Week 1 & 2: Overlast in de wijk, de burgemeester als sheriff
Bestuursrechtelijk perspectief
Overzicht van maatregelen waarvan de burgemeester en het college gebruik van kunnen maken:
1. Bestuursdwang/dwangsom bij overtreding APV.
2. Sluiting woning/gedragsaanwijzing:
o Art. 174a Gemeentewet (Wet Victoria)
o Art. 151d Gemeentewet
o Art. 13b Opiumwet (Wet Damocles)
o Art. 17 Woningwet
3. Stads- en gebiedsverbod bij straatoverlast:
o APV
o Art. 172 lid 3 (lichte bevelsbevoegdheid)
o Art. 172a Gemeentewet (Voetbalwet)
De Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Rotterdamwet) houdt in dat van
rijkswege bepaalde gebieden werden aangewezen waarbij je als gemeente de mogelijkheid krijg
om bepaalde eisen te stellen aan mensen die daar komen wonen. Mogelijke strijd art. 1. Gw.
Zie Rb Rotterdam 20 december 2019.
Geschiedenis achter de bevoegdheden
Jaren ’80: de problematiek van de drugsoverlast. Dealers vestigen zich (ook) in woningen. Het
strafrecht bood geen oplossing: bij arrestatie dealer uur later vervanger.
(Tijdelijke) oplossing gevonden: bezoekersverbod voor drugsdealers bij woning in APV. Er gold een
uitzondering voor een arts, familie en partner. Maar, de verordening bezoekersverbod werd
onverbindend verklaard: de verordening maakt een inbreuk op het recht op bescherming van de
persoonlijke levenssfeer. Het gemeentebestuur mag geen inbreuk maken op grondrechten, daar is
een specifieke grondslag in de wet voor nodig.
Dealers konden weer aan de slag, daarom werd besloten art. 174a Gemeentewet uit te breiden.
Deze vond de Tweede Kamer een te vergaande bevoegdheid bevatten, daardoor gelden
toepassingsvoorwaarden. Hierdoor is het artikel maar beperkt inzetbaar. Daardoor is er een
nieuwe wet gemaakt met mogelijkheid tot gedragsaanwijzing: art. 151d Gemeentewet (Wet
aanpak woonoverlast).
Vervolgens werd de wetgeving uitgebreid met art. 13b Opiumwet. Deze sluitingsbevoegdheid is
oorspronkelijk bedoeld voor café/coffeeshops, maar sinds 2007 ook van toepassing op woningen.
1. Bestuursdwang/dwangsom bij overtreding APV
Bijvoorbeeld bij overlast als gevolg van het houden van dieren. Denk aan het illegale kattenpension
behandeld bij beginselen staatsrecht.
Bij bestuursdwang grijpt de overheid zelf, bijvoorbeeld door een overtreding op te ruimen,
waarna de kosten bij jou worden verhaald.
, Bij een dwangsom krijg je een geldbedrag opgelegd dat je moet betalen als je niet vrijwillig
doet wat de overheid verlangt.
2. Sluiting woning/gedragsaanwijzing
Sluiting woning
Drie sluitingsbevoegdheden:
1. Art. 174a Gemeentewet door de burgemeester
2. Art. 13b Opiumwet door de burgemeester
3. Art. 17 Woningwet door het college van b&w
Art. 174a Gemeentewet
Toepassingsvoorwaarden uit ABRS 1 december 2010:
Verstoring van de openbare orde in de zin van artikel 174a van de Gemeentewet alleen
aanwezig bij overlast waardoor de veiligheid én gezondheid van mensen in de omgeving
van de woning in ernstige mate wordt bedreigd.
Zodanige overlast kan slechts plaatsvinden bij gedragingen die op zichzelf ernstig zijn.
Hierdoor is dit artikel maar zeer beperkt inzetbaar als middel tegen woonoverlast.
In de regel niet inzetbaar bij: thuisprostitutie, giftige slangen, geluidshinder in de vorm van
muziek of dieren, stank.
Sinds 1 januari 2024 kunnen burgemeesters ook woningen sluiten als er op het pand is
geschoten of als er wapens zijn aangetroffen.
Zie ABRvS 6 juni 2018.
Art. 13b Opiumwet
Op grond van deze bepaling kan de burgemeester een woning sluiten bij aanwezigheid van een
bepaalde hoeveelheid drugs. Uit het woord ‘daartoe’ uit lid 1 sub a volgt dat de enkele
aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs bestemd voor verkoop, aflevering of verstrekking
de bevoegdheid verschaft tot sluiting van de woning. Onder een handelshoeveelheid wordt meer
dan 5 gram softdrugs en meer dan 0.5 gram handdrugs verstaan.
Uit ABRvS 16 juli 2025 volgen allerlei factoren die bepalen of de burgemeester bevoegd is om de
bevoegdheid uit te oefenen. De burgemeester moet daarbij steeds beoordelen of zijn optreden in
een concreet evenredig is. De evenredigheidsbeoordeling bestaat uit een beoordeling van
geschiktheid, noodzaak en evenwichtigheid van het besluit:
Geschiktheid: de burgemeester moet beoordelen op sluiting op het tijdstip dat hem
ingevolge deze besluitvorming voor ogen staat, gelet op het tijdsverloop in samenhang
bezien met de overige omstandigheden van het geval, een geschikt middel is en zo ja, of
sluiting noodzakelijk is (r.o. 9).
Noodzaak: de vraag is of de burgemeester met een minder ingrijpend middel had kunnen
en dus ook moet volstaan, omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden
bereikt (r.o. 10).
o De verschillende omstandigheden die hiervoor van belang zijn staan in r.o. 10.2.
Evenwichtigheid: de voor bewoners nadelige gevolgen van de sluiting worden afgewogen
tegen de doelen die de burgemeester met de sluiting wil bereiken (r.o. 11.1).
o De verschillende omstandigheden die hiervoor van belang zijn staan in r.o. 11.2.
o In deze zaak liep het stuk op dit vereiste: appellante was ten tijde van het besluit
hoogzwanger. Het is een feit van algemene bekendheid dat een verhoogd
stressniveau een negatief effect kan hebben op de zwangerschap en dat dit
complicaties kan veroorzaken.
, Zie ook ABRvS 6 oktober 2021. R.o. 7.11: “De aanwezigheid van minderjarige kinderen in een
woning is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid op grond waarvan de burgemeester van een
sluiting moet afzien”.
Art. 17 Woningwet
1. Bij herhaaldelijk overtreden m.b.t. staat of gebruik is sluiting mogelijk van:
a. Gebouw;
b. Open erf;
c. Of terrein.
2. Indien dit gepaard gaat met:
a. Bedreiging van leefbaarheid of
b. Gevaar voor de gezondheid of veiligheid
De bevoegdheid van het college van b&w is daarmee lichter dan art. 174a Gemeentewet, want
daar moet het gaan om de gezondheid én veiligheid.
Gedragsaanwijzing
Art. 151d Gemeentewet
De raad kan bij verordening bepalen dat degene die een woning gebruikt er zorg voor draagt dat
door gedragingen in of vanuit die woning geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor
omwonenden wordt veroorzaakt.
Bij overtreding burgemeester bevoegd tot bestuursdwang/dwangsom.
Voorbeelden gedragsaanwijzingen: maximeren van bezoekers in woning, aanbrengen van
geluidwerende vloerbedekking, beperkt gebruik van geluidsapparatuur, maximeren van huisdieren,
zorgvuldig omgaan met vuilnis, schoonmaakverplichting op regelmatige basis, verbod op
intimidatie/schreeuwen of schelden naar buren.
Op grond van lid 3 kan zelfs een huisverbod voor maximaal 10 dagen worden opgelegd.
Zie Rb Midden-Nederland, 26 juni 2020
3. Stads- en gebiedsverbod bij straatoverlast
De APV
Grote verschillen tussen gemeenten zowel in:
a) De gronden voor de gebiedsontzegging als;
b) De tijdsduur van de maatregel.
De rechter laat de zeer ruim geformuleerde bepalingen toe.
Art. 172 lid 3 Gemeentewet
De lichte bevelsbevoegdheid is de tegenhanger van de zware (nood)bevelsbevoegdheid. Bedoeld
om onmiddellijk te kunnen reageren op ordeverstoringen.
Sinds 2020 laat de Afdeling bestuursrechtspraak het gebruik van art. 172 lid 3 Gemeentewet niet
meer toe wanneer daarmee een inbreuk wordt gemaakt op art. 10 Grondwet.
Art. 172a Gemeentewet
Voetbalwet bevat óók de mogelijkheid van een gebiedsverbod, alsook een groepsverbod en een
contactverbod. De burgemeester mag zelf kiezen voor welke grondslag hij gaat.