Hoofdstuk 1 belastingrecht in Nederland
Iedereen in Nederland maakt gebruik van verschillende voorzieningen
waar de overheid voor betaald. Het geld hiervoor haalt de overheid
voornamelijk uit belastingen. Met belastingheffing kan de overheid
bepaald gedrag stimuleren of afkeuren.
Draagkrachtbeginsel: de rijkste mensen betalen de meeste belasting.
Profijtbeginsel: je betaalt meer belasting als je ergens meer profijt van
hebt.
Er zijn veel verschillende soorten belastingen te onderscheiden:
- Inkomstenbelasting (IB): wordt betaald over inkomen van een
bepaald persoon.
- Vennootschapsbelasting (VPB): wordt betaald over de winst van
een rechtspersoon bijvoorbeeld een bv of nv.
- Loonbelasting (LB): wordt berekend over het loon van een
werknemer. Deze wordt in mindering gebracht op het brutoloon. Dit
is een voorheffing op de inkomstenbelasting. Bij de
inkomstenbelasting mag dan de loonbelasting in mindering worden
gebracht.
- Omzetbelasting (OB): wordt in rekening gebracht door
ondernemers. Wordt geheven over de levering van goederen en
diensten door ondernemers.
- Dividendbelasting (Div): betalen we over de winstuitkering op
aandelen, ofwel over dividend.
Materiele belastingwetgeving: waarover moet je belasting betalen? En
hoeveel? -> wet op de inkomstenbelasting, wet op de omzetbelasting
Formele belastingwetgeving: hoe komt de belasting bij de overheid? ->
Algemene wet bestuursrecht, algemene wet inzage rijksbelastingen
Uitvoeringsregelingen en uitvoeringsbesluiten -> gemaakt door Minister
van Financiën
Richtlijnen -> afspraken binnen de EU -> ieder land verplicht in wetgeving
op te nemen
Resoluties: extra uitleg over een bepaald wetsartikel. De staatssecretaris
geeft aan hoe een bepaald wetsartikel moet worden uitgelegd.
De algemene beginselen van behoorlijk bestuur: gedragsregels voor
de overheid. Zoals het vertrouwensbeginsel of het gelijkheidsbeginsel.
,Hoofdstuk 2 formeel belastingrecht
Van belang is waar de belastingplichtige woont of is gevestigd.
IB: of in Nederland wonen /dan wel in Nederland inkomen verdienen.
VPB: in Nederland gevestigde lichamen.
Wanneer er een uitnodiging wordt gedaan tot het doen van aangifte is de
persoon hiertoe verplicht. Wanneer deze is ingevuld en ondertekend moet
je deze terugsturen. Je hebt tenminste 1 maand de tijd om dit in te vullen.
De inkomstenbelasting moet voor 1 mei. En de loonbelasting en
omzetbelasting gaat per tijdvak (kwartaal of maand).
Aanslagbelastingen: er volgt een aanslag n.a.v. de aangifte -> pas na
aanslag betalen (IB en Vpb)
Bij aanslagbelastingen krijg je een aanslagbiljet waarop staat hoeveel je
moet betalen of hoeveel je terugkrijgt.
Wanneer je geen aangifte doet zal de belastingdienst een ambtshalve
aanslag opleggen. Ze zullen dan jouw inkomen schatten en je moet dan
over dat geschatte bedrag belasting betalen.
Wanneer je wel aangifte doet zal er binnen 3 jaar een aanslag worden
opgelegd. Of later als hiervoor uitstel is verleend.
De belastingdienst zal eerst een voorlopige aanslag opleggen.
Vervolgens volgt de definitieve aanslag (vaak gewoon de voorlopige
aanslag).
Er kan ook een voorlopige aanslag worden aangevraagd. Gebeurd vaak bij
mensen die een hypotheek hebben
Navorderingsaanslag: kan worden opgelegd na een definitieve aanslag.
Wanneer er sprak is van een nieuw feit, je verzwijgt bijvoorbeeld je huis is
Spanje. Of er sprake is van een kenbare fout (minimaal 30% te laag). Deze
moet uiterlijk binnen 5 jaar naar het einde van het tijdvak worden
opgelegd.
