• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 26 pages
Class notes

Samenvatting | Opvoeding en maatschappij | UU | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 26 pages

Samenvatting van alle tentamenstof voor het vak Opvoeding en Maatschappij

Content preview

Solomon – ver van de boom
Hoofdstuk 1 – Zoon
Reproductie: de wens dat we ons eigen voortbestaan terug zien in onze kinderen
 2 vormen van identiteit bij het kind
1. Verticale identiteit: kenmerken en waarden die door generaties heen van ouder op kind
worden overgedragen. Dit gebeurt zowel via DNA, als via gedeelde culturele normen
= bv. Etniciteit, taal en religie, nationaliteit
2. Horizontale identiteit: aspect van iemands identiteit dat niet wordt gedeeld met de ouders,
maar dat iemand deelt met een groep gelijkgestemden die een vergelijkbare eigenschap of
ervaring hebben.
 oorzaken: recessieve genen; willekeurige mutaties; prenatale invloeden; waarden of
voorkeuren die kind niet deelt met ouders
= homo, autisme, verstandelijke beperking, doofheid
* identiteit vinden bij peer-group (= groep gelijkgestemden)

Er ontstaat een conflict bij ouders als de horizontale identiteit zwaar verschilt van die van de ouders.
Er wordt hierbij gestreefd naar de preventie van de abnormaliteiten.  in de adolescentie gaan
kinderen juist hun horizontale identiteit verbreden

Ziekte gebruiken we vaak als we een bepaalde gesteldheid in een negatief daglicht willen stellen en
identiteit als we het positief willen bevestigen. (= vals onderscheid)
 identiteitsvisie (verschillen van mensen als onderdeel van hun identiteit)

Valse dichotomie: de fout om te denken dat iets of een ziekte of een identiteit is, terwijl het allebei
kan zijn (ze horen beide bij elkaar)
 als je doof bent bv is dit een deel van je identiteit en hoeft hier niet per se verandering in worden
gebracht
 Sociale acceptatie is hier belangrijk bij, want als je samenleving of familie je niet accepteert,
dan kun je als kind niet goed ontwikkelen (= slechtere zelfacceptatie)

Neutraliteit: een verschil wordt als normaal gevonden, het wordt dus niet meer als “slecht” of “beter”
gezien = het hoort er gewoon bij = geen schaamte of verdediging voelen
 is bereikt wanneer de strijd voor acceptatie niet meer nodig is, omdat iedereen vanzelfsprekend
wordt geaccepteerd zoals hij of zij is.

Sociale progressie: de samenleving wordt meer accepterend, begripvol en inclusief = mensen met bv.
Autisme worden meer geaccepteerd
Medische progressie: de geneeskunde wordt beter in het opsporen of voorkomen van aandoeningen =
bepaalde afwijkingen komen minder vaak voor
 Terwijl we als samenleving eindelijk leren om mensen met “afwijkingen” te accepteren, zorgt de
medische vooruitgang ervoor dat er steeds minder van die mensen geboren worden.

Ouders als metafoor voor de maatschappij: de wens om door onze ouders geaccepteerd te worden,
lijkt op de wens om door de maatschappij geaccepteerd te worden. Ouders vertegenwoordigen de
normen, waarden en verwachtingen van de samenleving
= kinderen willen vaak goedkeuring van hun ouders, net zoals mensen in het algemeen
maatschappelijke goedkeuring willen
Ouders als metaforen voor onszelf: de manier waarop we onze ouders ervaren (hun goedkeuring,
afkeuring, verwachtingen) weerspiegelt hoe we moet onszelf omgaan
= de druk die we voelen van onze ouders, is ook de interne druk die we onszelf opleggen

Paradoxale dilemma: wanneer we iemand helpen, helpen we dan echt of veranderen we iets wat
eigenlijk gekoesterd mag worden?  iemand die doof is een gehoorapparaat geven bv.

,Identiteitsmodel: ziet verschil als onderdeel van iemands identiteit
 zelfacceptatie en eigenwaarde bevorderen
= bv. Doofheid accepteren als deel van wie iemand is
Medisch model: ziet verschil of beperking als iets wat gerepareerd of verbeterd moet worden
 pijn verminderen, functioneren verbeteren
= bv. Gehoorapparaat geven aan dove kinderen

Postmenselijke toekomst: technologie en medische ingrepen gaan zo ver dat we proberen alle
menselijke verschillen te elimineren
 gedaan door: medische ingrepen bij kinderen, prenatale ingrepen, sociale druk
= we verliezen diversiteit en identiteit

Selectieve abortus: mensen die geloven in het recht om te kiezen voor gezonden, normale kinderen
Commerciële eugenetica: mensen voor wie het idee van abortus een gruwel is

Veerkracht: middel om bepaalde doelen te bereiken zoals goed functioneren en een gelukkig leven
leiden  ouders die erg afwijken van horizontale identiteit hebben veerkracht nodig om zonder
bitterheid hun toekomst nieuwe inhoud te kunnen geven

Stoornis: het gevoel van een aandoening  bv je benen niet kunnen bewegen
Functioneringsproblemen: het gevolg van de sociale context  bv. Een openbare bibliotheek niet
binnen kunnen
Intersectionaliteit: de theorie dat verschillende vormen van onderdrukking elkaar in standhouden

Sociale handicap model: de problemen van mensen met een handicap zijn grotendeels het gevolg van
opvattingen die de maatschappij levert

Sociale visie: mensen met beperking maken de wereld uniek
Humanistische visie: lijden van elk mensen verlichten  hoe wereld beste kan omgaan met mensen
met een beperking

Hoofdstuk 2 – Doof
Doof: cultuur  het is geen tekortkoming, maar een identiteit met eigen taal, cultuur en normen
doof: pathologische term  het wordt gezien als tekortkoming of probleem dat genezen of aangepast
moet worden
Dovenetiquette: Regels en normen in de Dove gemeenschap helpen respectvolle omgang en
communicatie te waarborgen binnen een cultuur die sterk op gebaren en gemeenschapsnormen steunt.

Stoornis / Impairment: een medisch of lichamelijk probleem; een afwijking in de structuur of functie
van het lichaam.
Beperking / Disability: de gevolgen van de stoornis voor het functioneren; moeilijkheden bij het
uitvoeren van dagelijkse taken of activiteiten.
Handicap: een maatschappelijk construct; een belemmering in participatie veroorzaakt door de
interactie tussen het individu en de samenleving.

Genezing: Doofheid proberen te “fixen” of te zien als een ziekte vinden zij slecht en ongewenst.
Accommodatie: Het aanpassen van de omgeving zodat dove mensen kunnen meedoen (bijvoorbeeld
gebarentaal, ondertiteling) vinden ze handiger.
Viering: Het vieren van doofheid als onderdeel van hun cultuur en identiteit is het allerbelangrijkst.
 veel doven mensen willen niet veranderd worden, maar willen wel dat hun cultuur en manier van
leven wordt erkend en gerespecteerd

American Sign Language (ASL)  doven konden boeken schrijven, deelnemen aan het publieke
leven en onderwijs volgen

,  echter werden er door de orale beweging vanaf 1880 gebarentaal verboden in scholen = dove
leraren raakte werkloos en kinderen moesten spreken en liplezen leren = dit leidde tot enorme
achterstanden en sociaal isolement
* het verbieden van gebarentaal heeft juist geleid tot taalachterstanden, lagere vocabulaire en
leerproblemen

Genetica beïnvloedt niet alleen de oor structuur, maar ook de ernst en verloop van doofheid
= Het kan invloed hebben op de structuur van het oor en hoe goed geluid wordt doorgegeven.
Daarnaast kan genetica bepalen of het gehoorverlies stabiel blijft of in de loop van de tijd erger wordt.

Whorf-sapir hypothese: de taal die iemand spreekt invloed heeft op hoe die persoon de wereld
begrijpt en ervaart. Met andere woorden: taal vormt niet alleen communicatie, maar ook het denken,
de perceptie en het categoriseren van ervaringen.
 ASL vormt zo een unieke cognitieve en culturele ervaring

4 fases van dove-identiteit
1. Pre-encounter: Dove persoon identificeert zich voornamelijk als horend of voelt zich onzeker
over doofheid.
2. Encounter: Bewustwording van doofheid en blootstelling aan Dove gemeenschap.
3. Immersion/Emersion: Actieve betrokkenheid bij Dove cultuur en soms afwijzing van
horende wereld.
4. Internalization: Balans tussen Dove en horende identiteiten; geïntegreerde identiteit.

Bi-Bi onderwijs (bilingual-bicultural): ASL is de primaire taal en Engels de tweede taal
 dove een sterke basis geven voor hun natuurlijke en visuele taal, maar ook Engels leren zodat ze
goed blijven functioneren in de horende maatschappij
* vroege en consistente blootstelling aan ASL help het kind zowel cognitief als sociaal optimaal te
ontwikkelen

Orale methoden: richten zich op spraak en lip lezen. Het kind leert alleen gehoor-gerelateerde
vaardigheden, wat vaak frustrerend en beperkt kan zijn.
Manualisme: gebruikt uitsluitend gebarentaal (zoals ASL) en richt zich op volledige visuele
communicatie.
Total Communication (Simultaneous Communication): combineert gebaren en gesproken Engels,
maar dit kan grammaticale interferentie veroorzaken, omdat ASL en Engels compleet verschillende
structuren hebben. Bijvoorbeeld, ASL is simultaan (handen, gezichtsuitdrukking, lichaam) terwijl
Engels sequentieel is (woordvolgorde). Hierdoor kunnen kinderen vertragingen of verwarring ervaren
in taalontwikkeling.

Cochleaire implantaten (CI): medisch apparaat dat doofheid of ernstig gehoorverlies kan helpen
overbruggen door geluiden om te zetten in elektrische signalen die direct naar de gehoorzenuw worden
gestuurd.
 geeft geen perfect of natuurlijk gehoor (vaak robot achtig)
 levert auditieve input die spraak en taalontwikkeling ondersteunt, vooral als het kind jong het al
krijgt en daarnaast ook taal krijgt aangeboden
 hoe jonger, hoe beter het brein de signalen kan verwerken door neurale plasticiteit
 Marginalisatie van de Dove cultuur: Sommige Dove activisten zien CI’s als een manier om
doofheid “op te lossen” en de unieke taal, cultuur en gemeenschap van Doven te ondermijnen.

Neurale plasticiteit: het vermogen van het brein om zich aan te passen en nieuwe verbindingen te
vormen. Jongere kinderen hebben hierin een voordeel.
Residuaal gehoor: als een kind nog een beetje natuurlijk gehoor heeft, kan het implantaat dit
aanvullen en spraakherkenning verbeteren.
Taalblootstelling: kinderen die al een taal (zoals ASL) kennen, kunnen auditieve input beter koppelen
aan betekenis, waardoor spraakontwikkeling sneller verloopt.

Document information

Study
Uploaded on
September 22, 2026
Number of pages
26
Written in
2025/2026
Type
Class notes
Professor(s)
-
Contains
All classes
$12.27

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
4
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions