zodra meer contact met andere culturen, vallen de verschillen op → meer bewust
van wat eigen cultuur nu eigenlijk inhoudt
1
, • Cultuur is als water rond een vis: vis vraagt zich niet af en is zich wellicht niet eens bewust van
water rond zich, omdat die nooit iets anders gekend heeft
o ‘it would hardly be fish who discovered the existence of water’
o Cultuur voelt aan als heel vanzelfsprekend
• Veelgebruikte weergaven van cultuur
o “onion-model of culture”
▪ Buitenste schil: zichtbare cultuur, eerste
wat je opvalt wanneer je met andere
cultuur in aanraking komt
▪ Tweede schil: sociale omgangsvormen
en regels (bv.: indirect of direct
communiceren)
▪ derde schil: subjectieve domein,
gevoelens van mensen
(bv.: wat betekent het voor jou om jezelf
te zijn?)
→ hoe dieper in de schil, hoe dieper je de mensen moet kennen
o “ijsberg”
▪ Topje van de ijsberg= zichtbare cultuur
▪ Indien je cultuur dieper bestudeert botst je op de rots onder het water (wat je eerst
niet direct kon waarnemen)
o “Piramide”
▪ Persoonlijke factor, culturele aspecten specifiek
voor groep (subcultuur) en aspecten die algemeen
menselijk of universeel zijn (bv.: verliefd worden op
mensen uit andere culturen, huilen bij Japanse film
→ zaken die cultuur overstijgen)
Drie belangrijke kenmerken van cultuur: gedeeld, overgeleverd en dynamisch
CULTUUR IS GEDEELD
• Voor cultuur is een groep(je) nodig (altijd betrekking op een groep mensen)
o Elke groep die iets gemeenschappelijks heeft, deelt een gemeenschappelijke cultuur
o van heel klein (zoals subculturen, je gezin) tot heel groot (zoals hele Westerse samenleving)
→ mensen zijn lid van enorm veel verschillende culturen
• De mate waarin cultuur gedeeld is varieert: individuele verschillen binnen eenzelfde cultuur
o Niet omdat we zaken delen met anderen in een bepaalde groep dat iedereen in de groep
over precies dezelfde eigenschappen beschikt → ook persoonlijkheid, levenservaring en de
vele andere cultuurtjes waar je deel van bent spelen een rol
• Ook verschillen tussen culturen: Tight vs. loose cultures (= mate waarin er ruimte is voor diversiteit)
o Tight: striktere cultuur
▪ Meer gedrag dat cultureel gecodeerd is (bv.: hoe jongens en meisjes met elkaar
moeten omgaan)
o Loose: lossere cultuur
o Bv.: in bepaalde culturen grenzen stellen aan kinderen vanaf zeer jonge leeftijd, in andere
culturen juist veel vrijheid geven (leidt tot variaties in mate van diversiteit)
2
,CULTUUR IS OVERGELEVERD
• we krijgen het niet mee vanaf geboorte via genen van onze ouders → geen biologische/fysieke
eigenschappen maar juist zaken die we doorheen ons leven leren
o bv.: kennis over hoe men zich moet gedragen en waarom mensen zich zus en niet zo
gedragen
• wordt aangeleerd door socialisatie (= levenslang leerproces)
o Primaire socialisatie: door directe familie (ouders of andere centrale zorgfiguren zoals
grootouders, broers en zussen)
o Secundaire socialisatie: door school, vrienden, werk,… (peers)
o Tertiaire socialisatie: door samenleving, (sociale) media,… (macroniveau) (vaker onbewust)
• Voortdurende beïnvloeding door cultuur gebeurt bewust en onbewust
o Cultureel voorgeschreven gedrag kan dwingend zijn, er wordt iets van je verwacht in
bepaalde context en je krijgt een reactie als je dat niet volgt
• enculturatie: cultuuroverdracht in tijd
o je krijgt bepaalde cultuur mee omdat je geboren wordt in bepaalde cultuur
• acculturatie: cultuuroverdracht in geografische en sociale ruimte
o bv.: tweede cultuur aanleren door te verhuizen
• nuancering
o Cultuuroverdracht door sociaal leren laat ruimte voor verandering/vernieuwing als
aanpassing aan verander(en)de omgeving
▪ Cultuuroverdracht is geen kopieermachine, het is dynamisch en adaptief
▪ Bv.: siesta is adaptief in mediterrane landen (middag= warmste moment van de dag)
▪ Bv.: bier en frietjes in Belgische cultuur (graanproductie enorm hoog in onze streken)
o Cultuur beïnvloedt leden… en omgekeerd
CULTUUR IS DYNAMISCH
• Veranderingen over tijd zijn adaptief
o Cultuur verandert wanneer de omgeving verandert
• Cultuur is de aanpassing van de menselijke soort op ecologische, socio -politieke en biologische
factoren
• Cultuur biedt een kader dat richting geeft aan ons handelen, maar er zijn situaties waarin dat kader
niet meer past → ontstaan van nieuwe denkwijzen, cultuur verandert doorheen de tijd door zich
aan te passen aan maatschappelijke ontwikkelingen
• Constante wederkerigheid: cultuur heeft invloed op ons via socialisatie, wij hebben ook invloed op
onze cultuur
• Voorbeeld: corona
o Cultuurverschillen in persoonlijke afstand: tijdens coronaperiode meer afstand tussen
mensen, nu is besmettingsgevaar lager dus afstand tussen mensen weer kleiner → cultuur is
dynamisch
Wat is cross-culturele psychologie?
Definitie: “Cross-culturele psychologie is de wetenschappelijke studie van gelijkenissen en verschillen in
het menselijk psychologisch functioneren in verschillende culturele groepen, daarbij onderzoekend hoe
ons denken, voelen en doen beïnvloed wordt door een culturele context”
GESCHIEDENIS
3
, A long past…
• Völkerpsychologie (rond 1850): mens bestuderen in relatie tot gewoonten en gebruiken van de
samenleving, niet beperken tot individuele bewustzijn
• Wundt (1916): "Where deliberate experimentation ends is where history has experimented on the
behalf of psychologists”
o “zoals je in een experiment variabelen kunt variëren om hun effect op gedrag te meten, zo
kun je de rol van cultuur bestuderen door samenlevingen met elkaar te vergelijken”
o 1870: experimenteel psychologisch onderzoek
• Rivers (1898): onderzoek naar waarnemingen bij bewoners van Papua Nieuw-Guinea (nooit eerder
voorgesteld aan geometrische vormen)
o Conclusie: minder gevoelig voor visuele illusies dan mensen uit Europa + differentieerden in
sommige gevallen kleuren in hun taal minder
• 1920-1930: grote belangstelling in VS voor werk Freud (psychoanalyse)
o Antropoloog Mead: puberteit op eiland Samoa werd veel minder heftig en emotioneel
beleefd dan in de Westerse wereld
• 1940-1950: basispersoonlijkheid en nationale karakters
o Kardiner: vroege jaren individu zijn cruciaal in de vorming van een persoon → binnen
samenlevingen zijn socio-economische omstandigheden erg gelijkaardig waardoor kleine
kinderen dezelfde ervaringen meemaken en zo ook dezelfde persoonlijkheidskenmerken
zouden ontwikkelen → elke cultuur beschikt over een basispersoonlijkheid
o Nationale karakters: WOII: hoe reageren de overwonnen naties op hun verlies?
▪ Bv.: analyses om te begrijpen waarom Duitsers zo enthousiast reageerden op
nationaal-socialisme van Adolf Hitler, basis gelegd voor psychologie van autoritaire
persoonlijkheid
▪ Maar: overgeneralisatie en stereotypering van nationale
persoonlijkheidsbeschrijvingen, gebrek aan aandacht voor individuele verschillen
… but only a short history
• Vanaf 1960-1970 bloeide cross-cultureel psychologisch onderzoek met specifiek wetenschappelijke
tijdschriften en systematisch onderzoek
TWEE BENADERINGEN
Het absolutisme/universalisme Het relativisme
= mainstream psychology = cultural psychology
• Zoeken naar ‘de’ menselijke psychologie, • Er bestaat geen contextvrije psychologie
universeel hetzelfde over culturen heen • Menselijke psychologie kan slechts
• Culturele verschillen gezien als ruis daarop begrepen worden binnen de context van de
→ interesse in basispersoonlijkheid cultuur waarin het verschijnt
ontdaan van culturele context • Eenzelfde gedrag enkel te begrijpen in
• Machinekamer, hardware van de bepaalde context
menselijke psychologie • Bv.: hoe interpreteer je gedrag van iemand
• Sensorische, motorische functies die weigert een hand te geven? Zonder
o bv. Ishihara test voor context van gedrag te kennen weet je niet
kleurenblindheid (= universeel) of persoon boos is op jou, of juist omdat
• Functies vanaf jonge leeftijd een begroeting bijvoorbeeld anders
o bv. Objectpermanentie (8 maand) verloopt in zijn cultuur
4
College 1: inleiding, cultuur en psyche
Wat is cultuur?
Welke cultuur is voor jou belangrijk? → we zitten hier met heel homogene groep in het college, maar bijna
alle culturen van de wereld zijn (oppervlakkiger door vb. op vakantie geweest, en diepgaander door vb.
afkomst) vertegenwoordigd
• Verschillende thema’s verbinden ons met een bepaalde cultuur (vb. familie, wens om er te wonen,
nationaliteit, herinneringen, affectieve band, …)
Cultuurcontact is even oud als de mens → wereldwijde migratiestromen
• Cultuur is uniek voor de mens
• We hebben reeds veel ervaring met cultuurcontact
• sinds het begin van de mensheid zijn er reeds migratiestromen (cf. nomaden die rondtrokken)
De mens als culturele soort: culturele diversiteit is eigen aan de mens (startpunt)
De mens als een cultural species: het is eigen aan de mens om verbonden te zijn aan een cultuur
• Observatie: mensen hebben uitzonderlijk aanpassingsvermogen aan zeer heterogene
omstandigheden … aanpassing aan… (placticiteit)
o Natuurlijke en mensgemaakte omgeving (vb. Noordpool, regenwouden vs steden)
o Sociale organisatie en levensonderhoud (vb. kleine gemeenschappen vs steden, economie-
en staatsvormen, fulltime werkweek, …)
o Menselijke kennis en kunde (vb. kennis over sneeuw en andere levensomstandigheden;
vaak omgevingsspecifiek - kennis over computers, …)
→ grote diversiteit aan menselijke levenswijzen (dankzij plasticiteit)
• Verklaringen hiervoor?
o Hardware: neuroplasticiteit van menselijk brein (brein vormt zich voortdurend en past zich
aan tot op latere leeftijd)
o Software: cultuuroverdracht als uniek evolutionair voordeel
▪ Mensen zijn een lerende soort (cultuuroverdracht is dus niet enkel genetische
overdracht maar gebeurt ook via socialisatie) → levenslang leren en aanpassen
Definitie van cultuur: “Cultuur is een door een gemeenschap gedeeld systeem van waarden, normen,
ideeën, attitudes, gedragingen, communicatiemiddelen en de producten ervan die van generatie op
generatie worden overgeleverd”
• Typisch: vaak zijn we niet bewust van onze eigen cultuur, het voelt heel vanzelfsprekend
o Illustratie: makkelijker om typische Amerikaanse kenmerken op te noemen in plaats van
typische Vlaamse kenmerken
o Bv.: accent: moeilijk om eigen accent te horen
o Pas van zodra meer contact met andere culturen, vallen de verschillen op → meer bewust
van wat eigen cultuur nu eigenlijk inhoudt
1
, • Cultuur is als water rond een vis: vis vraagt zich niet af en is zich wellicht niet eens bewust van
water rond zich, omdat die nooit iets anders gekend heeft
o ‘it would hardly be fish who discovered the existence of water’
o Cultuur voelt aan als heel vanzelfsprekend
• Veelgebruikte weergaven van cultuur
o “onion-model of culture”
▪ Buitenste schil: zichtbare cultuur, eerste
wat je opvalt wanneer je met andere
cultuur in aanraking komt
▪ Tweede schil: sociale omgangsvormen
en regels (bv.: indirect of direct
communiceren)
▪ derde schil: subjectieve domein,
gevoelens van mensen
(bv.: wat betekent het voor jou om jezelf
te zijn?)
