Inhoudstafel:
Overzicht functie van de nier & glomerulaire filtratie en renale doorbloeding p. 2
Tubulaire reabsorptie, secretie en excretie p. 26
Nierfunctiemeting p. 32
Normale histologie van het nefron p. 37
Waterbalans p. 50
Kaliumbalans p. 58
Zoutbalans en extracellulair volume p. 61
Acid-Balance p. 67
Zuur-base evenwicht p. 77
De reis door de tubulus p. 81
1
,Overzicht functie van de nier & glomerulaire
filtratie en renale doorbloeding
Functies van de nier:
1. Regulatie extracellulair volume en bloeddruk
Aantal factoren hebben invloed op gemiddelde druk in het systeem:
- cystolische druk
- diastolische druk
1
= te berekenen via de formule 𝑀𝐴𝑃 = 𝐷𝐵𝑃 + 3
(𝑆𝐵𝑃 − 𝐵𝑃) (vullingsstatus systeem)
Belangrijke factoren:
- Bloedvolume (veel drinken/diarree)
- hartminuutvolume = slagvolume + ritme
- weerstand
- wordt bepaald door kleinste vaten lichaam -> moeilijk te regelen
- Vernauwingen in groot bloedvat zorgen ook voor meer weerstand
- distributie
- Soms blijft water liever in het weefsel
Conclusie: regulerende mechanismen moeten goed samenwerken
2. Regulatie osmolariteit
● Osmolariteit = de “tonus” van in het ECV opgeloste deeltjes
○ Osmolariteit: mOsm/L plasma
○ Osmolaliteit: mOsm/kg water
2
, ○ Toniciteit = osmotisch actieve deeltjes in de oplossing per eenheid
oplosmiddel
■ bv: ureum draagt niet bij aan de toniciteit, natrium wel
○ Geregeld door nieren (nztrium en glucose zijn daarbij de drijvende
factor)
○ opname water = zwellen cel => opzich geen probleem zolang er
ruimte is
● Osmolariteit wordt constant gehouden door de nieren (± 280 mOsM) en
voornamelijk bepaald door de Na+-concentratie en die van glucose en ureum
in plasma
○ Effectieve Osm (= toniciteit) = [Na+] x 2 + glucose
○ H20 doet de cel zwellen of krimpen volgens de variatie in IC of EC
toniciteit
tonus = spanning
Als je aan een extracellulaire vloeistof een permeable stof inneemt dan komt dat in het
extracellulaire compartiment en zal het zich geleidelijk verdelen over beide compartimenten.
Meer osmolariteit maar toniciteit verandert niet.
Niet permeabele stof blijft extracellulair zitten en gaat de toniciteit wel veranderen
3. Behoud ionen balans
● De uitscheiding van ionen in de urine wordt continu bijgestuurd door de
nieren, in relatie tot de inname en de behoefte om concentraties op peil te
houden
=> nulbalans moet ontstaan tussen ingenomen stoffen en uitgescheiden
stoffen
3
, ● Na+ is het voornaamste elektrolyt betrokken bij de regulatie van het
extracellulair vocht en van de osmolariteit
● K+ en Ca++ worden ook nauw gereguleerd door de nier
4. Homeostatische regulatie pH
● 2 systemen, metabool en ademhalingssysteem
● De pH van het plasma wordt constant gehouden tussen 7,38 - 7,42
● Wanneer de zuurtegraad toeneemt, zal de nier:
○ actief overtollig H+ gaan uitscheiden, en
○ HCO3- proberen vast te houden
● Hoewel de nier een belangrijke rol speelt in de homeostase van de pH, werkt
deze buffer trager dan de longen wat betreft het corrigeren van de afwijkingen
○ nier = uren tot dagen
4