H1: The Financial System
Stel je hebt een wereld zonder banken en zonder markten. Dan hebben sommige
mensen geld over en andere mensen hebben geld nodig. dit noemt men haves
en havenots
1. The actors
In een economie zijn er actoren die geld over hebben (haves) en actoren die geld
nodig hebben om investeringen te financieren (have nots).
- Het financiële systeem zorgt ervoor dat geld van stromen van spaarders
naar investeerders.
- (want jij bent een spaarder (have) en het bedrijf wil investeren (havenots),
maar ze kennen elkaar niet. Het financieel systeem lost dit probleem op.)
We maken onderscheid tussen:
- Haves: (lenders): economische agenten die kapitaal bezitten en geld
kunnen uitlenen.
- Havenots (borrowers): agenten de kapitaal nodig hebben en geld moeten
lenen. (they will raise capital)
Enkele belangrijke economische spelers:
- Corporates (bedrijven): havenots
- The government: havenots
- The financial industry (banken, fondsen verzekeraars): havenots
- Households (huishoudens): haves
- The rest of the world
1.1. Households (the main actor)
(de belangrijkste speler)
Net wealth (netto vermogen) = assets – liabilities (verplichtingen) (=je
rijkdom)
- Voorbeeld: een gezin bezit een huis van 100, maar ze hebben ook een
resterende hypotheekschuld (remaining mortage debt) van 80
o Net wealth = 20
o (het netto vermogen van het gezin = 20: wat ze hebben – wat ze
nog moeten betalen)
- De financiële situatie van een huishouden wordt gemeten via zijn balance
sheet.
Real assets: (alle termen komen
verder nog aan bod)
1
, - Real estate: huizen/vastgoed
- Cars: auto’s
- Other: andere fysieke bezittingen
Financial assets:
- Stocks: aandelen
- Bonds: obligaties
o Govies: obligaties van overheden
o Corporates: obligaties van bedrijven
- Mutual funds: fondsen die in veel aandelen/obligaties tegelijk investeren
- Deposits: geld op een bankrekening
- Cash: contant geld
Liabilities:
- Mortage loans: geld dat je leent van de bank om een huis te kopen.
- Consumer loans: geld dat je leent van de bank om dingen te komen, vb.
een auto
- Taks debt: belastingen die nog betaald moeten worden
1.2. Kinds of assets
Asset: a possession that has value in an exchange transaction. (een bezit dat
waarde heeft wanneer je het zou verkopen (ruiltransactie).
- Tangible assets/ real assets: tastbare dingen
o Waarde: hun fysieke eigenschappen of hun nut.
- Intangible assets: geen tastbare dingen
o Waarde: een juridisch recht op iets in de toekomst.
- Financial assets: een soort intagible assets
o Ze geven het recht om in de toekomst geld te ontvangen.
o Vb. aandelen, obligaties…
De manier waarop mensen hun geld verdelen tussen real en financial assets
verschilt over de hele wereld.
- In België zijn de financiële assets een beetje kleiner dan de real assets
(bijna 50/50).
1.2.1. Assets classes
Je hebt geld, maar waar steek je dat in?
We delen de assets op in categorieën:
- Traditional assets:
o Common stock: aandelen
o Bond: obligaties (leningen die je geeft aan een bedrijf of ene
overheid)
In ruil krijg je intrest
o Cash
- Alternative assets:
o Real estate: huizen/ vastgoed
o Commodities: grondstoffen (vb. goud, olie, gas, tarwe…)
o Private equity: investeren in bedrijven die niet op de beurs staan.
2
, o Hedge funds: een investeringsfonds dat geld van investeerders
verzameld en dit geld belegt om hoge winsten te proberen maken.
o Venture funds: investeringen in startups met een hoog
groeipotentieel
o Currencies (forex): kopen en verkopen van verschillende valuta
(currencies)
1.3. Liabilities
Liabilities: geld dat je aan iemand anders verschuldigd bent.
- Mortage loans (hypotheek): geld dat je leent van de bank om een huis te
kopen.
- Consumer loans: geld dat je leent van de bank voor consumptie (om
dingen te kopen) (vb. een auto).
- Taks debt: belastingen die nog betaald moeten worden aan de overheid.
1.4. Growth drivers in net wealth
(hoe kan het vermogen (net wealth) van een gezin groeien?) (hoe wordt je rijker?)
3 manieren:
- Value changes in assets and liabilities
o Je bezittingen worden meer/minder waard met de jaren
o Als je je leningen af betaald, heb minder schulden (debt) dus meer
vermogen
o Vb. je huis van 200.000 euro is binnen enkele jaren 300.000 euro
waard.
- Net-income from labour, capital or transfers
o Inkomen verdienen door arbeid, kapitaal of transfers
o Transfer: pensioen, sociale uitkeringen (social security based
income)
- Inheritances, gifts
o Het vermogen groeit doordat iemand je geld of bezittingen geeft
o Inheritances = erfenissen
3
, 1.5. Wealth creation
4
Stel je hebt een wereld zonder banken en zonder markten. Dan hebben sommige
mensen geld over en andere mensen hebben geld nodig. dit noemt men haves
en havenots
1. The actors
In een economie zijn er actoren die geld over hebben (haves) en actoren die geld
nodig hebben om investeringen te financieren (have nots).