→ hoe dieper in de schil, hoe dieper je de mensen moet kennen
o “ijsberg”
▪ Topje van de ijsberg= zichtbare cultuur
▪ Indien je cultuur dieper bestudeert botst je op de rots onder het water (wat je eerst
niet direct kon waarnemen)
o “Piramide”
▪ Persoonlijke factor, culturele aspecten specifiek
voor groep (subcultuur) en aspecten die algemeen
menselijk of universeel zijn (bv.: verliefd worden op
mensen uit andere culturen, huilen bij Japanse film
→ zaken die cultuur overstijgen)
Drie belangrijke kenmerken van cultuur: gedeeld, overgeleverd en dynamisch
CULTUUR IS GEDEELD
• Voor cultuur is een groep(je) nodig (altijd betrekking op een groep mensen)
o Elke groep die iets gemeenschappelijks heeft, deelt een gemeenschappelijke cultuur
o van heel klein (zoals subculturen, je gezin) tot heel groot (zoals hele Westerse samenleving)
→ mensen zijn lid van enorm veel verschillende culturen
• De mate waarin cultuur gedeeld is varieert: individuele verschillen binnen eenzelfde cultuur
o Niet omdat we zaken delen met anderen in een bepaalde groep dat iedereen in de groep
over precies dezelfde eigenschappen beschikt → ook persoonlijkheid, levenservaring en de
vele andere cultuurtjes waar je deel van bent spelen een rol
• Ook verschillen tussen culturen: Tight vs. loose cultures (= mate waarin er ruimte is voor diversiteit)
o Tight: striktere cultuur
▪ Meer gedrag dat cultureel gecodeerd is (bv.: hoe jongens en meisjes met elkaar
moeten omgaan)
o Loose: lossere cultuur
o Bv.: in bepaalde culturen grenzen stellen aan kinderen vanaf zeer jonge leeftijd, in andere
culturen juist veel vrijheid geven (leidt tot variaties in mate van diversiteit)
2
,CULTUUR IS OVERGELEVERD
• we krijgen het niet mee vanaf geboorte via genen van onze ouders → geen biologische/fysieke
eigenschappen maar juist zaken die we doorheen ons leven leren
o bv.: kennis over hoe men zich moet gedragen en waarom mensen zich zus en niet zo
gedragen
• wordt aangeleerd door socialisatie (= levenslang leerproces)
o Primaire socialisatie: door directe familie (ouders of andere centrale zorgfiguren zoals
grootouders, broers en zussen)
o Secundaire socialisatie: door school, vrienden, werk,… (peers)
o Tertiaire socialisatie: door samenleving, (sociale) media,… (macroniveau) (vaker onbewust)
• Voortdurende beïnvloeding door cultuur gebeurt bewust en onbewust
o Cultureel voorgeschreven gedrag kan dwingend zijn, er wordt iets van je verwacht in
bepaalde context en je krijgt een reactie als je dat niet volgt
• enculturatie: cultuuroverdracht in tijd
o je krijgt bepaalde cultuur mee omdat je geboren wordt in bepaalde cultuur
• acculturatie: cultuuroverdracht in geografische en sociale ruimte
o bv.: tweede cultuur aanleren door te verhuizen
• nuancering
o Cultuuroverdracht door sociaal leren laat ruimte voor verandering/vernieuwing als
aanpassing aan verander(en)de omgeving
▪ Cultuuroverdracht is geen kopieermachine, het is dynamisch en adaptief
▪ Bv.: siesta is adaptief in mediterrane landen (middag= warmste moment van de dag)
▪ Bv.: bier en frietjes in Belgische cultuur (graanproductie enorm hoog in onze streken)
o Cultuur beïnvloedt leden… en omgekeerd
CULTUUR IS DYNAMISCH
• Veranderingen over tijd zijn adaptief
o Cultuur verandert wanneer de omgeving verandert
• Cultuur is de aanpassing van de menselijke soort op ecologische, socio -politieke en biologische
factoren
• Cultuur biedt een kader dat richting geeft aan ons handelen, maar er zijn situaties waarin dat kader
niet meer past → ontstaan van nieuwe denkwijzen, cultuur verandert doorheen de tijd door zich
aan te passen aan maatschappelijke ontwikkelingen
• Constante wederkerigheid: cultuur heeft invloed op ons via socialisatie, wij hebben ook invloed op
onze cultuur
• Voorbeeld: corona
o Cultuurverschillen in persoonlijke afstand: tijdens coronaperiode meer afstand tussen
mensen, nu is besmettingsgevaar lager dus afstand tussen mensen weer kleiner → cultuur is
dynamisch
Wat is cross-culturele psychologie?
Definitie: “Cross-culturele psychologie is de wetenschappelijke studie van gelijkenissen en verschillen in
het menselijk psychologisch functioneren in verschillende culturele groepen, daarbij onderzoekend hoe
ons denken, voelen en doen beïnvloed wordt door een culturele context”
GESCHIEDENIS
3
, A long past…
• Völkerpsychologie (rond 1850): mens bestuderen in relatie tot gewoonten en gebruiken van de
samenleving, niet beperken tot individuele bewustzijn
• Wundt (1916): "Where deliberate experimentation ends is where history has experimented on the
behalf of psychologists”
o “zoals je in een experiment variabelen kunt variëren om hun effect op gedrag te meten, zo
kun je de rol van cultuur bestuderen door samenlevingen met elkaar te vergelijken”
o 1870: experimenteel psychologisch onderzoek
• Rivers (1898): onderzoek naar waarnemingen bij bewoners van Papua Nieuw-Guinea (nooit eerder
voorgesteld aan geometrische vormen)
o Conclusie: minder gevoelig voor visuele illusies dan mensen uit Europa + differentieerden in
sommige gevallen kleuren in hun taal minder
• 1920-1930: grote belangstelling in VS voor werk Freud (psychoanalyse)
o Antropoloog Mead: puberteit op eiland Samoa werd veel minder heftig en emotioneel
beleefd dan in de Westerse wereld
• 1940-1950: basispersoonlijkheid en nationale karakters
o Kardiner: vroege jaren individu zijn cruciaal in de vorming van een persoon → binnen
samenlevingen zijn socio-economische omstandigheden erg gelijkaardig waardoor kleine
kinderen dezelfde ervaringen meemaken en zo ook dezelfde persoonlijkheidskenmerken
zouden ontwikkelen → elke cultuur beschikt over een basispersoonlijkheid
o Nationale karakters: WOII: hoe reageren de overwonnen naties op hun verlies?
▪ Bv.: analyses om te begrijpen waarom Duitsers zo enthousiast reageerden op
nationaal-socialisme van Adolf Hitler, basis gelegd voor psychologie van autoritaire
persoonlijkheid
▪ Maar: overgeneralisatie en stereotypering van nationale
persoonlijkheidsbeschrijvingen, gebrek aan aandacht voor individuele verschillen
… but only a short history
• Vanaf 1960-1970 bloeide cross-cultureel psychologisch onderzoek met specifiek wetenschappelijke
tijdschriften en systematisch onderzoek
TWEE BENADERINGEN
Het absolutisme/universalisme Het relativisme
= mainstream psychology = cultural psychology
• Zoeken naar ‘de’ menselijke psychologie, • Er bestaat geen contextvrije psychologie
universeel hetzelfde over culturen heen • Menselijke psychologie kan slechts
• Culturele verschillen gezien als ruis daarop begrepen worden binnen de context van de
→ interesse in basispersoonlijkheid cultuur waarin het verschijnt
ontdaan van culturele context • Eenzelfde gedrag enkel te begrijpen in
• Machinekamer, hardware van de bepaalde context
menselijke psychologie • Bv.: hoe interpreteer je gedrag van iemand
• Sensorische, motorische functies die weigert een hand te geven? Zonder
o bv. Ishihara test voor context van gedrag te kennen weet je niet
kleurenblindheid (= universeel) of persoon boos is op jou, of juist omdat
• Functies vanaf jonge leeftijd een begroeting bijvoorbeeld anders
o bv. Objectpermanentie (8 maand) verloopt in zijn cultuur
4