HOOFDSTUK 1: INLEIDING; BELANG EN FUNCTIES VAN KWALITATIEF
ONDERZOEK
1. WAAROM METHODEN?
Om kennisclaims te kunnen beoordelen → methoden nodig
● Wetenschappelijke kennisclaims: steunen op wetenschappelijke empirisch onderzoek
○ Voldoen aan wetenschappelijke kwaliteitscriteria1
○ Onderscheiden zich van:
▪ Persoonlijke ervaringen of meningen (“zelf meegemaakt”)
▪ Sociale normen (“gezond verstand”; “iedereen ziet toch dat”)
▪ Informatie van ‘experts’
▪ Niet: door god gegeven (= theologie) of abstract beredeneerd (=
metafysica)
1.0. WAT IS KWALITATIEF ONDERZOEK?
5 kenmerken volgens Denzin en Lincoln (2000) belangrijk in kwalitatief onderzoek:
1. Bezorgdheid over de rijkdom aan beschrijvingen (concern with the richness of
description): kwalitatieve onderzoek waarderen uitgebreid genoteerde gegevens: diepte-
interviews, focusgroepen of veldexperimenten.
Kwantitatief: beoordelingsschalen of meerkeuze vragenlijsten
2. Het perspectief van een individu vastleggen (capturing the individuals perspective):
kwalitaieve onderzoek, benadrukt het perspectief v/h individu en zijn individualiteit. Vb
met diepte-interviews en focusgroepen → stimuleert het perspectief op/van het individu.
Kwantitatieve onderzoeken vergelijken van 2 doelgroepen
3. De afwijzing v/h positivisme2 en ➔ gebruik van postmoderne perspectieven (the
rejection of positivism and the use of postmodern perspective): positivisme afwijzen, zowel
kwalitatieve als kwantitatieve onderzoek vertrouwt op empirische bewijsmateriaal.
Kwantitatief = meer geneigd om vast te houden aan eigen opvatting
1 Nagaan hoe er aan de kennis is gekomen en nagaan of de conclusies legitiem zijn getrokken →
transparantie/ repliceerbaarheid
2= alleen observeerbare gebeurtenissen mogen worden meegenomen in kennisontwikkeling. Het
bestaan van on-observeerbare gebeurtenissen wordt ontkend.
pag. 1
, 4. Het vasthouden aan de postmoderne gevoeligheid (adherence of the postmodern
sensibility): de postmoderne gevoeligheid → manier waarop kwalitatief onderzoeks
methode kiezen die dicht bij hun ervaringen in het echte leven komen (diepte
interviews).
a. Zorgzame ethiek toepassen: welzijn
van de steekproef = belangrijk
b. Persoonlijke verantwoordelijkheid in
ethiek = veel hoger bij kwalitatief
onderzoek
Kwantitatief = meer opgaan in
kunstmatigheid vb. Labostudies
5. Onderzoek naar de beperkingen v/h dagelijks leven (examination of the constraints of
everyday life): kwalitatief onderzoek; gedetailleerd kijken naar de omstandigheden v/d
participant in het dagelijks leven (omgeving etc.).
Kwantitatief houdt zich minder hiermee bezig
Onderscheid op drie niveaus:
1. Kennistheoretische benadering: bril waarmee je onderzoeksvraag gaat formuleren, naar
de wereld kijkt en waarmee je antwoorden gaat formuleren
Epistemologie: kennistheorie
→Ander doel van het onderzoek
2. Data-collectie & analyse
→Andere gereedschapskist: mensen zijn erg verschillend → geen cijfertjes erop
plakken om te veralgemenen: andere persoonlijkere methodes gaan gebruiken
o Kan ook opgedeeld worden in drie niveaus:
▪ ‘Rijke’ data: weinig vaste structuur of selectie vooraf
▪ Perspectief van het individu: betekenis van de ervaring
▪ Natuurlijke setting: kenmerken van het dagelijks leven
3. Onderzoeksproces
→Andere accenten in empirische cyclus: kwantitatieve en kwalitatieve
onderscheiden waar de nadruk op wordt gelegd in het onderzoeksproces
1.1. METHODEN VAN DATA-COLLECTIE EN ANALYSE
- Rijke en diepgaande data; veel details
pag. 2
, - Relatief ongestructureerde
onderzoeksstrategieën; Niet zo
gestandaardiseerd: niet vooraf
vastgelegd wat er gecodeerd en
geregistreerd moet worden → meer
nadruk op ecologische validiteit
- Onderzoeker en deelnemer hecht.
- Insiderperspectief; kwalitatieve
onderzoekers zien zichzelf vaak als insiders → relatief weinig 'afstand' tussen
onderzoeker en deelnemers
- Niet over het testen van theorieën. Gaat eerder over opkomende theorieën en
concepten.
- Individuen die als individuen worden beschouwd. Idiografische onderzoeksresultaten:
verwijst naar de studie van een individu als individu.
( Nomothetisch: bestuderen van groepen/klassen van individuen → algemene verklaringen)
- Sociale realiteit geconstrueerd; sociale realiteit wordt geconstrueerd tijdens sociale
interactie (in kwalitatief onderzoek)
1.2. KENNISTHEORETISCHE BENADERING
Logisch positivisme (kwantitatief) Sociaal constructivisme (kwalitatief)
Er bestaat objectieve kennis: de externe Er bestaat geen objectieve kennis: hooguit
wereld bepaalt wat waar is bestaan er meerdere manieren om de wereld
te kennen
Onderzoek brengt ons steeds dichter bij ‘de Onderzoek leidt tot een waardevolle
waarheid’: wetenschap is cumulatief en leidt interpretatie, vullen elkaar aan (onderzoek als
tot het ontdekken van de objectieve realiteit bouwproject)
(onderzoek als ontdekkingsreis)
Neutrale onderzoeker: kennisproductie is Perspectief van onderzoeker telt: niet alleen
onafhankelijk van de onderzoeker; theoretisch perspectief maar ook sociale en
onderzoeker moet ‘neutraal blijven culturele achtergrond is van belang
Positivisme Post-modernisme
Doel: De waarheid kennen (Realisme) Doel: Een perspectief laten zien (relativisme)
➢ Sociaal engagement!
➢ Aandacht voor et perspectief van de
mindere machtigen
Doel: Meerder perspectieven combineren in
dialoog (sociaal constructivisme)
➢ Sociaal engagement!
pag. 3
, ➢ Laat vaak zien hoe de werkelijkheid in
elkaar zit
Kwalitatief perspectief: onderzoeker kan nooit neutraal zijn want iedere persoon (=onderzoeker)
is altijd vormgegeven door, en functioneert in een bepaald sociaal / cultureel /
wetenschappelijke systeem dat richting geeft aan: De interesse en formulering van de
onderzoeksvraag, Keuze van de methode en data-collectie, Interpretatie van de data, ...
➔ Neutraliteit is onmogelijk, wat cruciaal is, is transparantie
1.3. KWALITATIEF ONDERZOEK IN DE EMPIRISCHE CYCLUS
Onderzoek beweegt zich voortdurend heen en weer van theorie naar data en van data terug
naar theorie
➢ Deductie: je vertrekt van algemene theorie waaruit de toetsbare uitspraken afleidt
(‘hypothesen’)
➢ Inductie: Je vertrekt van beperkte data (een initiële intuïtie en/of een beperkt aantal
observaties) ⭢ algemene theorie afleiden of oude
bijstellen
Kwalitatief onderzoek = geschikte basis voor inductie
• Rijke beschrijvingen
o Niet onmiddellijk reduceren
• Nadruk op het perspectief van een individu
o I.p.v. reduceren tot 1 of enkele gedragskenmerken die je standaard kunt meten
bij grote aantallen
• Oog voor dagelijkse leven in een specifieke sociale en culturele omgeving
o I.p.v. individuele reacties los van die omgeving te bestuderen in labo of
testsituatie
In kwalitatief onderzoek: Beschrijvingen brengen ervaringen in kaart → nieuwe inzichten krijgen
→ bestaande theorie aanvullen, of nieuwe theorie ontwikkelen (meerdere interpretaties vullen
elkaar aan)
Kwantitatief Kwalitatief
Nadruk op Deductie Inductie
Methoden Hypothese-deductie Theoretische interpretatie
Metafoor ‘Ontdekkingsreis’ ‘Bouwproject’
Kritiek op:
1) Kwalitatieve onderzoekers op deductie:
- Hoe kom je aan theorieën?
o ‘Black box’
pag. 4