Beleidsvraagstukken
& sectoren
, Inleiding
A. De welvaartstaat en sociale zekerheid in België
Minister van welzijn: Jo Vandeurzen
Minister van jeugd: Pascal Smets
A.1. De welvaartstaat: Historiek en definitie
Nachtwakersstaat: Overheid mengde zich niet met het maatschappelijke leven van de
burgers.
De armen- en gezondheidszorg werd door private initiatieven
behartigd. De overheid zorgde enkel voor veiligheid en orde.
Moderne
welvaartstaat: De overheid wil voor iedereen welzijn en welvaart garanderen.
Dit door hen te beschermen tegen sociale risico’s.
Bv. Werkloosheid, hebben van een kind,…
Jaren 70
Economische crisis: De overheid had andere prioriteiten.
Werkloosheid stijgt, sommige uitkeringen worden afgeschaft of
worden verminderd.
Jaren 90
Actieve welvaartstaat:De nadruk ligt op de rechten EN plichten van de burger. Hij moet
zijn verantwoordelijkheid opnemen, dit via participatie via arbeid,
en de overheid moet daartoe kansen bieden.
A.2. Sociale zekerheid
= basis van onze welvaartstaat.
De sociale zekerheid is het geheel van voorzieningen met als doel financiële
bestaanszekerheid te garanderen door bepaalde sociale risico’s te dekken.
3 functies: °Vervangingsinkomen voorzien bij verlies van arbeidsinkomen
°Aanvulling op inkomen bij bepaalde sociale lasten
°Bijstandsuitkering mensen die onvrijwillig zonder beroepsinkomen
zitten
enkel voor personen die niet in aanmerking komen voor vervangingsinkomen
3 stelsel: °Werknemersstelsel: recht op alle sociale risico’s *
°Zelfstandigenstelsel: niet beschermd tegen werkloosheid
°Ambtenarenstelsel: niet bescherm tegen werkloosheid
*Sociale risico’s: kinderbijslag, pensioen, werkloosheidsuitkering, ziekte-uitkering,invalidenuitkering
, A.2.1. Financiering v.d. sociale zekerheid
° Sociale bijdrage van WN en WG
°Subsidies van de overheid
°Alternatieve financiering (belastingen en BTW)
A.2.2. Verzekeringsprincipe VS solidariteitsprincipe
Verzekeringsprincipe: Er is verband tussen de bijdrage die men betaalt, het risico en
de uitkering die betaalt wordt.
Hoge risico hoge premie hogere uitkering
= gekoppeld aan het solidariteitsprincipe!
3 vormen
Horizontale solidariteit: solidariteit tussen groepen met verschillende risico’s
Gezonden/zieken,gezinnen met/zonder kids.
Mensen met lager risico betalen meer dan zou moeten
Verticale solidariteit: solidariteit tussen hoge en lage inkomens
Inergenerationale solidariteit: solidariteit tussen generaties
Repartitietechniek: iedereen die actief is draagt bij aan pensioen
A.2.3. Gezinsbijslag
= bescherming tegen het ‘sociaal risico’ hebben van kids.
°Gewone kinderbijslag: afhankelijk v.d. rang v.h. kind in het gezin.
meer kids, meer bijslag
°Wezen bijslag: kinderen waarvan 1 ouder overleden zijn, zolang levende ouder geen
nieuwe partner heeft die inwoont.
°Forfaitaire bijslag voor kids geplaatst bij een particulier =bovenop kinderbijslag
°Leeftijdsbijslag: toeslag naar gelang de leeftijd (+rang) van het kind
°Bijslag voor 1oudergezinnen: Indien inkomen niet hoger is dan een grens
°Jaarlijkse bijslag/schoolpremie:in maand juli, afhankelijk v.d. leeftijd
°Sociale bijslagen: Voor pensioensgerechtigde, langer dan 6m. werkloos of
arbeidsongeschikt
°Bijkomende bijslag voor kinderen met een aandoening of handicap: tot 21j.
varieert naargelang de Medisch-Sociale score.
°Kraamgeld/geboortepremie: bij elk geboren kind, aanvragen vanaf 6demaand v.d.
zwangerschap, bedrag is afhankelijk van de rang
°Adoptiepremie: dezelfde als kraamgeld
& sectoren
, Inleiding
A. De welvaartstaat en sociale zekerheid in België
Minister van welzijn: Jo Vandeurzen
Minister van jeugd: Pascal Smets
A.1. De welvaartstaat: Historiek en definitie
Nachtwakersstaat: Overheid mengde zich niet met het maatschappelijke leven van de
burgers.
De armen- en gezondheidszorg werd door private initiatieven
behartigd. De overheid zorgde enkel voor veiligheid en orde.
Moderne
welvaartstaat: De overheid wil voor iedereen welzijn en welvaart garanderen.
Dit door hen te beschermen tegen sociale risico’s.
Bv. Werkloosheid, hebben van een kind,…
Jaren 70
Economische crisis: De overheid had andere prioriteiten.
Werkloosheid stijgt, sommige uitkeringen worden afgeschaft of
worden verminderd.
Jaren 90
Actieve welvaartstaat:De nadruk ligt op de rechten EN plichten van de burger. Hij moet
zijn verantwoordelijkheid opnemen, dit via participatie via arbeid,
en de overheid moet daartoe kansen bieden.
A.2. Sociale zekerheid
= basis van onze welvaartstaat.
De sociale zekerheid is het geheel van voorzieningen met als doel financiële
bestaanszekerheid te garanderen door bepaalde sociale risico’s te dekken.
3 functies: °Vervangingsinkomen voorzien bij verlies van arbeidsinkomen
°Aanvulling op inkomen bij bepaalde sociale lasten
°Bijstandsuitkering mensen die onvrijwillig zonder beroepsinkomen
zitten
enkel voor personen die niet in aanmerking komen voor vervangingsinkomen
3 stelsel: °Werknemersstelsel: recht op alle sociale risico’s *
°Zelfstandigenstelsel: niet beschermd tegen werkloosheid
°Ambtenarenstelsel: niet bescherm tegen werkloosheid
*Sociale risico’s: kinderbijslag, pensioen, werkloosheidsuitkering, ziekte-uitkering,invalidenuitkering
, A.2.1. Financiering v.d. sociale zekerheid
° Sociale bijdrage van WN en WG
°Subsidies van de overheid
°Alternatieve financiering (belastingen en BTW)
A.2.2. Verzekeringsprincipe VS solidariteitsprincipe
Verzekeringsprincipe: Er is verband tussen de bijdrage die men betaalt, het risico en
de uitkering die betaalt wordt.
Hoge risico hoge premie hogere uitkering
= gekoppeld aan het solidariteitsprincipe!
3 vormen
Horizontale solidariteit: solidariteit tussen groepen met verschillende risico’s
Gezonden/zieken,gezinnen met/zonder kids.
Mensen met lager risico betalen meer dan zou moeten
Verticale solidariteit: solidariteit tussen hoge en lage inkomens
Inergenerationale solidariteit: solidariteit tussen generaties
Repartitietechniek: iedereen die actief is draagt bij aan pensioen
A.2.3. Gezinsbijslag
= bescherming tegen het ‘sociaal risico’ hebben van kids.
°Gewone kinderbijslag: afhankelijk v.d. rang v.h. kind in het gezin.
meer kids, meer bijslag
°Wezen bijslag: kinderen waarvan 1 ouder overleden zijn, zolang levende ouder geen
nieuwe partner heeft die inwoont.
°Forfaitaire bijslag voor kids geplaatst bij een particulier =bovenop kinderbijslag
°Leeftijdsbijslag: toeslag naar gelang de leeftijd (+rang) van het kind
°Bijslag voor 1oudergezinnen: Indien inkomen niet hoger is dan een grens
°Jaarlijkse bijslag/schoolpremie:in maand juli, afhankelijk v.d. leeftijd
°Sociale bijslagen: Voor pensioensgerechtigde, langer dan 6m. werkloos of
arbeidsongeschikt
°Bijkomende bijslag voor kinderen met een aandoening of handicap: tot 21j.
varieert naargelang de Medisch-Sociale score.
°Kraamgeld/geboortepremie: bij elk geboren kind, aanvragen vanaf 6demaand v.d.
zwangerschap, bedrag is afhankelijk van de rang
°Adoptiepremie: dezelfde als kraamgeld