Aangiftebelastingen: gelijk met aangifte ook betalen (OB en LB). Deze
kent geen voorlopige en definitieve aanslag.
,Wanneer je geen aangifte doet of niet betaald zal de belastingdienst een
naheffingsaanslag opleggen. Mag tot 5 jaar na het einde van het tijdvak.
Bewijslast:
- De belastingdienst -> voor wat betreft de inkomsten
- De belastingplichtige -> voor wat betreft de kosten (aftrekposten)
Je kunt in bezwaar gaan tegen de aanslag bij het bestuursorgaan dat het
besluit heeft genomen. Dit moet binnen 6 weken na dagtekening van het
aanslagbiljet. Je dient dan een bezwaarschrift in waarin onder andere staat
waarom je het er niet mee eens bent. De inspecteur zal binnen 6 weken
een uitspraak doen. Deze kan met 6 weken verlegd worden. Als de aanslag
hetzelfde blijft kun je in beroep gaan bij de rechtbank. Vervolgens kun je
nog in hoger beroep gaan bij het gerechtshof. Als laatste optie kun je
nog in cassatie gaan bij de hoge raad, die alleen kijkt naar de
rechtsvraag.
Verplichtingen van de belastingplichtige:
- Aangifteplicht
- Inlichtingenplicht (zowel mondeling als schriftelijk)
- Administratieplicht: alle lichamen + mensen met een onderneming.
Bewaarplicht van 7 jaar
Als je niet aan de verplichtingen voldoet zijn er verschillende
sancties:
- Verzuimboete: als er niet of te laat aangifte wordt gedaan, als er
niet wordt gereageerd op een aanmaning, max 5514 euro.
- Omkering van de bewijslast: wanneer niet voldaan aangifteplicht,
inlichtingenplicht en/of administratieplicht. Belastingplichte moet
bewijzen dat de door de belastingdienst vastgestelde inkomsten niet
juist zijn.
- Vergrijpboete: als er bewust geen of onjuiste aangifte is gedaan.
Tot 100% van de alsnog meer te betalen belasting dan hetgeen te
betalen volgens de aangifte.
- Gevangenisstraf: bij het plegen van fraude.
Oefenvragen college 1:
1. B
2. A
3. C
4. B
5. C
6. B
7. A
, 8. B
9. A
10. C
11. C
12. C
13. ?
14. 31 december jaar 5
Hoofdstuk 3 kennismaking met de inkomstenbelasting
Materieel belastingrecht 4 vragen:
- Wie is de belastingplichtige (subject)?
- Waarover moet belasting betaald worden (object)?
- Wanneer ontstaat de belastingschuld (tijdstip van genieten)?
- Hoeveel belasting moet worden betaald (tarief)?
Drie boxen met verschillende tarieven:
- Box 1: inkomen uit werk en woning, max 49,50%
- Box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang, max 33%
- Box 3: inkomen uit sparen en beleggen, max 36%
Persoonsgebonden aftrek: kosten die je maakt maar die niks te maken
hebben met de in de box genoemde inkomsten. Je mag deze als eerst
aftrekken in box 1 vervolgens in box 3 en als er dan nog wat over is in box
2.
Heffingskorting: belastingkorting, mag je in mindering brengen in de
boxen. Inkomstenbelasting en premieheffing
Stappenplan inkomstenbelasting:
1. Hoogte van het inkomen bepalen in box 1, box 2 of box 3.
2. Bepalen de hoogte van de persoonsgebonden aftrek.
3. De persoonsgebonden aftrek in mindering op het inkomen in
respectievelijk box 1, box 3 en box 2.
4. Tarieven berekenen over de inkomens in de drie boxen (na
persoonsgebonden aftrek dus).
5. De onder 4 berekende bedragen optellen.
6. De hoogte van de heffingskortingen berekenen en optellen.
7. Heffingskortingen in mindering brengen op de uitkomst van 6.
8. Voorheffing in mindering brengen op de uitkomst van 7.
Box 1 bestaat uit de volgende onderdelen