Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 108 pagina's
Samenvatting

samenvatting 'Onderzoek van de neurologische patiënt'

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 108 pagina's

Studiemateriaal voor het vak Ziekteleer En Onderzoek Van De Neurologische Patiënt aan KU Leuven. Het document behandelt alle topics, zoals de 7 modules uit het boek, andere cordiale functiestoornissen, normaal bewegen en goal setting. Deze samenvatting is gebaseerd op alle hoorcolleges van G. Verheyden.

Voorbeeld van de inhoud

MODULE 1: EERSTE CONTACT MET PATIËNT
ANAMNESE
De anamnese is een belangrijk onderdeel van het klinisch onderzoek bij neurologische patiënten.
o In de meeste gevallen zal een auto-anamnese uitgevoerd worden, waarbij er een gesprek met de patiënt zelf gevoerd
wordt.
o Soms zal een hetero-anamnese uitgevoerd worden wanneer er geen communicatiemogelijkheden zijn. De familieleden
kunnen dan informatie bijbrengen die de patiënt verzwijgt of anders interpreteert.
» patiënten in diepe coma
» patiënten met ernstige spraakstoornissen
» patiënten met dementie

In de anamnese vragen we naar de belevingen, ervaringen en verwachtingen van de patiënt. We starten met patiëntgerichte
vragen, zodat de hulpvraag van de patiënt duidelijk wordt.
→ Gebruik ook niet-verbale signalen (oogcontact, pupilreactie, gelaatsuitdrukking, intonatie, stemtimbre en globale lichaamstaal)
om te tonen dat je de patiënt begrijpt.

Als kinesitherapeut moeten we de juiste betekenis proberen achterhalen van wat de patiënt vertelt. Je moet navragen wat ze
precies bedoelen met bijvoorbeeld tintelingen, slaperig gevoel, duizeligheid, … Ook moet er extra aandacht gegeven worden aan
subjectieve uitdrukkingen, want deze kunnen van patiënt tot patiënt een totaal verschillende betekenis hebben.
→ Opmerking: Sommige patiënten hebben een arme woordenschat en kunnen hierdoor hun klachten weinig gedifferentieerd en
genuanceerd formuleren.

Tijdens de exploratieve gesprekken zullen de patiënten hun ziel blootleggen. Er kunnen verschillende emoties geuit worden. Het is
daarom belangrijk het gesprek met veel tact, geduld en respect te voeren en deze fase niet als tijdsverlies te beschouwen.
o Vaak wordt de eerste vertrouwensrelatie, die nodig is voor verdere therapie, gevormd.
o Sommige patiënten hebben een realistische kijk op hun situatie, waardoor het gesprek zakelijker en sneller zal verlopen.
Het referentiekader van de patiënt zal dan ook snel duidelijk worden

Wanneer je voldoende over de patiënt weet begin je meer gerichte en gestuurde vragen te stellen. Tijdens dit gesprek kan je op
een systematische manier hypothesen beginnen formuleren die de basis vormen van de testen die je zal uitvoeren bij het
onderzoek.
o Vragen stellen over aard, aanzet en verloop in tijd van het functionele deficit.
o Vragen stellen over verloop van aandoening en directe gevolg hiervan voor functioneren van patiënt.
o Vragen stellen over de actualiteit van de aandoening. De bekomen informatie zal je ook helpen om de intensiteit en
frequentie van de therapiesessies te bepalen.

Tijdens de anamnese moet je ook steeds alert zijn voor het opsporen van contra-indicaties.
o Ernstige cardiale problemen bij patiënten met CVA kunnen leiden tot restricties in de behandelingsmogelijkheden.
o Soms kan de medische interventie beperkingen van de patiënt maskeren naargelang tijdstip van genomen medicatie.
→ Patiënten moeten tijdens een ‘off-periode’ behandeld worden om de mogelijkheden van aangepaste hulpmiddelen,
compensatiestrategieën en trucbewegingen te kunnen exploreren.