- Het financiële systeem zorgt ervoor dat geld van stromen van spaarders
naar investeerders.
- (want jij bent een spaarder (have) en het bedrijf wil investeren (havenots),
maar ze kennen elkaar niet. Het financieel systeem lost dit probleem op.)
We maken onderscheid tussen:
- Haves: (lenders): economische agenten die kapitaal bezitten en geld
kunnen uitlenen.
- Havenots (borrowers): agenten de kapitaal nodig hebben en geld moeten
lenen. (they will raise capital)
Enkele belangrijke economische spelers:
- Corporates (bedrijven): havenots
- The government: havenots
- The financial industry (banken, fondsen verzekeraars): havenots
- Households (huishoudens): haves
- The rest of the world
1.1. Households (the main actor)
(de belangrijkste speler)
Net wealth (netto vermogen) = assets – liabilities (verplichtingen) (=je
rijkdom)
- Voorbeeld: een gezin bezit een huis van 100, maar ze hebben ook een
resterende hypotheekschuld (remaining mortage debt) van 80
o Net wealth = 20
o (het netto vermogen van het gezin = 20: wat ze hebben – wat ze
nog moeten betalen)
- De financiële situatie van een huishouden wordt gemeten via zijn balance
sheet.
Real assets: (alle termen komen
verder nog aan bod)
1
, - Real estate: huizen/vastgoed
- Cars: auto’s
- Other: andere fysieke bezittingen
Financial assets:
- Stocks: aandelen
- Bonds: obligaties
o Govies: obligaties van overheden
o Corporates: obligaties van bedrijven
- Mutual funds: fondsen die in veel aandelen/obligaties tegelijk investeren
- Deposits: geld op een bankrekening
- Cash: contant geld
Liabilities:
- Mortage loans: geld dat je leent van de bank om een huis te kopen.
- Consumer loans: geld dat je leent van de bank om dingen te komen, vb.
een auto
- Taks debt: belastingen die nog betaald moeten worden
1.2. Kinds of assets
Asset: a possession that has value in an exchange transaction. (een bezit dat
waarde heeft wanneer je het zou verkopen (ruiltransactie).
- Tangible assets/ real assets: tastbare dingen
o Waarde: hun fysieke eigenschappen of hun nut.
- Intangible assets: geen tastbare dingen
o Waarde: een juridisch recht op iets in de toekomst.
- Financial assets: een soort intagible assets
o Ze geven het recht om in de toekomst geld te ontvangen.
o Vb. aandelen, obligaties…
De manier waarop mensen hun geld verdelen tussen real en financial assets
verschilt over de hele wereld.
- In België zijn de financiële assets een beetje kleiner dan de real assets
(bijna 50/50).
1.2.1. Assets classes
Je hebt geld, maar waar steek je dat in?
We delen de assets op in categorieën:
- Traditional assets:
o Common stock: aandelen
o Bond: obligaties (leningen die je geeft aan een bedrijf of ene
overheid)
In ruil krijg je intrest
o Cash
- Alternative assets:
o Real estate: huizen/ vastgoed
o Commodities: grondstoffen (vb. goud, olie, gas, tarwe…)
o Private equity: investeren in bedrijven die niet op de beurs staan.
2
, o Hedge funds: een investeringsfonds dat geld van investeerders
verzameld en dit geld belegt om hoge winsten te proberen maken.
o Venture funds: investeringen in startups met een hoog
groeipotentieel
o Currencies (forex): kopen en verkopen van verschillende valuta
(currencies)
1.3. Liabilities
Liabilities: geld dat je aan iemand anders verschuldigd bent.
- Mortage loans (hypotheek): geld dat je leent van de bank om een huis te
kopen.
- Consumer loans: geld dat je leent van de bank voor consumptie (om
dingen te kopen) (vb. een auto).
- Taks debt: belastingen die nog betaald moeten worden aan de overheid.
1.4. Growth drivers in net wealth
(hoe kan het vermogen (net wealth) van een gezin groeien?) (hoe wordt je rijker?)
3 manieren:
- Value changes in assets and liabilities
o Je bezittingen worden meer/minder waard met de jaren
o Als je je leningen af betaald, heb minder schulden (debt) dus meer
vermogen
o Vb. je huis van 200.000 euro is binnen enkele jaren 300.000 euro
waard.
- Net-income from labour, capital or transfers
o Inkomen verdienen door arbeid, kapitaal of transfers
o Transfer: pensioen, sociale uitkeringen (social security based
income)
- Inheritances, gifts
o Het vermogen groeit doordat iemand je geld of bezittingen geeft
o Inheritances = erfenissen
3
, 1.5. Wealth creation
4