PERSONEN MET EEN ONTWKKELINGSSTOORNIS ADHD
1. INLEIDING
1.1 TERMINOLOGIE
Wat is ADHD?
De kans is groot dat je als orthopedagogisch begeleider werkt met mensen met ADHD
(Attention Deficit Hyperactivity Disorder).
ADHD = een neurobiologische ontwikkelingsstoornis
Dat betekent dat de ontwikkeling en het functioneren van de hersenen anders verlopen.
Hierdoor ontstaan problemen in de cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling.
De belangrijkste kenmerken (kernsymptomen) zijn:
✓ Aandachtstekort
✓ Hyperactiviteit
✓ Impulsiviteit
= best observeerbaar 6 - 12 jaar
Deze symptomen:
✓ Zijn ernstig en langdurig aanwezig
✓ Komen voor in meerdere levensdomeinen (thuis, school/werk, vrije tijd)
✓ Zijn niet passend bij de leeftijd
✓ een combinatie van meerdere symptomen
✓ invloed op het welbevinden & functioneren
✓ risico’s op lang termijn
Hierdoor kan het dagelijks functioneren sterk verstoord worden en kan het welbevinden
verminderen. Op lange termijn kunnen er extra risico’s ontstaan.
ADHD volgens de DSM-5
In de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth Edition (DSM-5) wordt ADHD
geplaatst onder de neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. Dit zijn stoornissen waarbij de
hersenontwikkeling of het hersenfunctioneren verstoord is.
1
,1.2 CIJFERS
Hoe vaak komt ADHD voor?
ADHD komt voor bij ongeveer 5,3% van de kinderen en jongeren.
Met het ouder worden neemt dit percentage licht af.
ADHD wordt drie keer vaker bij jongens dan bij meisjes vastgesteld.
Het is één van de meest voorkomende ontwikkelingsstoornissen.
Is er tegenwoordig meer ADHD dan vroeger?
Er lijkt meer ADHD te zijn, maar dat komt niet alleen doordat de stoornis vaker voorkomt.
Mogelijke verklaringen:
• nu meer kennis, meer vertrouwdheid met ADHD >> sneller diagnose
• botsen meer op de grenzen van de verwachtingen maatschappij
• diagnose ADHD << >> andere factoren die gedrag kunnen verklaren
→ omstandigheden onder de loep nemen
• symptomen meer aanwezig zijn dan ‘aanvaardbaar’ volgens leeftijd !
• als OB kritische blik aannemen !!
Niet elk druk kind heeft ADHD
Druk of beweeglijk gedrag kan ook andere oorzaken hebben, zoals:
→ Een stressvolle thuissituatie (bv. partnergeweld of conflicten)
→ Psychosociale problemen
→ Leerstoornissen
→ Faalangst
→ Hechtingsproblemen
Daarom is het belangrijk om altijd te kijken naar de context waarin een kind opgroeit.
Belang van een kritische blik
Een grondig en breed assessment is noodzakelijk voor een juiste diagnose.
Als orthopedagogisch begeleider (OB) is het belangrijk om:
✓ Kritisch om te gaan met labels
✓ Een ruime, biopsychosociale kijk te behouden
✓ Overdiagnostisering mee te helpen voorkomen
2
, 2. BEELDVORMING
2.1 WAT TYPEERT DEZE DOELGROEP?
De doelgroep (kinderen met ADHD) wordt vooral gekenmerkt door de drie kernsymptomen:
✓ Aandachtstekort
✓ Hyperactiviteit
✓ Impulsiviteit
Deze symptomen zijn het duidelijkst zichtbaar tussen 6 en 12 jaar.
Dat komt doordat kinderen in deze leeftijdsfase te maken krijgen met schoolse verwachtingen
zoals stilzitten, concentreren en taakgericht werken.
Bij jongere kinderen kan druk of impulsief gedrag nog normaal zijn voor de leeftijd. Daarom is
het belangrijk dat:
→ De symptomen duidelijk sterker aanwezig zijn dan wat past bij de ontwikkelingsleeftijd.
→ Het gedrag afwijkt van wat als leeftijdsadequaat wordt beschouwd.
Met andere woorden: niet het gedrag op zich, maar de ernst, frequentie en vergelijking met
leeftijdsgenoten bepalen of er sprake kan zijn van ADHD.
2.2 EVOLUTIE
Ontgroei je ADHD?
Vroeger dacht men dat ADHD vanzelf verdween met de leeftijd.
Vandaag weten we dat veel symptomen blijven bestaan tot in de volwassenheid, maar:
✓ Ze uiten zich vaak minder sterk
✓ Ze krijgen soms een andere vorm
Verandering van kenmerken per leeftijd
De kenmerken verschuiven naarmate iemand ouder wordt:
✓ Jonge kinderen → vooral hyperactiviteit valt op
✓ Schoolgaande kinderen → aandachtstekort komt meer op de voorgrond
✓ Volwassenen → minder zichtbare hyperactiviteit, maar vaak innerlijke onrust,
concentratieproblemen of impulsieve beslissingen
Mogelijke gevolgen op lange termijn
ADHD kan zorgen voor een minder gunstig verloop, met een verhoogde kans op:
→ Verslavingsproblemen
→ Depressie
→ Relatieproblemen
→ Problemen op het werk
Dit betekent niet dat dit altijd gebeurt, maar het risico is groter.
3