Psychopathologie en psychiatrie
Hoofdstuk 1: diagnostiek en classificatie
Geschiedenis van de classificatie van psychopathologie
VAN ZOT NAAR ZIEK
In loop van de geschiedenis: afwijkend gedrag (onvoorspelbaar, afwijkend van norm, gevaarlijk, irrationeel,
…) = ‘gek’, ‘madness’, ‘insanity’
• Beschrijvende termen → impliceren geen oorzaak
o Beschrijving van gedrag dat ‘anders’ is; ‘die is gek’ is beschrijvend en verwijst niet naar
oorzaak
o Verwijst vaak naar persoonlijkheidsveranderingen (waarneembaar als gedragsverandering)
van de ‘gek’
• Hippocrates van Kos: mentale stoornissen zijn het gevolg van een onevenwicht in de vier
lichaamssappen/ humores die elk een bepaald temperament vertegenwoordigen
o Zwart gal (melancholisch-zwartgallig)
o Gele gal (cholerisch-driftig)
o Bloed (sanguin-vurig, energiek)
o Slijm (flegmatisch-rustig,kalm)
• Demonologie (stapje verder) → men ziet de gek als bezeten door de duivel (gek zijn werd door iets
van buitenaf verklaard)
o Dominante verklaring voor afwijkend gedrag en psychopathologie
o Verklaringsmodel doofde uit in 18e eeuw
• Meer kennisvergaring over lichamelijke ziekten
o Madness wordt mental illness
o Breed beschrijvend begrip wordt enger ziektebegrip
Het ziektebegrip
• Grieken (cf. Hippocrates) beschreven al afzonderlijke ziekten, maar modern westers ziektebegrip is
nog jong: introductie door Thomas Sydenham (vader van nosologie= wetenschappelijke classificatie
van ziekten of classificatieleer)
o Beschreef Chorea van Sydenham (= zeldzaam neurologisch ziektebeeld; ‘Sint-Vitusdans’
genoemd door rare motorische bewegingen van patiënten, vnl bij kids na
streptokokkeninfectie) → afzonderlijke ziekte voor het eerst heel duidelijk beschreven;
geheel van symptomen, eigen symptomen en eigen prognose haarfijn beschreven
o Voorbeeld van welomlijnd ziektebeeld met specifieke symptomen
• Twee belangrijke factoren die ziektebegrip mee beïnvloedden
o Verband klinisch ziektebeeld en post-mortem-afwijkingen in hersenen (bv.: verlamming in 1
lichaamshelft door hersenbloeding in contralaterale hemisfeer) → oorzaken ziekte
o Ontdekking van ziektekiemen als ziekteverwekkers door Louis Pasteur (1862)
(microbetheorie) → oorzaken ziekte
1
, ▪ Belangrijk voorbeeld = syfilis (ook psychiatrische symptomen – apathie en dementie -
in derde stadium)
− Veroorzaakt door Treponema Pallidum (Schaudinn & Hoffman ontdekten dit)
− Leidde tot somatogene hypothese: overtuiging dat psychiatrische
ziektebeelden een biologische oorzaak kunnen hebben
→ belangrijke mijlpaal!
MORELE BEHANDELING EN ONTSTAAN VAN DSM: EEN EVOLUTIE
Verschillende mensen droegen bij aan meer morele behandelingen en het ontstaan van het hedendaagse
classificatiesysteem
Philippe Pinel (°1745)
Tot midden 19e eeuw werden mensen met afwijkend gedrag opgesloten in gekkenhuizen (insane asylum,
lunatic asylum), deze mensen hadden vaak eerder EPA (ernstige psychiatrische aandoening zoals depressie
met psychotische kenmerken, ernstige bipolaire stoornis, psychose, …) → begip insane in die tijd
→ weghouden uit maatschappij, geen gedetailleerde diagnostische beschrijvingen; Pinel bracht hier
verandering in
• Werd arts in Salpêtrière-ziekenhuis in Parijs (1000en vrouwen opgesloten en vastgeketend)
o Ontketent hen, einde van deze praktijken
• Installeert morele behandeling: contact met en observatie van patiënten staat centraal
o Zorgvuldige aantekeningen voor beter begrip van aandoening en ziekteverloop
o Eigen classificatie (nosografie) met vijf categorieën: melancholie, manie met/zonder delier,
dementie, idiotie → eerste classificatie psychiatrische ziekten
Jozef Guislain (°1797)
Vlaamse evenknie van Pinel
• Ijverde ook voor humane behandeling van geesteszieken
• 1857: bouwt eerste gesticht samen met congregatie van Broeders van Liefde: Guislain -ziekenhuis
Asielen voor gekken kenden in 18e, 1ste deel 19e eeuw 1 naam voor iedereen: ‘insanity’, dekte
verschillende ziektebeelden af → er kwam nood aan systematiek
• 1844: eerste classificatie in de VS: “statistical classification of institutionalized mental patients”
o Inventaris van wat voor soort mensen in de instituten verbleven toen (ze wouden weten wie
er in de instellingen woont)
o Nog steeds beperkt: mania, dementia, melancholia, partial insanity, moral insanity
o Voorloper van DSM
• Emil Kraepelin (°1856): eerste meer omvattend classificatiesysteem
o Nadruk op biologische etiopathogenese (= oorzaak, ontstaansverloop van ziekte)
o Compendium der Psychiatrie: suggestie dat psychiatrische aandoeningen net zoals fysieke
aandoeningen afzonderlijke ziekte-entiteiten zijn, afzonderlijke symptomensets
(syndromen)
▪ Eigen biologische oorzaak
▪ Eigen set van symptomen = syndroom
▪ Eigen karakteristiek verloop: classificatie was prognose-gericht, onderscheid tussen
geneeslijk-ongeneeslijk
2
, o Grote invloed op hedendaags denken over psychiatrie
• 20e eeuw: meer nood aan classificatie
o Factoren
▪ Niet enkel psychische behandeling in ziekenhuis, maar ook ambulant
▪ Hoogtij psychotherapie (psychoanalytici Freud en Jung)
▪ Ook minder ernstige toestandsbeelden behandeld en dienden geclassificeerd te
worden
▪ Meer interesse in diagnostiek (medicamenteuze behandelingen komen op)
o 1948: WHO voegt aan ICD (International Classification of Diseases/Causes of Death) lijst toe
met psychiatrische stoornissen (is eigenlijk classificatie van doodsoorzaken) (= eerste grote
lijst met psychiatrische stoornissen)
o 1952: American Psychiatric Association kan zich hier niet in vinden, publiceert DSM-I
(Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders)
▪ Gebaseerd op etiologische theorieën: aandoening was psychogeen of te wijten aan
‘impairment of brain tissue’ (ofwel is de aandoening psychogeen, ofwel werken de
hersenen niet goed)
▪ MAAR: diagnoses niet gebaseerd op empirische data
De DSM zelf evolueerde ook van versie I tot de hedendaagse versie V
• DSM-I: vnl gebaseerd op etiologische theorieën (Kraepelin)
o Geen wetenschappelijk stevige basis, gebrek aan empirie
o Ziekten werden gebonden aan oorzaak, als gevolg van iets
▪ Psychogeen (cf. psychoanalyse)
▪ Gevolg van impairment of brain tissue function (enorme vooruitgang
neurowetenschappen, maar desondanks geen vooruitgang in omschrijven en
herkennen van psychopathologie)
o Verband ontstaat tussen ziektebeeld en medicatie (maar velen kregen label ‘versatile’;
ongeweten en dus gaven ze deze persoon medicament X → mag nu helemaal niet meer)
▪ Bepaald medicament koppelen aan bepaalde diagnose
▪ Maar: eerste medicijnen waren helemaal niet gekoppeld aan bepaalde diagnose, ze
werkten voor alles: mentale stoornissen, emotionele stoornissen…; nood aan
medicijnen te labelen en te koppelen aan diagnose
o Besluit: tot op vandaag geen goede etiologische classificatie in psychiatrie → momenteel is
psychiatrische diagnostiek vnl descriptief/beschrijvend (<-> causaal)
• DSM-II (1968): 180 stoornissen
o Gebaseerd op Adolf Meyer (°1866) enerzijds + psychoanalyse anderzijds
▪ Niet akkoord met Kraepelin (reduceerde psychische ziekten tot hersenziekten)
− Verwaarlozen sociale/psychologische factoren, biologisch reductionisme
− Leidt tot therapeutisch nihilisme (=psychiatrische ziekte als
hersenaandoening en dus genetisch bepaald, niets aan te doen want het is
toch biologisch)
▪ Uitgangspunt: psychiatrische stoornis = reactie op gebeurtenissen in omgeving (bv.:
angstreactie, depressieve reactie) → invloed van sociale en psychologische ipv
biologische factoren
o Gebaseerd op psychoanalyse
▪ Nadruk op context waarin klachten ontstaan + vroege ervaringen in jeugd
3
, ▪ Maar ook hier probleem: niet gestoeld op wet. kennis (kwestie van geloven)
o Geen empirische data!
• Intermezzo: US-UK Diagnostic Project (grootschalig onderzoek naar diagnostische praktijken in UK
en VS)→ Diagnose schizofrenie 2x vaker gesteld in VS dan in UK
o Oorzaak: verschillende interpretatie (van breedte) schizofrenie-concept
▪ In VS zeer aspecifiek: “doesn’t mean anything more than crazy”
▪ Verwees hier meer naar ernst van de functionele beperking dan aanwezigheid van
specifiek symptomencomplex
o Diagnose blijkt dus zeer subjectief; meer behoefte aan internationale afspraken en
eenduidige criteria
o Gaf aanleiding tot nieuwe DSM-edities
• DSM-III (1980): radicale breuk (“weg met psychoanalytisch geloof, idee van stoornis als reactie,
aandacht voor onderliggende oorzaken”)
o Lijsten met observeerbare diagnostische criteria
o Beschrijvende, atheoretische categorieën (geen assumptie over etiologie of psychoanalyse)
→ categoriaal (concept van onderscheiden ziekte-entiteiten; netjes in hokjes), descriptief
o Diagnostisch proces vanuit empirische, op onderzoek georiënteerde basis
o Doel: eenduidigheid → iedere psycholoog zal ongeacht theoretische voorkeur zelfde
diagnose stellen
o Wel nog steeds groot belang van klinische inschatting en ervaring
o Ondanks ‘atheoretisch’, toch steeds meer invloed vanuit visie dat psychiatrische ziekte =
hersenziekte
• Verschillende gereviseerde edities van DSM-III, DSM-IV ook later
• Vandaag dus 2 grote classificatiesystemen: DSM en ICD (ook somatische aandoeningen)
• DSM-V8 (2013): wereldwijde referentie voor classificatie en diagnose (geen handboek/bijbel v
psychiatrie, doel = gewoon goede communicatie en onderzoek, geen exhaustieve opsomming van
alle ziektes en alle recente onderzoek)
Diagnostiek
Wat houdt diagnostiek in?
• Essentie: adhv reeks symptomen vaststellen wat aard van aandoening is
o Symptoom = ziekteteken
o Kijken naar samenhang van symptomen + verloop
• Doel: verklaren en begrijpen van toestand patiënt + vinden van doeltreffende behandeling → zeer
breed doel; omvat dus ook verschillende aspecten om dit te kunnen bereiken
o Beschrijving van symptomen, samenhang en ontwikkeling (cf. opbouw DSM atheoretisch)
o Verklaren/begrijpen
▪ Symptomen en samenhang
▪ Lichamelijke en psychische oorzaken
▪ Sterke en kwetsbare kanten van persoonlijkheid
▪ Invloed van gedrag – wat onderhoudt/lost het probleem op
o Waarom? Om uiteindelijk behandeling te kunnen instellen
• Ordening in homogene syndromen: groep van samen voorkomende symptomen , dus DSM zelf
strikt beschrijvend; zegt niets over aard van samenhang of ontstaan
o Grieks, betekent ‘toeval, coïncidentie’; dus is ‘wat coïncideert’
o Symptoom is een ziekteteken, verwijst naar pathologisch proces
4
Hoofdstuk 1: diagnostiek en classificatie
Geschiedenis van de classificatie van psychopathologie
VAN ZOT NAAR ZIEK
In loop van de geschiedenis: afwijkend gedrag (onvoorspelbaar, afwijkend van norm, gevaarlijk, irrationeel,
…) = ‘gek’, ‘madness’, ‘insanity’
• Beschrijvende termen → impliceren geen oorzaak
o Beschrijving van gedrag dat ‘anders’ is; ‘die is gek’ is beschrijvend en verwijst niet naar
oorzaak
o Verwijst vaak naar persoonlijkheidsveranderingen (waarneembaar als gedragsverandering)
van de ‘gek’
• Hippocrates van Kos: mentale stoornissen zijn het gevolg van een onevenwicht in de vier
lichaamssappen/ humores die elk een bepaald temperament vertegenwoordigen
o Zwart gal (melancholisch-zwartgallig)
o Gele gal (cholerisch-driftig)
o Bloed (sanguin-vurig, energiek)
o Slijm (flegmatisch-rustig,kalm)
• Demonologie (stapje verder) → men ziet de gek als bezeten door de duivel (gek zijn werd door iets
van buitenaf verklaard)
o Dominante verklaring voor afwijkend gedrag en psychopathologie
o Verklaringsmodel doofde uit in 18e eeuw
• Meer kennisvergaring over lichamelijke ziekten
o Madness wordt mental illness
o Breed beschrijvend begrip wordt enger ziektebegrip
Het ziektebegrip
• Grieken (cf. Hippocrates) beschreven al afzonderlijke ziekten, maar modern westers ziektebegrip is
nog jong: introductie door Thomas Sydenham (vader van nosologie= wetenschappelijke classificatie
van ziekten of classificatieleer)
o Beschreef Chorea van Sydenham (= zeldzaam neurologisch ziektebeeld; ‘Sint-Vitusdans’
genoemd door rare motorische bewegingen van patiënten, vnl bij kids na
streptokokkeninfectie) → afzonderlijke ziekte voor het eerst heel duidelijk beschreven;
geheel van symptomen, eigen symptomen en eigen prognose haarfijn beschreven
o Voorbeeld van welomlijnd ziektebeeld met specifieke symptomen
• Twee belangrijke factoren die ziektebegrip mee beïnvloedden
o Verband klinisch ziektebeeld en post-mortem-afwijkingen in hersenen (bv.: verlamming in 1
lichaamshelft door hersenbloeding in contralaterale hemisfeer) → oorzaken ziekte
o Ontdekking van ziektekiemen als ziekteverwekkers door Louis Pasteur (1862)
(microbetheorie) → oorzaken ziekte
1
, ▪ Belangrijk voorbeeld = syfilis (ook psychiatrische symptomen – apathie en dementie -
in derde stadium)
− Veroorzaakt door Treponema Pallidum (Schaudinn & Hoffman ontdekten dit)
− Leidde tot somatogene hypothese: overtuiging dat psychiatrische
ziektebeelden een biologische oorzaak kunnen hebben
→ belangrijke mijlpaal!
MORELE BEHANDELING EN ONTSTAAN VAN DSM: EEN EVOLUTIE
Verschillende mensen droegen bij aan meer morele behandelingen en het ontstaan van het hedendaagse
classificatiesysteem
Philippe Pinel (°1745)
Tot midden 19e eeuw werden mensen met afwijkend gedrag opgesloten in gekkenhuizen (insane asylum,
lunatic asylum), deze mensen hadden vaak eerder EPA (ernstige psychiatrische aandoening zoals depressie
met psychotische kenmerken, ernstige bipolaire stoornis, psychose, …) → begip insane in die tijd
→ weghouden uit maatschappij, geen gedetailleerde diagnostische beschrijvingen; Pinel bracht hier
verandering in
• Werd arts in Salpêtrière-ziekenhuis in Parijs (1000en vrouwen opgesloten en vastgeketend)
o Ontketent hen, einde van deze praktijken
• Installeert morele behandeling: contact met en observatie van patiënten staat centraal
o Zorgvuldige aantekeningen voor beter begrip van aandoening en ziekteverloop
o Eigen classificatie (nosografie) met vijf categorieën: melancholie, manie met/zonder delier,
dementie, idiotie → eerste classificatie psychiatrische ziekten
Jozef Guislain (°1797)
Vlaamse evenknie van Pinel
• Ijverde ook voor humane behandeling van geesteszieken
• 1857: bouwt eerste gesticht samen met congregatie van Broeders van Liefde: Guislain -ziekenhuis
Asielen voor gekken kenden in 18e, 1ste deel 19e eeuw 1 naam voor iedereen: ‘insanity’, dekte
verschillende ziektebeelden af → er kwam nood aan systematiek
• 1844: eerste classificatie in de VS: “statistical classification of institutionalized mental patients”
o Inventaris van wat voor soort mensen in de instituten verbleven toen (ze wouden weten wie
er in de instellingen woont)
o Nog steeds beperkt: mania, dementia, melancholia, partial insanity, moral insanity
o Voorloper van DSM
• Emil Kraepelin (°1856): eerste meer omvattend classificatiesysteem
o Nadruk op biologische etiopathogenese (= oorzaak, ontstaansverloop van ziekte)
o Compendium der Psychiatrie: suggestie dat psychiatrische aandoeningen net zoals fysieke
aandoeningen afzonderlijke ziekte-entiteiten zijn, afzonderlijke symptomensets
(syndromen)
▪ Eigen biologische oorzaak
▪ Eigen set van symptomen = syndroom
▪ Eigen karakteristiek verloop: classificatie was prognose-gericht, onderscheid tussen
geneeslijk-ongeneeslijk
2
, o Grote invloed op hedendaags denken over psychiatrie
• 20e eeuw: meer nood aan classificatie
o Factoren
▪ Niet enkel psychische behandeling in ziekenhuis, maar ook ambulant
▪ Hoogtij psychotherapie (psychoanalytici Freud en Jung)
▪ Ook minder ernstige toestandsbeelden behandeld en dienden geclassificeerd te
worden
▪ Meer interesse in diagnostiek (medicamenteuze behandelingen komen op)
o 1948: WHO voegt aan ICD (International Classification of Diseases/Causes of Death) lijst toe
met psychiatrische stoornissen (is eigenlijk classificatie van doodsoorzaken) (= eerste grote
lijst met psychiatrische stoornissen)
o 1952: American Psychiatric Association kan zich hier niet in vinden, publiceert DSM-I
(Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders)
▪ Gebaseerd op etiologische theorieën: aandoening was psychogeen of te wijten aan
‘impairment of brain tissue’ (ofwel is de aandoening psychogeen, ofwel werken de
hersenen niet goed)
▪ MAAR: diagnoses niet gebaseerd op empirische data
De DSM zelf evolueerde ook van versie I tot de hedendaagse versie V
• DSM-I: vnl gebaseerd op etiologische theorieën (Kraepelin)
o Geen wetenschappelijk stevige basis, gebrek aan empirie
o Ziekten werden gebonden aan oorzaak, als gevolg van iets
▪ Psychogeen (cf. psychoanalyse)
▪ Gevolg van impairment of brain tissue function (enorme vooruitgang
neurowetenschappen, maar desondanks geen vooruitgang in omschrijven en
herkennen van psychopathologie)
o Verband ontstaat tussen ziektebeeld en medicatie (maar velen kregen label ‘versatile’;
ongeweten en dus gaven ze deze persoon medicament X → mag nu helemaal niet meer)
▪ Bepaald medicament koppelen aan bepaalde diagnose
▪ Maar: eerste medicijnen waren helemaal niet gekoppeld aan bepaalde diagnose, ze
werkten voor alles: mentale stoornissen, emotionele stoornissen…; nood aan
medicijnen te labelen en te koppelen aan diagnose
o Besluit: tot op vandaag geen goede etiologische classificatie in psychiatrie → momenteel is
psychiatrische diagnostiek vnl descriptief/beschrijvend (<-> causaal)
• DSM-II (1968): 180 stoornissen
o Gebaseerd op Adolf Meyer (°1866) enerzijds + psychoanalyse anderzijds
▪ Niet akkoord met Kraepelin (reduceerde psychische ziekten tot hersenziekten)
− Verwaarlozen sociale/psychologische factoren, biologisch reductionisme
− Leidt tot therapeutisch nihilisme (=psychiatrische ziekte als
hersenaandoening en dus genetisch bepaald, niets aan te doen want het is
toch biologisch)
▪ Uitgangspunt: psychiatrische stoornis = reactie op gebeurtenissen in omgeving (bv.:
angstreactie, depressieve reactie) → invloed van sociale en psychologische ipv
biologische factoren
o Gebaseerd op psychoanalyse
▪ Nadruk op context waarin klachten ontstaan + vroege ervaringen in jeugd
3
, ▪ Maar ook hier probleem: niet gestoeld op wet. kennis (kwestie van geloven)
o Geen empirische data!
• Intermezzo: US-UK Diagnostic Project (grootschalig onderzoek naar diagnostische praktijken in UK
en VS)→ Diagnose schizofrenie 2x vaker gesteld in VS dan in UK
o Oorzaak: verschillende interpretatie (van breedte) schizofrenie-concept
▪ In VS zeer aspecifiek: “doesn’t mean anything more than crazy”
▪ Verwees hier meer naar ernst van de functionele beperking dan aanwezigheid van
specifiek symptomencomplex
o Diagnose blijkt dus zeer subjectief; meer behoefte aan internationale afspraken en
eenduidige criteria
o Gaf aanleiding tot nieuwe DSM-edities
• DSM-III (1980): radicale breuk (“weg met psychoanalytisch geloof, idee van stoornis als reactie,
aandacht voor onderliggende oorzaken”)
o Lijsten met observeerbare diagnostische criteria
o Beschrijvende, atheoretische categorieën (geen assumptie over etiologie of psychoanalyse)
→ categoriaal (concept van onderscheiden ziekte-entiteiten; netjes in hokjes), descriptief
o Diagnostisch proces vanuit empirische, op onderzoek georiënteerde basis
o Doel: eenduidigheid → iedere psycholoog zal ongeacht theoretische voorkeur zelfde
diagnose stellen
o Wel nog steeds groot belang van klinische inschatting en ervaring
o Ondanks ‘atheoretisch’, toch steeds meer invloed vanuit visie dat psychiatrische ziekte =
hersenziekte
• Verschillende gereviseerde edities van DSM-III, DSM-IV ook later
• Vandaag dus 2 grote classificatiesystemen: DSM en ICD (ook somatische aandoeningen)
• DSM-V8 (2013): wereldwijde referentie voor classificatie en diagnose (geen handboek/bijbel v
psychiatrie, doel = gewoon goede communicatie en onderzoek, geen exhaustieve opsomming van
alle ziektes en alle recente onderzoek)
Diagnostiek
Wat houdt diagnostiek in?
• Essentie: adhv reeks symptomen vaststellen wat aard van aandoening is
o Symptoom = ziekteteken
o Kijken naar samenhang van symptomen + verloop
• Doel: verklaren en begrijpen van toestand patiënt + vinden van doeltreffende behandeling → zeer
breed doel; omvat dus ook verschillende aspecten om dit te kunnen bereiken
o Beschrijving van symptomen, samenhang en ontwikkeling (cf. opbouw DSM atheoretisch)
o Verklaren/begrijpen
▪ Symptomen en samenhang
▪ Lichamelijke en psychische oorzaken
▪ Sterke en kwetsbare kanten van persoonlijkheid
▪ Invloed van gedrag – wat onderhoudt/lost het probleem op
o Waarom? Om uiteindelijk behandeling te kunnen instellen
• Ordening in homogene syndromen: groep van samen voorkomende symptomen , dus DSM zelf
strikt beschrijvend; zegt niets over aard van samenhang of ontstaan
o Grieks, betekent ‘toeval, coïncidentie’; dus is ‘wat coïncideert’
o Symptoom is een ziekteteken, verwijst naar pathologisch proces
4