Vaak zij patiënten met neurologische aandoeningen ernstig beperkt in hun functionele mogelijkheden. We moeten weten over
welke mantelzorg zij beschikken en welke specifieke eisen worden gesteld vanuit hun beroepsleven en dagelijkse bezigheden.
o woonsituatie, woonomgeving, werksituatie en maatschappelijke rol
o ADL-zelfstandigheid
o huishoudelijke activiteiten en sociale contacten

Aan het einde van de anamnese maakt je eerst een samenvatting van het gesprek en leg je jouw behandelingsplan voor aan de
patiënt. We proberen ervoor te zorgen dat de therapie beantwoord aan de hulpvraag van de patiënt en dat deze in
overeenstemming is met de verwachtingen van de patiënt.
1

,STOORNIS, ACTIVITEIT EN PARTICIPATIE
De International Classification of Diseases (ICD) situeert het probleem i de persoon en stelt de medische interventie prominent
voorop.
o Dit Is een diagnostische benadering.
o Deze classificatie geeft weinig informatie over het eigenlijke functioneren van de patiënt.

De International Classification of Impairments, Disabilities and Handicaps (ICIDH) creërt een evenwicht tussen het medische
model en het psychosociale model.
o In 1980 werd door WHO een classificatie vooropgesteld die rekening hield met de consequenties van de gestelde
diagnose voor het functioneren van de patiënt op verschillende niveaus.
o Het doel van deze classifiactie is meer aandacht geven aan het functioneren van de patiënt binnen de maatschappij
waarin hij/zij leeft.

Er gebeurde een herziening van dit model omtrent mensen met een beperking (limitatie in activiteit) en mensen met een
handicap (restrictie in participatie).
o Het menselijk disfunctioneren is het resultaat van een interactie tussen de persoon met zijn fysieke en mentale conditie
enerzijds en zijn persoonlijke en sociale omgeving anderzijds.
o De woorden ‘beperking’ en ‘handicap’ hadden een negatieve connotatie. Ze werden veranderd in ‘activiteit’ en
‘participatie’.

De International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) is een classificatie op 3 niveaus. Om het ICF-model te
vervolledigen worden de 3 niveaus van functioneren beschouwd in een context waarin rekening gehouden wordt met de
omgeving en de persoon.
o stoornis: verstoorde functie en verstoorde structuur
o activiteit: uitvoeren van taken, beweging, ADL, essentiële activiteiten en huishoudelijke activiteiten
o participatie: sociale activiteiten




Het FAME-model helpt therapeuten om patiënten op een effectieve en mensgerichte manier te begeleiden tijdens hun
revalidatie.
o Feedback en motorisch leren: Het geven van gerichte feedback is belangrijk om het leerproces van de patiënt te
ondersteunen. De patiënt krijgt inzicht in zijn prestaties en de resultaten van oefeningen of
testen. Door motorisch leren kan de patiënt zijn bewegingen verbeteren en
automatiseren, wat essentieel is voor herstel.
o Therapeutische alliantie: Een sterke vertrouwensband tussen therapeut en patiënt is de basis van succesvolle therapie.
Bij langdurige revalidatie is het belangrijk dat de patiënt zich gehoord, begrepen en
gemotiveerd voelt om actief aan zijn herstel te werken.
o Bewegingsanalyse: De therapeut moet goed inzicht hebben in wat normaal en afwijkend bewegen is. Door middel van
bewegingsanalyse kan bepaald worden waar de beperkingen liggen en hoe de behandeling hierop
afgestemd kan worden.
o Omgeving: De omgeving waarin de therapie plaatsvindt moet veilig en stimulerend zijn. De patiënt moet zich op zijn
gemak voelen en vertrouwen hebben in de behandeling. Ook de thuissituatie en steun vanuit de omgeving
dragen bij aan het herstel.




2

,MEDISCH DOSSIER
Het is belangrijk om eerst het medisch dossier van de patiënt te bekijken voordat we een behandeling starten.
o Soms zijn er antecedenten die de patiënt niet meer vermeld.
o Kennis van antecedenten zullen de interventie sterk beïnvloeden. Vaak is er een multidisciplinaire samenwerking, waarbij
de verslagen van andere hulpverleners ook cruciale informatie kunnen bevatten voor jouw behandeling.




3

, MODULE 2: SPRAAK EN TAAL STOORNISSEN
ONDERZOEK VAN DE SPRAAK
Spraak impliceert het gecoördineerde gebruik van de ademhaling, de larynx met de stembanden, het gehemelte, de tong en de
lippen.
o Spraakstoornissen verwijzen naar een motorische uitval in het spraakvermogen, waaronder fonatie, articulatie,
resonantie en prosodie verstaan worden.
o Bij cerebellaire dysartrie of bij een planningsstoornis binnen het spreken zal er een uitval van coördinatie zijn.
o Stemstoornissen kunnen verschillende oorzaken hebben.
» centrale sturingsuitval of perifere uitval
» structurele en organische veranderingen van stemapparaat


AFONIE EN DYSONIE

DYSFONIE (HEESHEID)
Heesheid treedt typisch op bij laryngitis (stembanden zijn gezwollen en functioneren slecht), maar kan ook ontstaan door slechte
stemtechniek, wat goed behandeld kan worden door een logopedist. Heesheid kan zich ook voordoen bij hysterie.

A(dys)fonie kan wijzen op een stembandverlamming (letsel in n. recurrens, tak van n. vagus). Dit kan voorkomen na een
schildklieroperatie of een longtoptumor.


AFONIE
Afonie komt alleen voor bij hysterie of bij een dubbelzijdige aantasting van de n. vagus.
o Bij psychogene afonie heeft de patiënt een hese stem bij het spreken, maar het hoesten klinkt normaal.
o Bij dubbelzijdige uitval van n. vagus kan de patiënt ook stridor (sissend ademhalingsgeluid) vertonen. Door overheersing
van de adductoren van de stembanden bevinden deze zich in een overdreven mediaanstand.


DYSARTRIE
De articulatie wordt onderzocht door de patiënt woorden te laten herhalen. Naast articulatie moet je ook op de ademhaling,
luidheid, toonhoogte en kwaliteit van de stem letten.
→ Dysartrie kan wijzen op een lestel van de craniale zenuwen V, VII, IX, X en XII. Dit heet een lowermotorneuron-laesie.
→ Dysartrie kan ook wijzen op een laesie van het extrapiramidale of cerebellaire systeem. Dit heet een uppermotorneuron-laesie.


BULBAIRE DYSARTRIE
Bulbaire dysartrie treedt op bij een dubbelzijdige, perifere, slappe parese van de bulbaire musculatuur. Een voorbeeld is het
syndroom van Guillain-Barré.
o slechte articulatie van letters p en k
o nasale spraak
o zwakke en hese stem




PSEUDOBULBAIRE DYSARTRIE
Pseudobulbaire dysartrie treedt op bij een dubbelzijdige, centrale, spastische parese van de bulbaire musculatuur. Een voorbeeld
is een dubbelzijdige laesie boven pons (basilaristrombose). Ook unilaterale UMN-dysartrie kan voorkomen.
o slechte articulatie
o gering aantal lettergrepen per ademstoot
o piepend stemgeluid
o vaak gepaard met dwanglachen en dwanghuilen

4

Gekoppeld boek
 image
Willy De Weerdt Neurologische aandoeningen
Uitgever: 2017 ISBN: 9789463442640 Druk: 4

Documentinformatie

Studie
Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
21 september 2026
Aantal pagina's
108
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
$18.89

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
9
Laatst verkocht
1 maand geleden




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen