SPELREGELS EN DE SPELERS
Enkel wat er in de pwp en les wordt behandeld staat erin!
DEEL 1. SOCIOLOGIE, EEN WETENSCHAP VAN DE SAMENLEVING
1. DE ONTDEKKINGSTOCHT DOOR EEN BEKEND GEBIED? OVER DE EIGEN AARD
VAN DE SAMENLEVING
I. EEN BEELD VAN EEN TITEL
Sociologie betekent letterlijk samenlevingskunde (socius + logos = samenleving +
wetenschap)
= metafoor van het spel
METAFOOR VAN HET SPEL
SOCIALE VERBANDEN OF
INTERACTIEKADERS MET
VERHOUDINGEN TUSSEN:
- DE SAMENLEVING (HET
SPEELVELD)
- DE MENSEN DIE HANDELEN IN DE
SAMENLEVING (SPELERS)
- DE SOCIALE SPELREGELS
(WETTEN)
- DE HOOFDROLSPELERS
(‘SOCIALE FEITEN’ – DURKHEIM)
POSITIE, ROLLEN, STATUS,
PRESTIGE
Posities à bepalen iemands plaats in het spel/ de samenleving
Rollen à gedrag/ verwachtingen dat hoort bij een positie
Status à waardering van een positie
Prestige à symbolische waarde of aanzien van een rol
- Buiten de lijn → spelers die niet mogen of kunnen meedoen door kwetsuren,
vormverlies, uitsluiting, of inbreuk op spelregels
- Verschillende lijnen/ zones → andere toepassing van regels, publieke ruimte ↔
particuliere ruimte → soms andere regels
- Sommige posities hebben meer ‘waarde’ of hogere status. Voorbeeld: aanvaller >
verdediger
Waarom? → doel van het spel = scoren
- Toch: iedereen even belangrijk → elke rol is nodig ↔ in samenleving: elke job is
nodig
Socialisatie → weten hoe je je moet gedragen in een samenleving
1
, o Alles is verbonden in de samenleving
o Bekijken vanuit historische en sociale context
Voorbeeld: kinderen van hoogopgeleide ouders → meer kans op studeren op hoog niveau
II. HET DAGELIJKS LEVEN DOOR DE BRIL VAN EEN SOCIOLOOG
Enkele kernpunten:
- Afstand nemen van het alledaagse om het met nieuwe ogen te zien.
- Het leven van individuen en de geschiedenis van samenlevingen zijn onlosmakelijk
verbonden.
- Het vreemde in het vertrouwde herkennen.
- Persoonlijke ervaringen koppelen aan bredere sociale patronen.
- Bewustzijn dat persoonlijke problemen vaak publieke kwesties zijn.
(Zie dit als inleidend) ↑
The sociological imagination enables us to grasp history and biography and the relations
between the two within society – C. Wright Mills
C. W. MILLS
= was de eerste moderne kritische socioloog dat werkte rond:
Sociale ongelijkheid
Machtselites
Verval van middenklasse
Relatie tussen individu en samenleving
Belang van historisch perspectief
Verder op ingaan op de kernideeën over sociaal denken:
Hij beschrijft drie componenten van sociologische verbeelding
Geschiedenis: ontstaan en verandering samenleving?
Biografie: welke is de levensloop van mensen als leden van
samenlevingsverbanden?
Sociale structuren: dominante maatschappelijke instituties, welke processen en
mechanismen zorgen voor de maatschappelijke orde?
Sociologie = afstand nemen van vanzelfsprekendheden à zoeken naar diepere verklaringen.
Kennis maken met alledaagse fenomenen (eten en drinken/ sport…)
Alles is contingent (1) maar niet arbitrair (2):
1. Dominante instituties kunnen ook andere vormen aannemen
→ niet noodzakelijk afhankelijk van omstandigheden
→ iets had anders kunnen zijn dan dat het nu is
Voorbeelden:
2
, - Hoe wij eten maken
- Hoe we ons kleden
- …
2. Wilt daarom niet zeggen dat we daar geen goede reden voor hebben
→ sociologie gaat dit achterhalen en verklaren = padafhankelijkheid
→ gebeurtenissen uit het verleden hebben, invloed op latere toestanden en
ontwikkelingen
Instituties
- Wetten/ regelgeving
Gedragingen en normen ≠ niet noodzakelijk wettelijk/ juridische verantwoord
Voorbeeld over sociologische imaginatie en ‘Thea drinking’ à
Kan overkomen als een signaal van een goede gezondheid
Kan een traditie of ritueel zijn à op een bepaalde dag/ tijdstip wordt uitgevoerd
Kan een sociale activiteit omvatten à ‘meeting for thea’
De focus ligt op mekaar ontmoeten ≠ de consumptie
Er kunnen nog meerdere voorbeelden hiervan worden gegeven zowel over
onderwerpen als liefde, sport, lifestyle
Andere simpele voorbeelden over sociale imaginatie:
- Sport à tennis, golf... voor rijken mensen
- Mooie mensen worden beter bevooroordeeld
- Kledingstijl à kostuum à gezien als hogere klassen
… (te vinden op p. 27- 29)
Alles wat logisch lijkt is ‘sociaal bepaald’
Het sociale VS het individu;
Hiermee kunnen we
veronderstellen dat er een,
constante wederzijdse
beïnvloeding Is tussen
ons persoonlijk leven en de
maatschappij.
Die wederzijdse beïnvloeding werkt dus in twee richtingen:
- Enerzijds Individueel gedrag draagt bij tot maatschappelijke fenomenen
Weinig beweging, voedingsgewoonten, … à obesitas epidemie, toegenomen
zorgnoden, betaalbaarheid
- Anderzijds Maatschappelijke fenomenen beïnvloeden individueel gedrag
Kantoorleven, prijs van (ongezonde) voeding, opvoeding, cultuurverschillen
3
, Voorbeeld over zelfdoding:
Zelfdoding lijkt een individueel probleem, maar sociologisch onderzoek toont dat sociale
factoren een grote rol spelen. In Vlaanderen ligt het suïcidecijfer hoog, vooral bij lager
opgeleiden, werklozen, alleenstaanden en gescheiden mensen.
De Franse socioloog Durkheim onderzocht al in 1897 hoe zelfdoding samenhangt met
sociale integratie: te weinig of te veel verbondenheid met de samenleving verhoogt het
risico. Zijn bevinding dat zelfdoding mede door maatschappelijke omstandigheden wordt
beïnvloed, geldt nog steeds als een basisprincipe van de sociologie
III. EEN EERSTE DEFINITIE VAN SOCIOLOGIE
= Sociologie is de wetenschap die de maatschappelijke patronen en structuren bestudeert, in
hun ontstaan, voortbestaan en veranderen, en ook het sociale handelen van mensen in de
interactie met deze patronen en structuren
Sociologen proberen verbanden te zoeken tussen:
- Subjectieve betekenissen
- Sociale structuren
- Individueel handelen
DE RODE DRAAD BINNEN DE SOCIOLOGIE:
Voorbeeld ‘wie rijk is wordt, 14 jaar ouder’:
- Hoe rijk we zijn, welke job we hebben en welke opleiding we krijgen à het bepaalt
mee hoe oud we worden. Wie er warmpjes bij zit, kan tot veertien jaar ouder worden
dan wie de eindjes niet aan elkaar kan knopen.
SOCIOLOGIE ALS WETENSCHAP
• Het vaststellen van een statistisch verband + het begrijpen van dat verband in termen
van verwachtingen (hypothesen) = Verklaren in de sociologie
Dus
- Wetenschap
Leren denken
4