Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 5 out of 109 pages
Summary

Samenvatting Cytologie en Histologie | Deel 1 Cytologie | UGent | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 5 out of 109 pages

Volledige samenvatting van het deel cytologie gedoceerd door Dr. Patrick Calders in het academiejaar . De samenvatting is heel uitgebreid en omvat alle info uit het boek, lesdia's en hoorcolleges.

Content preview

CYTOLOGIE EN HISTOLOGIE
DEEL 1: CYTOLOGIE

Inleiding
1. Celafmetingen
- Microscopische afmetingen: zoogdieren 7 tot 40µm
- soms groot: vb. ei van struisvogel (= 1 cel) → door opstapeling reservestoffen
- grootte van een cel afh. van:

1. diffusiemogelijkheid: cel neemt zuurstof en voedingsstoffen op via celoppervlak
→ cel vergroot →volume stijgt nog sneller dan opp (stel straal x2: opp² maar v³)
2. controle van kern over de cel: wnr cel vergroot → delen liggen verder van
controlecentrum → coördinatie moeilijker + hoe minder actief de cel (hoe lager
metabolisme), hoe groter afmetingen
vb. startende kine krijgt eerste klant doorgestuurd, doet het goed, meer klanten
maar TE veel, nieuwe kines aanstellen & patiënten komen van overal,
praktijken overal
→ cel doet dit ook, wnr te groot, delen

- algemene regel: hoe lager metabolisme, hoe groter de cel
- celvolume: onafhankelijk van grootte organisme
vb. levercellen ve muis = levercellen rund → verschil in orgaangrootte niet te wijten aan
celvolume, maar aan aantal cellen

2. Celvorm
1. Wisselend: vb. leucocyten/wbc(=verzamelnaam voor alle afweercellen in het bloed
vb.macrofagenn, lymfocyten)
(vrije cellen)
vb. witte bloedcellen (wbc)
→ vorm afh. van externe factoren: de cellen moeten door kleine openingen van de
bloedbaan om infectiegebied te bereiken


2. constant: vb. zaadcel (vrije cel), en algemeen de vaste cellen van een meercellig organisme
vb. epitheelcellen(bekleden de huid)
opbouw huid: a) hypodermis= onderste laag
b) dermis= middelste laag
c) epidermis= bovenste laag/opperhuid met verschillende cellagen
→ onderste laag = basale laag
kenmerk: langs alle kanten vastgehecht zodat er geen cel
vormverandering is
uitzondering: zaadcellen → hebben vaste celvorm maar kunnen bewegen door flagel/staart

DE MATE WAARIN DE VORM AANPAST HEEFT DUS TE MAKEN MET BEWEGING
→ wbc/macrofagen bewegen langs alle kanten → veel verandering ↔ huid overal




1

,3. Celbouw
Drie grote delen:
1. Celmembraan
2. Cytoplasma, met de verschillende celorganellen
3. Nucleus (= celkern)




2

,Hoofdstuk I: celmembraan

1. Structuur
- omgeeft de cel
- Dikte: +-7,5 nm
- Oplossing van:
● georiënteerde lipiden (opgebouwd uit
triglyceride die gekoppeld zijn aan glycerol)
=fosfolipiden
● globulaire eiwitten/proteïnen

1.1 lipiden/vetten
voor we kijken naar wat er in de celmembraan zit, hoe ziet een triglyceride/vet eruit?
→ 3 vetzuurketens + 1 molecuul glycerol
→ vetten zijn hydrofiel(=waterafstotend)




MAAR in celmembraan(zitten geen vetten, maar wel fosfolipiden):
Fosfolipiden bestaan uit:
- fosfaat: sterk neg. geladen →hydrofiel: belangrijk voor oriëntatie!!
- lipiden
→ afgeleid van dat vet: 1 vetzuurketen afgekoppeld & fosfaatgroep gekoppeld
- fosfatidylcholine
- fosfatidylethanolamine
→ komen allebei frequent voor & vormen een dubbele laag:
● polair-hydrofiel gedeelte (de fosfaatgroepen)
→ gericht naar waterig milieu
● apolair-hydrofoob gedeelte (de vetzuurketens/staarten)
→ gericht naar het midden van membraan
→ zijn lipofiel




3

,Een celmembraan bestaat uit een dubbele laag fosfolipiden.

● Elke fosfolipide heeft een kop (fosfaatgroep) en
staarten (vetzuurketens).
● De kop is hydrofiel (= waterminnend).
● De staarten zijn lipofiel (= vetminnend, houden van
vetten).

→ Lipofiel= vetzuurstaarten graag in contact met
vetten/andere lipiden, maar niet met water.

In de dubbele laag:

● De hydrofiele koppen zitten naar buiten, in contact
met het waterige milieu (cytoplasma en
extracellulaire vloeistof).
● De lipofiele staarten zitten naar binnen, naar elkaar toe, weg van het water.

→ celmembraan vormt barrière die water en opgeloste stoffen niet zomaar doorlaat.




4

, 1.2 proteïnen/eiwitten
- niet enkel aan oppervlak
- geen continue laag → mozaïkpatroon
- 2 soorten eiwitten:
1. integrale= overspannen het membraan
2. perifere= enkel aan buiten- of binennzeide
- polair en apolair gedeelte


functies van de eiwitten

1. structureel als bouwelement
→ eiwitten + cholesterol zorgen voor weerstand/minder soepelheid vh celmembraan maar
toch nog steeds dynamisch
vb. druppeltjes olie in water verplaatsen ook wat op het opp. maar zinken niet


2. transportproteïnen/carriers
→ stoffen moeten binnen en buiten kunnen (voedingsstoffen in, schadelijke out) zodat er
energie kan geleverd worden & componenten kunnen worden aangemaakt
vb. om te lopen belangrijk: energie(proteïnen, vetten, glucose/koolhydraten)
→ suikers vanuit bloed moeten worden opgenomen door de skeletspieren via
glucosetransporters(=integrale eiwitten waarop glucose kan binden waardoor
eiwit en glucose kan worden opgenomen in de cel)


3. ionenkanalen
cel heeft elektrische functie → over de celmembraan zit een (rust)membraanpotentiaal door
het ladingsverschil ( binnenzijde membraan negatief geladen & buitenkant positief geladen)

probleem: fosfolipiden zijn hydrofiel (kop) en lipofiel/hydrofoob (staarten) → de dubbele
laag blokkeert vrij transport van ionen, omdat ionen geladen zijn en niet door het lipofiele
midden kunnen

oplossing: cel gebruikt membraaneiwitten, zoals ionenkanalen en pompen, om ionen
selectief door de membraan te laten:

- Lekkanalen: laten ionen passief stromen.
- Pompen: verplaatsen actief ionen tegen hun concentratiegradient.
- Spanningsafhankelijke kanalen: openen of sluiten bij verandering in
membraanpotentiaal.

Resultaat: rustmembraanpotentiaal behouden en elektrische signalen genereren
(bijvoorbeeld in zenuwcellen of spiercellen).




5

Document information

Study
Uploaded on
September 20, 2026
File latest updated on
September 20, 2026
Number of pages
109
Written in
2025/2026
Type
Summary
$13.00

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
8
Last sold
-




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions