• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 42 pagina's
College aantekeningen

Study Notes Development, Learning & Behaviour | UU | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 42 pagina's

Studiemateriaal voor het vak Development, Learning and Behaviour () aan de Universiteit Utrecht.

Voorbeeld van de inhoud

Week 1
Hoofdstuk 1
Meta-analysis: a method of combining the results from independent studies to reach conclusions
based on all of them

Studying infants and young children offers an opportunity to learn what people are like before they
are affected by the innumerable influences of family and society.
 Nativists: evolution has created many remarkable capabilities that are present even in early
infancy
 Empiricists: infants possess general learning mechanisms that allow them to learn a great
deal quite quickly, but that infants and young children lack the specialized capabilities that
nativists attribute to them.
o Amygdala: an area of the brain that is involved in emotional reactions. = the timing
of experiences influences their effects.

Locke en Aristoteles  kind is een tabula rasa (onbeschreven bald), waarbij ontwikkeling vooral werd
bepaald door opvoeding en omgeving

Sociale reform movement: the formation of bringing about the first child labor laws and other social
reform movements that established a legacy of research conducted for the beefit of children, which
provided the first knowledge about the adverse effects of harsh environments on children (working at
a very young age).

Darwin’s theory of evolution: legt uit hoe soorten zich ontwikkelen door natuurlijke selectie en
gemeenschappelijke afstamming.
 beïnvloedde het denken over kindontwikkeling, vooral bij onderwerpen zoals moeder-kind
hechting, angst voor gevaar, sekseverschillen, agressie, altruïsme en leermechanismen.

Thema’s in de ontwikkeling van kinderen:
1. Nature and Nurture
Nature: the genes we receive from our parents
Nurture: all physical an social environments that affect us.  denk hierbij ook aan de tijd in de
baarmoeder en het huis waarin je opgroeid.
 All human characteristics are created through the joint working of nature and nurture
= constant interaction of our biology and our environment

 The genome (= our full genetic code) both influences and is influenced by behavior and
experience.  genomes includes DNA and also proteins.
o Proteins: regulate gene expression by turning gene activity on and off. They change is
response to experience.
 Epigenetics: the science of how environment causes lasting changes in gene expression
 Methylation: een biochemisch proces dat de expressie van verschillende genen vermindert
en betrokken is bij het reguleren van reacties op stress.
o Dit is het bewijs voor blijvende epigenetische impact van vroege ervaringen en
gedrag

2. The active child  de eigen acties van kinderen dragen ook bij aan hun ontwikkeling.
Baby’s vormen hun eigen ontwikkeling door middel van selectieve aandacht. Zo besteden zelfs
pasgeboren baby’s meer aandacht aan voorwerpen die bewegen en geluid maken dan aan
andere voorwerpen.

,  De bijdragen van kinderen aan hun eigen ontwikkeling versterken en verbreden naarmate ze
ouder worden en steeds beter in staat zijn om hun omgeving te kiezen en vorm te geven.

3. Continuity/discontinuity  vindt de ontwikkeling plotseling plaats of geleidelijk?
Stage theory: de ontwikkeling van kinderen vindt plaats in een vooruitgang van onderscheidende
leeftijdsgebonden fasen, net als een vlinder.  Cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget.
 Piaget: Kinderen doorgaan tussen hun geboorte en adolescentie 4 fasen van cognitieve groei,
elk gekenmerkt door distincte intellectuele vaardigheden en manieren van begrijpen van de
wereld.
 Continuous development: the idea that changes with age occur gradually, in small increments,
like that of a pine tree growing taller and taller.
 Discontinuous development: the idea that changes with age include occasional large shifts,
like the transition from caterpillar to cocoon to butterfly.

4. Mechanims of change
Ontwikkelingsmechanismen kunnen gedragsmatig, neuronaal of genetisch zijn.
 Neurotransmitters: chemicaliën die betrokken zijn
bij de communicatie tussen hersencellen
 The human cortex (afbeelding): er zijn 4 belangrijke
lobes van de cortex. Deze bedekken de buitenste
delen van de hersenen.
1. Frontal
2. Parietal
3. Accipital
4. Temporal
 Hippocampus: deze zit dieper gelegen in het brein dan te zien is op de foto.

5. Sociocultural context
Sociocultural context of a child’s life: wordt bepaald door de fysieke, sociale, culturele, economische
en historische omstandigheden van het kind
 Deze beïnvloeden elke aspect van de ontwikkeling van het kind

 Socioeconomic status (SES): a measure of social class that is based on income and education
 Cumulative risk: de accumulatie van nadelen over jaren van ontwikkeling

6. Individual differences
Scarr (1992) kwam met 4 factoren die er voor kunnen zorgen dat kinderen van dezelfde familie
verschillend kunnen zijn van elkaar. Kinderen kunnen zo bij dezelfde ervaring op verschillende
manieren reageren
1. Genetic differences
2. Differences in treatment by parents and others
3. Differences in reactions to similar experiences
4. Different choices of environment (active children, passive children, etc.)

7. Research and children’s welfare
Improved research based understanding of child development can lead to practical benefits such as
the development of programs to help children deal with their ager, another benefit Downloaded by
involves educational innovations, knowing more about child development will help with educating
them


Methodes voor het bestuderen van kinderontwikkeling

,Het gebruik van een wetenschappelijke methode omvat 4 basisstappen:
1. Het kiezen van een vraag die beantwoord moet worden
2. Het formuleren van een hypothese met betrekking tot de vraag
3. Het ontwikkelen van een methode om de hypothese te testen
4. Het gebruiken van de resulterende gegevens om een conclusie te trekken over de hypothese.

Er zijn 3 manieren waarop data over kinderen wordt verstreken:




 Correlationeel ontwerp: verband tussen twee variabelen bij kinderen
 Experimenteel ontwerp: oorzaak en gevolg vastellen
 Cross-sectional ontwerp: Hierbij worden kinderen van verschillende leeftijden met elkaar
vergeleken op één moment. Dit is de snelste en meest gebruikte methode om
leeftijdsverschillen te onderzoeken.
 Longitudinal ontwerp: In dit ontwerp worden dezelfde kinderen gedurende een langere tijd
gevolgd. Dit laat zien hoe ontwikkeling en gedrag in de tijd veranderen.
 Microgenetic ontwerp: Hierbij worden kinderen die net op het punt staan om een belangrijke
verandering door te maken intensief bestudeerd over een korte periode. Dit geeft
gedetailleerd inzicht in het proces van verandering zelf.

Meeste belangrijke ethische principes bij onderzoek naar kinderen:
1. Be sure that the research does not harm children physically or psychologically
2. Obtain informed consent for participating in the research from adults and/or children
3. Preserve individual participants’ anonymity, and do not use information for purposes other than
that for which permission was given
4. Discuss with parents or guardians any information yielded by the investigation that is important for
the child’s welfare
5. Try to counteract any unforeseen negative consequences that arise during the research
6. Correct any inaccurate impressions that the child may develop in the course of the study.




Week 2

, Lecture: Prental Development
Müller-lyer illusion: mensen vanuit verschillende culturen reageren anders op dingen. Het antwoord
verschilt dus erg per cultuur. Bij dit twee lijnen experiment, hing het antwoord erg af van de
gebouwen die jij in je omgeving hebt.

What is development? Het is een specifieke vorm van verandering. Er zijn verschillende manieren van
verandering:
1. Kwalitatief: Hij gaat niet om de hoeveelheid cellen die veranderen, maar over welke cellen er
veranderen
2. Sequentieel: sommige veranderingen volgen andere op
3. Cumulatief: een ontwikkelingsfase kan voortbouwen op andere ontwikkelingsfases
4. Directioneel: het kan progressief zijn (opbouwen) of regressief (afgebroken)
5. Multifactorieel: niet één factor bepaald de loop van ontwikkeling, altijd zijn er meerdere
factoren betrokken en hebben ze interactie met elkaar
6. Individueel: paden zijn uniek voor elk mens.

Prenatal (foetus) development
20 weken in de buik  egg cells gaan ontwikkelen. De vrouwelijke X cell gaat ontwikkelen.
= de start van de ontwikkeling van een baby begint dus bij 20 weken oud al
 Egg cells: zijn de vrouwelijke sex cellen

Cell division  er zijn 2 vormen van cell division
1. Mitosis (normale cell division)
 Elke cel bestaat uit een blauwprint wat de cel vertelt wat ze moeten zijn en wat ze moeten
doen. Deze informatie staat in onze genen.  deze genen zijn georganiseerd in 23 paren van
chromosomen (23 van je moeder en 23 van je vader = 46 totaal)
 Bij mitosis is eerst alle genetische materiaal gekopieerd, en dan opgesplitst in 2 volledige sets.
Dit is zodat wanneer de cell division klaar is, elke cel een precies zelfde volledige kopie
hebben van je genetische code

2. Meiosis (speciale vorm van cell division die de sex cellen creërd.
 gebeurt om zaadcellen (bij mannen) en eicellen (bij vrouwen) te maken. Het zorgt ervoor dat
deze cellen de helft van het aantal chromosomen hebben, zodat bij bevruchting het juiste
aantal weer terugkomt. Ze bevatten dus maar de helft van de blauwprint in plaats van de hele
bouwprint. Andere helft komt bij bevruchting pas weer.
 Er vindt een crossing-over plaats waarbij stukjes DNA worden uitgewisseld tussen
chromosomen van je moeder en vader

Mitose Meiose
Doel Groeien Geslachtcellen maken
Aantal delingen 1 keer 2 keer
Aantal nieuwe cellen 2 4
Aantal chromosomen 46 23
Genetisch hetzelfde? Ja Nee, allemaal verschillend

Meiosis is de basis voor genetische variatie. Het is namelijk de genetische basis voor individuele
ontwikkeling.
 Het helpt om de interactie tussen nature en nurture te snappen. Dit is het geval bij
tweelingen:
 Monozygotic twins: komen van één fertilized (bevrucht) eggcel en hebben dus precies
hetzelfde DNA  1 inner cell mass die zich in tweeën splitst.

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
22 september 2026
Aantal pagina's
42
Geschreven in
2025/2026
Type
College aantekeningen
Docent(en)
-
Bevat
Alle colleges
$12.27

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
4
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen